Jos 4:4Jozua riep de twaalf mannen bij zichJos 6:27Zo hielp de HERE Jozua en hij werd overal beroemd.Ex 17:13Zo overwon Jozua de Amalekieten en hij vernietigde hen.Jos 10:17Toen aan Jozua werd gemeld dat zij waren gevonden,Jos 1:1Na de dood van zijn dienaar Mozes sprak de HERE tot Jozua, de zoon van Nun, die de rechterhand van Mozes was geweest. Hij zei tegen hem:Jos 11:15Want dat had de HERE zijn dienaar Mozes opgedragen. Mozes had die opdracht op zijn beurt aan Jozua doorgegeven, die deze dan ook uitvoerde. Alle aanwijzingen die de HERE Mozes had gegeven, voerde Jozua nauwgezet uit.Zec 3:1Daarna liet de engel mij de hogepriester Jozua zien. Hij stond vóór de engel van de HERE en Satan was ook aanwezig. Satan stond rechts van de engel en bracht vele beschuldigingen tegen Jozua in.Jos 10:41Jozua behaalde overwinningen van Kades-Barnea tot Gaza en van Gosen tot Gibeon.De 31:1Nadat Mozes al deze dingen tegen het volk Israël had gezegd,Jos 6:25Zo spaarde Jozua de prostituee Rachab en al haar familieleden die bij haar in huis waren. Zij wonen nog steeds bij de Israëlieten omdat zij de spionnen die Jozua naar Jericho had gestuurd, had verborgen.Zec 3:3Jozua had erg vuile kleren aan toen hij voor de engel van de HERE stond.Jos 10:31Van Libna ging Jozua naar Lachis om ook die stad aan te vallen.Nu 13:16En Mozes veranderde de naam van Hosea, de zoon van Nun, in Jozua.Jos 1:16Zij stemden daarmee in en beloofden Jozua als hun legeraanvoerder te gehoorzamen.Jos 8:26want Jozua hield zijn speer op Ai gericht tot ook de laatste overlevende dood was.Zec 3:8Luister, hogepriester Jozua en al uw andere priesters, u vormt een levend voorteken van de dingen die gaan komen. Begrijpt u het? Jozua is de voorbode van mijn dienaar, de afstammeling van David die Ik zal sturen.Jos 8:15Jozua en zijn leger vluchtten door de wildernis, alsof zij waren verslagen.Jos 8:18Toen zei de HERE tegen Jozua: ‘Wijs met uw speer in de richting van Ai, want Ik zal u de stad in handen geven.’ Jozua deed dat.Jos 11:7Jozua en zijn troepen verrasten het vijandelijke leger bij de bronnen van Merom en vielen aan.Jos 24:1Jozua liet alle Israëlieten in Sichem bij zich komen met hun leiders, legeraanvoerders en rechters. Zij gaven gehoor aan zijn oproep en kwamen bijeen voor God.Jos 24:29Korte tijd later overleed Jozua op de leeftijd van honderdtien jaar.Ex 17:10Jozua verzamelde zijn mannen en trok ten strijde. Ondertussen beklommen Mozes, Aäron en Chur de heuvel.Jos 24:28Daarna stuurde Jozua de mensen terug naar hun eigen woonplaats.Jos 10:9Jozua trok gedurende de nacht verder en verraste de vijandelijke legers volkomen.Nu 14:30zal het beloofde land binnengaan. Alleen Kaleb en Jozua mogen het land binnengaan.Jos 8:34Jozua las daarna het volk alle zegeningen en vervloekingen voor die in het wetboek staan opgetekend.Jos 10:15Daarna gingen Jozua en het Israëlitische leger terug naar Gilgal.Jos 24:25Daarom sloot Jozua die dag bij Sichem een overeenkomst met hen, waarbij zij zich verbonden tot het houden van de wetten en rechten die Jozua vaststelde.Jos 22:6Toen zegende Jozua hen en liet hen naar huis gaan.Zec 6:9In een volgende boodschap zei de HERE:De 1:38In uw plaats zal Jozua, de zoon van Nun, het volk het land binnenleiden. Bereid hem goed voor op zijn leiderstaak.Jos 10:43Na afloop keerden Jozua en zijn leger terug naar hun kamp bij Gilgal.Nu 11:28Jozua, de zoon van Nun, een van Mozesʼ zelfgekozen helpers, protesteerde: ‘Mozes, laten zij toch