Zoek "petrus" in de Bijbel

Het Boek

Hand 8:15 Petrus en Johannes baden voor hen,Hand 10:18 en vroegen of daar ook een zekere Petrus logeerde.Hand 4:8 Petrus, die vervuld was van de Heilige Geest, antwoordde:Joh 18:24 Ondertussen stond Petrus zich bij het vuur te warmenJoh 20:3 Petrus en de andere leerling renden onmiddellijk naar het graf,Joh 18:16 Maar Petrus moest buiten blijven. De andere leerling kwam terug, sprak even met de portierster en nam Petrus toen mee naar binnen.Mat 26:33 Petrus protesteerde: ‘Al laat iedereen U in de steek, ik niet!’Hand 10:19 Terwijl Petrus nog over het visioen zat na te denken, zei de Geest tegen hem: ‘Petrus, er zijn enkele mannen voor u.Hand 9:43 Petrus bleef nog een tijd in Joppe en logeerde bij Simon, een leerlooier.Joh 20:4 maar de andere leerling liep vlugger dan Petrus en was er het eerst.Joh 18:27 Petrus ontkende het opnieuw. Direct daarna kraaide er een haan.Hand 5:29 Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.Luk 22:62 Huilend liep Petrus de binnenplaats af. Hij was er kapot van.Mat 17:25 ‘Natuurlijk,’ antwoordde Petrus. Maar toen Petrus thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Petrus, van wie eisen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen burgers of van volken die ze hebben onderworpen?’Mar 3:16 Die mannen heetten Simon (Jezus gaf hem ook de naam Petrus),Mat 26:72 Petrus zwoer dat het niet waar was. ‘Ik ken die man niet!’ riep hij uit.Joh 13:37 ‘Maar waarom kan ik nu niet met U meegaan? Ik heb alles voor U over!’ zei Petrus.Mat 17:26 ‘Van volken die zij hebben onderworpen,’ antwoordde Petrus.Mar 14:66 Petrus zat nog steeds op de binnenplaats. Een dienstmeisje van de hogepriester zag hem bij het vuur zitten.Joh 20:6 Petrus, die even na hem was gekomen, ging het graf wel binnen. Hij zag de windselsLuk 12:41 Petrus vroeg: ‘Is dit voor iedereen bestemd? Of alleen voor ons?’Joh 1:40 Een van deze twee mannen was Andreas, de broer van Simon Petrus.1 Cor 15:5 Hij is gezien door Petrus en daarna door de twaalf apostelen samen.Hand 3:3 Toen Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij hun om geld.Joh 21:19 Daarmee gaf Hij aan hoe Petrus tot eer van God zou sterven. Jezus zei nog eens nadrukkelijk tegen Petrus dat hij Hem moest volgen.Hand 10:26 Maar Petrus trok hem overeind en zei: ‘Sta op! Ik ben ook maar een mens!’Joh 6:8 Andreas, de broer van Simon Petrus, mengde zich in het gesprek.Mat 26:70 Maar Petrus ontkende heftig: ‘Welnee, hoe komt u daarbij?’Hand 4:3 Zij namen Petrus en Johannes gevangen tot de volgende morgen.Hand 12:16 Petrus bleef net zo lang kloppen tot zij aan de deur kwamen. Toen zij hem binnenlieten, zagen ze tot hun grote verbazing dat hij het echt was.Hand 3:4 Zij keken hem aandachtig aan en Petrus zei: ‘Kijk ons aan!’Joh 13:8 ‘Geen sprake van! Ik wil niet dat U mijn voeten wast!’ zei Petrus. ‘Als Ik ze niet mag wassen, Petrus, hoor je niet bij Mij,’ antwoordde Jezus.Mar 14:29 Petrus zei tegen Hem: ‘Zelfs al zouden alle mensen zich voor U schamen, ik nooit!’Mar 14:54 Petrus was Hem op een afstand gevolgd, tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester. Daar zat hij zich tussen het personeel te warmen bij een groot vuur.Hand 11:4 Petrus legde hun uit wat er precies gebeurd was. Hij vertelde eerst dat hij in Joppe had gelogeerd.Joh 13:24 en Simon Petrus wenkte hem om hem aan Jezus te laten vragen wie Hij bedoelde.Hand 4:15 Zij stuurden Petrus en Johannes de raadzaal uit en overlegden met elkaar:Gal 2:8 God zette Petrus in als apostel voor de Joden en mij als apostel voor de volken die God nog niet kenden.Gal 2:11 Maar later, toen Petrus in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet. Want wat hij deed, was niet goed.Hand 9:40 Maar Petrus stuurde iedereen de kamer uit, knielde neer en bad. Daarna zei hij tegen de dode vrouw: ‘Tabitha, sta op!’ Zij deed haar ogen open en toen ze Petrus zag, ging zij zitten.Hand 12:5 Daarom bleef Petrus in de gevangenis. De christenen waren voortdurend bijeen en baden voor hem tot God.Hand 12:18 Bij het aanbreken van de dag was er grote opschudding onder de soldaten. Wat kon er met Petrus gebeurd zijn?Mat 19:27 Petrus merkte op: ‘Wij hebben alles verlaten om U te volgen. Hoe staat het dan met ons?’Hand 12:9 Zonder na te denken liep Petrus achter hem aan. Hij had niet door dat de engel hem echt uit de gevangenis leidde, hij dacht dat hij een visioen had.Luk 22:57 ‘Hoe kom je erbij,’ antwoordde Petrus. ‘Ik ken Hem niet eens.’Joh 18:18 Omdat het koud was, hadden de knechten en bewakers een vuur gemaakt waarbij zij zich warmden. Petrus ging er ook bij staan.Joh 21:21 Toen Petrus hem zag, vroeg hij aan Jezus: ‘En wat staat hem te wachten, Here?’Luk 22:55 De soldaten maakten op de binnenplaats een vuur en gingen eromheen zitten. Petrus kwam er ook bij.Luk 22:61 Jezus keerde Zich om en keek Petrus aan. Petrus herinnerde zich wat Hij had gezegd: ‘Voordat de haan kraait, zul je drie keer hebben gezegd dat je Mij niet kent.’Hand 10:25 Toen Petrus binnenkwam, liep Cornelius naar hem toe en viel op zijn knieën.Hand 10:5 Stuur een paar mannen naar Joppe om een zekere Petrus te zoeken en hem te vragen naar uw huis te komen.Mat 26:74 Petrus begon te vloeken en bezwoer: ‘U bent gek! Ik ken die man niet!’Mar 10:28 ‘Wij hebben alles achtergelaten om U te volgen,’ merkte Petrus op.Luk 18:28 Petrus zei: ‘U weet dat wij alles hebben verlaten om U te volgen.’Hand 11:2 Toen Petrus weer in Jeruzalem kwam, maakten de Joodse gelovigen hem het verwijtMar 8:30 Petrus antwoordde: ‘U bent de Christus.’ Jezus zei dat zij dit aan niemand mochten vertellen.Hand 9:32 Petrus nu maakte een rondreis langs alle plaatsen waar volgelingen van Jezus woonden en kwam ook in de stad Lydda.Hand 10:1 In Caesarea woonde Cornelius, de commandant van het zogenaamde Italiaanse regiment.Hand 12:7 Ineens was er een licht in de cel. Er stond een engel van God en hij stootte Petrus in de zij. ‘Sta op, Petrus,’ zei hij. ‘Maak voort!’ Op hetzelfde ogenblik vielen de kettingen van zijn polsen.Hand 10:21 Petrus ging naar beneden. ‘U zoekt mij,’ zei hij tegen de mannen, ‘maar waarom eigenlijk?’Mat 17:4 Petrus zei tegen Jezus: ‘Here, het is maar goed dat wij hier zijn! Zal ik drie tenten maken? Eén voor U, één voor Mozes en één voor Elia?’Hand 10:44 Terwijl Petrus nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die naar hem luisterden.Luk 22:60 Maar Petrus antwoordde: ‘Man, ik weet niet waar je het over hebt.’ Op dat moment kraaide ergens een haan.Joh 1:44 Filippus kwam, net als Andreas en Petrus, uit Betsaïda.Hand 9:34 Petrus zei tegen hem: ‘Jezus Christus geneest u, Eneas. Kom uit uw bed en maak het zelf op.’Joh 21:7 De leerling die Jezusʼ beste vriend was, zei tegen Petrus: ‘Het is de Here.’ Toen Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan, trok het omhoog tussen zijn riem en sprong in het water.Hand 10:34 Petrus zei: ‘Het is mij nu pas echt duidelijk dat God geen onderscheid maakt tussen mensen.Mat 16:22 Petrus nam Hem apart om Hem terecht te wijzen. ‘Dat mag niet, Here,’ zei hij. ‘God zal ervoor zorgen dat U zoiets niet overkomt.’Hand 10:9 De volgende dag, terwijl de mannen Joppe naderden, ging Petrus het platte dak van het huis op om te bidden. Het was omstreeks het middaguur enHand 12:1 In dezelfde tijd liet koning Herodes enkele christenen oppakken met de bedoeling hen te mishandelen.Mat 16:18 Jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn Gemeente zal bouwen. De poorten van het dodenrijk zullen nooit macht over haar krijgen.Mat 14:28 Petrus riep: ‘Here, als U het werkelijk bent, zeg dan dat ik over het water naar U toe moet komen!’Luk 6:14 Het waren Simon (die Hij voortaan Petrus noemde) en diens broer Andreas, Jakobus, Johannes,Hand 10:14 ‘Maar, Here,’ zei Petrus. ‘Ik heb nog nooit iets gegeten wat voor een Jood verboden is.’Mat 26:35 ‘Ik zou liever sterven!’ hield Petrus vol. Dat zeiden ook de andere leerlingen.Joh 21:20 Petrus keek achterom en zag dat ze door de leerling- gevolgd werden die Jezusʼ beste vriend was en die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toe had gebogen en Hem gevraagd had wie de verrader was.Hand 4:19 Maar Petrus en Johannes antwoordden: ‘Wat vindt u, is het juist dat wij u in plaats van God gehoorzamen?Luk 9:32 Petrus en de anderen die in slaap waren gevallen, schrokken wakker. Ze zagen Jezus in het hemelse licht staan met de twee mannen bij Zich.Hand 8:20 ‘Uw geld zal u te gronde richten!’ antwoordde Petrus. ‘Wat God geeft, is niet te koop.Hand 15:14 Petrus heeft ons verteld hoe God voor het eerst mensen van een ander volk benaderde om hen tot zijn volk te maken.Mat 15:15 Petrus vroeg Jezus wat Hij nu precies bedoelde met wat Hij zei over de mond ingaan en uitgaan.Mar 14:70 Petrus zei weer dat het niet waar was. Even later begonnen de mensen in de poort er zelf over. ‘U bent wél een leerling van Jezus,’ zeiden zij tegen Petrus. ‘Het is duidelijk te horen dat u uit Galilea komt.’Mat 26:58 Petrus volgde op een afstand. Hij ging naar de binnenplaats van het paleis van de hogepriester. Daar bleef hij bij de soldaten zitten om te zien hoe het met Jezus zou aflopen.Joh 18:25 en enkele van de mannen vroegen hem: ‘Zeg, bent u ook niet een van zijn leerlingen?’ ‘Welnee!’ antwoordde Petrus.1 Petr 1:1 Van: Petrus, een apostel van Jezus Christus. Aan: de christenen die als vreemdelingen in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië wonen.Joh 21:15 Toen zij gegeten hadden, vroeg Jezus aan Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij? Meer dan de anderen?’ ‘Ja, Here. U weet dat ik van U houd,’ zei Petrus. ‘Zorg dan voor mijn lammeren,’ was Jezusʼ antwoord.Mat 26:34 Petrus,’ antwoordde Jezus. ‘De waarheid is dat jij voordat er vannacht een haan kraait, drie keer zult beweren dat je Mij niet kent.’Mar 14:30 Petrus,’ zei Jezus. ‘Ik verzeker je dat jij vannacht drie keer zult zeggen dat je Mij niet kent, nog voor de haan twee keer heeft gekraaid.’Hand 3:11 Alle mensen stroomden samen in de zuilenhal van Salomo, waar Petrus en Johannes door de man werden vastgehouden. Toen Petrus al die mensen zag, zei hij: ‘Mannen van Israël, waarom bent u zo verbaasd? Wat staat u ons aan te staren?Mat 16:16 Simon Petrus zei: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’Mar 5:37 Hij wilde niet dat er veel mensen met Hem meegingen. Alleen Petrus, Jakobus en Johannes mochten mee.Mar 8:32 Omdat Hij hier ronduit met hen over sprak, nam Petrus Hem apart. ‘Zulke dingen moet U niet meer zeggen,’ zei hij.Joh 13:6 ‘Here,’ protesteerde Simon Petrus, ‘U gaat mijn voeten toch niet wassen?’Mat 26:37 Hij nam alleen Petrus, Jakobus en Johannes mee. Hij begon angstig en onrustig te wordenJoh 18:15 Simon Petrus en een andere leerling volgden Jezus. Die andere leerling was een kennis van de hogepriester. Hij mocht tegelijk met Jezus de binnenplaats van het paleis op.Hand 10:32 Stuur enkele mannen naar Joppe om een zekere Petrus te halen. Hij logeert bij Simon, de leerlooier die aan zee woont.”Hand 9:41 Petrus nam haar bij de hand en hielp haar opstaan. Daarna riep hij de volgelingen van Jezus en de weduwen binnen en zei: ‘Kijk, zij leeft weer.’1 Cor 3:22 Of het nu om Paulus, Apollos of Petrus gaat, of om de wereld, het leven en de dood, of om heden of toekomst: alles ligt vast in Gods hand en is van u.Hand 12:15 De anderen zeiden schamper: ‘Je bent niet wijs!’ Maar het meisje hield vol dat het Petrus was. ‘Dan moet het zijn beschermengel zijn,’ antwoordden zij.Joh 18:17 De portierster zei: ‘U bent zeker een leerling van die Jezus.’ ‘Nee, hoor,’ zei Petrus.