Zach 7:8Toen ontving Zacharia deze boodschap van de HERE:Mat 21:4Dit klopt met wat de profeet Zacharia had gezegd:Zach 7:1In het vierde regeringsjaar van koning Darius ontving Zacharia op de vierde dag van de negende maand een boodschap van de HERE.Zach 1:1In de achtste maand van koning Dariusʼ tweede regeringsjaar ontving de profeet Zacharia, de zoon van Berechja en kleinzoon van Iddo, deze boodschap van de HERE.Zach 1:7Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand Sebat, nog steeds in het tweede regeringsjaar van koning Darius, ontving de profeet Zacharia opnieuw een boodschap van de HERE. Deze keer kwam de boodschap ʼs nachts in de vorm van een visioen:Joh 12:14Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten. Daarmee werden de woorden van de profeet Zacharia werkelijkheid:Mat 23:35Daardoor maakt u zich schuldig aan de dood van al de onschuldige en gelovige mensen die werden vermoord, van de onschuldige Abel tot Zacharia, de zoon van Berechja, die werd vermoord tussen het tempelhuis en het altaar.Ezra 6:14De leiders van Juda zetten de bouw met succes voort. Zij werden daarbij aangemoedigd door de prediking van de profeten Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo. Eindelijk waren zij klaar met het werk dat de God van Israël en Cyrus, Darius en Artaxerxes, koningen van Perzië, hun hadden opgedragen.Ezra 5:1-2In die tijd waren er twee profeten in Jeruzalem en Juda: Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo. Zij brachten boodschappen van de God van Israël over aan Zerubbabel en Jesua. Zij moedigden hen aan de tempelbouw te hervatten! De twee leiders namen het werk weer ter hand en werden hierbij geholpen door de profeten.Luk 1:5Mijn verhaal begint bij de Joodse priester Zacharias, die leefde in de tijd dat Herodes koning van Judea was. Hij behoorde tot de priesterafdeling van Abia. Zijn vrouw Elisabeth kwam net als hijzelf uit het priestergeslacht van Aäron.Luk 1:8Op een dag had Zacharias dienst in de tempel, omdat zijn afdeling aan de beurt was.Luk 1:67Zacharias werd vol van de Heilige Geest, die hem liet zeggen:2 Kon 15:8De nieuwe koning van Israël was Zecharja, de zoon van koning Jerobeam. Zes maanden duurde zijn regering. Hij kwam aan de macht toen koning Azarja van Juda achtendertig jaar op de troon zat.Ezra 10:27Van de familie Zattu: Eliënai, Eljasib, Mattanja, Jeremot, Zabad en Aziza.Luk 1:23Zacharias bleef in de tempel tot zijn dienst voorbij was en ging toen naar huis terug.Luk 1:9Er werd altijd om geloot wie het heiligdom van God zou binnengaan om wierook te branden. Deze keer was het lot op Zacharias gevallen.Luk 1:6Zacharias en Elisabeth waren goede mensen, die zich stipt aan Gods wetten hielden.1 Kron 9:21Ook Zecharja, de zoon van Meselemja, was ooit verantwoordelijk voor de bescherming van de hoofdingang van de tabernakel.Luk 1:11Plotseling zag Zacharias een engel van de Here staan, rechts van het altaar waarop de wierook werd gebrand.1 Kron 2:6De vijf zonen van Zerach waren Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara.2 Kon 15:11De overige gegevens van Zecharjaʼs bewind zijn te vinden in de Kronieken van de koningen van Israël.1 Kron 24:21de groep van Rechabja, onder leiding van zijn oudste zoon Jissia,Mat 1:13Zerubbabel de vader van Abiud, Abiud was de vader van Eljakim, Eljakim de vader van Azor,1 