Zoek "ezra" in de Bijbel

Het Boek

Neh 8:1 Aan het begin van de zevende maand verzamelden alle Israëlieten zich op het plein voor de Waterpoort. Zij vroegen de priester Ezra voor te lezen uit de wet die de HERE door Mozes aan Israël had gegeven.Ezra 7:6 Als geestelijk leider wist Ezra bijzonder veel van de wet die Mozes had ontvangen van de HERE, de God van Israël. Op zekere dag vroeg hij koning Artaxerxes of hij naar Jeruzalem mocht terugkeren. De koning gaf hem toestemming, want God was Ezra goedgezind.Ezra 10:5 Ezra stond op en liet de leiders van de priesters en van de Levieten en van het volk Israël zweren dat zij zouden doen wat Sechanja had voorgesteld.Neh 8:5 Toen de mensen zagen dat Ezra de boekrol opende, stond iedereen op.Ezra 7:10 Ezra was namelijk vastbesloten de wet van de HERE te bestuderen en te gehoorzamen. En hij wilde deze wet ook onderwijzen aan het volk Israël.Ezra 7:12 ‘Van: koning Artaxerxes. Aan: Ezra, de priester en leraar van de wet van de God van de hemel.Ezra 7:11 Koning Artaxerxes gaf Ezra de volgende brief mee:Neh 8:13 De volgende dag kwamen de familiehoofden, de priesters en de Levieten bij Ezra om de wet nader te bestuderen.Ezra 7:1-5 Hier volgt de stamboom van Ezra, de man die van Babel naar Jeruzalem trok tijdens de regering van koning Artaxerxes van Perzië: Ezra was de zoon van Seraja, Seraja was de zoon van Azarja, Azarja was de zoon van Chilkia, Chilkia was de zoon van Sallum, Sallum was de zoon van Sadok, Sadok was de zoon van Achitub, Achitub was de zoon van Amarja, Amarja was de zoon van Azarja, Azarja was de zoon van Merajot, Merajot was de zoon van Uzzi, Uzzi was de zoon van Bukki, Bukki was de zoon van Abisua, Abisua was de zoon van Pinechas, Pinechas was de zoon van Eleazar en Eleazar was de zoon van de hogepriester Aäron.Ezra 8:1 Hier volgen, met vermelding van hun afkomst, de namen van de familiehoofden die met mij van Babel naar Jeruzalem gingen tijdens de regering van koning Artaxerxes:Ezra 10:10 Toen stond de priester Ezra op en sprak hen toe: ‘U hebt gezondigd door met heidense vrouwen te trouwen. Nu zijn wij nog schuldiger dan eerst.Neh 12:26 Deze mensen waren tijdgenoten van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Josadak, en van mij, gouverneur Nehemia, en van de priester en geestelijk leider Ezra.Neh 12:2-7 Ezra, Amarja, Malluch, Chattus, Sechanja, Rechum, Meremot, Iddo, Ginnetoi, Abia, Miamin, Maädja, Bilga, Semaja, Jojarib, Jedaja, Sallu, Amok, Chilkia en Jedaja.Ezra 10:16 Maar de teruggekeerde ballingen hielden zich aan dit besluit. Enkele familiehoofden werden door Ezra als rechters aangesteld. Op de eerste dag van de tiende maand begonnen zij rechtszittingen te houden.Neh 12:32-34 Deze groep bestond uit de helft van de leiders van Juda plus Hosaja, Azarja, Ezra, Mesullam, Jehuda, Benjamin, Semaja en Jirmeja.Ezra 10:2 Toen zei Sechanja, de zoon van Jechiël, van de familie Elam tegen Ezra: ‘Wij zijn onze God ontrouw geweest door zijn gebod te overtreden. Want wij zijn getrouwd met heidense vrouwen. Toch is er nog hoop voor Israël.Neh 8:6 Ezra loofde de HERE, de grote God, en het hele volk zei ‘Amen, amen!’ en hief de handen omhoog. Toen knielden zij, bogen diep en aanbaden de HERE.Ezra 7:21 Ik, koning Artaxerxes, stuur het volgende bevel aan alle schatbewaarders in het gebied ten westen van de Eufraat: “U moet Ezra, de priester en leraar van de wet van de God van de hemel, alles geven wat hij vraagt,Ezra 10:1 Terwijl Ezra geknield op de grond voor de tempel lag en onder tranen bad en schuld bekende, verzamelde zich een grote menigte mannen, vrouwen en kinderen. Iedereen was in tranen uitgebarsten.Ezra 7:25 U, Ezra, moet de wijsheid die uw God u heeft gegeven, gebruiken om bestuursambtenaren en rechters uit te kiezen en aan te stellen. Zij moeten het volk ten westen van de Eufraat besturen. En ik draag u op, de wetten van uw God te onderwijzen aan iedereen die ze nog niet kent.Neh 8:9 Alle aanwezigen barstten in tranen uit bij het horen van de geboden uit de wet. Maar Ezra, die Gods wet kende, en ik als gouverneur en de Levieten die de uitleg gaven, zeiden tegen hen: ‘Huil niet op een dag als vandaag! Want vandaag is het een heilige dag voor de HERE, uw God. Het is een feestdag, waarbij een feestmaal hoort!Ezra 9:1 Toen brachten de leiders van het volk mij een bezoek. Zij vertelden mij dat veel mensen, waaronder zelfs priesters en Levieten, hadden deelgenomen aan de gruwelijke gebruiken van de heidense volken die daar woonden. Zij hadden zich net zo gedragen als de Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Jebusieten, Ammonieten, Moabieten, Egyptenaren en Amorieten.Neh 8:2-4 Ezra haalde de boekrol waarin de wet van Mozes was opgeschreven. Hij ging staan op een houten verhoging die speciaal voor deze gelegenheid was gemaakt. Zo kon iedereen hem zien, terwijl hij las. Hij stond aan het begin van het plein voor de Waterpoort en las voor van zonsopgang tot in de namiddag. Ieder die oud genoeg was om het te begrijpen, luisterde aandachtig. Rechts van hem stonden Mattitja, Sema, Anaja, Uria, Chilkia en Maäseja. Links van hem Pedaja, Misaël, Malkia, Chasum, Chasbaddana, Zecharja en Mesullam.Neh 12:35-36 De priesters die op de trompetten bliezen, heetten Zecharja, de zoon van Jonatan, de zoon van Semaja, de zoon van Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zakkur, de zoon van Asaf, Semaja, Azarel, Milalai, Gilalai, Maäi, Netanel, Jehuda en Chanani. Zij gebruikten de muziekinstrumenten van koning David. De geestelijk leider Ezra liep aan het hoofd van deze stoet.Neh 12:12-21 Dit zijn de namen van de familiehoofden van de priesters die dienstdeden onder de hogepriester Jojakim: Meraja, leider van de familie Seraja; Chananja, leider van de familie Jirmeja; Mesullam, leider van de familie Ezra; Jochanan, leider van de familie Amarja; Jonatan, leider van de familie Melichu; Jozef, leider van de familie Sebanja; Adna, leider van de familie Charim; Chelkai, leider van de familie Merajot; Zecharja, leider van de familie Iddo; Mesullam, leider van de familie Ginneton; Zichri, leider van de familie Abia; Piltai, leider van de families Minjamin en Moadja; Sammua, leider van de familie Bilga; Jonatan, leider van de familie Semaja; Mattenai, leider van de familie Jojarib; Uzzi, leider van de familie Jedaja; Kallai, leider van de familie Sallai; Eber, leider van de familie Amok; Chasabja, leider van de familie Chilkia; Netanel, leider van de familie Jedaja.1 Kron 4:17 Ezraʼs zonen waren Jeter, Mered, Efer en Jalon. Mered trouwde met Bitja, een Egyptische prinses. Zij was de moeder van Mirjam, Sammai en Jisbach, de voorvader van Estemoa.Neh 3:19 Ezer, de zoon van Jesua en tevens bestuurder van Mispa, herstelde een stuk stadsmuur tegenover de wapenopslagplaats, waar de muur een hoek maakt.1 Kron 7:24 Efraïms dochter heette Seëra. Zij bouwde Laag-Bet-Choron, Hoog-Bet-Choron en Uzzen-Seëra.Neh 8:7-8 Tijdens het voorlezen liepen de Levieten Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbetai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azarja, Jozabad, Chanan en Pelaja langs de mensen om hun de betekenis van het gelezene uit te leggen, zodat de mensen het konden begrijpen.Neh 10:9-13 Dit zijn de namen van de Levieten die tekenden: Jesua, de zoon van Azanja, Binnuï, de zonen van Chenadad: Kadmiël, Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Chanan; Micha, Rechob, Chasabja, Zakkur, Serebja, Hodia, Bani en Beninu.Luk 3:29 de vader van Jozua was Eliëzer; de vader van Eliëzer was Jorim; de vader van Jorim was Mattat; de vader van Mattat was Levi;Hag 1:1 Op de eerste dag van de zesde maand van het tweede regeringsjaar van koning Darius I, sprak de HERE tot de profeet Haggai. Haggai moest deze woorden doorgeven aan Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de gouverneur van Juda, en aan hogepriester Jozua, de zoon van Josadak.Ezra 7:7-9 Een aantal gewone mensen en priesters, Levieten, zangers, poortwachters en tempelknechten gingen mee. Zij verlieten Babel op de eerste dag van de eerste maand van koning Artaxerxesʼ zevende regeringsjaar. Op de eerste van de vijfde maand van datzelfde jaar arriveerden zij in Jeruzalem, want God had hun een voorspoedige reis gegeven.Est 2:7 Mordechai was de pleegvader van een bijzonder knap en aantrekkelijk meisje, Hadassa, die in het Perzisch Esther werd genoemd. Zij was de dochter van zijn oom. Hij had haar na de dood van haar ouders als dochter aangenomen.Mat 1:13 Zerubbabel de vader van Abiud, Abiud was de vader van Eljakim, Eljakim de vader van Azor,Neh 12:22 Van de familiehoofden van de priesters en Levieten werd tijdens de regering van koning Darius van Perzië een geslachtsregister opgesteld. Dat viel dus samen met de tijd van Eljasib, Jojada, Jochanan en Jaddua, allemaal Levieten.Dan 9:1 Het was het eerste regeringsjaar van koning Darius, de zoon van Xerxes. Darius kwam uit Medië, maar werd toch koning van de Chaldeeën.Est 2:5 Nu woonde in Susa een Joodse man, Mordechai. Hij hoorde bij de stam Benjamin en was de zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis.Ezra 8:16 Daarom ontbood ik de familiehoofden Eliëzer, Ariël, Semaja, Jarib, Elnatan, Natan, Zecharja en Mesullam, en ook Jojarib en Elnatan, twee wijze mannen.1 Kron 27:26 Ezri, de zoon van Kelub, had de leiding over het werk op de koninklijke landerijen.Est 2:15 Toen was Esther aan de beurt om naar de koning te gaan. Zij was de dochter van Abichaïl, die een oom van haar pleegvader Mordechai was. Zij volgde het advies op van Hegai, de harembewaker, en kleedde zich volgens zijn aanwijzingen. Iedereen vond dat zij er prachtig uitzag!2 Kron 17:7-9 In het derde jaar van zijn bewind begon hij een landelijke actie om het volk te onderwijzen. Hij stuurde hoge ambtenaren als leraren naar alle steden van Juda. Onder hen waren Ben-Chaïl, Obadja, Zecharja, Netanel en Micha. Ook de Levieten werden ingeschakeld. Van hen gingen Semaja, Netanja, Zebadja, Asaël, Semiramot, Jonatan, Adonia, Tobia en Tob-Adonia, ook de priesters Elisama en Joram waren erbij. Zij namen kopieën van het wetboek van de HERE mee naar alle steden van Juda om de mensen erin te onderwijzen.1 Kron 6:11-15 Deze Azarja was de vader van Amarja, de vader van Achitub, de vader van Sadok, de vader van Sallum, de vader van Chilkia, de vader van Azarja, de vader van Seraja, de vader van Josadak. Josadak werd balling, toen de HERE het volk van Juda en Jeruzalem gevangen liet nemen door Nebukadnessar.Jer 36:12 ging hij naar het paleis, waar op dat moment de raadgevers van de koning in een vergaderkamer bijeen waren. Daar bevonden zich onder anderen de secretaris Elisama; Delaja, de zoon van Semaja; Elnatan, de zoon van Achbor; Gemarja, de zoon van Safan; Sedekia, de zoon van Chananja.Est 2:16 In de tiende maand van het zevende jaar dat Ahasveros regeerde, werd Esther naar het paleis van de koning gebracht.Est 9:20 Mordechai schreef al deze gebeurtenissen op. Hij stuurde brieven naar de Joden in alle gewesten van koning Ahasveros, zowel dichtbij als veraf.Neh 13:4-5 Enige tijd voor deze gebeurtenis had de priester Eljasib voor zijn vriend Tobia een prachtig vertrek in een van de voorraadkamers laten inrichten. Eljasib was aangesteld als beheerder van de voorraadkamers in de tempel. Vroeger werd die kamer gebruikt als opslagruimte voor spijsoffers, wierook, schalen en ook voor de tienden van het koren, nieuwe wijn en olijfolie. Volgens een bepaling van Mozes was dit alles bestemd voor de Levieten, zangers en poortwachters. De priesters ontvingen andere speciale bijdragen.Neh 3:20 Naast hem was Baruch, de zoon van Zabbai, ijverig bezig de muur te repareren van die hoek tot de ingang van het huis van de hogepriester Eljasib.Ezra 5:1-2 In die tijd waren er twee profeten in Jeruzalem en Juda: Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo. Zij brachten boodschappen van de God van Israël over aan Zerubbabel en Jesua. Zij moedigden hen aan de tempelbouw te hervatten! De twee leiders namen het werk weer ter hand en werden hierbij geholpen door de profeten.Neh 7:7 De leiders waren: Zerubbabel, Jesua, Nechemja, Azarja, Raämja, Nachamani, Mordechai, Bilsan, Misperet, Bigwai, Nechum en Baäna. Anderen die in die tijd terugkeerden, warenNeh 1:1 Memoires van Nehemia, de zoon van Chachalja. In de negende maand van het twintigste regeringsjaar van koning Artaxerxes van PerziëNeh 3:23 Benjamin, Chassub en Azarja, de zoon van Maäseja, de zoon van Ananja, repareerden gedeelten naast hun eigen huis.Ezra 3:8 In de tweede maand van het tweede jaar na aankomst in Jeruzalem begon de bouw van de tempel. Alle ex-ballingen werkten mee. De leiding was in handen van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua, de zoon van Josadak, en hun broers, de priesters en de Levieten. Zij stelden de Levieten van twintig jaar en ouder aan om toezicht te houden op de bouw van het huis van de HERE.Mat 1:14 Azor de vader van Sadok, Sadok de vader van Achim, Achim de vader van Eliud,2 Sam 23:9 Na hem kwam Elazar, de zoon van Dodo uit Achoach. Hij was een van de drie mannen die samen met David de Filistijnen tegenhielden toen de rest van het leger op de vlucht sloeg.Est 8:10 Zij werden geschreven uit naam van koning Ahasveros, verzegeld met zijn zegel en met koeriers verstuurd. Deze reden op paarden uit de koninklijke stallen.Num 10:16 en de stam van Zebulon, geleid door Eliab, de zoon van Chelon.Neh 12:24 De leiders van de Levieten in die tijd waren Chasabja, Serebja en Jesua, de zoon van Kadmiël. Hun familieleden hielpen hen bij de lofdiensten en de dankdiensten zoals David, de man van God, had bevolen.Neh 12:1 Hier volgen de namen van de priesters die waren meegekomen met Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en Jesua: Seraja, Jirmeja,1 Kron 23:22 Elazar stierf zonder zonen te hebben gekregen en zijn dochters trouwden met hun neven, de zonen van Kis.Hag 1:12 Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, en hogepriester Jozua, de zoon van Josadak, en de weinige mensen die nog in het land waren overgebleven, luisterden met diep ontzag naar Haggaiʼs boodschap van de HERE, hun God.Ps 89:1 Een leerzaam gedicht van de Ezrachiet Etan.Ezra 8:18 En de gunst van God was met ons! Hij stuurde een verstandig man, Serebja, met zijn achttien zonen en broers. Serebja was een nakomeling van Machli, de zoon van Levi en kleinzoon van Israël.1 Kron 9:20 Pinechas, de zoon van Eleazar, was vroeger aanvoerder van deze afdeling. En de HERE hielp hem daarbij.1 Kron 11:12 De tweede van de drie was Elazar, de zoon van de Achoachiet Dodo.Ezra 6:14 De leiders van Juda zetten de bouw met succes voort. Zij werden daarbij aangemoedigd door de prediking van de profeten Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo. Eindelijk waren zij klaar met het werk dat de God van Israël en Cyrus, Darius en Artaxerxes, koningen van Perzië, hun hadden opgedragen.Gen 36:27 De kinderen van Eser waren Bilhan, Zaäwan en Akan.1 Kron 2:39 Azarjaʼs zoon was Cheles, Chelesʼ zoon was Elasa,1 Kron 24:6 Semaja, een Leviet en de zoon van Netanel, fungeerde als secretaris en noteerde de namen in het bijzijn van de koning, de leiders van Israël, de priester Sadok, Abjatars zoon Achimelech en de hoofden van de priesters en de Levieten. Beurtelings werd één familie getrokken voor de Eleazargroep en één voor de Itamargroep.1 Kron 6:39-43 Hemans helper was Asaf, wiens stamboom terugging via Berechja, Sima, Michaël, Baäseja, Malkia, Etni, Zerach, Adaja, Etan, Zimma, Simi, Jachat, Gersom en Levi.Ezra 8:2-14 Van de familie Pinechas: Gersom; van de familie Itamar: Daniël; van de familie David: Chattus, de zoon van Sechanja; van de familie Paros: Zecharja en 150 andere mannen; van de familie Pachat-Moab: Eljoenai, de zoon van Zerachja, en 200 andere mannen; van de familie Zattu: Sechanja, de zoon van Jachaziël, en 300 andere mannen; van de familie Adin: Ebed, de zoon van Jonatan, en vijftig andere mannen; van de familie Elam: Jesaja, de zoon van Atalja, en zeventig andere mannen; van de familie Sefatja: Zebadja, de zoon van Michaël, en tachtig andere mannen; van de familie Joab: Obadja, de zoon van Jechiël, en 218 andere mannen; van de familie Bani: Selomit, de zoon van Josifja, en 160 andere mannen; van de familie Bebai: Zecharja, de zoon van Bebai, en 28 andere mannen; van de familie Azgad: Jochanan, de zoon van Hakkatan, en 110 andere mannen; de laatsten van de familie Adonikam: Elifelet, Jeïel, Semaja en zestig andere mannen; van de familie Bigwai: Utai, Zakkur en zeventig andere mannen.2 Kon 22:14 De priester Chilkia, Achikam, Achbor, Safan en Asaja gingen naar het nieuwe deel van Jeruzalem om de profetes Chulda op te zoeken. Zij was de vrouw van Sallum, de zoon van Tikwa en kleinzoon van Charchas, die aan het hoofd stond van het kledingmagazijn.Ezra 10:27 Van de familie Zattu: Eliënai, Eljasib, Mattanja, Jeremot, Zabad en Aziza.2 Kon 18:1 Koning Hosea, de zoon van Ela, regeerde drie jaar in Israël toen Achazʼ zoon Hizkia koning over Juda werd.Ezra 10:6 Daarna ging hij naar de kamer van Jochanan, de zoon van Eljasib, in de tempel. Hij weigerde te eten of te drinken, want hij was diepbedroefd over de zonde die zij hadden begaan.1 Kron 26:2-3 Zijn helpers waren zijn zonen: Zecharja, de oudste, Jediaël, de tweede, Zebadja, de derde, Jatniël, de vierde, Elam, de vijfde, Jochanan, de zesde, en Eliënai, de zevende.Est 3:7 In de eerste maand van het twaalfde regeringsjaar van Ahasveros bepaalde men wat de meest geschikte tijd voor deze actie was. Daartoe wierp men het lot, ook wel ‘poer’ genoemd. Het lot gaf de laatste maand van het volgende jaar aan als de beste tijd.Ezra 2:2 De leiders waren Zerubbabel, Jesua, Nechemja, Seraja, Reëlaja, Mordechai, Bilsan, Mispar, Bigwai, Rechum en Baäna. Anderen die terugkeerden, waren1 Kron 6:44-47 Hemans tweede helper was Etan, een lid van de familie van Merari, die aan zijn linkerhand stond. Etans stamboom liep terug via Kisi, Abdi, Malluch, Chasabja, Amasja, Chilkia, Amsi, Bani, Semer, Machli, Musi, Merari en Levi.Est 3:1 Korte tijd daarna benoemde koning Ahasveros Haman, de zoon van de Agagiet Hammedata, tot eerste minister. Hij was, na de koning, de machtigste man van het rijk.Ezra 4:8 Gouverneur Rechum en zijn secretaris Simsai schreven Artaxerxes het volgende over de herbouw van Jeruzalem.1 Kron 9:10-11 De priesters die terugkeerden, waren Jedaja, Jojarib, Jachin en Azarja, de zoon van Chilkia, zoon van Mesullam, zoon van Sadok, zoon van Merajot, zoon van Achitub. Hij was degene die in de tempel de leiding had.Ezra 2:40 Terugkerende Levieten: de familie Jesua van Kadmiël van Hodawja (74).Neh 10:2-8 Sidkia, Seraja, Azarja, Jirmeja, Paschur, Amarja, Malkia, Chattus, Sebanja, Malluch, Charim, Meremot, Obadja, Daniël, Ginneton, Baruch, Mesullam, Abia, Miamin, Maäzja, Bilgai en Semaja, allen priesters.1 Kron 2:6 De vijf zonen van Zerach waren Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara.Num 10:22 Achter deze Levieten kwamen de stam van Efraïm, onder leiding van Elisama, de zoon van Ammihud,Neh 11:22 De man die toezicht hield op de Levieten in Jeruzalem en op degenen die dienstdeden in de tempel, heette Uzzi en was een zoon van Bani, de zoon van Chasabja, de zoon van Mattanja, de zoon van Micha. Hij was een nakomeling van Asaf. Asafs nakomelingen werden tempelzangers.1 Kron 26:23-24 Sebuël, een nakomeling van Mozesʼ zoon Gersom, was het hoofd van de schatkamer. Hij had de leiding over de groepen genoemd naar Amram, Jishar, Chebron en Uzziël.1 Kron 27:16-22 Aan het hoofd van de stammen van Israël stonden in die tijd de volgende mensen: Eliëzer, de zoon van Zichri, voor de stam van Ruben; Sefatja, de zoon van Maächa, voor de stam van Simeon; Chasabja, de zoon van Kemuël, voor de stam van Levi; Sadok, voor de nakomelingen van Aäron; Elihu, een broer van koning David, voor de stam van Juda; Omri, de zoon van Michaël, voor de stam van Issachar; Jismaja, de zoon van Obadja, voor de stam van Zebulon; Jerimot, de zoon van Azriël, voor de stam van Naftali; Hosea, de zoon van Azazjahu, voor de stam van Efraïm; Joël, de zoon van Pedaja, voor de ene helft van de stam van Manasse; Jiddo, de zoon van Zecharja, voor de andere helft van de stam van Manasse die in Gilead woonde; Jaäsiël, de zoon van Abner, voor de stam van Benjamin; Azarel, de zoon van Jerocham voor de stam van Dan.Neh 12:42 en de zangers Maäseja, Semaja, Elazar, Uzzi, Jochanan, Malkia, Elam en Ezer. Zij zongen luid en duidelijk onder leiding van koorleider Jizrachja.Neh 11:24 Petachja, de zoon van Mesezabel, een nakomeling van Zerach, een zoon van Juda, adviseerde de koning bij alle kwesties die betrekking hadden op het algemeen bestuur.Neh 3:6 Jojada, de zoon van Paseach, en Mesullam, de zoon van Besodja, repareerden de Oude Poort. Zij maakten een zoldering en brachten deuren, sluitbalken en grendels aan.Neh 7:43 De teruggekeerde Levieten waren de familie Jesua, namelijk Kadmiël en de nakomelingen van Hodewa (74).Est 9:31 en de aansporing op deze twee dagen het Poerimfeest te vieren, zoals Mordechai en Esther hadden bepaald. De Joden hadden zelf al besloten deze traditie in ere te houden als een tijd van vasten en gebed.1 Kron 27:9 Ira, de zoon van Ikkes uit Tekoa, was commandant van het zesde regiment. De zesde maand van het jaar kwamen hij en zijn mannen in actieve dienst.1 Kron 2:38 Obeds zoon was Jehu, Jehuʼs zoon was Azarja,Neh 3:17 Daarnaast werkte een groep Levieten onder toezicht van Rechum, de zoon van Bani. Dan kwam Chasabja, bestuurder van het halve gebied Keïla. Hij hield toezicht op de bouw van de stadsmuur in zijn eigen gebied.1 Kron 2:46 Kalebs bijvrouw Efa bracht Charan, Mosa en Gazez ter wereld. Charan had een zoon, die eveneens Gazez heette.Neh 10:14-27 De leiders die tekenden waren Paros, Pachat-Moab, Elam, Zattu, Bani, Bunni, Azgad, Bebai, Adonia, Bigwai, Adin, Ater, Chizkia, Azzur, Hodia, Chasum, Besai, Charif, Anatot, Nebai, Magpias, Mesullam, Chezir, Mesezabel, Sadok, Jaddua, Pelatja, Chanan, Anaja, Hosea, Chananja, Chassub, Halloches, Pilcha, Sobek, Rechum, Chasabna, Maäseja, Achia, Chanan, Anan, Malluch, Charim en Baäna.Ezra 4:7 Zij deden hetzelfde tijdens de regering van Artaxerxes. Bislam, Mitredat, Tabeël en hun collegaʼs stuurden Artaxerxes de volgende brief. Hij was opgesteld in het Aramees en er was een vertaling bij.