Jes 37:5Die boodschap brachten zij aan Jesaja over.Joh 12:39Jesaja heeft geschreven dat zij niet konden geloven.Mat 4:14Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd:Mat 12:17Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd:Joh 12:41Jesaja schreef hier over Jezus, want hij had zijn schitterende heerlijkheid gezien.Mat 15:7Huichelaars! Jesaja had gelijk toen hij over u zei:Jes 38:4Daarom stuurde de HERE een andere boodschap naar Jesaja:Jes 13:1Dit is de profetie die God aan Jesaja, de zoon van Amos, over Babel gaf.Mat 1:22Daardoor zal in vervulling gaan wat God door de profeet Jesaja heeft gezegd:Jes 1:1Dit zijn de boodschappen die Jesaja, de zoon van Amos, kreeg in visioenen tijdens de regeringsperioden van de Judese koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. In deze boodschappen liet God Jesaja zien wat er zou gebeuren met Juda en Jeruzalem.Jes 20:2gaf de HERE Jesaja, de zoon van Amos, de opdracht: ‘Trek uw profetenmantel en uw sandalen uit en blijf zo rondlopen.’ Jesaja deed wat de HERE hem opdroeg en liep op blote voeten ongekleed rond.2 Kon 19:5-6De dienaren van koning Hizkia brachten deze boodschap aan Jesaja over. Jesaja antwoordde: ‘De HERE zegt: “Maak u geen zorgen over de woorden waarmee deze Assyriërs Mij hebben beledigd.1 Kron 3:21Chananjaʼs zoon was Pelatja, Pelatjaʼs zoon was Jesaja,2 Kron 26:22Alle regeringsdaden van Uzzia zijn van begin tot eind beschreven door de profeet Jesaja, de zoon van Amos.2 Kon 20:4Nog voordat Jesaja het binnenplein van het paleis had verlaten, sprak de HERE hem alweer toe.Jes 2:1Dit is een andere boodschap van de HERE aan Jesaja over Juda en Jeruzalem:2 Kon 20:16Toen zei Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar de woorden van de HERE:2 Kon 20:1In diezelfde tijd werd Hizkia ernstig ziek en de profeet Jesaja ging hem opzoeken. ‘Regel uw zaken en bereid u voor op de dood,’ zei Jesaja tegen hem. ‘De HERE zegt dat u niet meer beter zult worden.’Rom 15:12De profeet Jesaja zei: ‘Een nakomeling- van Isaï zal opstaan om over de volken te regeren. Hun hoop zal op Hem gevestigd zijn.’Jes 39:5Toen zei Jesaja tegen hem: ‘Luister naar deze boodschap van de HERE van de hemelse legers:Jes 20:1In het jaar waarin koning Sargon van Assur zijn veldmaarschalk naar de Filistijnse stad Asdod stuurde en deze de stad innam,2 Kon 20:11Jesaja vroeg de HERE dit te doen en Hij zorgde ervoor dat de schaduw tien graden terugging op de zonnewijzer van Achaz.Mat 13:14De profeet Jesaja sprak over hen toen hij zei: “U hoort wel, maar begrijpt niet. U kijkt wel, maar ziet niet.2 Kron 32:20Koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, riepen toen in gebed tot God in de hemel.2 Kon 20:7Jesaja gaf Hizkia het advies enkele vijgen op de zweer te leggen. Op die manier werd hij genezen.Mar 1:2Het is precies zoals geschreven staat in het boek van de profeet Jesaja: ‘Luister, Ik stuur mijn boodschapper voor u uit om voor u een weg te banen.’Hand 8:28keerde nu naar zijn land terug. Onderweg zat hij hardop te lezen uit het boek van de profeet Jesaja.Hand 8:34De Ethiopiër vroeg aan Filippus: ‘Heeft Jesaja het hier over zichzelf of over iemand anders?’Rom 9:29Jesaja had al eerder gezegd: ‘Als de Here van de hemelse legers niet enkelen van ons in leven had gelaten, waren wij vernietigd, net als de inwoners van Sodom en Gomorra.’Rom 9:27Maar over de Israëlieten riep de profeet Jesaja uit: ‘Al was hun aantal zo talrijk als het zand aan het strand van de zee, toch zal er maar een klein deel van hen overblijven.Mat 3:3De profeet Jesaja doelde op deze man, toen hij zei: ‘Luister! Ik hoor de stem van iemand die roept in de woestijn: “Baan een weg voor de Here, maak