Ge 6:8Maar aan Noach had de HERE welgevallen.Ge 7:5Noach volgde al de bevelen van de HERE op.Ge 6:22Noach volgde alle aanwijzingen van God op.Ge 8:15Toen zei God tegen Noach:Ge 9:28Na de grote watervloed leefde Noach nog driehonderdvijftig jaar.Ge 8:10Een week later probeerde Noach het nog eens.Ge 8:13Op de eerste dag van de eerste maand in het jaar dat Noach zeshonderdeen werd, opende Noach de deur van de ark en zag dat het water zich had teruggetrokken.1Ch 1:4Lamech, Noach, Sem, Cham en Jafet.Ge 10:1Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de drie zonen van Noach, want na de watervloed werden hun zonen geboren.Ge 5:32Noach was vijfhonderd jaar oud en had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.Ge 9:8Toen zei God tegen Noach en zijn zonen:Ge 8:18Noach, alle andere mensen en alle grote en kleine dieren en de vogels gingen van boord.Ge 8:6Na nog eens veertig dagen opende Noach het venster dat hij in de ark had gemaakt,Ge 7:23God vernietigde alles, uitgezonderd Noach en zijn familie die in de ark waren.Ge 9:1God zegende Noach en zijn zonen en zei hun dat zij veel kinderen zouden voortbrengen, zodat de aarde weer werd bevolkt.Ge 8:8Daarna liet Noach een duif los om te kijken of de aarde al droog was,Heb 11:7Noach vertrouwde op God. Toen God hem voor de toekomst waarschuwde, geloofde Noach Hem, hoewel niets erop wees dat er een grote overstroming zou komen. Hij deed wat God hem opdroeg en bouwde een ark om zijn gezin te redden. Zijn vertrouwen maakte het ongeloof van de wereld zichtbaar en door dat vertrouwen werd hij een van hen die voor God rechtvaardig zijn.Ge 9:19Uit deze drie zonen van Noach zijn alle volken op aarde ontstaan.Ge 9:20-21Noach werd boer, plantte een wijngaard en maakte wijn. Op een dag was hij dronken en lag naakt in zijn tent.Ge 7:13Maar Noach was die dag met zijn vrouw, hun zonen Sem, Cham en Jafet en hun vrouwen aan boord van de ark gegaan.Ge 9:18De drie zonen van Noach heetten Sem, Cham en Jafet (Cham is de voorvader van de Kanaänieten).Ge 6:9Hier volgt de geschiedenis van Noach, de enige rechtvaardige en oprechte man op aarde. Hij leefde in nauwe verbondenheid met God.Ge 6:1Het aantal mensen op aarde groeide gestadig.Lu 3:37de vader van Noach was Lamech; de vader van Lamech was Metuselach; de vader van Metuselach was Henoch; de vader van Henoch was Jered; de vader van Jered was Mahalalel;Ge 8:20Toen bouwde Noach een altaar en offerde een aantal dieren en vogels die de HERE had aangewezen als offerdieren.Lu 3:36de vader van Selach was Kenan; de vader van Kenan was Arpachsad; de vader van Arpachsad was Sem; de vader van Sem was Noach;Mt 24:37Als Ik, de Mensenzoon, terugkom, zal het net zo zijn als in de tijd van Noach.Ge 10:32Dit was het geslachtsregister van Noach en zijn zonen. Door de geslachten heen verspreidden hun afstammelingen zich over de aarde en vormden zo de volken.Mt 24:38In die tijd voor de grote vloed ging alles gewoon door. Men at, dronk en trouwde tot het moment dat Noach de ark inging.1Pe 3:20Dat betreft hen die in de tijd van Noach weigerden te luisteren, hoewel God geduldig op hen wachtte, terwijl Noach de ark bouwde. Toen werden acht mensen gered, terwijl de anderen verdronken. Die acht mensen werden gered ondanks al het water.Ge 7:10-11Een week later, toen Noach zeshonderd jaar oud was, op de zeventiende dag van de tweede maand, stroomde de regen uit de hemel neer en braken de ondergrondse watermassaʼs open.Ge 8:1Maar God had Noach en de dieren in de ark niet vergeten. Hij stuurde de wind over het water en langzaam begon het water te zakken.Ge 7:1De dag brak aan waarop de HERE tegen Noach zei: ‘Ga met uw familie aan boord van de ark, want u bent de enige rechtvaardige tussen al die anderen die de aarde bewonen.Ge 5:28-31Lamech was honderdtweeëntachtig jaar oud toen zijn zoon Noach (Troost) werd geboren. ‘Want,’ zei Lamech, ‘deze zoon zal troost brengen voor het harde werk dat wij moeten doen op deze door God vervloekte grond.’ Na Noachs geboorte leefde Lamech nog vijfhonderdvijfennegentig jaar en kreeg nog meer zonen en dochters. Hij werd zevenhonderdzevenenzeventig jaar oud. Toen stierf hij.Eze 14:20dan zouden alleen Noach, Daniël en Job worden gered als zij hier verbleven en wel om hun rechtvaardigheid,’ stelt de HERE.Ge 8:11De duif vloog weg om tegen de avond terug te keren met een olijfblad in haar snavel. Zo wist Noach dat het water bijna weg was.Ge 7:8-9Alle dieren die bestemd waren om te offeren of om op te eten, en de andere soorten, kwamen in paren naar de ark: mannetjes en vrouwtjes, precies zoals God het Noach had gezegd.Lu 17:26Tegen de tijd dat Ik, de Mensenzoon, terugkom, zal men net zo onverschillig tegenover God staan als de mensen in de tijd van Noach.2Pe 2:5Hij spaarde ook de mensen niet die vlak voor de grote overstroming leefden, behalve Noach, die de mensen opriep voor God te gaan leven, en zijn zeven familieleden. Maar God liet alle andere mensen, die niets van Hem wilden weten, door de grote overstroming verdrinken.Ge 8:9maar de duif vond nergens een plek om neer te strijken en vloog terug naar de ark. Het water stond nog te hoog. Noach stak zijn hand uit en zette de duif weer terug in de ark.Lu 17:27Die aten en dronken en trouwden. Alles ging zʼn gewone gang tot op de dag dat Noach in de ark stapte en de grote overstroming de aarde teisterde. Iedereen kwam daarbij om het leven, behalve de mensen die in de ark waren.Eze 14:14Als Noach, Daniël en Job nu in dit land zouden wonen, zouden zij alleen zichzelf kunnen redden door hun rechtvaardigheid,’ zegt de Oppermachtige HERE.Ge 9:24-25Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en hoorde wat er was gebeurd en wat Cham had verteld, vervloekte hij alle nakomelingen van Cham: ‘Er zal voortaan een vloek op de Kanaanieten rusten, zij zullen de slaven zijn van de nakomelingen van Sem en Jafet!’Ge 8:21De HERE was blij met Noachs offer en zei bij Zichzelf: ‘Ik zal nooit meer zoiets doen. Nooit zal Ik de aarde meer zo zwaar vervloeken en alle levende wezens vernietigen. Ook al is de mens vanaf zijn vroegste jeugd geneigd het slechte te doen en zondigt hij nog zo veel.Isa 54:9‘Net als in de tijd van Noach, toen Ik zwoer dat Ik de aarde nooit meer door een grote watervloed zou laten overstromen, zweer Ik nu dat Ik mijn toorn nooit meer zo over u zal uitgieten als nu het geval is.Ge 6:12-13Met al die slechtheid en verdorvenheid voor ogen zei Hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten de hele mensheid uit te roeien, want zij is de schuld van alle geweld en slechtheid. Ja, Ik zal de bewoners van de aarde vernietigen.Ge 9:2-3‘Alle wilde dieren, de vogels en de vissen zullen bang voor u zijn,’ vertelde God Noach, ‘want Ik heb ze in uw macht gegeven. Voortaan zullen zij een deel van uw voedsel zijn, net zoals het koren en de groenten.Lu 3:35de vader van Nachor was Serug; de vader van Serug was Reü; de vader van Reü was Peleg; de vader van Peleg was Eber; de vader van Eber was Selach;Ge 6:14Bouw een ark van acaciahout en bestrijk het hout met pek om het waterdicht te maken.Ge 7:6Hij was zeshonderd jaar oud toen de vloed over de aarde kwamGe 8:4op de zeventiende dag van de zevende maand liep de ark op de toppen van het Araratgebergte vast.Ge 7:7en hij ging met zijn vrouw, zijn zonen en hun vrouwen in de ark om aan de vloed te ontkomen.1Ch 15:23Berechja en Elkana fungeerden als wachters bij de ark.1Ch 1:26de zoon van Eber was Peleg, de zoon van Peleg was Reü, de zoon van Reü was Serug, de zoon van Serug was Nachor,Lu 3:33de vader van Nachson was Amminadab; de vader van Amminadab was Admin; de vader van Admin was Arni; de vader van Arni was Chesron; de vader van Chesron was Peres;Ge 7:17Veertig dagen lang raasde de enorme watervloed over de aarde, bedekte alles en nam de ark hoog op zijn golven mee.1Ch 1:25de zoon van Selach was Eber,Ge 6:19Voordat de vloed komt, moet u van elk dier een mannetje en een vrouwtje aan boord nemen, zodat die de vloed overleven.Ge 7:18Het water steeg en steeg, maar