1Ch 4:9Jabes genoot het meeste aanzien van zijn broers. Zijn moeder noemde hem Jabes omdat de bevalling zo moeilijk verliep.1Sa 31:11De inwoners van Jabes in Gilead hoorden echter wat de Filistijnen hadden gedaan1Sa 31:13Daarna begroeven zij de beenderen onder de eikenboom bij Jabes en ze vastten zeven dagen lang.1Ch 10:11Maar toen de inwoners van de stad Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan,1Sa 11:10Tegen Nachas zeiden de mannen van Jabes: ‘Wij geven ons over. Morgen komen wij naar buiten en dan kunt u met ons doen wat u wilt.’1Sa 11:1Rond die tijd trok de Ammoniet Nachas met zijn leger naar de Israëlitische stad Jabes in Gilead en sloot de stad in. De inwoners van Jabes vroegen echter om vrede. ‘Als u ons met rust laat, zullen wij voortaan uw dienaars zijn,’ drongen zij aan.1Ch 2:55hiertoe behoorden ook de families van de schrijvers die in Jabes woonden: de Tiratieten, de Simatieten en de Suchatieten. Al deze mensen behoren tot de Kenieten, die afstamden van Chammat, de stamvader van het huis Rechab.Jud 21:14De Benjaminieten keerden daarop naar huis terug en kregen de meisjes uit Jabes die in leven waren gelaten. Toch waren het er nog niet genoeg.1Sa 11:5Saul was op het land aan het ploegen en toen hij bij zijn terugkeer in de stad iedereen in tranen zag, vroeg hij: ‘Wat is er aan de hand?’ Men vertelde hem het nieuws over Jabes.2Ki 15:10Sallum, de zoon van Jabes, smeedde echter een complot tegen Zecharja, vermoordde hem voor de ogen van het volk en riep zichzelf uit tot koning.Jud 21:8-9Toen bedachten zij dat ze iedereen zouden doden die weigerde naar Mispa te komen, en zij ontdekten dat uit Jabes in Gilead niemand de bijeenkomst had bijgewoond.1Ch 10:12gingen hun moedigste strijders op weg en brachten zijn lichaam en die van zijn zonen terug. Daarna begroeven zij hen onder een eik bij Jabes en huilden en rouwden zeven dagen lang om hen.1Sa 11:3‘Geef ons zeven dagen de tijd om anderen te hulp te roepen,’ vroegen de leiders van Jabes. ‘Als geen van onze broeders wil komen om ons te bevrijden, zullen wij uw eis inwilligen.’2Sa 2:4Daar kwamen de leiders van Juda bij David en zalfden hem tot koning over heel Juda. Kort daarop hoorde David dat de mannen van Jabes in Gilead Saul hadden begraven.1Sa 11:9Daarop stuurde hij de boodschappers terug naar Jabes met het bericht: ‘Morgen, op het heetst van de dag, zult u worden bevrijd!’ Er ging een golf van vreugde door de belegerde stad, toen dat nieuws bekend werd!2Sa 21:12-14zorgde hij ervoor dat de beenderen van de mannen werden begraven in het graf van Sauls vader Kis. Tegelijkertijd stuurde hij mannen naar Jabes in Gilead om de beenderen van Saul en Jonatan daar weg te halen. De mannen van Jabes hadden de lijken destijds van het stadsplein in Bet-San weggehaald, waar de Filistijnen ze hadden opgehangen nadat zij waren gesneuveld op de berg Gilboa. Zo werd hun gebeente naar hem toegebracht. En eindelijk verhoorde God de gebeden en kwam er een einde aan de hongersnood.1Sa 31:12en stuurden al hun soldaten op pad. Zij liepen de hele nacht door en kwamen bij Bet-San. Daar haalden ze de lichamen van Saul en zijn drie zonen van de muur. Zij brachten de lijken naar Jabes en verbrandden ze daar.2Ki 15:13De nieuwe koning van Israël was Sallum, de zoon van Jabes. Sallum regeerde slechts één maand. In Juda regeerde toen koning Uzzia, die aan zijn negenendertigste regeringsjaar bezig was.Jud 21:22En als hun vaders of broers bij ons komen protesteren, dan zullen wij zeggen: “Heb alstublieft begrip voor deze zaak en laat hen uw dochters houden. Want wij konden niet genoeg vrouwen voor hen vinden toen we Jabes in Gilead verwoestten. En u kon hun uw dochters niet geven, zonder schuld op u te laden wegens de eed.” ’Jud 21:10-12Daarom stuurde het volk twaalfduizend van de beste soldaten naar Jabes in Gilead om de bevolking te doden. Alle mannen, getrouwde vrouwen en kinderen werden met het zwaard gedood, maar alle jonge meisjes van huwbare leeftijd die nog maagd waren, werden gespaard. Het bleken er vierhonderd te zijn en zij werden naar de legerplaats in Silo in Kanaän gebracht.1Ch 7:33Jaflets zonen waren Pasach, Bimhal en Aswat.1Ch 11:11Jasobam, de zoon van Chachmon, was de voornaamste van de drie grootste helden onder Davids mannen. Hij doodde eens driehonderd mannen met zijn speer.1Ch 24:21de groep van Rechabja, onder leiding van zijn oudste zoon Jissia,1Ch 1:23Seba, Ofir, Chawila en Jobab.1Ch 1:22Uzal, Dikla, Ebal, Abimaël,1Ch 2:17Abigaïl was getrouwd met een zekere Jeter uit het geslacht van Jismaël, haar zoon was Amasa.Ge 46:1Zo trok Israël met al zijn bezittingen naar Berseba en bracht daar offers aan de God van zijn vader Isaak.1Ch 2:18Chesrons zoon Kaleb had twee vrouwen, Azuba en Jeriot. Dit waren hun zonen: Jeser, Sobab en Ardon.1Ch 11:22Benaja, wiens vader Jojada was, een vermaard strijder uit Kabseël, doodde de twee beroemde reuzen uit Moab. Tevens doodde hij eens helemaal alleen een leeuw. Dat was op zichzelf nog niet zo bijzonder, maar wel dat hij dat deed in een glibberige modderkuil, terwijl er een laag sneeuw lag.Jud 4:17Intussen was Sisera te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, gevlucht, want er bestond een verdrag van wederzijdse hulpverlening tussen koning Jabin van Hasor en de familie van Cheber.Ge 36:5Esau en Oholibama kregen drie zonen: Jeüs, Jalam en Korach. Al deze zonen werden geboren in het land Kanaän.Jos 13:18Jahas, Kedemot, Mefaät,Ge 4:20Ada kreeg een zoon, Jabal. Hij werd de vader van de veehoeders en de mensen die in tenten wonen.1Ch 11:20Joabs broer Absai was de aanvoerder van de groep van dertig. Hij had zijn plaats onder hen verworven door ook ooit driehonderd mannen te doden met zijn speer.1Ch 2:22Segub was de vader van Jaïr, die drieëntwintig steden in het gebied Gilead in bezit had.1Ch 2:37Zabads zoon was Eflal, Eflals zoon was Obed,1Ch 24:22de groep van Jisha, bestaande uit Selomot en zijn nakomeling Jachat.Jas 1:1Van: Jakobus, een dienaar van God en van de Here Jezus Christus. Aan: de Joodse christenen uit de twaalf stammen die over de hele wereld verstrooid zijn.Ge 32:22Maar midden in de nacht stond hij op, wekte zijn twee vrouwen, de twee bijvrouwen en de elf kinderen en trok bij een doorwaadbare plaats het riviertje de Jabbok over.1Ch 6:74De stam van Aser gaf hun Masal, Abdon,Joh 4:12Bent U dan meer dan onze stamvader Jakob? Hij heeft deze put gegraven. En zijn zoons, zijn vee en hijzelf hebben er water uit gedronken.’Ne 3:10Jedaja, de zoon van Charumaf, was bezig tegenover zijn eigen huis, met naast hem Chattus, de zoon van Chasabneja.Ge 32:27‘Hoe heet u?’ vroeg de Ander. ‘Jakob,’ was het antwoord.Ge 31:45Jakob pakte een steen en zette hem rechtop als een gedenksteen.Ezr 10:28Van de familie Bebai: Jochanan, Chananja, Zabbai en Atlai.Ge 27:18Jakob ging de tent in waar zijn vader lag en antwoordde op Isaaks vraag wie daar was:2Sa 20:8-10Toen zij bij de grote steen in Gibeon aankwamen, stonden zij plotseling oog in oog met Amasa. Joab droeg zijn uniform met opzij een kort zwaard. Toen hij naar voren stapte om Amasa te begroeten, viel het zwaard uit de schede. ‘Hoe is het met u, mijn broeder,’ zei Joab en pakte hem met zijn rechterhand bij de baard om hem een kus te geven. Amasa zag het zwaard in zijn linkerhand niet en Joab stak Amasa zo hard in zijn buik dat zijn ingewanden