Search "josua" in the Bible

Het Boek

1Sa 6:14 De wagen reed het veld op van een zekere Josua en kwam tot stilstand naast een groot rotsblok. De inwoners sloopten de wagen en maakten met het hout daarvan een vuur, waarop zij de twee koeien die de wagen hadden getrokken, aan de HERE offerden als brandoffer.2Ki 23:8 Hij haalde de priesters van de HERE, die al die tijd in de andere steden van Juda hadden gewoond, terug naar Jeruzalem en verwoestte alle altaren op de heuvels waar men reukwerk had verbrand, zelfs in uithoeken als Geba en Berseba. Eenzelfde lot trof de altaren bij de ingang van het paleis van Josua, de vroegere stadsbestuurder, dat bij binnenkomst door de stadspoort aan de linkerkant ligt.1Sa 6:18 Van de gouden muizen waren er net zoveel als er Filistijnse steden waren, zowel versterkte steden als plattelandsdorpen, die door de vijf koningen werden geregeerd. Het grote rotsblok bij Bet-Semes waarop de ark was neergezet, is nog steeds te zien op het veld van Josua.Nu 27:1-2 Op een dag kwamen de dochters van Selofchad bij de ingang van de tabernakel met een verzoek aan Mozes, de priester Eleazar, de stamleiders en de anderen die daar bijeen waren. Deze vrouwen hoorden bij de stam van Manasse, de zoon van Jozef. Hun voorvader was Machir, de zoon van Manasse. Machirs zoon Gilead was hun overgrootvader, diens zoon Chefer was hun grootvader en diens zoon Selofchad hun vader. De namen van de vrouwen waren Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.Jos 4:4 Jozua riep de twaalf mannen bij zichEx 17:10 Jozua verzamelde zijn mannen en trok ten strijde. Ondertussen beklommen Mozes, Aäron en Chur de heuvel.Lu 3:29 de vader van Jozua was Eliëzer; de vader van Eliëzer was Jorim; de vader van Jorim was Mattat; de vader van Mattat was Levi;Jos 6:27 Zo hielp de HERE Jozua en hij werd overal beroemd.De 1:38 In uw plaats zal Jozua, de zoon van Nun, het volk het land binnenleiden. Bereid hem goed voor op zijn leiderstaak.Jos 11:15 Want dat had de HERE zijn dienaar Mozes opgedragen. Mozes had die opdracht op zijn beurt aan Jozua doorgegeven, die deze dan ook uitvoerde. Alle aanwijzingen die de HERE Mozes had gegeven, voerde Jozua nauwgezet uit.Jos 4:14 Voor Jozua was het een geweldige dag, want de HERE had hem voor de ogen van het hele volk als leider bevestigd en zij kregen voor de rest van zijn leven net zoveel ontzag voor hem als zij voor Mozes hadden.Jos 1:1 Na de dood van zijn dienaar Mozes sprak de HERE tot Jozua, de zoon van Nun, die de rechterhand van Mozes was geweest. Hij zei tegen hem:Nu 14:30 zal het beloofde land binnengaan. Alleen Kaleb en Jozua mogen het land binnengaan.De 31:1 Nadat Mozes al deze dingen tegen het volk Israël had gezegd,De 34:9 Jozua, de zoon van Nun, was vervuld met de Geest van de wijsheid, want Mozes had hem de handen opgelegd. Daarom gehoorzaamden de Israëlieten hem en leefden ze volgens de wetten en regels die de HERE Mozes had gegeven.Jos 10:7 Jozua aarzelde niet. Korte tijd later verliet hij met het Israëlitische leger Gilgal om Gibeon te hulp te komen.Jos 11:23 Jozua nam het hele land in bezit, precies zoals de HERE Mozes had opgedragen. Hij gaf het aan de Israëlieten als hun erfdeel en verdeelde het onder de stammen. Toen kon het land zich eindelijk van het oorlogsgeweld herstellen.Nu 34:16-28 En de HERE zei tegen Mozes: ‘Dit zijn de namen van de mannen die Ik heb uitgekozen om de verdeling van het land te regelen: de