de ark bleef veilig drijven.Ge 7:24De watervloed bedekte de aarde honderdvijftig dagen lang.Nu 21:19Nachaliël en Bamot.1Ch 1:3Mahalalel, Jered, Henoch, Metuselach,2Ch 6:11en er de ark een plaats gegeven. In die ark rust het verbond tussen de HERE en zijn volk Israël.’Ge 9:9-11‘Met u sluit Ik een verbond en met uw kinderen en met alle dieren die bij u in het schip waren—de vogels, het vee en de wilde dieren: Ik beloof dat Ik de aarde nooit meer zal verwoesten met een grote watervloed.Ge 7:16Toen sloot de HERE God de toegang tot de ark.Ge 7:3Van die dieren moet u zeven paar aan boord nemen, evenals van de vogels. Op die manier zullen ze na de grote watervloed hun soort in stand houden.Nu 10:27en ten slotte de stam van Naftali, onder leiding van Achira, de zoon van Enan.Ge 4:26Set groeide op en kreeg een zoon die hij Enos noemde. In die tijd begonnen de mensen de HERE God voor het eerst te aanbidden.1Ch 2:20Churs zoon was Uri en Uriʼs zoon was Besaleël.Nu 7:78-83De twaalfde dag bracht Achira, de zoon van Enan, leider van de stam Naftali, zijn offers en geschenken. Het waren dezelfde offers en geschenken als de elf voorgaande dagen waren gebracht.Ezr 10:30Van de familie Pachat-Moab: Adna, Kelal, Benaja, Maäseja, Mattanja, Besaleël, Binnuï en Manasse.Ge 10:24De zoon van Arpachsad heette Selach en diens zoon heette Eber.1Ch 1:27de zoon van Nachor was Terach, de zoon van Terach was Abram, die later Abraham werd genoemd.Ge 7:14Bij hen in de ark zaten alle diersoorten, zowel wilde dieren als vee, kruipende dieren en vogels.Nu 7:72-77Pagiël, de zoon van Ochran, leider van de stam Aser, bracht zijn offers op de elfde dag. Ook zijn offers waren gelijk aan die van de vorige dagen.Ge 11:24-25Toen Terach werd geboren, was zijn vader Nachor zesentwintig. Nachor leefde nog honderdnegentien jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.1Ch 13:14Drie maanden bleef de ark bij het gezin van Obed-Edom en de HERE zegende hem en zijn gezin.Ge 6:20Van elke vogel, van elk soort vee, elk kruipend of ander dier moet een paar aan boord zijn.Ge 8:19In paren en groepen kwamen de dieren uit de ark.Jos 3:11Want de ark van het verbond van God, die de HERE van de hele aarde is, zal u over de rivier leiden!1Ch 2:11Nachson was de vader van Salma en Salma was de vader van Boaz.1Ch 2:14zijn vierde Netanel, zijn vijfde Raddai,Ge 34:18Chamor en Sichem stemden blij toe1Ch 1:24De zoon van Sem was Arpachsad, de zoon van Arpachsad was Selach,1Ch 1:18Arpachsads zoon was Selach en Selachs zoon was Eber.Ge 24:16haalde water. Zij was Rebekka, de dochter van Betuël, de zoon van Nachor en Milka.Ge 5:21-24Henoch was vijfenzestig jaar oud toen zijn zoon Metuselach werd geboren. Hij leefde daarna nog driehonderd jaar als trouwe dienaar van God. Hij kreeg nog meer zonen en dochters en toen hij driehonderdvijfenzestig jaar oud was geworden, verdween hij. God had hem van de aarde weggenomen.Ezr 10:43Van de familie Nebo: Jeïel, Mattitja, Zabad, Zebina, Jaddai, Joël en Benaja.Nu 7:12Nachson, de zoon van Amminadab, van de stam Juda, bracht zijn geschenk op de eerste dag.1Ch 1:21Selef, Chasarmawet, Jerach, Hadoram,Ge 49:21Naftali is een losgelaten hert en laat schone woorden horen.Nu 10:26de stam van Aser, onder leiding van Pagiël, de zoon van Ochran,Ex 25:10Zij moeten van acaciahout een ark maken, 113 cm lang, 68 cm breed en 68 cm hoog.1Ch 4:5Aschur, de vader van Tekoa, had twee vrouwen: Chela en Naära.Ex 37:1Daarna bouwde Besaleël de ark. Hij bestond uit acaciahout en was 1,13 meter lang, 68 cm breed en 68 cm hoog.Ge 4:18Henoch was de vader van Irad; Irad was de vader van Mechujaël; de zoon van Mechujaël was Metusaël; Metusaël was de vader van Lamech.Ps 29:10De HERE was verheven boven de grote watervloed, Hij is de verheven Koning tot in eeuwigheid.1Ch 1:23Seba, Ofir, Chawila en Jobab.Ps 78:53Hij bracht de Israëlieten veilig verder en zij kenden geen angst, want God had al hun vijanden laten verdrinken.1Ki 11:30scheurde Achia zijn nieuwe mantel in twaalf stukken