zijn wegen recht.” ’2 Kron 32:32De rest van de levensgeschiedenis van koning Jechizkia en al zijn goede daden zijn beschreven in het boek van de profeet Jesaja, de zoon van Amos, en in het Boek van de Koningen van Juda en Israël.Jes 6:1In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Here! Hij zat op een hoge troon en de tempel was gevuld met zijn glorie.Jes 20:3Toen zei de HERE: ‘Mijn dienaar Jesaja, die nu drie jaar lang naakt en op blote voeten heeft rondgelopen, is het symbool van de vreselijke rampen, die Ik over Egypte en Ethiopië zal brengen.1 Kron 26:25De geslachtslijn vanaf Eliëzer liep via Rechabja, Jesaja, Joram, Zichri en Selomit.Mat 8:17Daarmee werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja had gezegd: ‘Hij heeft onze kwalen op zich genomen en onze ziekten gedragen.’Joh 1:23Hij zei: ‘Ik ben de stem van iemand die in de woestijn roept: “Maak de weg vrij voor de Here!” De profeet Jesaja heeft dit gezegd.’Jes 8:1De HERE gaf mij opnieuw een boodschap: ‘Maak een groot schrijfbord en schrijf daarop in duidelijk leesbaar schrift: Snelle Roof, Vlugge Buit.’Joh 12:38Op hen waren de woorden van de profeet Jesaja van toepassing: ‘Here, wie heeft geloofd wat wij vertelden? Aan wie heeft U uw macht geopenbaard?’Hand 8:30Filippus zette de pas erin en toen hij bij de wagen kwam, hoorde hij iemand hardop lezen. Het was uit het boek Jesaja.2 Kon 19:20Toen stuurde Jesaja, de zoon van Amos, de volgende boodschap aan Hizkia: ‘De HERE, de God van Israël zegt: “Ik heb uw gebed om hulp tegen koning Sanherib van Assyrië gehoord.Rom 10:20Jesaja zei het nog sterker: ‘God zal worden gevonden door mensen die Hem niet zochten. Hij zal Zich bekendmaken aan mensen die geen belangstelling voor Hem hadden.’Hand 8:32In het gedeelte dat de Ethiopiër aan het lezen was, zei de profeet Jesaja: ‘Hij was als een schaap dat voor de slacht weggebracht werd. Hij deed zijn mond niet open, zoals een lam stil is terwijl het geschoren wordt.Rom 10:16Maar niet iedereen heeft geluisterd naar het goede nieuws van God. De profeet Jesaja zei al: ‘Here, wie gelooft wat wij vertellen?’Ezra 8:19Verder kwamen Chasabja en Jesaja, de zoon van Merari, met zijn twintig broers en zonen en tweehonderdtwintig tempelknechten.Jes 38:21Jesaja had tegen Hizkiaʼs dienaren gezegd: ‘Neem een plak gedroogde vijgen en wrijf daar de ontstoken plek mee in, dan zal hij weer beter worden.’Hand 7:48maar de Allerhoogste God woont niet in een gebouw dat door mensen gemaakt is. Door de profeet Jesaja zei Hij:Joh 6:45De profeet Jesaja heeft geschreven: “Zij zullen allemaal door God onderwezen worden.” Ieder die de stem van God hoort en naar Hem luistert, komt bij Mij.2 Kon 20:8In de tussentijd had koning Hizkia aan Jesaja gevraagd: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat de HERE mij zal genezen en dat ik over drie dagen weer naar de tempel zal kunnen gaan?’Jes 37:2Tegelijkertijd stuurde hij zijn hofmaarschalk Eljakim en zijn secretaris Sebna met de oudere priesters, allen gehuld in rouwgewaden, naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos.Jes 37:6En Jesaja gaf als antwoord: ‘Vertel koning Hizkia dat de HERE zegt: “Laat u niet van de wijs brengen door de woorden van de dienaar van de koning van Assur, noch door zijn godslastering.Jes 7:13Toen zei Jesaja: ‘O huis van David, u vindt het niet genoeg het geduld van mensen op de proef te stellen, u stelt het geduld van de HERE ook nog op de proef!Luk 3:4Het was met Johannes als wat de profeet Jesaja zei: ‘Luister! Ik hoor de stem van iemand die roept in de woestijn: baan een weg voor de Here, maak zijn wegen recht.2 Kon 19:2Daarna beval hij Eljakim, Sebna en enkele van de oudere