ophouden!’Jos 11:9Jozua en zijn mannen volgden de aanwijzingen van de HERE op. Zij sneden de pezen van de paarden door en verbrandden alle strijdwagens.Ex 24:13Mozes en Jozua stonden op en klommen verder omhoog naar de berg van God.Jos 10:7Jozua aarzelde niet. Korte tijd later verliet hij met het Israëlitische leger Gilgal om Gibeon te hulp te komen.Jos 5:13Terwijl Jozua erover nadacht hoe hij de stad Jericho zou innemen, zag hij een Man met een getrokken zwaard. Jozua liep naar Hem toe en vroeg: ‘Bent U een vriend of een vijand?’Jos 3:9Jozua riep het volk bijeen en zei: ‘Kom hier en luister naar wat de HERE, uw God, heeft gezegd.Jos 9:26Daarom stond Jozua het volk van Israël niet toe hen te doden.Nu 27:22Mozes deed wat de HERE hem had opgedragen. Hij bracht Jozua bij de priester Eleazar, in het bijzijn van het volk.Jos 8:30Toen bouwde Jozua op de berg Ebal een altaar voor de HERE, de God van Israël,Lu 3:29de vader van Jozua was Eliëzer; de vader van Eliëzer was Jorim; de vader van Jorim was Mattat; de vader van Mattat was Levi;Jos 14:6Een aantal leden van de stam Juda kwam onder leiding van Kaleb (de zoon van Jefunne) naar Jozua, die in Gilgal was. ‘Herinnert u zich nog wat de HERE in Kades-Barnea tegen Mozes zei over ons beiden?’ vroeg Kaleb aan Jozua.Jos 8:23Alleen de koning van Ai overleefde het. Hij werd gevangengenomen en voor Jozua geleid.Nu 27:18De HERE antwoordde: ‘Haal Jozua, de zoon van Nun. Hij is een man die de Geest in zich heeft, leg uw hand op hemJos 8:32Zichtbaar voor het oog van de Israëlieten, graveerde Jozua de wetten van Mozes in de stenen van het altaar.Jos 5:7Daarom liet Jozua nu hun zonen besnijden die God in de plaats van hun vaders had gesteld.De 31:14Toen zei de HERE tegen Mozes: ‘De tijd om te sterven is voor u gekomen. Roep Jozua en ga met hem de tabernakel binnen, zodat Ik hem mijn instructies kan geven.’ Zo kwamen Mozes en Jozua en stonden voor de HERE.Jos 4:1Nadat het hele volk aan de overkant van de Jordaan was aangekomen, zei de HERE tegen Jozua:Jos 7:23Zij brachten alles naar Jozua en de Israëlieten en legden het voor het oog van de HERE op de grond.Nu 14:6Twee van de spionnen, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, begonnen hun kleren te scheurenDe 31:3Maar de HERE Zelf zal u leiden. Hij zal de volken die daar wonen, vernietigen en u zult hen overwinnen. Jozua is uw nieuwe aanvoerder, want dat heeft de HERE gezegd.Jos 4:9Jozua bouwde nóg een gedenkteken van twaalf stenen midden in de rivier, op de plaats waar de priesters stonden. En dat staat er vandaag nog.Jos 19:49Zo werd al het land onder de stammen verdeeld en werden de grenslijnen getrokken. Het volk gaf een speciaal stuk land aan Jozua,Jos 11:23Jozua nam het hele land in bezit, precies zoals de HERE Mozes had opgedragen. Hij gaf het aan de Israëlieten als hun erfdeel en verdeelde het onder de stammen. Toen kon het land zich eindelijk van het oorlogsgeweld herstellen.Jos 6:2Maar de HERE zei tegen Jozua: ‘Jericho, zijn koning en al zijn machtige strijders zijn al verslagen, want Ik heb hen in uw macht gegeven!Jos 4:15-17Jozua had immers op bevel van de HERE de priesters die de ark van het getuigenis droegen, de opdracht gegeven: ‘Kom uit de Jordaanbedding naar boven.’Jos 11:13Behalve Hasor stak Jozua echter verder geen enkele hooggelegen stad in brand.Jos 4:8De mannen deden wat Jozua hun had opgedragen. Zij haalden twaalf stenen uit het midden van de Jordaan, voor elke stam één, zoals de HERE Jozua had