Ac 2:16Wat hier gebeurt, is al lang geleden door de profeet Joël voorspeld:Joe 1:1Joël, de zoon van Petuël, ontving deze boodschap van de HERE:1Sa 8:2Joël en Abia, zijn oudste zonen, spraken recht in Berseba,1Ch 5:12Onder hen was Joël de invloedrijkste, gevolgd door Safam als tweede en Janai en Safat als derden.1Ch 5:9Joël was veehouder en weidde zijn vee in oostelijke richting, naar de rand van de woestijn en de rivier de Eufraat, want er was veel vee in het land Gilead.1Ch 5:4Joëls nakomelingen waren zijn zoon Semaja, zijn kleinzoon Gog en zijn achterkleinzoon Simi.Ezr 10:43Van de familie Nebo: Jeïel, Mattitja, Zabad, Zebina, Jaddai, Joël en Benaja.1Ch 6:28De gezinnen van de familie van Samuël werden geleid door Samuëls zonen: Joël, de oudste, en Abia, de tweede zoon.1Ch 15:11David riep de hogepriesters Sadok en Abjatar en de Levietenleiders Uriël, Asaja, Joël, Semaja, Eliël en Amminadab bij zich.1Ch 15:17Heman, de zoon van Joël, Asaf, de zoon van Berechja, en Etan, de zoon van Kusajahu, uit de familie van Merari, werden door de Levieten aangewezen voor de muzikale leiding.1Ch 7:3Uzziʼs zoon was Jizrachja, onder wiens vijf zonen zich Michaël, Obadja, Joël en Jissia bevonden. Ieder van hen stond aan het hoofd van een familie.1Ch 6:33-38Hier volgen de namen van de nakomelingen van de koorleiders: de zanger Heman kwam uit de familie van Kehat en zijn geslachtsregister ging terug via de volgende personen: Joël, Samuël, Elkana, Jerocham, Eliël, Toach, Suf, Elkana, Machat, Amassai, Elkana, Joël, Azarja, Zefanja, Tachat, Assir, Ebjasaf, Korach, Jishar, Kehat, Levi en Israël.1Ch 5:7-8Zijn familieleden werden familiehoofden en kwamen voor in het officiële geslachtsregister: Jeïel, Zecharja, Bela, de zoon van Azaz, zoon van Sema, zoon van Joël. Deze laatste woonde in Aroër, in een gebied dat zich uitstrekte tot de berg Nebo en Baäl-Meon.1Ch 26:20-22Andere Levieten kregen de zorg voor de geschenken die aan de HERE werden gegeven en in de schatkamer van het huis van God werden bewaard. Tot deze mannen, afkomstig uit de familie van Ladan, een deel van de familie van Gersom, behoorden Zetam en Joël, de zonen van Jechiël.1Ch 23:8-9Deze groepen werden in zes kleinere groepen verdeeld, die de namen kregen van de zonen van Ladan: Jechiël, de leider, Zetam en Joël, en van de zonen van Simi: Selomit, Chaziël en Haran.Ne 11:7-9De leiders van de stam Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, de zoon van Joëd, de zoon van Pedaja, de zoon van Kolaja, de zoon van Maäseja, de zoon van Itiël, de zoon van Jesaja, de negenhonderdachtentwintig nakomelingen van Gabbai en Sallai. Hun leider heette Joël, de zoon van Zichri. Hij werd bijgestaan door Juda, de zoon van Hassenua.2Ch 29:12-14Toen kwamen de volgende Levieten in actie. Van de familie van Kehat: Machat, de zoon van Amasai, en Joël, de zoon van Azarja; van de familie van Merari: Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehallelel; van de familie van Gersom: Joach, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joach; van de familie van Elisafan: Simri en Jeïel; van de familie van Asaf: Zecharja en Mattanja; van de familie van Heman: Jechiël en Simi; van de familie van Jedutun: Semaja en Uzziël.1Ch 4:34-39Hier volgen de namen van enkele leiders van grote families die naar de oostzijde van de Gedorvallei trokken, op zoek naar weidegrond voor hun kudden: Mesobab, Jamlech, Josa, Joël, Jehu, Eliënai, Jaäkoba, Jesochaja, Asaja, Adiël, Jesimiël, Benaja en Ziza; de zoon van Sifi, zoon van Allon, zoon van Jedaja, zoon van Simri, zoon van Semaja.1Ch 15:4-10Dit waren de priesters en Levieten die bij die gebeurtenis aanwezig waren: honderdtwintig leden van de Kehatfamilie, onder leiding van Uriël; tweehonderdtwintig leden van de Merarifamilie, onder leiding van Asaja; honderddertig leden van de Gersomfamilie, met Joël als hun leider; tweehonderd leden van de familie van Elisafan, onder leiding van Semaja; tachtig leden van de familie van Chebron, onder leiding van Eliël, en honderdtwaalf leden van de familie van Uzziël, onder leiding van Amminadab.1Ch 27:16-22Aan het hoofd van de stammen van Israël stonden in die tijd de volgende mensen: Eliëzer, de zoon van Zichri, voor de stam van Ruben; Sefatja, de zoon van Maächa, voor de stam van Simeon; Chasabja, de zoon van Kemuël, voor de stam van Levi; Sadok, voor de nakomelingen van Aäron; Elihu, een broer van koning David, voor de stam van Juda; Omri, de zoon van Michaël, voor de stam van Issachar; Jismaja, de zoon van Obadja, voor de stam van Zebulon; Jerimot, de zoon van Azriël, voor de stam van Naftali; Hosea, de zoon van Azazjahu, voor de stam van Efraïm; Joël, de zoon van Pedaja, voor de ene helft van de stam van Manasse; Jiddo, de zoon van Zecharja, voor de andere helft van de stam van Manasse die in Gilead woonde; Jaäsiël, de zoon van Abner, voor de stam van Benjamin; Azarel, de zoon van Jerocham voor de stam van Dan.Ge 49:22Jozef is een vruchtbare boom, die naast een bron staat. Zijn takken steken boven de muur uit.Ezr 10:26Van de familie Elam: Mattanja, Zecharja, Jechiël, Abdi, Jeremot en Elia.Lu 3:29de vader van Jozua was Eliëzer; de vader van Eliëzer was Jorim; de vader van Jorim was Mattat; de vader van Mattat was Levi;2Ch 18:7‘Nou,’ zei Achab, ‘er is er wel één, maar ik heb een hekel aan hem, want zijn profetieën zijn altijd negatief. Hij heet Micha en is een zoon van Jimla.’ ‘Dat mag u zo niet zeggen,’ vond Josafat, ‘laten we toch maar eens luisteren naar wat hij te zeggen heeft.’Mic 4:14Te wapen! De vijand heeft een belegeringswal tegen Jeruzalem opgeworpen. Met een roede zal hij die Israël leiden moet, in het gezicht worden geslagen.1Ch 11:26-47Andere beroemde strijders onder Davids mannen waren: Asaël, de broer van Joab; Elchanan, de zoon van Dodo uit Bethlehem; Sammot uit Haror; Cheles uit Pelon; Ira, de zoon van Ikkes uit Tekoa; Abiëzer uit Anatot; Sibbechai uit Chusa; Ilai uit Achoach; Maharai uit Netofat; Cheled, de zoon van Baäna uit Netofat; Itai, de zoon van Ribai, een Benjaminiet uit Gibea; Benaja uit Piraton; Churai uit de dalen van Gaäs; Abiël uit Araba; Azmawet uit Bacharum; Eljachba uit Saälbon; de zonen van Hasem uit Gizon; Jonatan, de zoon van Sage uit Harar; Achiam, de zoon van Sachar uit Harar; Elifal, de zoon van Ur; Chefer uit Mechera; Achia uit Pelon; Chesro uit Karmel; Naärai, de zoon van Ezbai; Joël, de broer van Natan; Mibchar, de zoon van Hagri; Selek uit Ammon; Nachrai uit Beërot, hij was de wapendrager van bevelhebber Joab; Ira uit Jeter; Gareb uit Jeter; de Hethiet Uria; Zabad, de zoon van Achlai; Adina, de zoon van Siza, een lid van de stam van Ruben en bovendien een van de eenendertig stamhoofden; Chanan, de zoon van Maächa; Josafat uit Meten; Uzzia uit Asterot; Sama en Jeiël, de zonen van Chotam uit Aroër; Jediaël, de zoon van Simri; zijn broer Jocha uit Tis; Eliël uit Machanaïm; Jeribai en Josawja, de zonen van Elnaäm; Jitma uit Moab; Eliël, Obed en Jaäsiël uit Soba.Joe 3:16De HERE brult uit Sion en laat zijn stem in Jeruzalem weerklinken zodat de hemel en de aarde beven. Maar voor zijn volk Israël zal de HERE een toevluchtsoord zijn, een veilige vesting.1Ch 1:23Seba, Ofir, Chawila en Jobab.1Ch 9:35-37Jeïel, wiens vrouw Maächa was, woonde in Gibeon, waarvan hij de stichter was. Hij had veel zonen: Abdon, de oudste, en