priesters ook rouwkleding aan te trekken en met de volgende boodschap naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos, te gaan:Jes 28:9‘Wie denkt Jesaja wel dat hij is,’ zeggen de mensen, ‘om op zoʼn toon tegen ons te spreken! Zijn wij soms kleine kinderen, net oud genoeg om te praten?Hand 28:25Zij vertrokken, zonder dat ze het met Paulus eens waren geworden. Voor hun vertrek zei Paulus nog dit: ‘Wat de Heilige Geest door de profeet Jesaja tegen onze voorouders heeft gezegd, is maar al te waar!Jes 37:21Toen stuurde Jesaja deze boodschap naar koning Hizkia: ‘De HERE, de God van Israël zegt: “Dit is mijn antwoord op uw gebed tegen koning Sanherib van Assur.”Jes 38:1In de tijd dat deze gebeurtenissen plaatshadden, werd Hizkia ernstig ziek. De profeet Jesaja zocht hem op en gaf hem de boodschap van de HERE: ‘Regel uw zaken, want uw einde nadert, u zult niet herstellen van deze ziekte.’Hand 8:35Filippus antwoordde dat Jesaja over de Christus sprak. Hij vertelde hem dat Jezus de Christus is, waarbij hij uitging van wat zij zojuist hadden gelezen.Jes 39:3Toen kwam de profeet Jesaja bij de koning en vroeg: ‘Wat hebben die mannen gezegd? Waar komen zij vandaan?’ ‘Zij komen uit het verre Babel,’ gaf Hizkia als antwoord.Gal 4:27Dat bedoelde de profeet Jesaja ook toen hij zei: ‘Kinderloze vrouw, wees blij! Jubel het uit van vreugde, al bent u nooit moeder geworden. Want de verlaten vrouw heeft meer kinderen dan de vrouw die een man heeft.’2 Kon 20:9‘De HERE zal u een bewijs geven,’ vertelde Jesaja hem. ‘Wilt u dat de schaduw van de zonnewijzer tien graden naar voren of naar achteren gaat?’2 Kon 20:14Daarop ging Jesaja naar koning Hizkia en vroeg hem: ‘Wat willen deze mannen? Waar komen zij vandaan?’ ‘Uit het verre Babel,’ antwoordde Hizkia.Mar 7:6Hij antwoordde: ‘Huichelaars! De profeet Jesaja had gelijk toen hij zei: “Deze mensen eren God met de mond, maar in hun hart moeten zij niets van Hem hebben.Jes 39:4‘Wat hebben zij in uw paleis gezien?’ vroeg Jesaja. Hizkia antwoordde: ‘Ik heb hun al mijn bezittingen laten zien, al mijn kostbare schatten.’2 Kon 20:15‘Wat hebben zij allemaal gezien in uw paleis?’ wilde Jesaja verder weten. En Hizkia antwoordde: ‘Alles. Ik heb hun al mijn schatten laten zien.’2 Kon 19:29En aan Hizkia liet God Jesaja het volgende zeggen: ‘Dit is het bewijs dat Ik zal doen wat Ik heb gezegd: mijn volk zal dit jaar eten van wat in het wild groeit en ook het jaar daarop. En in het derde jaar zult u weer zaaien, oogsten, wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten.Jes 7:3Toen zei de HERE tegen Jesaja: ‘Zoek koning Achaz op, samen met uw zoon Sear-Jasub.’ Sear-Jasub betekent: een rest zal terugkeren. ‘U kunt hem vinden aan het einde van het aquaduct dat de bron Gichon met het bovenste reservoir verbindt, dicht bij de weg die naar het bleekveld loopt.Jes 8:18Ik en de kinderen die God mij gegeven heeft, hebben symbolische namen die de plannen van de HERE van de hemelse legers met zijn volk onthullen: Jesaja betekent ‘De HERE zal zijn volk redden’, Sear-Jasub betekent ‘Een restant zal terugkeren’ en Maher-Schalal Chaz-Baz betekent ‘Uw vijanden zullen spoedig zijn vernietigd.’Mar 11:17‘Luister goed, allemaal,’ zei Hij. ‘Heeft de profeet Jesaja niet geschreven dat Gods huis een huis van gebed moet zijn voor alle volken? Maar wat hebben jullie ervan gemaakt? Een rovershol!’1 Kron 25:3Onder Jedutun, die leiding gaf bij het danken en prijzen van de HERE en daarbij de citer bespeelde, stonden zijn zes zonen Gedalja, Zeri, Jesaja, Simi, Chasabja en Mattitja.Neh 11:7-9De leiders van de stam Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, de zoon van Joëd, de zoon van Pedaja, de