Search "jezus" in the Bible

Het Boek

Joh 11:35 Jezus huilde.Mt 23:1 Jezus zei tegen de mensen en zijn leerlingen:2Co 4:10 Omdat wij dagelijks ons leven voor Jezus inzetten, ervaren wij in ons lichaam het sterven van Jezus en zo komt ook het leven van Jezus in ons tot uiting.Mr 3:3 Jezus riep de man naar voren.Heb 13:8 Jezus Christus was, is en blijft voor altijd Dezelfde.Ac 1:1 Beste Theofilus, in mijn eerste boek heb ik u verteld over het leven van Jezus en zijn lessenMt 19:1 Hierna vertrok Jezus uit Galilea. Hij stak de Jordaan over en kwam in Judea.Joh 21:13 Jezus gaf hun brood en vis.Joh 18:7 ‘Wie zoekt u?’ vroeg Jezus nog eens. ‘Jezus van Nazareth,’ was het antwoord.Joh 19:1 Pilatus nam Jezus mee en liet Hem geselen.Joh 2:2 en ook Jezus en zijn leerlingen waren uitgenodigd.Ac 3:16 Jezus heeft deze lamme man genezen. Door ons geloof in Jezus is hij volkomen gezond geworden. U ziet het zelf!Mt 4:11 Toen liet de duivel Jezus met rust. En er kwamen engelen om voor Jezus te zorgen.Lu 9:21 Jezus verbood hun daar met iemand anders over te praten.Ro 8:1 Het is duidelijk dat mensen die van Christus Jezus zijn, niet veroordeeld zullen worden.Mt 22:1 Opnieuw richtte Jezus zich tot hen met gelijkenissen.Joh 18:1 Na deze woorden ging Jezus met zijn leerlingen een tuin in aan de overkant van het Kidrondal.Joh 4:1 Jezus hoorde dat de Farizeeën ervan op de hoogte waren dat Hij meer leerlingen kreeg en meer mensen doopte dan Johannes.Lu 23:42 Hij zei tegen Jezus: ‘Jezus, denk aan mij als U in uw Koninkrijk komt.’Joh 19:16 Daarop gaf Pilatus Jezus aan hen over om gekruisigd te worden. Zij namen Jezus meeLu 19:1 Jezus kwam in Jericho, maar bleef er niet. Hij trok meteen verder.Lu 22:39 Jezus en zijn leerlingen verlieten de kamer en gingen zoals gewoonlijk naar de Olijfberg.Lu 14:25 Er kwamen heel veel mensen naar Jezus toe. Op een gegeven ogenblik draaide Hij Zich om en zei:Mt 14:29 ‘Kom maar!’ riep Jezus.Mr 9:16 ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Jezus.Mr 15:22 Zo brachten zij Jezus naar de plaats Golgotha. Golgotha betekent Schedelplaats.Mt 21:11 De mensen die met Jezus waren meegekomen, antwoordden: ‘Dit is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea.’Mt 3:13 Jezus verliet Galilea en ging naar Johannes om Zich ook door hem in de Jordaan te laten dopen.Mt 13:1 Later die dag verliet Jezus het huis en ging bij het meer zitten.Mt 17:8 Toen zij opkeken, zagen ze alleen Jezus nog.Joh 2:23 Door de wonderen die Jezus tijdens het Paasfeest in Jeruzalem deed, gingen veel mensen in Hem geloven.Mt 4:1 Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om door de duivel op de proef te worden gesteld.Lu 4:14 Jezus ging terug naar Galilea, vol van de kracht van de Heilige Geest.Heb 13:15 Met de hulp van Jezus zullen wij God altijd blijven eren, en ons offer aan God is dat wij openlijk voor Jezus uitkomen.Mt 16:1 Op een dag kwamen er Farizeeën en Sadduceeën naar Jezus toe om Hem op de proef te stellen. Zij vroegen Hem om een teken uit de hemel als bewijs van wie Hij was.Joh 9:37 ‘Ik ben het,’ antwoordde Jezus.Mr 15:37 Jezus gaf een luide schreeuw en stierf.Mt 8:1 Jezus ging de berg af en vele mensen liepen met Hem mee.Lu 7:1 Nadat Jezus was uitgesproken, ging Hij het plaatsje Kafarnaüm in.Joh 11:5 Jezus hield veel van Martha, Maria en Lazarus.Joh 4:26 Jezus antwoordde haar: ‘Ik ben de Christus.’Mt 15:21 Jezus verliet dat deel van het land en ging op weg naar de streek van Tyrus en Sidon.Mr 3:1 Op een andere sabbat kwam Jezus weer in een synagoge. Er zat een man met een verschrompelde hand.Joh 11:13 Zij dachten dat Jezus had gezegd dat Lazarus lag te slapen. Maar Jezus bedoelde dat hij gestorven was.1Co 3:11 Want een andere fundering dan Jezus Christus mag niemand leggen.Mt 1:1 Stamboom van Jezus Christus, een afstammeling van David, die een afstammeling van Abraham was.Lu 17:1 Op een dag zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Verleidingen zullen er altijd zijn. Dat is onvermijdelijk. Maar degene die de verleidingen veroorzaakt, zal het slecht vergaan.Heb 10:21 Jezus is de grote priester die in het huis van God is aangesteld.Lu 23:8 Herodes was erg blij Jezus te zien. Hij had al veel over Hem gehoord en hoopte reeds lang dat Jezus eens een wonder zou doen waar hij zelf bij was.Joh 2:13 Weldra zou Pesach, het Joodse Paasfeest, beginnen. Daarom vertrok Jezus naar Jeruzalem.Joh 10:42 En velen kwamen tot geloof in Jezus.Lu 4:1 Jezus ging vol van de Heilige Geest uit de Jordaanvallei weg. De Geest leidde Hem naar de woestijn van JudeaLu 18:37 Jezus van