priester Eleazar, Jozua, de zoon van Nun, en één leider van elke stam. Die laatsten zijn: voor de stam van Juda: Kaleb, de zoon van Jefunne; Simeon: Semuël, de zoon van Ammihud; Benjamin: Elidad, de zoon van Kislon; Dan: Bukki, de zoon van Jogli; Manasse: Channiël, de zoon van Efod; Efraïm: Kemuël, de zoon van Siftan; Zebulon: Elisafan, de zoon van Parnach; Issachar: Paltiël, de zoon van Azzan; Aser: Achihud, de zoon van Selomi; Naftali: Pedaël, de zoon van Ammihud.Zec 3:8 Luister, hogepriester Jozua en al uw andere priesters, u vormt een levend voorteken van de dingen die gaan komen. Begrijpt u het? Jozua is de voorbode van mijn dienaar, de afstammeling van David die Ik zal sturen.Jos 4:9 Jozua bouwde nóg een gedenkteken van twaalf stenen midden in de rivier, op de plaats waar de priesters stonden. En dat staat er vandaag nog.Jud 2:7-9 Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HERE, overleed toen hij honderdtien jaar oud was en hij werd begraven in zijn eigen gebied in Timnat-Cheres, in de bergen van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs. Het volk was de HERE trouw gebleven gedurende Jozuaʼs leven en ook daarna, zolang er nog leiders waren die met eigen ogen de geweldige wonderen hadden gezien die de HERE voor Israël had gedaan.Nu 11:28 Jozua, de zoon van Nun, een van Mozesʼ zelfgekozen helpers, protesteerde: ‘Mozes, laten zij toch ophouden!’Jos 7:7 Jozua riep tot de HERE: ‘HERE God, waarom hebt U ons de Jordaan laten oversteken als U ons wilt laten doden door de Amorieten? Hadden we er maar genoegen mee genomen aan de andere kant van de Jordaan te blijven.Nu 27:18 De HERE antwoordde: ‘Haal Jozua, de zoon van Nun. Hij is een man die de Geest in zich heeft, leg uw hand op hemJos 6:26 Jozua sprak daarna een vreselijke vervloeking uit over iedereen die Jericho zou proberen te herbouwen. Het leggen van het fundament zou het leven van zijn oudste zoon kosten en als hij de poorten overeind zou zetten, zou dat gaan ten koste van zijn jongste zoon.Jos 4:15-17 Jozua had immers op bevel van de HERE de priesters die de ark van het getuigenis droegen, de opdracht gegeven: ‘Kom uit de Jordaanbedding naar boven.’Nu 32:12 De enige uitzonderingen daarop waren Kaleb en Jozua, want zij volgden de HERE met hun hele hart en riepen het volk op het beloofde land binnen te trekken.Jos 10:25 ‘Wees nooit bang en laat de moed nooit varen,’ zei Jozua tegen zijn mannen. ‘Wees sterk en moedig, want de HERE gaat ditzelfde met al uw vijanden doen.’De 31:7 Toen liet Mozes Jozua bij zich roepen en zei tegen hem, waar alle Israëlieten bij stonden: ‘Wees sterk! Wees moedig! Want u zult de Israëlieten het land binnenleiden dat de HERE aan hun voorouders heeft beloofd, zorg ervoor dat zij het als hun erfdeel in bezit nemen.Nu 13:16 En Mozes veranderde de naam van Hosea, de zoon van Nun, in Jozua.Jos 11:9 Jozua en zijn mannen volgden de aanwijzingen van de HERE op. Zij sneden de pezen van de paarden door en verbrandden alle strijdwagens.Jos 6:6-9 Jozua riep daarop de priesters bijeen en gaf hun de nodige bevelen. De gewapende mannen moesten de stoet aanvoeren, gevolgd door de zeven priesters die de ramshoorns bliezen. Achter hen moesten dan de priesters lopen die de ark droegen, gevolgd door de achterhoede.Jos 3:9 Jozua riep het volk bijeen en zei: ‘Kom hier en luister naar wat de HERE, uw God, heeft gezegd.Jos 23:1 Nadat de HERE Israël vele jaren vrede had gegeven en Jozua erg