bevolen. Zij brachten de stenen naar de plaats waar het kamp voor die nacht was opgeslagen en maakten er een gedenkteken van.Jos 23:1Nadat de HERE Israël vele jaren vrede had gegeven en Jozua erg oud was geworden,Jos 4:14Voor Jozua was het een geweldige dag, want de HERE had hem voor de ogen van het hele volk als leider bevestigd en zij kregen voor de rest van zijn leven net zoveel ontzag voor hem als zij voor Mozes hadden.Nu 32:28Toen gaf Mozes zijn toestemming en zei tegen de priester Eleazar, Jozua en de stamleiders van Israël:Jos 7:6Jozua scheurde zijn kleren en bleef samen met de leiders van Israël tot de avond op de grond liggen voor de ark van de HERE. Zij gooiden stof op hun hoofd.De 34:9Jozua, de zoon van Nun, was vervuld met de Geest van de wijsheid, want Mozes had hem de handen opgelegd. Daarom gehoorzaamden de Israëlieten hem en leefden ze volgens de wetten en regels die de HERE Mozes had gegeven.Jos 14:13-14Jozua zegende hem toen en gaf hem Hebron als een eeuwig erfdeel, omdat hij de HERE, de God van Israël, volkomen trouw was gebleven.Jos 10:20Jozua en het Israëlitische leger hervatten de veldslag en vernietigden de vijf legers. Slechts een klein aantal vijanden wist zich in veiligheid te brengen binnen de versterkte steden.Jos 2:23Toen kwamen de twee spionnen uit de heuvels, staken de rivier over en brachten Jozua verslag uit over wat er was gebeurd.Jud 2:23De HERE had immers die volken in het land laten blijven en hen niet meteen verdreven of door Jozua laten overwinnen.Jos 7:16De volgende dag liet Jozua al heel vroeg alle stammen van Israël aantreden en de stam van Juda werd aangewezen.Jos 24:19Maar Jozua antwoordde daarop: ‘U kunt de HERE niet dienen, want Hij is heilig en wil u geheel en al, Hij zal uw opstandigheid en zonden niet vergeven.De 31:23Toen droeg God Jozua, de zoon van Nun, op sterk en moedig te zijn en zei tegen hem: ‘U moet de Israëlieten in het land brengen dat Ik hun heb beloofd en Ik zal met u zijn.’Jos 12:7Dit zijn de koningen die ten westen van de Jordaan regeerden en gedood werden door Jozua en de legers van Israël. Dit gebied tussen Baäl-Gad in het dal van de Libanon en de Kale Berg ten westen van de berg Seïr, wees Jozua aan de andere stammen van Israël toe.Hag 2:3Haggai moest aan gouverneur Zerubbabel en hogepriester Jozua en iedereen die was overgebleven in het land, vragen:Jos 6:10Jozua beval het volk: ‘Er moet volledige stilte in acht worden genomen. Laat niemand zijn mond opendoen tot ik u zeg dat u moet juichen, juich dan!’Jos 22:1Jozua riep nu de legertroepen van de stammen van Ruben, Gad en de halve stam Manasse bijeen en zei:Jos 3:5Toen droeg Jozua iedereen op zich te heiligen. ‘Morgen,’ zei hij, ‘zal de HERE een groot wonder verrichten.’Jos 5:15‘Trek uw sandalen uit,’ droeg de Aanvoerder hem op, ‘want dit is heilige grond.’ Jozua deed dat.Jos 18:10Bij de tabernakel in Silo liet de HERE Jozua toen door loting elk van de stammen het hun toekomende deel toewijzen.Nu 32:12De enige uitzonderingen daarop waren Kaleb en Jozua, want zij volgden de HERE met hun hele hart en riepen het volk op het beloofde land binnen te trekken.De 3:28Bereid Jozua voor, zodat hij u kan opvolgen en bemoedig hem, want hij moet het volk naar de overkant leiden om het land te veroveren dat u vanaf de bergtop zult zien.”Jud 2:6Toen Jozua uiteindelijk de volksvergadering van Israël had ontbonden, trok elke stam naar zijn nieuwe gebied en nam het land in bezit.Jos 6:22Toen zei Jozua