Kron 6:39-43Hemans helper was Asaf, wiens stamboom terugging via Berechja, Sima, Michaël, Baäseja, Malkia, Etni, Zerach, Adaja, Etan, Zimma, Simi, Jachat, Gersom en Levi.1 Kron 1:3Mahalalel, Jered, Henoch, Metuselach,1 Kron 15:20Zecharja, Aziël, Semiramot, Jechiël, Unni, Eliab, Maäseja en Benaja zongen samen, begeleid door hooggestemde harpen.Neh 3:2Mannen uit Jericho waren naast hen bezig en daarnaast werkte Zakkur, de zoon van Imri.1 Kron 26:2-3Zijn helpers waren zijn zonen: Zecharja, de oudste, Jediaël, de tweede, Zebadja, de derde, Jatniël, de vierde, Elam, de vijfde, Jochanan, de zesde, en Eliënai, de zevende.1 Kron 24:24-25De groep van Uzziël stond onder leiding van zijn zoon Micha. Van de groep van Micha had zijn zoon Samir de leiding. De leiding van de groep van Michaʼs broer Jissia was in handen van diens zoon Zecharja.1 Kron 2:14zijn vierde Netanel, zijn vijfde Raddai,Joz 7:17Toen traden de families van de stam van Juda naar voren, waarbij die van Zerach werd aangewezen. Toen de gezinnen van deze familie aantraden, werd het gezin van Zabdi aangewezen.Ezra 10:28Van de familie Bebai: Jochanan, Chananja, Zabbai en Atlai.Luk 3:29de vader van Jozua was Eliëzer; de vader van Eliëzer was Jorim; de vader van Jorim was Mattat; de vader van Mattat was Levi;Num 10:16en de stam van Zebulon, geleid door Eliab, de zoon van Chelon.Luk 1:59Toen het kind acht dagen oud was, werd naar Joods gebruik zijn voorhuid weggesneden en kreeg hij zijn naam. Ieder die bij deze plechtigheid aanwezig was, dacht dat het kind net als zijn vader Zacharias zou heten.Ezra 10:31-32Van de familie Charim: Eliëzer, Jesia, Malkia, Semaja, Simeon, Benjamin, Malluch en Semarja.Luk 19:1Jezus kwam in Jericho, maar bleef er niet. Hij trok meteen verder.Ezra 10:26Van de familie Elam: Mattanja, Zecharja, Jechiël, Abdi, Jeremot en Elia.Jer 29:29Zefanja had namelijk de brief aan Jeremia voorgelezen.Neh 12:2-7Ezra, Amarja, Malluch, Chattus, Sechanja, Rechum, Meremot, Iddo, Ginnetoi, Abia, Miamin, Maädja, Bilga, Semaja, Jojarib, Jedaja, Sallu, Amok, Chilkia en Jedaja.2 Kron 20:14kwam de Geest van de HERE over een van de mannen die daar stond. Het was Jachaziël, de zoon van Zecharja, zoon van Benaja, zoon van Jechiël, zoon van de Leviet Mattanja, die een van de zonen van Asaf was.Neh 12:1Hier volgen de namen van de priesters die waren meegekomen met Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua: Seraja, Jirmeja,Luk 1:18Zacharias zei tegen de engel: ‘Moet ik dat zomaar geloven? Ik ben immers al oud en mijn vrouw ook!’Luk 1:40Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.1 Kron 7:3Uzziʼs zoon was Jizrachja, onder wiens vijf zonen zich Michaël, Obadja, Joël en Jissia bevonden. Ieder van hen stond aan het hoofd van een familie.Ezra 8:18En de gunst van God was met ons! Hij stuurde een verstandig man, Serebja, met zijn achttien zonen en broers. Serebja was een nakomeling van Machli, de zoon van Levi en kleinzoon van Israël.Neh 3:23Benjamin, Chassub en Azarja, de zoon van Maäseja, de zoon van Ananja, repareerden gedeelten naast hun eigen huis.Neh 12:35-36De priesters die op de trompetten bliezen, heetten Zecharja, de zoon van Jonatan, de zoon van Semaja, de zoon van Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zakkur, de zoon van Asaf, Semaja, Azarel, Milalai, Gilalai, Maäi, Netanel, Jehuda