Synopsis of the Gospels

Compare similar Bible verses (Het Boek):

Matthew 8

28  Toen Jezus aan de andere kant van het meer kwam, in de streek van de Gadarenen, kwamen er twee mannen op Hem af, die beheerst werden door boze geesten. De mannen woonden in graven die in de rotsen waren uitgehouwen, en waren zo gevaarlijk dat niemand bij hen in de buurt durfde te komen.

29  ‘Wat wilt U van ons, Zoon van God?’ schreeuwden zij. ‘Komt U ons nu al kwellen!’

30  Een eind verderop liep een grote kudde varkens eten te zoeken.

31  ‘Als U ons wegjaagt, stuur ons dan in die varkens,’ smeekten de boze geesten.

32  ‘Goed,’ zei Jezus. ‘Ga!’ De geesten verlieten de twee mannen en gingen in de varkens. Alle varkens stormden de steile helling af en verdronken in het meer.

33  De varkenshoeders vluchtten naar een nabijgelegen stad en vertelden wat er allemaal was gebeurd. Het verhaal over de twee bezetenen bracht grote opschudding teweeg.

34  De hele stad liep uit, naar Jezus toe. Toen zij bij Hem kwamen, vroegen zij Hem dringend weg te gaan.

Mark 5

Boze geesten vluchten voor Jezus

1  Zij kwamen aan de overkant van het meer in het gebied van de Gerasenen.

2  Jezus was nog maar net aan land gestapt of er rende een man op Hem toe die een boze geest in zich had.

3  Hij woonde tussen de rotsgraven en was zo sterk dat niemand hem in bedwang kon houden.

4  Men had hem vaak aan handen en voeten gebonden, maar hij rukte de kettingen en boeien dan gewoon stuk. Niemand kon iets met hem beginnen.

5  Dag en nacht zwierf hij rond tussen de graven en ging ook vaak de bergen in. Hij liep altijd te schreeuwen en sloeg zichzelf met scherpe stenen.

6  Toen hij Jezus zag aankomen, rende hij op Hem toe, knielde voor Hem neer

7  en schreeuwde: ‘Waarom bemoeit U Zich met mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? In Gods naam, doe mij geen pijn!’

8  Want Jezus had tegen de boze geest gezegd: ‘Duivelse geest! Ga uit die man weg!’

9  En Hij vroeg de geest ook naar zijn naam en die antwoordde: ‘Legioen heet ik, want wij zijn hier met velen.’

10  En hij smeekte: ‘Jaag ons niet ver weg! Wij willen in deze buurt blijven!’

11  Nu liep er op de helling een grote kudde van zoʼn tweeduizend varkens eten te zoeken.

12  De boze geesten smeekten: ‘Laat ons alstublieft in die varkens gaan! Stuur ons daar maar in!’

13  Jezus vond dat goed. De geesten kwamen uit de man en gingen in de varkens. Op hetzelfde moment stormde de hele kudde de helling af, het meer in. Ze verdronken allemaal.

14  De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden overal wat zij hadden meegemaakt. Van alle kanten kwamen mensen naar Jezus toe om te zien wat er gebeurd was.

15  Zij zagen de man die een boze geest had gehad. Hij had nu kleren aan en was volledig bij zijn verstand.

16  Zij werden bang. De mensen die het hadden gezien, vertelden hoe de boze geesten uit de man in de varkens waren gegaan.

17  Nu ze allemaal wisten wat Jezus had gedaan, vroegen zij Hem dringend weg te gaan.

Luke 8

Jezus toont zijn macht over geesten, ziekte en dood

26  Zij voeren verder en legden aan in het gebied van de Gerasenen, aan de overkant van het Meer van Galilea.

27  Toen Hij uit de boot stapte, kwam uit de stad een man op Hem af die een boze geest in zich had. Hij liep al een hele tijd zonder kleren rond en woonde niet in een huis, maar in de rotsgraven.

28  Zodra hij Jezus van dichtbij zag, schreeuwde hij het uit en viel voor Hem neer. ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God!’ schreeuwde hij.

29  ‘Doe mij alstublieft geen pijn!’ Jezus had namelijk tegen de boze geest gezegd dat hij uit de man moest weggaan. De boze geest had zich vaak van de man meester gemaakt. Dan was hij niet meer te houden, rukte zijn boeien stuk en rende de woestijn in, volledig in de macht van de boze geest.

30  ‘Hoe heet je?’ vroeg Jezus. ‘Legioen,’ was het antwoord. Want de man zat vol boze geesten.

31  Zij smeekten Jezus dat Hij hen niet naar de onderwereld zou sturen.

32  Niet ver daarvandaan liep op een berghelling een kudde varkens eten te zoeken. De boze geesten smeekten Jezus of ze in die varkens mochten gaan en Hij vond dat goed.

33  Zij verlieten de man en gingen in de varkens. De hele kudde stormde de helling af, het meer in en verdronk.

34  De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in stad en land wat er was gebeurd.

35  Het duurde niet lang of er kwamen van alle kanten mensen aanlopen om het met eigen ogen te zien. Zij zagen de man die van de boze geesten bevrijd was, aan de voeten van Jezus zitten. Hij had kleren aan en was volledig bij zijn verstand.

36  Zij werden bang. Degenen die het hadden zien gebeuren, vertelden hoe de man was genezen.

37  De mensen vroegen Jezus weg te gaan en hen met rust te laten. Dus ging Hij weer in de boot en voer terug naar de overkant van het meer.