Nazareth komt eraan,’ zei men.Mt 27:12 ‘U zegt het,’ antwoordde Jezus. De mannen van de Hoge Raad beschuldigden Jezus van alles en nog wat, maar Hij verdedigde Zich niet.Lu 15:1 De tolontvangers en andere mensen met een slechte reputatie kwamen vaak naar Jezus luisteren.Lu 7:36 Een van de Farizeeën nodigde Jezus uit bij hem thuis te komen eten. Jezus nam die uitnodiging aan en ging aan tafel.Lu 19:28 Nadat Hij dit verhaal had verteld, ging Jezus met zijn leerlingen verder naar Jeruzalem.Mr 5:24 Jezus ging met hem mee. De mensen liepen achter Hem aan en verdrongen zich om Hem.Mr 13:1 Toen Jezus de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Kijk eens, Meester! Wat een grote stenen en wat een prachtige gebouwen!’Mt 24:1 Terwijl Jezus het tempelterrein verliet, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en wezen Hem op de tempelgebouwen.1Co 5:4 Als u in de naam van onze Here Jezus bijeen bent en ik er in gedachten bij ben, moeten we die man door de kracht van de Here Jezus2Ti 2:1 Mijn zoon, wees sterk door de genade die Christus Jezus je geeft!Joh 10:23 Het was winter, Jezus wandelde in de galerij van Salomo.Joh 8:12 Jezus richtte Zich weer tot de mensen en zei: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nooit in de duisternis leven, maar hij zal het licht hebben dat leven geeft.’Joh 12:11 Want door wat er met hem gebeurd was, gingen veel Joden in Jezus geloven.Ro 1:5 Jezus Christus heeft mij de genade gegeven en tot apostel gemaakt om mensen van alle volken op te roepen God te gehoorzamen en in Jezus Christus te geloven.Lu 9:55 Jezus keerde Zich om en zei dat zij zich moesten schamen.Lu 8:31 Zij smeekten Jezus dat Hij hen niet naar de onderwereld zou sturen.Ac 13:38 Broeders, luister! Deze Jezus laat u weten dat uw zonden kunnen worden vergeven.Lu 20:40 Van toen af durfde niemand Jezus nog iets te vragen.Lu 23:9 Hij vroeg Jezus van alles en nog wat, maar kreeg geen antwoord.Lu 21:1 Hij keek op en zag hoe de rijken hun gaven in de collectekist gooiden.Mt 9:19 Jezus stond op en ging met de man mee en zijn leerlingen ook.Joh 11:1 Lazarus uit Bethanië, de broer van Maria en Martha, was ziek.Mr 1:43 Jezus vond het niet goed dat de man bij Hem bleef.Mt 19:13 De mensen brachten hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij zijn handen op hen zou leggen en voor hen zou bidden. Maar de leerlingen zeiden dat zij Hem niet mochten lastigvallen.Mt 18:2 Jezus riep een kind bij Zich en zette het midden in de kring.Mr 10:13 Enkele moeders brachten hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij ze zou aanraken, maar de leerlingen traden daartegen op.Mt 12:22 Er werd iemand bij Jezus gebracht die een boze geest had en blind was en niet kon spreken. Jezus genas hem zodat hij weer kon zien en spreken.Mt 10:4 Simon de Zeloot en Judas Iskariot (door wie Jezus is verraden).Mr 2:13 Jezus ging weer naar het meer. Grote groepen mensen kwamen naar Hem toe en luisterden naar wat Hij te zeggen had.Joh 13:23 Rechts van Jezus zat de leerling die zijn beste vriend wasAc 13:49 Het nieuws over Jezus Christus ging door heel de streek.Mt 15:35 Jezus zei tegen de mensen dat zij op de grond moesten gaan zitten.Mr 11:22 Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Heb toch geloof in God!Joh 6:43 ‘Houd op met dat gemopper,’ zei Jezus.1Co 16:23 Ik wens u de genade van de Here Jezus toe.Mr 6:54 De mensen die op de kant stonden, herkenden Jezus onmiddellijk.Mt 27:14 Tot zijn grote verbazing gaf Jezus geen antwoord.Mt 5:1 Op een dag, toen Jezus zag dat er weer veel mensen gekomen waren, liep Hij de berg op en ging zitten. Zijn leerlingen kwamen bij Hem.Joh 9:14 want het was sabbat toen Jezus de ogen van de man genas.Joh 6:3 Jezus liep de heuvel op en ging daar met zijn leerlingen zitten.Ac 19:15 Jezus ken ik en van Paulus heb ik ook gehoord. Maar wie bent u?’Ga 1:12 Ik heb het niet van mensen ontvangen, maar Jezus Christus Zelf heeft het mij bekendgemaakt.Joh 12:41 Jesaja schreef hier over Jezus, want hij had zijn schitterende heerlijkheid gezien.Mt 7:1 ‘Spreek geen oordeel uit, dan zal er over u ook geen oordeel uitgesproken worden.Lu 24:36 Terwijl zij nog aan het vertellen waren, stond Jezus plotseling bij hen.Heb 13:21 u alles zal geven wat nodig is om zijn wil te doen. Dat Hij ons zó zal maken dat Hij, door Jezus Christus, tevreden over ons kan zijn. Aan Jezus Christus komt voor altijd en eeuwig alle eer toe. Amen.Joh 6:24 en staken over naar Kafarnaüm om Jezus te zoeken.Mr 14:51 Een jongeman volgde Jezus. Hij had niets anders aan dan een linnen kleed.