Synopsis of the Gospels

Compare similar Bible verses (Het Boek):

Matthew 20

29  Toen Jezus en zijn leerlingen de stad Jericho verlieten, volgden heel veel mensen hen.

30  Langs de weg zaten twee blinde mannen. Zodra zij hoorden dat Jezus voorbijging, begonnen zij te roepen: ‘Here! Zoon van David! Heb medelijden met ons!’

31  De mensen zeiden dat zij hun mond moesten houden, maar zij trokken zich er niets van aan en schreeuwden nog harder.

32  Jezus bleef staan, riep hen bij Zich en vroeg: ‘Wat willen jullie dat Ik voor jullie doe?’

33  ‘Here,’ antwoordden zij, ‘wij willen zo graag kunnen zien!’

34  Jezus kreeg medelijden met hen en raakte hun ogen aan. Zij konden onmiddellijk zien en gingen met Hem mee.

Mark 10

46  Zij kwamen in Jericho aan. Later, toen Hij met zijn leerlingen uit de stad vertrok, liepen er heel veel mensen met hen mee.

47  Langs de weg zat een blinde bedelaar, Bartimeüs. Zodra deze hoorde dat Jezus van Nazareth eraan kwam, begon hij te schreeuwen: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’

48  ‘Houd je mond!’ snauwden de mensen. Maar Bartimeüs trok er zich niets van aan en schreeuwde nog harder: ‘Zoon van David, heb toch medelijden met mij!’

49  Jezus bleef staan: ‘Roep hem eens hier,’ zei Hij. Zij riepen de blinde man. ‘Je boft,’ zeiden ze. ‘Kom, Hij roept je!’

50  De man gooide zijn jas neer, sprong op en liep naar Jezus toe.

51  ‘Wat kan Ik voor u doen?’ vroeg Jezus. ‘Och, Here,’ antwoordde de blinde man, ‘ik wil zo graag kunnen zien!’

52  ‘Dat kan,’ zei Jezus. ‘Omdat u op Mij vertrouwt, bent u genezen.’ Op datzelfde moment kon de man weer zien. En hij ging met Jezus mee naar Jeruzalem.

Luke 18

35  Niet ver van de stad Jericho zat een blinde man langs de weg te bedelen.

36  Toen hij zoveel mensen hoorde voorbijgaan, vroeg hij wat er aan de hand was.

37  ‘Jezus van Nazareth komt eraan,’ zei men.

38  De man begon onmiddellijk te roepen: ‘Jezus! Zoon van David! Heb medelijden met mij!’

39  De mensen die voor Jezus uit liepen, zeiden tegen hem dat hij zijn mond moest houden. Maar hij trok zich er niets van aan en begon nog harder te schreeuwen: ‘Zoon van David! Heb medelijden met mij!’

40  Jezus bleef staan. ‘Breng die blinde man eens bij Mij,’ zei Hij.

41  Hij vroeg hem: ‘Wat wilt u van Mij?’ ‘Here,’ zei de man. ‘Ik wil zo graag weer zien.’

42  En Jezus zei: ‘Goed. Nu kunt u weer zien. Door uw geloof bent u genezen.’

43  De man kon op dat moment weer zien. Hij ging met Jezus mee en prees God. De mensen die het hadden gezien, begonnen ook God te prijzen.