zoon van Kolaja, de zoon van Maäseja, de zoon van Itiël, de zoon van Jesaja, de negenhonderdachtentwintig nakomelingen van Gabbai en Sallai. Hun leider heette Joël, de zoon van Zichri. Hij werd bijgestaan door Juda, de zoon van Hassenua.Jes 7:1Tijdens de regering van Achaz, de zoon van Jotam en kleinzoon van Uzzia, werd Jeruzalem aangevallen door koning Resin van Syrië en koning Pekach van Israël. Deze laatste was de zoon van Remaljahu. Maar Jeruzalem werd niet ingenomen, de stad hield stand.2 Kon 19:1Na hun verslag te hebben aangehoord, scheurde koning Hizkia zijn kleren, trok rouwkleding aan en ging naar de tempel om te bidden.Jes 9:1‘Het volk dat in de duisternis leeft, zal een groot Licht zien, en over hen die wonen in het land waar de dood heerst, zal een Licht opgaan.Jes 11:10In die beslissende tijd zal een nakomeling van Isaï opstaan als een banier en over de volken regeren. Hun hoop zal op Hem gevestigd zijn, alle volken zullen naar Hem toekomen, want het land waar Hij woont, is een glorieuze plaats.Luk 4:17Men gaf Hem het boek van de profeet Je-sa-ja en Hij zocht het gedeelte op waar staat:Jes 63:1Wie komt daar vanuit Edom aan, uit de stad Bosra, in zijn prachtige donkerrode kledij? Wie is dat in zijn koninklijke gewaden, rustig voortlopend met grootse kracht? ‘Ik ben het, de HERE, die uw heil aankondigt, degene die de macht heeft u te redden!’Mal 3:1‘Luister, Ik stuur mijn boodschapper voor Mij uit om voor Mij een weg te banen. En onverwacht zal de HERE naar wie wordt uitgezien, naar zijn tempel komen. Hij is de boodschapper van Gods beloften, die de grote vreugde zal bezorgen die zo lang werd verwacht. Ja, Hij komt beslist,’ zegt de HERE van de hemelse legers.1 Kron 3:22Jesajaʼs zoon was Refaja, Refajaʼs zoon was Arnan, Arnans zoon was Obadja, Obadjaʼs zoon was Sechanja, Sechanjaʼs zoon was Semaja. Semaja had zes zonen, onder wie Chattus, Jigal, Bariach, Nearja en Safat.Ezra 8:2-14Van de familie Pinechas: Gersom; van de familie Itamar: Daniël; van de familie David: Chattus, de zoon van Sechanja; van de familie Paros: Zecharja en 150 andere mannen; van de familie Pachat-Moab: Eljoenai, de zoon van Zerachja, en 200 andere mannen; van de familie Zattu: Sechanja, de zoon van Jachaziël, en 300 andere mannen; van de familie Adin: Ebed, de zoon van Jonatan, en vijftig andere mannen; van de familie Elam: Jesaja, de zoon van Atalja, en zeventig andere mannen; van de familie Sefatja: Zebadja, de zoon van Michaël, en tachtig andere mannen; van de familie Joab: Obadja, de zoon van Jechiël, en 218 andere mannen; van de familie Bani: Selomit, de zoon van Josifja, en 160 andere mannen; van de familie Bebai: Zecharja, de zoon van Bebai, en 28 andere mannen; van de familie Azgad: Jochanan, de zoon van Hakkatan, en 110 andere mannen; de laatsten van de familie Adonikam: Elifelet, Jeïel, Semaja en zestig andere mannen; van de familie Bigwai: Utai, Zakkur en zeventig andere mannen.Ez 33:1Opnieuw ontving ik een boodschap van de HERE. Hij zei:Jes 21:11Dit is Gods profetie over Duma. Iemand uit uw midden blijft naar mij roepen: ‘Wachter, hoever is de nacht gevorderd? Wachter, hoever is de nacht gevorderd?’1 Kron 25:9-31Het eerste lot viel op Jozef van de familie van Asaf, het tweede op Gedalja, samen met elf van zijn zonen en broers, het derde op Zakkur en elf van zijn zonen en broers, het vierde op Jizri en elf van zijn zonen en broers, het vijfde op Netanja en elf van zijn zonen en broers, zesde was Bukkiahu met elf van zijn zonen en broers, zevende was Jesarela met elf van zijn zonen en broers, achtste was Jesaja met elf van zijn zonen en broers, negende was Mattanja met elf van zijn zonen en broers, tiende was Simi met elf van zijn zonen en broers, elfde was Azarel met elf van zijn zonen en broers, twaalfde was Chasabja met elf van zijn zonen en broers, dertiende was Subaël met elf van zijn zonen en broers, veertiende was Mattitja met elf van zijn zonen en broers, vijftiende was Jeremot met elf van zijn zonen en broers, zestiende was Chananja met elf van zijn zonen en broers, zeventiende was Josbekasa met elf van zijn zonen en broers, achttiende was Chanani met elf van zijn zonen en broers, negentiende was Malloti met elf van zijn zonen en broers, twintigste was Eliata met elf van zijn zonen en broers, eenentwintigste was Hotir met elf van zijn zonen en broers, tweeëntwintigste was Giddalti met elf van zijn zonen en broers, drieëntwintigste was Machaziot met elf van zijn zonen en broers, vierentwintigste was Romamti-Ezer met elf van zijn zonen en broers.1 Kron 24:21de groep van Rechabja, onder leiding van zijn oudste zoon Jissia,Jes 21:1Dit is Gods profetie over Babel. Het onheil komt als een stormwind over u heen vanuit de angstaanjagende woestijn, als een wervelwind uit de Negevwoestijn.Ez 20:47Profeteer met de woorden: luister naar het woord van de HERE. “Ik zal u in brand steken, o woud. En elke boom zal verbranden, zowel de gezonde als de dode bomen. De vreselijke vlammen zullen niet doven en zij zullen het hele land zwart blakeren.Joël 1:1Joël, de zoon van Petuël, ontving deze boodschap van de HERE:Heb 11:20Omdat Isaak op God vertrouwde, kon hij zijn twee zonen, Jakob en Esau, zegen voor de toekomst beloven.Jes 47:4Dat zegt onze verlosser, die Israël uit de macht van Babel zal redden, HERE van de hemelse legers is zijn naam, de Heilige van Israël.Jes 40:1‘Troost, o ga mijn volk troosten,’ zegt uw God.Jes 55:13Waar eens doornstruiken groeiden, zullen cipressen staan, in plaats van distels zullen mirtestruiken uit de aarde opschieten. Dit wonder zal de naam van de HERE beroemd maken en zal een eeuwig teken zijn van Gods macht en liefde, waaraan nooit meer een einde komt.’Ps 72:20Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.Am 1:2Op een dag vertelde de HERE hem in een visioen enkele van de dingen die met Israël zouden gaan gebeuren. Hij kreeg dat visioen in de tijd dat Uzzia koning van Juda en Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël was, twee jaar voor de aardbeving. Hier volgt zijn verslag van de dingen die hij zag en hoorde. De HERE brult als een getergde leeuw, Hij spreekt vanuit zijn tempel in Jeruzalem, zodat de malse weiden op de berg Karmel zullen verdorren en alle herders zullen rouwen.Jes 11:1Maar uit de stronk van Isaï, de omgehakte boom van David, zal een scheut groeien, een nieuwe vrucht bloeit op uit zijn wortels.Ez 30:2-3‘Mensenzoon, profeteer en zeg dat de Oppermachtige HERE zegt: “Huil, want de beslissende dag staat voor de deur, de dag van de HERE, een dag van wolken en onheil, een dag van oordeel voor de volken!Jes 10:17God, het Licht en de Heilige van Israël, zal het vuur en de vlam zijn die hen zal vernietigen. In een enkele nacht zal Hij de Assyriërs die het land Israël hebben verwoest, verbranden als dorens en distels.Zef 1:1De HERE sprak tot Zefanja, de zoon van Kusi, kleinzoon van Gedalja, achterkleinzoon van Amarja en achterachterkleinzoon van Hizkia. Zefanja ontving deze boodschap tijdens de periode waarin Josia, de zoon van Amon, als koning over Juda regeerde.Ez 36:1‘Mensenzoon, profeteer tegen de bergen van Israël. Zeg hun dat zij moeten luisteren naar deze boodschap van de HERE:Jes 54:1Zing, kinderloze vrouw! Barst uit in luid en vrolijk gezang, u die nooit moeder bent geworden. Want de verlaten vrouw heeft meer kinderen dan de vrouw die een man heeft.