Luk 10:41‘Martha, Martha,’ antwoordde Jezus. ‘Wat maak je je toch druk! In het leven heb je niet zoveel nodig.Luk 10:38Tijdens hun reis naar Jeruzalem kwamen Jezus en zijn leerlingen in een dorp waar zij gastvrij werden ontvangen door een zekere Martha.Joh 11:5Jezus hield veel van Martha, Maria en Lazarus.Joh 11:30Jezus was nog niet in het dorp aangekomen. Hij was op de plaats gebleven waar Martha Hem had ontmoet.Joh 11:20Zodra Martha hoorde dat Jezus er aankwam, ging zij Hem tegemoet. Maar Maria bleef thuis.Joh 11:1Lazarus uit Bethanië, de broer van Maria en Martha, was ziek.Joh 11:21‘Here,’ zei Martha tegen Jezus, ‘als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn.Joh 11:19Er waren verscheidene Joden gekomen om Martha en Maria te troosten over het verlies van hun broer.Joh 11:23‘Je broer wordt weer levend, Martha,’ zei Jezus.Joh 12:2De mensen uit Bethanië hielden ter ere van Hem een feestmaaltijd. Martha bediende daarbij. Jezus zat met Lazarus en de anderen aan tafel.Luk 10:40Maar Martha had het veel te druk met het klaarmaken van het eten. Op een gegeven ogenblik werd het haar te veel. Zij kwam bij Jezus staan en zei: ‘Here, hoe kunt U het goed vinden dat mijn zuster hier maar zit en ik al het werk moet doen! Zeg toch tegen haar dat zij mij moet helpen.’Joh 11:39‘Haal die steen weg,’ zei Hij. ‘Maar, Here,’ protesteerde Martha, ‘er hangt al een lijklucht. Hij ligt er al vier dagen!’Joh 11:2Maria was de vrouw die kostbare parfumolie over de voeten van Jezus uitgegoten en met haar haren afgedroogd had.Joh 11:29Maria stond onmiddellijk op en ging naar Jezus toe.Joh 12:3Maria nam dure nardusolie, goot die over de voeten van Jezus en droogde deze daarna af met haar lange haar. De fijne geur van de nardus vulde het hele huis.Luk 10:39De zuster van deze vrouw, Maria, ging meteen bij Jezus zitten om naar Hem te luisteren.Joh 11:3De twee zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Here, uw vriend Lazarus is ziek.’Joh 20:18Maria ging snel naar Jezusʼ leerlingen. ‘Ik heb de Here gezien!’ zei ze en vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.Luk 8:3Onder hen waren Maria van Magdala, uit wie Hij zeven boze geesten had weggejaagd, Johanna, de vrouw van Chusas die een belangrijke funktie had in de regering van Herodes, en Susanna.Joh 20:16‘Maria,’ zei Jezus. Zij draaide zich om en zei in het Aramees tegen Hem: ‘Rabboeni!’ Rabboeni betekent meester.Luk 1:46Maria antwoordde: ‘Ik prijs de Here met mijn hele hart!Mat 27:61Maria van Magdala en de andere Maria zaten tegenover het graf.Hand 9:36In de stad Joppe woonde een volgelinge van Jezus, die Tabitha heette. Tabitha is in het Grieks Dorkas en betekent gazelle. Deze vrouw deed heel veel goeds, in het bijzonder voor de armen.Joh 11:28Hierna ging zij weg om haar zuster te halen. ‘Maria,’ zei zij zacht, ‘de Meester is er en Hij wil je spreken.’Joh 11:32Toen Maria bij Jezus kwam, viel zij voor Hem op de knieën en zei: ‘Here, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn!’Mat 24:45Wie van jullie gedraagt zich als een trouwe en verstandige knecht? Als iemand die ervoor zorgt dat alle anderen in het huis op tijd te eten krijgen?Joh 19:25Jezusʼ moeder stond met haar zuster, Maria van Klopas en Maria van Magdala bij het kruis.Spr 30:23een verbitterde vrouw die toch trouwt en een dienares die de plaats van haar meesteres inneemt.Joh 2:1Twee dagen later was er een bruiloft in het dorp Kana in Galilea. Jezusʼ moeder was er,Luk 16:27Daarop zei de rijke man: “Vader Abraham, ik smeek u Lazarus dan naar het huis van mijn vader te sturen,Lev 18:8noch met een van zijn vaders andere vrouwen,Hand 15:37Barnabas wilde dat Johannes Marcus ook meeging,Mar 6:18omdat deze had gezegd dat het niet goed was dat hij met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, samenleefde.Mar 14:6Jezus zei tegen hen: ‘Laat haar toch begaan! Waarom valt u haar lastig? Wat zij voor Mij deed was juist heel goed.Mat 26:10Jezus merkte hun gemopper en zei tegen hen: ‘Waarom valt u haar lastig? Wat zij voor Mij