tegen de twee spionnen: ‘Kom uw belofte na. Zorg dat de prostituee en haar familieleden in veiligheid worden gebracht.’Jos 13:1Toen Jozua oud was geworden, sprak God hem daarover aan en Hij wees hem erop dat nog heel veel gebieden in bezit moesten worden genomen:Jos 11:10Op de terugweg veroverde Jozua de stad Hasor en doodde haar koning. Hasor was eens de hoofdstad geweest van een verbond van al die koninkrijken.Heb 4:8Jozua heeft het volk niet in deze rust gebracht. Als dat zo was, zou God niet veel later hebben gezegd dat het ‘nu’ de tijd is om deel te krijgen aan die rust.Jos 8:10De volgende morgen bracht Jozua in alle vroegte zijn mannen op de been en ging op weg naar Ai, vergezeld door de leiders van Israël.Jos 7:7Jozua riep tot de HERE: ‘HERE God, waarom hebt U ons de Jordaan laten oversteken als U ons wilt laten doden door de Amorieten? Hadden we er maar genoegen mee genomen aan de andere kant van de Jordaan te blijven.Jos 5:2-3De HERE droeg Jozua in die tijd op alle mannelijke Israëlieten te besnijden. De HERE beval dat voor dit doel stenen messen moesten worden gemaakt. Daarop maakte Jozua scherpe messen en besneed de Israëlieten op de plaats, die De Heuvel van de voorhuiden werd genoemd.De 3:21Toen zei ik tegen Jozua: “U hebt gezien wat de HERE, uw God, met die twee koningen heeft gedaan. Hetzelfde moet u doen met de koninkrijken aan de overzijde van de Jordaan.Jos 7:2Het kwam uit toen kort na de verovering van Jericho Jozua enkele mannen op een verkenningstocht naar de stad Ai stuurde.Jos 11:16Zo veroverde Jozua het hele land: het bergland, de Negev, het land Gosen, de laaggelegen gebieden, de vlakte van de Jordaan en de heuvels en laagvlakten van Israël.Jos 9:1-2De koningen uit die buurt hoorden wat met Jericho was gebeurd en brachten snel hun legers op de been om gezamenlijk oorlog te voeren tegen Jozua en de Israëlieten. Hiertoe behoorden de koningen van de volken die tussen de Jordaan en de Middellandse Zee woonden. Dit gebied strekt zich naar het noorden uit tot aan de Libanon, daar woonden de Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.Jos 24:26Jozua schreef het antwoord van het volk in het wetboek van God, nam een grote steen als gedenkteken en plaatste die onder de eik die naast de tabernakel stond. Dit was een heilige plaats voor de HERE.Jos 24:27Toen zei Jozua tegen het hele volk: ‘Deze steen heeft alles gehoord wat de HERE zei, daarom zal hij tegen u getuigen als u uw woord niet houdt.’Jos 6:16Bij de zevende keer lieten de priesters de ramshoorns klinken en Jozua riep tot het volk: ‘Juich, de HERE heeft ons de stad gegeven!’Nu 14:36-38De tien verspieders die met hun verhalen het volk hadden aangezet tot opstand tegen de HERE, stierven onder de ogen van de HERE. Van de twaalf verspieders bleven alleen Jozua en Kaleb in leven.Jos 10:25‘Wees nooit bang en laat de moed nooit varen,’ zei Jozua tegen zijn mannen. ‘Wees sterk en moedig, want de HERE gaat ditzelfde met al uw vijanden doen.’Jos 10:22-23Jozua gaf zijn mannen hierna opdracht de steen voor de ingang van de grot weg te halen en de vijf koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmut, Lachis en Eglon eruit te laten.Jos 10:26Daarna doodde Jozua de vijf koningen en liet hen aan vijf bomen ophangen, waar ze tot het vallen van de avond bleven hangen.Jos 10:28Nog diezelfde dag nam Jozua de stad Makkeda in, maakte die met de grond gelijk en doodde haar koning en inwoners. Er bleef niemand uit die stad in leven.