oud was geworden,Ex 17:13 Zo overwon Jozua de Amalekieten en hij vernietigde hen.Nu 27:22 Mozes deed wat de HERE hem had opgedragen. Hij bracht Jozua bij de priester Eleazar, in het bijzijn van het volk.Jos 24:26 Jozua schreef het antwoord van het volk in het wetboek van God, nam een grote steen als gedenkteken en plaatste die onder de eik die naast de tabernakel stond. Dit was een heilige plaats voor de HERE.De 3:28 Bereid Jozua voor, zodat hij u kan opvolgen en bemoedig hem, want hij moet het volk naar de overkant leiden om het land te veroveren dat u vanaf de bergtop zult zien.”Jos 8:26 want Jozua hield zijn speer op Ai gericht tot ook de laatste overlevende dood was.Ex 24:13 Mozes en Jozua stonden op en klommen verder omhoog naar de berg van God.Zec 3:3 Jozua had erg vuile kleren aan toen hij voor de engel van de HERE stond.Jos 7:6 Jozua scheurde zijn kleren en bleef samen met de leiders van Israël tot de avond op de grond liggen voor de ark van de HERE. Zij gooiden stof op hun hoofd.Jos 10:9 Jozua trok gedurende de nacht verder en verraste de vijandelijke legers volkomen.Jos 24:1 Jozua liet alle Israëlieten in Sichem bij zich komen met hun leiders, legeraanvoerders en rechters. Zij gaven gehoor aan zijn oproep en kwamen bijeen voor God.Jos 8:29 Jozua liet de koning van Ai aan een boom ophangen. Bij zonsondergang liet hij het lijk naar beneden halen en wierp het voor de stadspoort op de grond. Hij stapelde er grote stenen overheen, het staat er nu nog precies zo.Jos 10:22-23 Jozua gaf zijn mannen hierna opdracht de steen voor de ingang van de grot weg te halen en de vijf koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmut, Lachis en Eglon eruit te laten.De 31:3 Maar de HERE Zelf zal u leiden. Hij zal de volken die daar wonen, vernietigen en u zult hen overwinnen. Jozua is uw nieuwe aanvoerder, want dat heeft de HERE gezegd.De 31:23 Toen droeg God Jozua, de zoon van Nun, op sterk en moedig te zijn en zei tegen hem: ‘U moet de Israëlieten in het land brengen dat Ik hun heb beloofd en Ik zal met u zijn.’Jos 1:16 Zij stemden daarmee in en beloofden Jozua als hun legeraanvoerder te gehoorzamen.Jos 14:6 Een aantal leden van de stam Juda kwam onder leiding van Kaleb (de zoon van Jefunne) naar Jozua, die in Gilgal was. ‘Herinnert u zich nog wat de HERE in Kades-Barnea tegen Mozes zei over ons beiden?’ vroeg Kaleb aan Jozua.Jos 24:29 Korte tijd later overleed Jozua op de leeftijd van honderdtien jaar.Nu 13:3-15 Mozes voerde de opdracht van de HERE uit en stuurde deze twaalf stammenleiders: Sammua, de zoon van Zakkur, uit de stam Ruben; Safat, de zoon van Chori, uit de stam Simeon; Kaleb, de zoon van Jefunne, uit de stam Juda; Jigal, de zoon van Jozef, uit de stam Issachar; Hosea, de zoon van Nun, uit de stam Efraïm; Palti, de zoon van Rafu, uit de stam Benjamin; Gaddiël, de zoon van Sodi, uit de stam Zebulon; Gaddi, de zoon van Susi, uit de stam Manasse; Ammiël, de zoon van Gemalli, uit de stam Dan; Setur, de zoon van Michaël, uit de stam Aser; Nachbi, de zoon van Wofsi, uit de stam Naftali; Geüel, de zoon van Machi, uit de stam Gad.Jos 10:20 Jozua en het Israëlitische leger hervatten de veldslag en vernietigden de vijf legers. Slechts een klein aantal vijanden wist zich in veiligheid te brengen binnen de versterkte steden.Jos 8:34 Jozua las daarna het volk alle zegeningen en vervloekingen voor die in het wetboek staan opgetekend.Jos 7:10-11 Maar de HERE zei