en Chanani. Zij gebruikten de muziekinstrumenten van koning David. De geestelijk leider Ezra liep aan het hoofd van deze stoet.1 Kron 7:24Efraïms dochter heette Seëra. Zij bouwde Laag-Bet-Choron, Hoog-Bet-Choron en Uzzen-Seëra.2 Kron 26:5Tijdens Zecharjaʼs leven deed Uzzia steeds zijn best zo veel mogelijk naar Gods wil te leven. Zecharja was een man die leefde vanuit een diep ontzag voor God. En zolang de koning deed wat God van hem verlangde, ging alles voorspoedig, want God zegende hem.Ez 11:1Toen tilde de Geest mij op en bracht mij naar de oostelijke tempelpoort. Daar zag ik vijfentwintig van de meest vooraanstaande mannen uit de stad. Onder hen waren ook de volksleiders Jaäzanja, de zoon van Azzur, en Pelatja, de zoon van Benaja.Ezra 2:40Terugkerende Levieten: de familie Jesua van Kadmiël van Hodawja (74).2 Kron 18:7‘Nou,’ zei Achab, ‘er is er wel één, maar ik heb een hekel aan hem, want zijn profetieën zijn altijd negatief. Hij heet Micha en is een zoon van Jimla.’ ‘Dat mag u zo niet zeggen,’ vond Josafat, ‘laten we toch maar eens luisteren naar wat hij te zeggen heeft.’1 Kron 1:21Selef, Chasarmawet, Jerach, Hadoram,Mat 1:14Azor de vader van Sadok, Sadok de vader van Achim, Achim de vader van Eliud,Zef 1:1De HERE sprak tot Zefanja, de zoon van Kusi, kleinzoon van Gedalja, achterkleinzoon van Amarja en achterachterkleinzoon van Hizkia. Zefanja ontving deze boodschap tijdens de periode waarin Josia, de zoon van Amon, als koning over Juda regeerde.1 Kron 25:9-31Het eerste lot viel op Jozef van de familie van Asaf, het tweede op Gedalja, samen met elf van zijn zonen en broers, het derde op Zakkur en elf van zijn zonen en broers, het vierde op Jizri en elf van zijn zonen en broers, het vijfde op Netanja en elf van zijn zonen en broers, zesde was Bukkiahu met elf van zijn zonen en broers, zevende was Jesarela met elf van zijn zonen en broers, achtste was Jesaja met elf van zijn zonen en broers, negende was Mattanja met elf van zijn zonen en broers, tiende was Simi met elf van zijn zonen en broers, elfde was Azarel met elf van zijn zonen en broers, twaalfde was Chasabja met elf van zijn zonen en broers, dertiende was Subaël met elf van zijn zonen en broers, veertiende was Mattitja met elf van zijn zonen en broers, vijftiende was Jeremot met elf van zijn zonen en broers, zestiende was Chananja met elf van zijn zonen en broers, zeventiende was Josbekasa met elf van zijn zonen en broers, achttiende was Chanani met elf van zijn zonen en broers, negentiende was Malloti met elf van zijn zonen en broers, twintigste was Eliata met elf van zijn zonen en broers, eenentwintigste was Hotir met elf van zijn zonen en broers, tweeëntwintigste was Giddalti met elf van zijn zonen en broers, drieëntwintigste was Machaziot met elf van zijn zonen en broers, vierentwintigste was Romamti-Ezer met elf van zijn zonen en broers.1 Kron 9:42Achaz was de vader van Jara en Jara was de vader van Alemet, Azmawet en Zimri. Deze laatste was de vader van Mosa.2 Kon 15:10Sallum, de zoon van Jabes, smeedde echter een complot tegen Zecharja, vermoordde hem voor de ogen van het volk en riep zichzelf uit tot koning.Ezra 10:33Van de familie Chasum: Mattenai, Mattatta, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse en Simi.Gen 38:30Even later kwam ook het kind met de rode draad om de pols ter