verder Sur, Kis, Baäl, Ner, Nadab, Gedor, Achio, Zecharja en Miklot.1Ch 9:44Asel had zes zonen: Azrikam, Bocheru, Jismaël, Searja, Obadja en Chanan.1Ch 8:38Asel had zes zonen: Azrikam, Bocheru, Jismaël, Searja, Obadja en Chanan.Nu 7:16als zondoffer een bokEze 33:1Opnieuw ontving ik een boodschap van de HERE. Hij zei:1Ch 1:2Kenan,Am 1:1Amos was een schapenfokker uit het dorp Tekoa. De hele dag bracht hij door in de heuvels, waar hij op zijn schapen paste.Ex 18:4en Eliëzer (God is mijn hulp, want Mozes zei bij zijn geboorte: ‘De God van mijn vader heeft mij geholpen en mij van het zwaard van de farao gered’).Joe 2:1Blaas op de trompet in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg! Laat iedereen beven van angst, want de dag van de HERE komt dichterbij. Hij breekt bijna aan!Eze 36:1‘Mensenzoon, profeteer tegen de bergen van Israël. Zeg hun dat zij moeten luisteren naar deze boodschap van de HERE:Isa 28:1Wee de stad Samaria, omringd door haar vruchtbare vallei. Samaria, de trots en vreugde van de dronkaards van Israël! Wee haar schoonheid, de gekroonde glorie van dronkaards, het is een bloem die verwelkt!Eze 13:4Och Israël, deze profeten van u zijn voor het herstellen van uw muren net zo waardeloos als vossen die in ruïnes wonen!Isa 47:4Dat zegt onze verlosser, die Israël uit de macht van Babel zal redden, HERE van de hemelse legers is zijn naam, de Heilige van Israël.Lu 13:34Och, Jeruzalem, Jeruzalem! De stad die de profeten vermoordt. De stad die stenen gooit naar de mannen die gestuurd zijn om haar te helpen. Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen als kuikens onder de vleugels van de moeder?Lu 3:25de vader van Jozef was Mattatias; de vader van Mattatias was Amos; de vader van Amos was Naüm; de vader van Naüm was Hesli;1Sa 2:1Daarna zong Hanna een loflied voor de HERE: ‘Wat heeft de HERE mij blij gemaakt! Wat een kracht heeft Hij mij gegeven! Nu kan ik vrijuit tegen mijn vijanden spreken, want de HERE heeft mij verlost. Wat een vreugde!Jon 1:1De HERE zei tegen Jona, de zoon van Amittai:2Ki 13:4Maar Joachaz bad om hulp van de HERE en de HERE luisterde naar hem. Hij zag namelijk heel goed hoe erg Israël te lijden had onder de voortdurende aanvallen van de koning van Syrië.1Ki 18:17‘Zo, daar bent u dus: de man die deze ramp over Israël heeft gebracht!’ riep Achab toen hij hem zag.Ge 19:16Lot aarzelde nog, maar de engelen grepen hem, zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand en renden de stad uit. God wilde hen sparen.Joe 2:23Wees blij, inwoners van Jeruzalem, en verheug u in de HERE, uw God. Hij geeft u weer de heilzame regen als teken van zijn vergeving. Net als vroeger zal Hij zowel de voorjaarsregens als de najaarsregens laten vallen.Ru 1:2Elimelech, een man uit Bethlehem in Juda, week daarom met zijn vrouw Noömi en hun twee zonen Machlon en Kiljon uit naar het land Moab. Daar bleven zij een tijdlang als vreemdeling wonen.Ge 48:12-13Jozef nam zijn zonen bij de hand, boog diep voor zijn vader en leidde hen naar hun grootvaders knieën. Efraïm aan Israëls linkerhand en Manasse aan zijn rechterhand.Eze 30:2-3‘Mensenzoon, profeteer en zeg dat de Oppermachtige HERE zegt: “Huil, want de beslissende dag staat voor de deur, de dag van de HERE, een dag van wolken en onheil, een dag van oordeel voor de volken!Eze 39:17En roep nu, mensenzoon, de vogels en de andere dieren en zeg hun: “Kom bij elkaar voor een groot offerfeest. Kom van heinde en verre naar de bergen van Israël. Kom, eet het vlees en drink het bloed!Jer 48:16‘Rampen zullen Moab nu snel treffen, zijn ondergang is nabij.2Ki 3:12‘Prachtig,’ zei Josafat opgelucht, ‘dat is de man die het woord van de HERE spreekt.’ Zo gingen de koningen van Israël, Juda en Edom naar Elisa om raad te vragen.2Ki 4:1Op een dag kwam de vrouw van een van de jonge profeten bij Elisa om te vertellen dat haar man was overleden. ‘Hij was een man die met God leefde,’ zei zij. ‘En nu eist een schuldeiser zijn geld op. Als ik niet betaal, zal hij mijn twee zonen als slaven meenemen.’Isa 7:1Tijdens de regering van Achaz, de zoon van Jotam en kleinzoon van Uzzia, werd Jeruzalem aangevallen door koning Resin van Syrië en koning Pekach van Israël. Deze laatste was de zoon van Remaljahu. Maar Jeruzalem werd niet ingenomen, de stad hield stand.1Ch 1:22Uzal, Dikla, Ebal, Abimaël,1Ch 8:29Jeïel, de vader van Gibeon, woonde in Gibeon. Zijn vrouw heette Maächa.Ezr 10:31-32Van de familie Charim: Eliëzer, Jesia, Malkia, Semaja, Simeon, Benjamin, Malluch en Semarja.Jud 11:1Jefta was een dapper man uit Gilead, maar hij was de zoon van een prostituee.1Ch 2:14zijn vierde Netanel, zijn vijfde Raddai,Isa 14:31Jammer, Filistijnse steden, want uw lot is bezegeld. Uw hele land is veroordeeld. Want uit het noorden nadert een rookkolom: een leger in gesloten gelederen.’1Ch 7:38De zonen van Jeter waren Jefunne, Pispa en Ara.Zec 14:12De HERE zal alle volken die tegen Jeruzalem vechten, treffen met een vreselijke plaag. Zij zullen worden als wandelende lijken, hun vlees zal wegrotten. Hun ogen zullen verschrompelen in hun kassen en hun tong zal wegteren in hun mond.Ps 147:12Jeruzalem, beroem u op de HERE! Berg Sion, prijs uw God!1Ch 6:39-43Hemans helper was Asaf, wiens stamboom terugging via Berechja, Sima, Michaël, Baäseja, Malkia, Etni, Zerach, Adaja, Etan, Zimma, Simi, Jachat, Gersom en Levi.Jer 19:10Jeremia, smijt de kruik die u bij u hebt, voor de ogen van deze mannen kapotLu 3:27de vader van Joda was Joanan; de vader van Joanan was Resa; de vader van Resa was Zerubbabel; de vader van Zerubbabel was Sealtiël;Isa 60:8Wie zijn dat, die als wolken naar Israël vliegen? Als duiven naar hun nest?Isa 62:5Uw kinderen zullen voor u zorgen, o Jeruzalem, met vreugde als van een jonge man die met een jonge vrouw trouwt, en God zal Zich over u verheugen als een bruidegom die in de wolken is met zijn bruid.Jer 17:13O HERE, hoop van Israël, allen die zich van U afkeren, zullen voor schut gezet worden. Zij zijn tot verdwijnen gedoemd zoals letters geschreven in het zand, want zij hebben de HERE, de fontein van levend water, verlaten.2Ch 18:8De koning van Israël riep een van zijn dienaren. ‘Snel, ga Micha, de zoon van Jimla, halen,’ beval hij.Jos 13:18Jahas, Kedemot, Mefaät,1Ch 11:22Benaja, wiens vader Jojada was, een vermaard strijder uit Kabseël, doodde de twee beroemde reuzen uit Moab. Tevens doodde hij eens helemaal alleen een leeuw. Dat was op zichzelf nog niet zo bijzonder, maar wel dat hij dat deed in een glibberige modderkuil, terwijl er een laag sneeuw lag.Ho 9:7Het moment van Israëls bestraffing is aangebroken. Het is bijna tijd voor vergelding en Israël zal het goed merken! De profeet verliest zijn bezinning. De man die door de geest wordt geleid, wordt waanzinnig door de omvang van uw ongerechtigheid en uw vijandschap tegen God.1Sa 18:19En toen de bruiloft aanbrak, huwelijkte Saul Merab onverwacht uit aan Adriël, een man uit Mechola.2Ki 12:2Joas deed wat goed was, zolang de hogepriester Jojada hem met raad en daad terzijde stond.Jos 10:7Jozua aarzelde niet. Korte tijd later verliet hij met het Israëlitische leger Gilgal om Gibeon te hulp te komen.Jos 4:4Jozua riep de twaalf mannen bij zich2Ki 9:1In de tussentijd had Elisa een van de profeten bij zich geroepen. ‘Maak je klaar om naar Ramot in Gilead te gaan,’ droeg hij hem op. ‘Neem deze oliekruik mee1Ch 27:32Jonatan, Davids oom, was adviseur van de koning. Hij was een wijs man en fungeerde als secretaris. Jechiël, de zoon van Chachmon, begeleidde Davids zonen.Am 1:2Op een dag vertelde de HERE hem in een visioen enkele van de dingen die met Israël zouden gaan gebeuren. Hij kreeg dat visioen in de tijd dat Uzzia koning van Juda en Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël was, twee jaar voor de aardbeving. Hier volgt zijn verslag van de dingen die hij zag en hoorde. De HERE brult als een getergde leeuw, Hij spreekt vanuit zijn tempel in Jeruzalem, zodat de malse weiden op de berg Karmel zullen verdorren en alle herders zullen rouwen.La 2:1Met een wolk van toorn heeft de Here Jeruzalem overschaduwd. De prachtigste stad van Israël ligt in het stof van de aarde en is op zijn bevel uit de hemelse hoogten neergeworpen. Op de dag van zijn vreselijke toorn kende Hij zelfs geen genade voor zijn tempel.Zep 3:14Breek uit in gejubel, dochter van Sion! Juich, Israël! Verheug u, wees vrolijk met heel uw hart, dochter van Jeruzalem!Eze 37:1-2De kracht van de HERE rustte op mij en de Geest van de HERE nam mij mee naar een dal vol beenderen. Hij leidde mij ertussendoor.1Ch 15:20Zecharja, Aziël, Semiramot, Jechiël, Unni, Eliab, Maäseja en Benaja zongen samen, begeleid door hooggestemde harpen.Isa 22:1Dit is Gods profetie over Jeruzalem, Dal van het visioen: wat is er aan de hand? Wat is iedereen aan het doen? Waarom rennen ze de daken op en waar staan ze naar te kijken?Joe 3:18Dan zal jonge wijn van de bergen druipen en melk van de heuvels vloeien. De droge beekbeddingen van Juda zullen weer boordevol water staan en er zal een bron ontspringen in de tempel van de HERE om het dal van Sittim van water te voorzien.Jer 6:11Vanwege dit alles ben ik vol van de toorn van de HERE. Ik ben te moe om me nog langer in te houden. Ik zal het uitgieten over Jeruzalem, zelfs over de spelende kinderen in de straten, over de bijeenkomsten van jonge mannen, over echtparen en bejaarden.Hab 1:1Dit is de profetie die God aan Habakuk doorgaf.Da 9:21kwam de man Gabriël, die ik in een vorig visioen had gezien, in allerijl naar mij toe vliegen. Het was rond de tijd van het avondoffer.2Ch 24:15Jojada bereikte een erg hoge leeftijd en stierf toen hij honderddertig jaar oud was.2Ch 24:3Jojada regelde twee huwelijken voor hem en Joas kreeg zonen en dochters.Ex 18:9Jetro was blij over alles wat de HERE voor Israël had gedaan en dat Hij het volk uit Egypte had bevrijd.Eze 21:28Mensenzoon, profeteer ook tegenover de Ammonieten, want zij beledigen mijn volk in haar ellende. Deel hun dit mee: “Ook tegen u is mijn glanzend zwaard uit de schede getrokken, het is geslepen en gepolijst en flitst als de bliksem!Mic 1:1Micha, die in de stad Moreset woonde, kreeg van de HERE in visioenen te horen wat er met Samaria en Jeruzalem zou gaan gebeuren. Het was in de tijd van de koningen Jotam, Achaz en Hizkia, die regeerden over Juda.2Ch 2:14Zijn moeder is een Joodse vrouw uit Dan in Israël en zijn vader komt uit Tyrus. Hij is een uitstekend goud- en zilversmid, maakt prachtige dingen van koper en ijzer en weet alles van steenbewerking en houtbewerking. Hij is een vakman in het verwerken van purper, violet, byssus en karmozijn. Daarnaast kan hij uitstekend graveren en is bovendien bijzonder creatief. Hij zal samenwerken met uw handwerkslieden die mijn heer David, uw vader, heeft aangesteld.Eze 32:1In het twaalfde jaar van koning Jojakins gevangenschap, op de eerste dag van de twaalfde maand, kreeg ik de volgende boodschap van de HERE:Eze 6:1Opnieuw kwam er een boodschap van de HERE: