Ac 12:2Jakobus, de broer van Johannes, liet hij doden door het zwaard.Jas 1:1Van: Jakobus, een dienaar van God en van de Here Jezus Christus. Aan: de Joodse christenen uit de twaalf stammen die over de hele wereld verstrooid zijn.Ge 32:22Maar midden in de nacht stond hij op, wekte zijn twee vrouwen, de twee bijvrouwen en de elf kinderen en trok bij een doorwaadbare plaats het riviertje de Jabbok over.Mt 1:16Jakob de vader van Jozef, die getrouwd was met Maria, de moeder van Jezus, die Christus genoemd wordt.Ge 27:18Jakob ging de tent in waar zijn vader lag en antwoordde op Isaaks vraag wie daar was:Ge 32:27‘Hoe heet u?’ vroeg de Ander. ‘Jakob,’ was het antwoord.Ge 35:20Jakob zette een stenen monument op haar graf, dat daar tot op heden staat.Mr 3:17Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs (Jezus gaf hun de bijnaam Boanerges, ‘zonen van de donder’),Ge 46:1Zo trok Israël met al zijn bezittingen naar Berseba en bracht daar offers aan de God van zijn vader Isaak.Ge 31:45Jakob pakte een steen en zette hem rechtop als een gedenksteen.Ge 31:20Jakob verdween met al zijn bezittingen (Rachel stal stiekem haar vaders huisgoden),Ps 47:5Hij zoekt voor ons een erfdeel uit, waar Jakob trots op zal zijn. God houdt van Jakob.Mr 3:18Andreas, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Thaddeüs,Ga 1:19De enige andere apostel die ik toen ontmoet heb, was Jakobus, de broer van onze Here.Ge 32:7Jakob verbleekte van schrik. Hij deelde zijn huishouden met de kudde en de kamelen in twee groepen en zei:Jud 1:1Van: Judas, een dienaar van Jezus Christus en een broer van Jakobus. Aan: alle mensen die door God, de Vader, geroepen zijn. Hij houdt van u en zijn Zoon Jezus Christus bewaart u.Ge 29:10Zodra Jakob haar zag, rolde hij de steen van de bron en drenkte de schapen van zijn oom, Rachel was de dochter van zijn moeders broer.Ho 12:13Jakob vluchtte naar Aram en kreeg zijn vrouw door te werken als schapenhoeder.Ge 35:13Na die woorden zette Jakob op de plaats waar God aan hem was verschenen, een gedenksteen neerGe 29:28Jakob beloofde dat. Toen gaf Laban hem ook Rachel.Ge 32:13Jakob bleef daar die nacht en maakte een geschenk voor zijn broer Esau klaar,Ge 25:31Jakob antwoordde: ‘Dat kun je krijgen, maar dan moet je mij wel je eerstgeboorterecht verkopen!’Ge 37:2Jakobs zoon Jozef was zeventien jaar oud. Samen met zijn halfbroers, de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, hoedde hij de schapen. Maar Jozef vertelde het zijn vader als de andere jongens een streek uithaalden.Ge 33:19Jakob kocht het stuk land waarop hij zijn tent had opgezet, voor honderd zilverstukken van de familie van Chamor, de vader van Sichem.Ac 7:15Jakob bleef in Egypte wonen en is daar ook gestorven. Ook zijn zonen hebben er tot hun dood gewoond.Heb 11:21Omdat Jakob op God vertrouwde, zegende hij kort voor zijn dood de twee zonen van Jozef. Leunend op zijn stok, boog hij vol ontzag voor God.Ge 28:10Jakob was inmiddels uit Berseba vertrokken en reisde naar Haran.Ge 27:30Na die zegen, toen Jakob nog maar net de tent van zijn vader had verlaten, kwam Esau terug van de jacht.Ge 27:21-23Isaak liet Jakob bij zich komen en betastte hem. ‘De stem is van Jakob, maar de handen zijn van Esau,’ zei hij bij zichzelf.Ge 50:1Jozef wierp zich op het lichaam van zijn vader, kuste hem en huilde.Ge 33:3Jakob liep naar voren tot hij bij zijn broer kwam en boog zeven keer diep voor hem.Ge 29:1Jakob reisde verder en kwam ten slotte in het Oosterland aan.Ge 48:1Op een dag, niet lang hierna, hoorde Jozef dat zijn vader snel achteruitging. Samen met zijn twee zonen, Manasse en Efraïm, ging hij hem bezoeken.Ge 29:4Jakob ging naar de herders toe en vroeg waar zij vandaan kwamen. ‘Uit Charan,’ antwoordden zij.Ge 32:19Die opdracht gaf Jakob aan iedere herder, met dezelfde boodschap.1Ch 4:9Jabes genoot het meeste aanzien van zijn broers. Zijn moeder noemde hem Jabes omdat de bevalling zo moeilijk verliep.Ge 28:7Jakob had naar hen geluisterd en was naar Paddan-Aram vertrokken.Ac 15:13Nadat zij waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. ‘Luister, broeders.Lu 6:16Judas (de zoon van Jakobus) en Judas Iskariot (die Hem later zou uitleveren).Ge 46:2In de loop van de nacht sprak God tot hem in een visioen. ‘Jakob, Jakob!’ riep Hij. ‘Ja, HERE, hier ben ik!’ antwoordde Jakob.3Jo 1:1Van: Johannes, de leider van de gemeente. Aan: mijn vriend Gajus, die ik van harte liefheb.Ge 27:6-7riep zij Jakob en vertelde hem wat zijn vader tegen zijn broer had gezegd.1Ch 1:34Abrahams zoon Isaak had twee zonen: Esau en Israël.Ge 30:43Dankzij die tactiek groeide Jakobs kudde snel en werd hij steeds rijker, met veel dienaren, kamelen en ezels.Ge 35:15Jakob noemde die plaats Betel (Huis van God), omdat God daar met hem had gesproken.Ge 27:1Isaak werd op zijn oude dag halfblind. Op een dag riep hij zijn oudste zoon Esau bij zich. ‘Mijn zoon,’ zei Isaak,Ge 32:1Jakob en zijn metgezellen trokken verder. En engelen van God ontmoetten hem.Ge 30:41Jakob ging zelfs nóg verder! Hij lette erop dat alleen de sterke en gezonde dieren met behulp van de geschilde takken paarden.Ge 35:1Daarna zei God tegen Jakob: ‘Breek uw kamp op, ga naar Betel en vestig u daar. Bouw daar een altaar ter ere van de God, die aan u verscheen toen u op de vlucht was voor uw broer Esau.’Ge 48:2Toen Jakob hoorde dat Jozef er was, verzamelde hij al zijn krachten en ging rechtop in bed zitten om hem te begroeten.Ge 30:29Jakob antwoordde: ‘U weet dat ik u trouw heb gediend in de afgelopen jaren en dat uw kudden flink zijn gegroeid.Ge 47:28Jakob leefde nog zeventien jaar na zijn aankomst in Egypte. Hij was 147 jaar oud toen hij stierf.Ge 28:1Daarom sprak Isaak met Jakob, zegende hem en zei: ‘Trouw niet met een Kanaänitisch meisje.Ge 47:9Jakob antwoordde: ‘Ik heb honderddertig lange, harde jaren geleefd en ben nog lang niet zo oud als sommigen van mijn voorouders zijn geworden.’Ge 47:10Voor hij vertrok, zegende Jakob de farao nog een keer.Ge 25:28Esau was Isaaks lieveling, omdat hij altijd wild mee naar huis nam. Rebekka had echter een zwak voor Jakob.Mt 1:2Abraham was de vader van Isaak, Isaak de vader van Jakob, Jakob de vader van Juda en zijn broers,Ge 28:20-21Jakob deed een gelofte: ‘Als God mij op deze reis helpt en beschermt, voor eten en kleding zorgt zodat ik veilig zal terugkeren bij mijn vader, en als de HERE mijn God zal zijn,Ge 28:16Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is beslist de plaats waar de HERE woont,’ riep hij vol eerbied.Ps 105:23Toen Jakob en zijn familie naar het land Egypte waren gekomen en daar als vreemdelingen tussen de mensen woonden,Ge 30:1Toen Rachel merkte dat zij onvruchtbaar was, werd zij jaloers op Lea. ‘Geef mij kinderen, anders ga ik dood!’ riep zij tegen Jakob.1Co 15:7Hij is gezien door Jakobus en daarna nog eens door alle apostelen.Lu 23:50Een zekere Jozef, die lid was van de Hoge Raad en uit de stad Arimathea kwam,Ac 1:23Zij stelden twee mannen voor: Jozef, die ook wel Barsabbas of Justus werd genoemd, en Mattias.Ge 29:18Jakob werd dan ook verliefd op haar. Daarom zei hij tegen haar vader: ‘Ik zal zeven jaar voor u werken, als u mij daarna Rachel als vrouw wilt geven.’Ge 30:39De jongen die daaruit voortkwamen, waren gestreept en gevlekt en Jakob voegde ze bij zijn kudde.Ge 29:25Maar toen Jakob de volgende morgen wakker werd, lag Lea naast hem! ‘Wat is dit voor een streek?’ raasde Jakob tegen Laban. ‘Ik heb zeven jaar voor Rachel gewerkt! Waarom hebt u mij bedrogen?’Ge 30:37Daarna verzamelde Jakob verse takken van populieren, amandelbomen en platanen en schilde ze zo, dat er witte strepen op kwamen.Ge 45:26‘Jozef leeft nog!’ riepen zij hem toe. ‘Hij is heerser over het hele land Egypte!’ Maar Jakobs hart bleef zo koud als een steen, hij kon het niet geloven.Ge 29:14‘Werkelijk, je bent mijn eigen vlees en bloed!’ riep Laban uit. Nadat Jakob ongeveer een maand bij Laban was geweest, zei deze op een dag:Ge 32:30Jakob noemde die plaats Peniël (Het Gezicht van God) en zei: ‘Ik heb God recht in de ogen gekeken en toch is mijn leven gespaard.’Ps 135:4De HERE heeft Jakob uitgekozen en het volk Israël is van Hem.Ge 35:4Allen gaven Jakob hun afgodsbeeldjes en oorringen en hij begroef ze onder de eik bij Sichem.Ge 27:14Jakob deed wat zijn moeder hem had opgedragen en bracht haar de geiten, die zij klaarmaakte op de manier die Isaak het lekkerste vond.Ge 29:22Laban nodigde alle mannen van de nederzetting uit om het heuglijke feit met Jakob te vieren.Ac 7:9Een van Jakobs zonen, Jozef, werd door zijn broers als slaaf verkocht, omdat ze jaloers waren. Jozef kwam in Egypte terecht, maar God liet hem niet aan zijn lot over.Ro 16:23De hartelijke groeten van Gajus, bij wie ik logeer en van alle gelovigen hier. Ook nog de groeten van de stadsontvanger Erastus en van onze broeder Quartus.Ge 49:2Luister naar mij, zonen van Jakob. Luister naar Israël, jullie vader.Ac 4:36Een van die mensen was Jozef, een Leviet van het eiland Cyprus. Hij werd door de apostelen Barnabas genoemd, wat betekent: ‘Zoon van de troost’.Ge 32:3Daarom noemde hij die plaats Machanaïm (Twee Legers). Jakob zond daarna boodschappers voor zich uit naar zijn broer Esau in Edom, in het land Seïr.Lu 6:15Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus (de zoon van Alfeüs), Simon de Zeloot,Mt 20:20De moeder van Jakobus en Johannes kwam met haar twee zonen naar Jezus toe. Zij boog zich voor Hem neer om Hem iets te vragen.Joh 5:35Johannes was een helder schijnende lamp en u hebt een korte tijd van dat licht genoten.Ge 27:27Jakob kuste hem en Isaak rook de geur van zijn kleren en was toen helemaal overtuigd. En hij gaf Jakob zijn zegen met de woorden: ‘De geur van mijn zoon is de goede geur van de aarde en het open veld, dat de HERE heeft gezegend.Ge 29:13Laban haastte zich daarop naar de bron om Jakob te ontmoeten. Hij verwelkomde hem hartelijk en nam hem mee naar huis. Daar vertelde Jakob hem het verhaal van zijn reis.Ge 34:5Jakob hoorde al snel wat er was gebeurd, maar zijn zonen waren met het vee op het land, dus wachtte hij tot zij terug waren.Ge 31:25Ten slotte ontmoetten de mannen elkaar in het gebergte. Jakob had zijn tenten op een bergkam opgeslagen. Labans kamp lag wat lager.Lu 3:30de vader van Levi was Simeon; de vader van Simeon was Juda; de vader van Juda was Jozef; de vader van Jozef was Jonan;Ge 35:24De zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.Ge 32:9-10Toen bad Jakob: ‘God van mijn grootvader Abraham en mijn vader Isaak, HERE, die mij heeft gezegd dat ik moest teruggaan naar het land van mijn familie en die beloofde goed voor mij te zijn—ik ben het niet waard dat U mij zoveel goedheid hebt bewezen, steeds weer, zoals U had beloofd. Toen ik van huis vertrok, had ik alleen maar een staf en nu heb ik twee legers!2Pe 1:1Van: Petrus, een dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan: allen, die een even heerlijk geloof hebben als wij. Dat geloof hebben wij gekregen door de rechtvaardigheid van onze God en Redder, Jezus Christus.Joh 4:12Bent U dan meer dan onze stamvader Jakob? Hij heeft deze put gegraven. En zijn zoons, zijn vee en hijzelf hebben er water uit gedronken.’Ge 27:16Van de harige huid van de geiten maakte ze twee handschoenen, en een reep van de huid bond ze om Jakobs gladde hals.Ge 32:21Zo werd het vee vooruitgedreven en Jakob bleef die nacht in het kamp.Ge 47:7Toen bracht Jozef zijn vader Jakob bij de farao. En Jakob zegende de farao.Ge 29:30Zo sliep Jakob ook met Rachel. Hij hield meer van haar dan van Lea. Hij bleef daar en werkte de afgesproken zeven jaar voor zijn oom.Ge 35:7Jakob bouwde daar een altaar en noemde het El-Betel (de God die bij Betel aan mij is verschenen), want dat was de plaats waar God aan hem verscheen, toen hij op de vlucht was voor Esau.Mr 10:35Jakobus en Johannes kwamen naast Hem lopen. ‘Meester,’ zeiden zij, ‘wij willen U iets vragen. U moet iets voor ons doen.’Ge 30:25Kort na Jozefs geboorte wendde Jakob zich tot Laban en zei: ‘Ik wil naar huis terug.Ge 32:31De zon was al op, toen Jakob Peniël verliet. Hij liep mank door de klap op zijn heup.