Job 21:1Job antwoordde Sofar:Job 6:1Job antwoordde:Job 23:1Job antwoordde Elifaz daarop:Job 12:1Daarop antwoordde Job:Job 9:1Job antwoordde daarop:Job 16:1Jobs antwoord aan Elifaz luidde:Job 29:1Job vervolgde:Job 42:1Daarna gaf Job de Here antwoord:Job 27:1En Job vervolgde:Job 19:1Job gaf Bildad het volgende antwoord:Job 39:36Job antwoordde God:Job 26:1Job antwoordde Bildad:Job 33:1‘Luister alstublieft naar wat ik te zeggen heb, Job.Job 33:31Let daar goed op, Job. Luister naar wat ik nog meer te zeggen heb.Job 3:1Ten slotte verbrak Job het stilzwijgen en vervloekte de dag van zijn geboorte.Job 32:14Job heeft met mij niet geredetwist en ik wil uw argumenten laten voor wat zij zijn.Job 1:14Een boodschapper bracht Job het volgende nieuws:Job 34:36Job verdient het voortdurend op de proef te worden gesteld om de wijze waarop hij tegen God heeft gesproken.Job 14:1‘Wat is een mens toch kwetsbaar! Zijn leven is maar kort en onrustig.Job 37:14Luister, Job, sta stil en kijk naar de machtige wonderen van God!Job 25:1Bildad uit Suach antwoordde Job:Job 22:1Elifaz sprak voor de derde maal tegen Job:Job 7:1‘Wat heeft de mens toch een hard leven op aarde. Zijn zijn dagen niet als die van een gehuurde arbeider?Job 8:1Toen zei Bildad uit Suach tegen Job:Job 2:8Job pakte een potscherf om zich mee te krabben en ging buiten de poort midden in het stof en vuil zitten.Job 8:2‘Hoelang ga je zo nog door, Job, en blaas je woorden uit als een stormwind?Job 34:7-8Buiten Job is er niemand die zo aan kwaadsprekerij doet. Hij moet veel met slechte mannen zijn omgegaan,Job 1:22Het kwam niet bij Job op onder deze omstandigheden te zondigen en God de schuld te geven.Job 11:1Daarop zei Sofar uit Naäma tegen Job:Job 34:5Job heeft namelijk gezegd: “Ik ben onschuldig, maar God spreekt dat tegen. Hij doet mij onrecht.Job 28:1Job vervolgde: ‘De mens weet waar hij zilver en goud kan vinden en hoe hij het moet zuiveren.Job 2:1De engelen verschenen opnieuw voor de HERE en Satan was er ook weer bij.Job 24:1‘Waarom opent God de rechtszitting niet om naar mijn verweer te luisteren? Waarom moeten zij die Hem kennen, zonder resultaat op Hem wachten?Job 13:1‘Veel van de dingen die jullie beschreven, heb ik met eigen ogen zien gebeuren, met mijn oren heb ik ervan gehoord.Job 35:16opent u opeens uw mond, Job. En alles wat u te zeggen hebt, is alleen maar onzin.’Job 42:7Nadat de HERE tegen Job was uitgesproken, wendde Hij zich tot Elifaz uit Teman en zei: ‘Ik ben toornig op u en uw twee vrienden, want u had geen gelijk met wat u over Mij zei. Job had het wel bij het rechte eind.Job 42:8Neem nu zeven jonge stieren en zeven rammen, ga naar mijn dienaar Job en breng een brandoffer voor uzelf. Mijn dienaar Job zal voor u bidden en Ik zal naar hem luisteren terwijl hij voor u bidt, en u niet straffen zoals Ik eigenlijk zou moeten doen om uw zonde en omdat u niet op de juiste wijze over Mij hebt gesproken, in tegenstelling tot mijn dienaar Job.’Job 1:20Job stond op, scheurde zijn kleren als teken van zijn verdriet, schoor zijn hoofd kaal en viel op de grond neer.Job 10:1‘Ik ben het leven moe. Laat mij maar rustig klagen en mijn bitterheid en bedroefdheid onder woorden brengen.Job 38:1Toen gaf de HERE Job vanuit een storm zijn antwoord:Job 42:16Job leefde daarna nog honderdveertig jaar en maakte nog mee dat zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen werden geboren.Job 40:1Toen sprak God vanuit een wervelwind opnieuw tot Job en zei:Job 17:1‘Mijn geest is gebroken en ik ben meer dood dan levend, het graf staat al voor mij open.Job 34:34-35Verstandige mensen zullen het met mij eens zijn als ik zeg: “Job praat als iemand die geen inzicht heeft.”Job 2:12Job was zo veranderd dat zij hem van een afstand nauwelijks herkenden. Luid huilend scheurden zij hun kleren en gooiden stof in de lucht om hun verslagenheid kenbaar te maken.Job 30:1‘Maar nu word ik bespot door mensen die veel jonger zijn dan ik, jonge mannen wier vaders niet goed genoeg zijn om op mijn herdershonden te passen.Job 32:11-12Ik heb een tijdje gewacht en ondertussen geluisterd naar