tegen Jozua: ‘Ga staan! Waarom ligt u languit op de grond? De Israëlieten hebben gezondigd door niet te gehoorzamen aan mijn bevel. Zij hebben buit genomen, hoewel Ik dat had verboden. Zij hebben er ook om gelogen en het stiekem tussen hun spullen verstopt.Jos 8:10 De volgende morgen bracht Jozua in alle vroegte zijn mannen op de been en ging op weg naar Ai, vergezeld door de leiders van Israël.Nu 14:36-38 De tien verspieders die met hun verhalen het volk hadden aangezet tot opstand tegen de HERE, stierven onder de ogen van de HERE. Van de twaalf verspieders bleven alleen Jozua en Kaleb in leven.Jos 3:5 Toen droeg Jozua iedereen op zich te heiligen. ‘Morgen,’ zei hij, ‘zal de HERE een groot wonder verrichten.’Jos 24:27 Toen zei Jozua tegen het hele volk: ‘Deze steen heeft alles gehoord wat de HERE zei, daarom zal hij tegen u getuigen als u uw woord niet houdt.’Jos 7:16 De volgende dag liet Jozua al heel vroeg alle stammen van Israël aantreden en de stam van Juda werd aangewezen.Jos 10:31 Van Libna ging Jozua naar Lachis om ook die stad aan te vallen.Jos 10:41 Jozua behaalde overwinningen van Kades-Barnea tot Gaza en van Gosen tot Gibeon.Jos 6:10 Jozua beval het volk: ‘Er moet volledige stilte in acht worden genomen. Laat niemand zijn mond opendoen tot ik u zeg dat u moet juichen, juich dan!’Jos 19:50 want de HERE had gezegd dat hij elke stad mocht hebben die hij maar wilde. Jozua koos Timnat-Serach in het heuvelgebied van Efraïm, hij herbouwde de stad en woonde er voortaan.Jos 10:12 Terwijl de mannen van Israël de vijand achtervolgden en doodden, bad Jozua hardop: ‘Laat de zon boven Gibeon stilstaan en laat de maan blijven staan boven het dal van Ajjalon!’Ex 33:11 In de tent sprak de HERE heel vertrouwelijk met Mozes, zoals vrienden dat doen. Na het gesprek keerde Mozes altijd terug naar het kamp, maar de jonge man die hem assisteerde, Jozua, de zoon van Nun, bleef in de tent achter.Nu 14:6 Twee van de spionnen, Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, begonnen hun kleren te scheurenJos 9:14-15 Jozua en zijn mannen proefden van hun brood. Zij namen niet de moeite het aan de HERE te vragen, maar gingen hun eigen gang en sloten een vredesverdrag met hen. De leiders van Israël bezegelden de overeenkomst met een eed.Jos 5:7 Daarom liet Jozua nu hun zonen besnijden die God in de plaats van hun vaders had gesteld.Jos 5:13 Terwijl Jozua erover nadacht hoe hij de stad Jericho zou innemen, zag hij een Man met een getrokken zwaard. Jozua liep naar Hem toe en vroeg: ‘Bent U een vriend of een vijand?’Jos 5:15 ‘Trek uw sandalen uit,’ droeg de Aanvoerder hem op, ‘want dit is heilige grond.’ Jozua deed dat.Jos 24:31 Israël gehoorzaamde de HERE gedurende het hele leven van Jozua en van de leiders die hem overleefden, die persoonlijk getuige waren geweest van de machtige dingen die de HERE voor Israël had gedaan.Jos 10:40 Zo onderwierp Jozua met zijn leger het hele land, het bergland, de Negev, de laagvlakte en de uitlopers van het gebergte, met al hun vorsten. Zij doodden iedereen in het land, precies zoals de HERE, de God van Israël, had opgedragen.Jos 6:22 Toen zei Jozua tegen de twee spionnen: ‘Kom uw belofte na. Zorg dat de prostituee en haar familieleden in veiligheid worden gebracht.’Ezr 2:40 Terugkerende Levieten: de familie Jesua van Kadmiël van Hodawja (74).Zec 3:1 Daarna liet de engel mij de hogepriester Jozua zien. Hij stond vóór de engel van de HERE en