deed was juist heel goed.Mar 14:3Jezus was in Bethanië, in het huis van Simon de melaatse. Tijdens het eten kwam er een vrouw binnen. Ze had een flesje echte, dure nardusolie bij zich. Zij brak de hals eraf en goot de olie over het hoofd van Jezus uit.Rom 16:6Doe de groeten aan Maria, die zoveel voor u heeft gedaan.Mar 15:47Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, waren meegegaan om te zien waar Jezus werd neergelegd.Joh 8:1Jezus bracht de nacht door op de Olijfberg.Rom 16:12Groet Tryfena en Tryfosa, die veel werk voor de Here doen. Groet onze geliefde Persis, die heel veel voor de Here heeft gedaan.Mar 14:66Petrus zat nog steeds op de binnenplaats. Een dienstmeisje van de hogepriester zag hem bij het vuur zitten.Mat 27:56Onder hen waren Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van Jakobus en Johannes (de zonen van Zebedeüs).Mar 14:8Zij gaf wat ze had. Zij heeft de nardusolie voor mijn begrafenis nu al over Mij uitgegoten.Hand 9:40Maar Petrus stuurde iedereen de kamer uit, knielde neer en bad. Daarna zei hij tegen de dode vrouw: ‘Tabitha, sta op!’ Zij deed haar ogen open en toen ze Petrus zag, ging zij zitten.Joh 12:7‘Laat haar toch begaan,’ zei Jezus. ‘Zij heeft dit gedaan als voorbereiding op mijn begrafenis.1 Sam 18:19En toen de bruiloft aanbrak, huwelijkte Saul Merab onverwacht uit aan Adriël, een man uit Mechola.Mat 17:4Petrus zei tegen Jezus: ‘Here, het is maar goed dat wij hier zijn! Zal ik drie tenten maken? Eén voor U, één voor Mozes en één voor Elia?’Gen 23:1Sara werd honderdzevenentwintig jaarHand 21:9Deze broeder had vier ongetrouwde dochters, die vaak woorden van God doorgaven en dus profetessen waren.Mat 26:33Petrus protesteerde: ‘Al laat iedereen U in de steek, ik niet!’Joh 12:1Zes dagen voor Pesach, het Joodse Paasfeest, ging Jezus naar Bethanië. Daar woonde Lazarus die Hij uit de dood weer tot leven had gebracht.1 Sam 25:40Toen de boodschappers in Karmel kwamen en haar vertelden waarvoor zij waren gekomen,Luk 23:50Een zekere Jozef, die lid was van de Hoge Raad en uit de stad Arimathea kwam,Joh 13:23Rechts van Jezus zat de leerling die zijn beste vriend wasMar 7:28De vrouw antwoordde: ‘Ja, Here, maar de honden onder de tafel krijgen toch wel de restjes van de kinderen?’Joh 20:14Zij keek achterom. Daar stond Jezus, maar zij herkende Hem niet. Zij dacht dat het de tuinman was.Gen 34:18Chamor en Sichem stemden blij toeGen 24:16haalde water. Zij was Rebekka, de dochter van Betuël, de zoon van Nachor en Milka.Joh 11:36De Joden zeiden tegen elkaar: ‘Je kunt wel zien dat Hij veel van Lazarus hield.’Mar 6:24Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat moet ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper.’Spr 6:17hoogmoed, liegen, moorden,Spr 31:16Als zij haar zinnen heeft gezet op een bepaalde akker, krijgt zij hem ook, met wat zij verdient plant ze een wijngaard.Joh 20:2Zo vlug ze kon, holde zij naar Simon Petrus en de leerling die Jezusʼ beste vriend was. ‘De Here is uit het graf gehaald!’ zei ze. ‘Wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.’Gen 29:29Rachel kreeg van haar vader een dienares, Bilha.Luk 20:33Nu is onze vraag: wie zal bij de opstanding uit de dood haar man zijn? Want ze is met alle zeven getrouwd geweest.’Mar 9:5‘Meester,’ zei Petrus, ‘het is maar goed dat wij hier zijn. Wij zullen drie tenten maken. Eén voor U, één voor Mozes en één voor Elia!’Luk 1:27Hij moest bij Maria zijn, een jonge vrouw die verloofd was met een zekere Jozef, die nog van koning David afstamde.1 Sam 28:10Maar Saul zwoer bij de HERE dat hij haar niet zou verraden.Ri 19:10Maar deze keer liet de man zich niet overhalen en ze vertrokken. Voor het donker bereikte hij Jeruzalem (dat toen nog Jebus heette), samen met zijn span ezels en de vrouw.Ri 13:10daarom rende ze vlug naar haar man en zei: ‘Diezelfde Man is er weer!’Hand 12:12Hij dacht even goed na en ging toen naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus. Daar waren veel christenen bijeen om te bidden.Luk 2:36Er was in de tempel