naar buiten kwamen. Joab hoefde niet nog eens toe te steken en Amasa stierf ter plekke. Joab en zijn broer Abisaï zetten daarna de achtervolging op Seba voort.Isa 16:8om de verlaten boerderijen van Chesbon en de wijngaarden van Sibma. De vijandelijke leiders hebben de wijngaarden die zich uitstrekten tot aan Jazer in de woestijn en waarvan de ranken zelfs tot voorbij de zee bij Jazer reikten, vernield.Ge 33:3Jakob liep naar voren tot hij bij zijn broer kwam en boog zeven keer diep voor hem.1Ch 27:2-3De commandant van de eerste afdeling was Jasobam, de zoon van Zabdiël en nakomeling van Peres. Hij stond aan het hoofd van vierentwintigduizend man en zijn onderdeel kwam in de eerste maand van het jaar op voor actieve dienst.1Ch 8:29Jeïel, de vader van Gibeon, woonde in Gibeon. Zijn vrouw heette Maächa.Ge 36:15-16Esaus kleinkinderen werden stamhoofden van de volgende stammen: de stam van Teman, de stam van Omar, de stam van Sefo, de stam van Kenaz, de stam van Korach, de stam van Gatam en de stam van Amalek. De bovengenoemde stammen waren nakomelingen van Elifaz, de oudste zoon van Esau en Ada.2Ki 8:21Koning Joram probeerde zonder succes de opstand de kop in te drukken, hij stak de Jordaan over en viel de stad Saïr aan, maar hij werd al snel omsingeld door het leger van Edom. ʼs Nachts brak hij door de linies van Edom, zodat zijn leger kon ontkomen.Jud 7:25Oreb en Zeëb, twee Midjanitische koningen, werden gevangengenomen. Oreb werd gedood bij een rots die nu zijn naam draagt en Zeëb bij Zeëbs Wijnpers, zoals die plaats nu wordt genoemd. Na de achtervolging brachten de Israëlieten de hoofden van Oreb en Zeëb naar Gideon aan de overkant van de Jordaan.Ge 32:1Jakob en zijn metgezellen trokken verder. En engelen van God ontmoetten hem.1Ch 1:21Selef, Chasarmawet, Jerach, Hadoram,Ge 25:33Jakob zei: ‘Zweer dan dat je het aan mij zult verkopen!’ Toen zwoer Esau het en stond zo alle rechten die hij als oudste zoon had, af aan Jakob.1Ch 1:3Mahalalel, Jered, Henoch, Metuselach,Nu 10:20en die van Gad, onder leiding van Eljasaf, de zoon van Deüel.2Ch 22:11Maar Josabat, een dochter van koning Joram en dus een zuster van Achazja, haalde Achazjaʼs zoon Joas weg bij de zonen die zouden worden gedood en verstopte hem met een verzorgster in een beddenkamer. Deze Josabat was de vrouw van de priester Jojada. Zo kon Atalja de kleine Joas niet doden.Ge 35:13Na die woorden zette Jakob op de plaats waar God aan hem was verschenen, een gedenksteen neerGe 32:29Toen vroeg Jakob de Ander: ‘Wat is uw naam?’ ‘Dat moet u niet vragen,’ antwoordde de Ander. En Hij zegende Jakob daar.Ge 32:3Daarom noemde hij die plaats Machanaïm (Twee Legers). Jakob zond daarna boodschappers voor zich uit naar zijn broer Esau in Edom, in het land Seïr.Ge 26:34Toen Esau veertig jaar was, trouwde hij met Jehudit, de dochter van de Hethiet Beëri. Als tweede vrouw nam hij Basemat, de dochter van de Hethiet Elon.Nu 10:16en de stam van Zebulon, geleid door Eliab, de zoon van Chelon.1Ch 4:17Ezraʼs zonen waren Jeter, Mered, Efer en Jalon. Mered trouwde met Bitja, een Egyptische prinses. Zij was de moeder van Mirjam, Sammai en Jisbach, de voorvader van Estemoa.Ge 35:4Allen gaven Jakob hun afgodsbeeldjes en oorringen en hij begroef ze onder de eik bij Sichem.1Ch 6:81Chesbon en Jazer. Ook hier kregen zij de erbij behorende weidegronden bij.Jos 14:6Een aantal leden van de stam Juda kwam onder leiding van Kaleb (de zoon van Jefunne) naar Jozua, die in Gilgal was. ‘Herinnert u zich nog wat de HERE in Kades-Barnea tegen Mozes zei over ons beiden?’ vroeg Kaleb aan Jozua.Ge 4:21Zijn broer heette Jubal en werd vader van allen die de citer en de fluit bespelen.Ge 47:9Jakob antwoordde: ‘Ik heb honderddertig lange, harde jaren geleefd en ben nog lang niet zo oud als sommigen van mijn voorouders zijn geworden.’Ge 29:4Jakob ging naar de herders toe en vroeg waar zij vandaan kwamen. ‘Uit Charan,’ antwoordden zij.1Ch 9:35-37Jeïel, wiens vrouw Maächa was, woonde in Gibeon, waarvan hij de stichter was. Hij had veel zonen: Abdon, de oudste, en verder Sur, Kis, Baäl, Ner, Nadab, Gedor, Achio, Zecharja en Miklot.Job 12:1Daarop antwoordde Job:1Ch 1:19Eber had twee zonen: Peleg, die zo heette omdat tijdens zijn leven de aarde werd verdeeld, en zijn broer Joktan.1Ch 6:56-57Maar de velden en omringende dorpen werden aan Kaleb, de zoon van Jefunne, gegeven.1Ch 24:23De groep van Chebron, bestaande uit Jeria, Chebrons oudste zoon, Amarja, zijn tweede zoon, Jachaziël, zijn derde zoon, en Jekamam, de vierde zoon.1Ch 1:30Adbeël, Mibsam, Misma, Duma, Massa, Chadad, Tema,Ge 27:1Isaak werd op zijn oude dag halfblind. Op een dag riep hij zijn oudste zoon Esau bij zich. ‘Mijn zoon,’ zei Isaak,Ge 35:1Daarna zei God tegen Jakob: ‘Breek uw kamp op, ga naar Betel en vestig u daar. Bouw daar een altaar ter ere van de God, die aan u verscheen toen u op de vlucht was voor uw broer Esau.’Ge 27:30Na die zegen, toen Jakob nog maar net de tent van zijn vader had verlaten, kwam Esau terug van de jacht.2Sa 2:18Joabs broers Abisaï en Asaël streden ook mee. Asaël kon heel hard lopen en zette de achtervolging in op de vluchtende Abner.Ge 29:28Jakob beloofde dat. Toen gaf Laban hem ook Rachel.1Sa 8:2Joël en Abia, zijn oudste zonen, spraken recht in Berseba,Ge 32:11Och HERE, bescherm mij nu ook tegen mijn broer Esau, want ik ben bang. Bang dat hij mij en deze moeders en hun kinderen komt doden.1Ki 21:16Achab ging naar de wijngaard om die in bezit te nemen.Ho 12:13Jakob vluchtte naar Aram en kreeg zijn vrouw door te werken als schapenhoeder.2Sa 17:25Hij had Amasa als opperbevelhebber aangesteld in de plaats van Joab. Deze Amasa was een achterneef van Joab, zijn vader was de Ismaëliet Jitra en zijn moeder was Abigal, de dochter van Nachas, die een zuster was van Joabs moeder Seruja.Jud 5:24Maar Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, zij geprezen boven alle vrouwen die in tenten wonen.Ge 30:43Dankzij die tactiek groeide Jakobs kudde snel en werd hij steeds rijker, met veel dienaren, kamelen en ezels.1Ch 7:38De zonen van Jeter waren Jefunne, Pispa en Ara.Nu 34:14want de stammen Gad, Ruben en de tak van Manasse hebben al land toegewezen gekregenGe 36:2Esau trouwde met drie Kanaänitische meisjes: Ada, de dochter van de Hethiet Elon, Oholibama, de dochter van Ana en kleindochter van de Chiwwiet Sibon,1Ch 7:32Chebers kinderen waren Jaflet, Somer, Chotam en hun zuster Sua.Ge 28:1Daarom sprak Isaak met Jakob, zegende hem en zei: ‘Trouw niet met een Kanaänitisch meisje.Jud 1:13Kalebs neef Otniël, de zoon van zijn jongere broer Kenaz, bood zich aan, hij veroverde de stad en Achsa werd zijn vrouw.1Ki 1:7Hij nam generaal Joab en de priester Abjatar in vertrouwen en zij beloofden hem te helpen koning te worden.Ge 10:26-30Joktan was de vader van Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, Hadoram, Uzal, Dikla, Obal, Abimaël, Seba, Ofir, Chawila en Jobab. De afstammelingen van Joktan leefden in het gebied tussen Mescha en het in het oosten gelegen gebergte van Sefar.1Ch 6:78-79Aan de overkant van de Jordaan, tegenover Jericho, gaf de stam van Ruben hun Beser, een woestijnstad, Jahas, Kedemot en Mefaät, met de daarbij behorende weidegronden.Ge 47:31‘Zweer dat je dat zult doen,’ drong Jakob aan. En Jozef deed dat. Daarna boog Israël zich dankbaar neer aan het hoofdeinde van zijn bed.