wat u te zeggen had, maar geen van uw argumenten heeft Job ervan overtuigd dat hij een zondaar is.Job 32:1De drie mannen wilden Job geen antwoord meer geven, omdat hij bleef volhouden dat hij onschuldig was.Job 1:4Om de beurt hielden Jobs zonen een feest en nodigden dan hun drie zusters uit. Bij dergelijke gelegenheden hielden zij uitbundige feestmaaltijden.Job 1:5Na afloop van die feesten, die soms wel enkele dagen duurden, riep Job zijn kinderen altijd bij zich en heiligde hen. Daarvoor stond hij vroeg op en bracht voor ieder van hen een brandoffer. Hij deed dat met de overweging: ‘Misschien hebben mijn zonen gezondigd en hebben zij God vervloekt.’ Dit was een vaste gewoonte van Job.Job 2:7Satan verliet de HERE en trof Job met vreselijke zweren. Van top tot teen zat hij onder.Job 42:9Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma deden wat de HERE hun had opgedragen. En de HERE aanvaardde het gebed dat Job voor hen uitsprak.Job 32:2Toen werd Elihu, de zoon van de Buziet Barachel uit de familie van Ram, kwaad omdat Job volhield dat hij onschuldig was tegenover God.Job 42:15Nergens in het land waren zulke mooie vrouwen als de dochters van Job. Hun vader gaf hun ieder een stuk van de erfenis, net als hun broers.Job 32:3Maar hij was ook boos op de drie vrienden van Job die hem wel hadden veroordeeld, maar zijn argumenten niet konden weerleggen.Job 31:40laten er dan distels op dat land groeien in plaats van tarwe, en onkruid in plaats van gerst.’ Met die woorden besloot Job zijn uitvoerige antwoord.Job 1:1In het land Uz leefde een oprecht en vroom man. Hij heette Job. Hij had ontzag voor God en hield zich afzijdig van het kwaad.Job 42:10Toen Job voor zijn vrienden had gebeden, gaf de HERE hem zijn rijkdom en geluk weer terug. Hij gaf hem zelfs tweemaal zoveel als vroeger.Job 31:1Daarop vervolgde Job ten slotte: ‘Ik had een overeenkomst gesloten met mijn ogen om nooit naar jonge vrouwen te kijken.Eze 14:20dan zouden alleen Noach, Daniël en Job worden gered als zij hier verbleven en wel om hun rechtvaardigheid,’ stelt de HERE.Eze 14:14Als Noach, Daniël en Job nu in dit land zouden wonen, zouden zij alleen zichzelf kunnen redden door hun rechtvaardigheid,’ zegt de Oppermachtige HERE.Job 42:12Op die manier zegende de HERE Job aan het eind van zijn leven meer dan Hij aan het begin had gedaan. Want nu bezat hij veertienduizend schapen, zesduizend kamelen, duizend span ossen en duizend ezels.Job 2:11Toen drie vrienden van Job hoorden van het leed dat hem getroffen had, spraken zij af naar hem toe te gaan om hem te troosten en te bemoedigen. Het waren Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma.Job 1:8De HERE vervolgde: ‘Hebt u ook mijn dienaar Job gezien? Zoals hij is er niemand anders op aarde, een eerlijk en vroom man die ontzag heeft voor God en met het kwaad niets te maken wil hebben.’Job 2:3‘En, hebt u nu op mijn dienaar Job gelet?’ vroeg de HERE. ‘Hij is een voortreffelijk man, hij heeft ontzag voor God en gaat het verkeerde uit de weg. Hij heeft zijn geloof in Mij behouden, ondanks dat u Mij overhaalde u toe te staan hem zonder reden kwaad te doen.’Job 2:10Maar hij antwoordde: ‘Dat is dom gepraat. Verwachten wij alleen maar goede dingen uit de hand van God en nooit tegenslag of moeilijke dingen?’ Ondanks al deze tegenslagen kwam er geen verkeerd woord over Jobs lippen.Jas 5:11Wij noemen hen gelukkig, omdat zij dwars door alles heen de Here trouw gebleven zijn. Denk maar eens aan Job, die het niet opgaf. U weet hoe het met hem afliep. Daaruit blijkt dat de Here liefdevol en goed is en vol medeleven zijn hulp geeft.Job 1:12-13De HERE ging op die uitdaging in en zei tegen Satan: ‘U mag met zijn rijkdom doen wat u wilt, maar denk eraan, raak hem met geen vinger aan.’ Satan ging weg en niet lang daarna, terwijl Jobs zonen en dochters met elkaar de maaltijd gebruikten in het huis van hun oudste broer, sloeg het onheil toe.1Ti 4:15Doe iets met die gave, zet je voor die taken in, zodat iedereen je vooruitgang zal opmerken.2Ti 2:6Werk hard. Een boer die het zware werk doet, is de eerste die van de opbrengst mag genieten.De 5:13Doe op de andere zes dagen uw werk,Mt 24:46Het is goed dat een knecht bij de thuiskomst van zijn meester met zijn werk bezig is.Ex 20:9Zes dagen moet u werken,Pr 22:29Kent u iemand die een goed vakman is? Hij zal succes hebben en voor koningen werken.Nu 4:24Dit zijn hun taken:Ex 35:33het snijden van edelstenen en het zetten ervan en het bewerken van hout. Hij heeft alle capaciteiten voor dit werk.Lu 16:3De beheerder dacht bij zichzelf: “Wat moet ik nú doen? Nou zit ik zonder werk! Spitten en graven kan ik niet. Ik zou me schamen om te gaan bedelen.Mt 24:45Wie van jullie gedraagt zich als een trouwe en verstandige knecht? Als iemand die ervoor zorgt dat alle anderen in het huis op tijd te eten krijgen?Col 1:29Dit is mijn werk. Ik kan dat alleen maar doen doordat ik van Christus de kracht daarvoor krijg.Pr 31:17Vlijtig gaat zij aan het werk, zij is met opgestroopte mouwen aan de slag.2Ti 2:15Doe je best, wees een goede werker voor God die zich niet hoeft te schamen. Geef Gods boodschap onvervalst door.1Ch 23:32Hun taak was het dus alle voorkomende werkzaamheden in de tabernakel en de tempel te verrichten en de priesters waar dat nodig was, te helpen.Eph 6:7Doe uw werk als een dienaar van Christus, die van ganser harte wil doen wat God vraagt.Ge 46:33Als de farao dus met jullie wil praten en vraagt wat jullie beroep is, moet je zeggen:1Co 9:18Krijg ik dan helemaal geen loon? Jawel, mijn loon is de voldoening het goede nieuws voor niets te mogen brengen. Daarom maak ik niet ten volle gebruik van mijn rechten.Ps 147:9Hij zorgt voor het voer voor onze dieren, zelfs voor de jonge raven die roepen in het nest.Ro 4:4Wie werkt voor een beloning, krijgt die niet omdat het een gunst is, maar omdat hij er recht op heeft.Ge 46:8-14Hier zijn de namen van zijn zonen en kleinkinderen die met hem meegingen naar Egypte: Ruben, zijn oudste zoon en diens zonen Chanoch, Pallu, Chesron en Karmi. Simeon en zijn zonen Jemuël, Jamin, Ohad, Jachin, Sochar en Saül (Saüls moeder was een Kanaänitische). Levi en zijn zonen Gerson, Kehat en Merari. Juda en zijn zonen Er, Onan, Sela, Peres en Zerach (Er en Onan waren in Kanaän gestorven). Peres had ook twee zonen: Chesron en Chamul. Issachar en zijn zonen Tola, Pua, Job en Simron. Zebulon en zijn zonen Sered, Elon en Jachleël.Pr 24:27Zorg eerst voor werk buitenshuis en houd u bezig met uw akker, voordat u aandacht aan uw woonhuis besteedt.Ps 128:2Uw werk zal u voldoende opleveren om van te leven. Het gaat goed met u en u bent heel gelukkig.Ec 3:22Op die manier kwam ik erachter dat er voor een mens niets beters bestaat dan vreugde te scheppen in zijn werk, want daarom is hij hier. Niemand kan hem van iets laten genieten na zijn dood, daarom moet hij er nú van genieten.Ec 3:10Ik heb hierover nagedacht met betrekking tot alle soorten werk die God de mensheid heeft gegeven.Zec 11:4De HERE, mijn God, zei tegen mij: ‘Word herder van een kudde schapen, bedoeld voor de slacht.Ro 14:4U mag de bediende van een ander niet beoordelen, of hij zijn werk goed of slecht doet is ter beoordeling aan zijn heer. Maar hij zal zijn werk wel goed doen, want God geeft hem daarvoor de kracht.Ge 29:15‘Het feit dat we familie zijn, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je voor niets voor mij werkt. Hoeveel wil je verdienen?’Lu 15:15Het zag er heel slecht voor hem uit. Hij wist een baantje te krijgen bij een boer en moest naar het land om op de varkens te passen.1Co 12:5De taken zijn verschillend, maar ze worden opgedragen door dezelfde Here.1Co 9:17Als ik dit werk uit vrije wil deed, zou ik een beloning krijgen. Maar dat is niet zo, ik doe eenvoudig wat de Here mij heeft opgedragen.Eph 4:28Wie een dief is, moet ophouden met stelen. Steek liever uw handen uit de mouwen en verdien eerlijk uw eigen brood. Dan kunt u nog eens iemand helpen die gebrek heeft.Mt 25:23“Prima,” zei de heer, “je bent een goede en betrouwbare knecht. Je hebt dit kleine bedrag goed beheerd en daarom zal ik je nu veel verantwoordelijkheid geven. Ook jij mag delen in mijn vreugde.”