wereld. Zij noemde hem Zerach (Opgang).2 Kron 24:20Toen kwam de Geest van God over Zecharja, de zoon van Jojada. Hij belegde een bijeenkomst voor alle burgers en zei: ‘God wil weten waarom u zijn geboden niet gehoorzaamt. Want als u dat niet doet, zal alles mislukken wat u wilt ondernemen. U hebt de HERE verlaten en nu heeft Hij u ook verlaten.’Neh 10:2-8Sidkia, Seraja, Azarja, Jirmeja, Paschur, Amarja, Malkia, Chattus, Sebanja, Malluch, Charim, Meremot, Obadja, Daniël, Ginneton, Baruch, Mesullam, Abia, Miamin, Maäzja, Bilgai en Semaja, allen priesters.Ezra 10:21de zonen van Charim: Maäseja, Elia, Semaja, Jechiël en Uzzia;1 Kron 24:22de groep van Jisha, bestaande uit Selomot en zijn nakomeling Jachat.Mat 1:12Na die verbanning werd Jechonja vader van een zoon, die Sealtiël heette. Sealtiël was de vader van Zerubbabel,Op 7:8uit Zebulon, Jozef en Benjamin.1 Kron 6:2Kehats zonen waren Amram, Jishar, Chebron en Uzziël.Luk 3:27de vader van Joda was Joanan; de vader van Joanan was Resa; de vader van Resa was Zerubbabel; de vader van Zerubbabel was Sealtiël;2 Kron 17:16Daarop volgde Amasja, de zoon van Zichri en een zeer vroom man, met tweehonderdduizend man.1 Kron 6:11-15Deze Azarja was de vader van Amarja, de vader van Achitub, de vader van Sadok, de vader van Sallum, de vader van Chilkia, de vader van Azarja, de vader van Seraja, de vader van Josadak. Josadak werd balling, toen de HERE het volk van Juda en Jeruzalem gevangen liet nemen door Nebukadnessar.1 Kron 5:13Hun familieleden, de leiders van de zeven families, waren: Michaël, Mesullam, Seba, Jorai, Jakan, Zia en Heber.Num 10:23de stam van Manasse, onder leiding van Gamliël, de zoon van Pedasur,Luk 1:21Ondertussen stonden de mensen buiten op Zacharias te wachten. Zij vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef.1 Kron 8:8-10Sacharaïm scheidde van zijn vrouwen Chusim en Baära, maar in het land Moab had hij kinderen van zijn nieuwe vrouw Chodes. Dat waren Jobab, Sibja, Mesa, Malkam, Jeüs, Sochja en Mirma. Deze zonen werden allemaal hoofd van een familie.Joh 3:1Zo was er een Farizeeër, een lid van de Hoge Raad, die Nikodemus heette2 Kon 15:9In de ogen van de HERE was Zecharja een goddeloze koning, net als zijn voorouders. Evenals Jerobeam de Eerste, de zoon van Nebat, moedigde hij zijn onderdanen aan bij het dienen van afgoden.1 Kron 8:36Achaz was de vader van Jehoadda, Jehoadda was de vader van Alemet, Azmawet en Zimri. Zimriʼs zoon heette Mosa.2 Kron 15:1De Geest van God kwam over Azarja, de zoon van Oded,Jes 7:1Tijdens de regering van Achaz, de zoon van Jotam en kleinzoon van Uzzia, werd Jeruzalem aangevallen door koning Resin van Syrië en koning Pekach van Israël. Deze laatste was de zoon van Remaljahu. Maar Jeruzalem werd niet ingenomen, de stad hield stand.1 Kon 14:15Dan zal de HERE Israël door elkaar schudden als een rietstengel in het water. Hij zal de Israëlieten wegrukken uit dit goede land van hun vaderen en hen verbannen naar de overkant van de Eufraat, want zij hebben de toorn van de HERE opgewekt door afgoden te aanbidden.1 Kron 4:6Naära bracht Achuzzam, Chefer, Temen en Achastar ter wereld.Ezra 10:22de zonen van Paschur: Eliënai, Maäseja, Jismaël, Netanel, Jozabad en Elasa.2 Kon 22:14De priester Chilkia, Achikam, Achbor, Safan en Asaja gingen naar het nieuwe deel van Jeruzalem om de profetes Chulda