ook een profetes, Anna, een dochter van Fanuël. Ze hoorde bij de stam van Aser en was vierentachtig jaar oud. Zeven jaar na haar huwelijk was haar man gestorven.Luk 24:10Maar toen de vrouwen—het waren Maria van Magdala, Johanna, Maria (de moeder van Jakobus) en verschillende anderen—het aan de apostelen vertelden,Hand 1:14Voortdurend baden zij eensgezind met elkaar, samen met de vrouwen die met Jezus waren meegekomen, zijn moeder Maria en zijn broers.Rom 16:1Ik wil Phebe bij u aanbevelen. Zij is een fijne zuster, die veel goed werk in de gemeente van Kenchreeën doet.Num 12:13Mozes riep naar de HERE: ‘O God, genees haar toch! Ik smeek het U!’Mat 8:14Jezus kwam in het huis van Petrus en zag dat Petrusʼ schoonmoeder met koorts in bed lag.Luk 1:43Wat een eer dat de moeder van mijn Here bij mij op bezoek komt.Hand 12:14Toen zij Petrusʼ stem herkende, holde zij meteen naar binnen en riep: ‘Petrus is er!’ Ze was zo opgewonden dat zij vergat de deur open te doen.Ruth 3:9‘Wie ben je?’ vroeg hij. ‘Ik ben het, meneer, Ruth,’ antwoordde ze. ‘Wilt u met mij trouwen? U bent immers onze naaste bloedverwant.’Joh 2:9die niet wist wat er gebeurd was. Hij proefde van het water dat wijn was geworden en riep de bruidegom.Hand 9:39Petrus maakte zich meteen klaar en ging met hen mee. Zodra hij bij het huis aankwam, werd hij naar boven gebracht. Alle weduwen in de kamer kwamen huilend om hem heen staan en lieten hem de onderkleden en mantels zien die Tabitha voor hen had gemaakt.Luk 22:56Een dienstmeisje zag hem in het licht van het vuur zitten en keek hem eens goed aan. ‘Kijk eens,’ zei ze, ‘die man hoorde ook bij Jezusʼ leerlingen!’1 Sam 25:23Toen Abigaïl David zag aankomen, liet zij zich snel van haar ezel glijden en boog diep voor hem.Luk 16:24“Vader Abraham!” kermde hij. “Heb toch medelijden met mij! Stuur Lazarus hiernaartoe. Laat hij zijn vinger nat maken en daarmee mijn tong verkoelen. Want het is verschrikkelijk hier in deze vlammen.”Ri 1:14Zodra zij bij hem kwam, haalde ze hem over van haar vader nog een stuk bouwland te vragen. Ze stapte van haar ezel af om er met haar vader over te spreken. ‘Wat kan ik voor je doen?’ vroeg Kaleb.2 Sam 3:3Abigaïl was de moeder van zijn tweede zoon, Kileab. De derde zoon was Absalom van zijn vrouw Maächa, de dochter van koning Talmai van Gesur.Mar 15:40Een aantal vrouwen stond op een afstand te kijken. Onder andere Maria van Magdala, Salomé en Maria, de moeder van de jonge Jakobus en Joses.Luk 2:19Maria nam deze dingen stil in zich op en dacht er veel over na.Mar 3:19Simon de Zeloot en Judas Iskariot (de man door wie Jezus later werd uitgeleverd).Gen 24:65‘Wie is die man die ons door de velden tegemoetkomt?’ vroeg zij de dienaar van Abraham. ‘Dat is de zoon van mijn meester,’ was zijn antwoord. Daarop liet Rebekka haar sluier voor haar gezicht vallen.Joh 11:31De Joden die bij Maria waren om haar te troosten, zagen hoe zij vlug opstond en naar buiten liep. Zij volgden haar omdat zij dachten dat zij naar het graf ging om er te huilen.1 Kron 7:15Het was Machir die vrouwen vond voor Suppim en Chuppim. Machirs zuster was Maächa. Een andere nakomeling was Selofchad, die alleen maar dochters had.Joh 4:1Jezus hoorde dat de Farizeeën ervan op de hoogte waren dat Hij meer leerlingen kreeg en meer mensen doopte dan Johannes.Mar 1:30Simons schoonmoeder was ziek en lag met koorts op bed. De mannen vertelden het aan Jezus.Jes 16:1Stuur vette lammeren als geschenk naar de heerser van het land. Laat deze vanaf de rotsen in de woestijn naar Jeruzalem gaan.Gen 24:61Rebekka en de vrouw die haar als baby verzorgde en de andere dienaressen zadelden hun kamelen en gingen met Abrahams dienaar mee.1 Sam 1:10Hanna was vertwijfeld en huilde bittere tranen, terwijl zij tot de HERE bad.Ex 2:21Mozes besloot de uitnodiging van Jetro om bij hen te blijven wonen, aan te nemen en Jetro gaf hem zijn dochter Sippora als vrouw.Rom 16:10Doe de groeten aan Apelles, die zo duidelijk heeft bewezen van Christus te zijn. Doe de groeten aan de familie van Aristobulus,