Satan was ook aanwezig. Satan stond rechts van de engel en bracht vele beschuldigingen tegen Jozua in.Jos 4:1 Nadat het hele volk aan de overkant van de Jordaan was aangekomen, zei de HERE tegen Jozua:Zec 6:9 In een volgende boodschap zei de HERE:1Ki 16:34 Tijdens zijn bewind herbouwde Chiël, een man uit Betel, de stad Jericho. Bij het leggen van de fundamenten stierf Abiram, zijn oudste zoon. En toen hij zijn werk afrondde door de poorten overeind te zetten, stierf zijn jongste zoon Segub. Dit kwam precies overeen met de vervloeking van de HERE die op Jericho rustte en die Jozua, de zoon van Nun, had uitgesproken.Jos 4:10 De priesters die de ark droegen, bleven in het midden van de Jordaan staan tot al deze aanwijzingen die de HERE aan Jozua had gegeven, waren uitgevoerd. Ondertussen waren de andere Israëlieten snel door de rivierbedding getrokken.Jos 4:8 De mannen deden wat Jozua hun had opgedragen. Zij haalden twaalf stenen uit het midden van de Jordaan, voor elke stam één, zoals de HERE Jozua had bevolen. Zij brachten de stenen naar de plaats waar het kamp voor die nacht was opgeslagen en maakten er een gedenkteken van.Jos 11:7 Jozua en zijn troepen verrasten het vijandelijke leger bij de bronnen van Merom en vielen aan.2Ki 23:1 Koning Josia riep alle leiders van Juda en Jeruzalem bijeen om met hem naar de tempel te gaan.Jos 24:28 Daarna stuurde Jozua de mensen terug naar hun eigen woonplaats.Jos 6:2 Maar de HERE zei tegen Jozua: ‘Jericho, zijn koning en al zijn machtige strijders zijn al verslagen, want Ik heb hen in uw macht gegeven!Jos 10:17 Toen aan Jozua werd gemeld dat zij waren gevonden,Jos 6:25 Zo spaarde Jozua de prostituee Rachab en al haar familieleden die bij haar in huis waren. Zij wonen nog steeds bij de Israëlieten omdat zij de spionnen die Jozua naar Jericho had gestuurd, had verborgen.Jos 13:1 Toen Jozua oud was geworden, sprak God hem daarover aan en Hij wees hem erop dat nog heel veel gebieden in bezit moesten worden genomen:Jos 3:7 ‘Vandaag,’ zei de HERE tegen Jozua, ‘zal Ik u grote eer geven, zodat heel Israël weet dat Ik net zo met u ben als Ik met Mozes was.Jos 8:32 Zichtbaar voor het oog van de Israëlieten, graveerde Jozua de wetten van Mozes in de stenen van het altaar.Nu 10:20 en die van Gad, onder leiding van Eljasaf, de zoon van Deüel.Ex 17:9 Mozes zei tegen Jozua: ‘Roep de mannen te wapen en vecht tegen het leger van Amalek. Morgen zal ik op de heuveltop staan met de staf van God in mijn hand!’Jos 11:16 Zo veroverde Jozua het hele land: het bergland, de Negev, het land Gosen, de laaggelegen gebieden, de vlakte van de Jordaan en de heuvels en laagvlakten van Israël.Jos 22:6 Toen zegende Jozua hen en liet hen naar huis gaan.Jos 14:13-14 Jozua zegende hem toen en gaf hem Hebron als een eeuwig erfdeel, omdat hij de HERE, de God van Israël, volkomen trouw was gebleven.Hag 2:5 Maar, Zerubbabel, houd de moed erin. En Jozua en alle anderen, laat u niet ontmoedigen en ga aan de slag, want Ik ben met u,’ zegt de HERE van de hemelse legers.Jos 22:1 Jozua riep nu de legertroepen van de stammen van Ruben, Gad en de halve stam Manasse bijeen en zei:1Ki 22:46 De overige daden van Josafat, zijn moed en zijn oorlogen, zijn beschreven in de Kronieken van de koningen van Juda.Jos 10:15 Daarna gingen Jozua en het Israëlitische leger terug naar Gilgal.2Ch 35:26 Alle andere daden van Josia, zijn goede verrichtingen en zijn trouw aan de wetten van de HERE,