op te zoeken. Zij was de vrouw van Sallum, de zoon van Tikwa en kleinzoon van Charchas, die aan het hoofd stond van het kledingmagazijn.1 Kron 26:14-15De verantwoordelijkheid voor de oostelijke poort lag bij Selemja en zijn groep, de noordelijke poort viel onder zijn zoon Zecharja, een man met buitengewone wijsheid, de zuidelijke poort viel onder Obed-Edom en zijn groep, terwijl zijn zonen de verantwoording droegen voor de pakhuizen.2 Kon 15:3Azarja was een goede koning en net als zijn vader Amasja deed hij wat goed is in de ogen van de HERE.Neh 8:2-4Ezra haalde de boekrol waarin de wet van Mozes was opgeschreven. Hij ging staan op een houten verhoging die speciaal voor deze gelegenheid was gemaakt. Zo kon iedereen hem zien, terwijl hij las. Hij stond aan het begin van het plein voor de Waterpoort en las voor van zonsopgang tot in de namiddag. Ieder die oud genoeg was om het te begrijpen, luisterde aandachtig. Rechts van hem stonden Mattitja, Sema, Anaja, Uria, Chilkia en Maäseja. Links van hem Pedaja, Misaël, Malkia, Chasum, Chasbaddana, Zecharja en Mesullam.Ezra 10:20de zonen van Immer: Chanani en Zebadja;Luk 6:15Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus (de zoon van Alfeüs), Simon de Zeloot,Joz 13:18Jahas, Kedemot, Mefaät,Ez 33:1Opnieuw ontving ik een boodschap van de HERE. Hij zei:1 Kron 2:36Attaiʼs zoon was Natan, Natans zoon was Zabad,1 Kron 3:22Jesajaʼs zoon was Refaja, Refajaʼs zoon was Arnan, Arnans zoon was Obadja, Obadjaʼs zoon was Sechanja, Sechanjaʼs zoon was Semaja. Semaja had zes zonen, onder wie Chattus, Jigal, Bariach, Nearja en Safat.1 Kron 15:11David riep de hogepriesters Sadok en Abjatar en de Levietenleiders Uriël, Asaja, Joël, Semaja, Eliël en Amminadab bij zich.Ezra 8:2-14Van de familie Pinechas: Gersom; van de familie Itamar: Daniël; van de familie David: Chattus, de zoon van Sechanja; van de familie Paros: Zecharja en 150 andere mannen; van de familie Pachat-Moab: Eljoenai, de zoon van Zerachja, en 200 andere mannen; van de familie Zattu: Sechanja, de zoon van Jachaziël, en 300 andere mannen; van de familie Adin: Ebed, de zoon van Jonatan, en vijftig andere mannen; van de familie Elam: Jesaja, de zoon van Atalja, en zeventig andere mannen; van de familie Sefatja: Zebadja, de zoon van Michaël, en tachtig andere mannen; van de familie Joab: Obadja, de zoon van Jechiël, en 218 andere mannen; van de familie Bani: Selomit, de zoon van Josifja, en 160 andere mannen; van de familie Bebai: Zecharja, de zoon van Bebai, en 28 andere mannen; van de familie Azgad: Jochanan, de zoon van Hakkatan, en 110 andere mannen; de laatsten van de familie Adonikam: Elifelet, Jeïel, Semaja en zestig andere mannen; van de familie Bigwai: Utai, Zakkur en zeventig andere mannen.Jes 4:5Dan zal de HERE een beschutting geven over de berg Sion en alle bijeenkomsten van het volk dat daar samenkomt. Een wolk overdag en een vuurgloed in de nacht.2 Kron 24:21Het volk beraamde toen een plan om Zecharja te vermoorden, en uiteindelijk gaf koning Joas zelf het bevel dat hij moest worden gestenigd op het voorplein van de tempel.1 Kron 4:30Betuël, Chorma, Siklag,Neh 3:20Naast hem was Baruch, de zoon van Zabbai, ijverig bezig de muur te repareren van die hoek tot de ingang van het huis van de hogepriester Eljasib.1 Kron 2:37Zabads zoon was Eflal, Eflals zoon was Obed,