Rom 4:1Hoe staat het dan met Abraham, die de stamvader van ons Joodse volk is?Gen 22:1Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei God. ‘Ja, HERE, hier ben ik,’ antwoordde Abraham.1 Kron 1:28Abrahams zonen waren Isaak en Ismaël.Gen 22:11Op dat moment riep de Engel van de HERE uit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham.Gen 18:1De HERE verscheen opnieuw aan Abraham, die op dat moment bij het eikenbos van Mamre woonde. Op het heetst van de dag zat Abraham in de opening van zijn tentGen 21:5Abraham was toen honderd jaar oud.Mat 3:9en denk niet dat u vrijuit gaat omdat u van Abraham afstamt. Want Ik verzeker u dat God zelfs deze stenen in kinderen van Abraham kan veranderen.Gen 25:5Abraham vermaakte zijn hele bezit aan Isaak.Gen 25:1-2Abraham hertrouwde met Ketura en zij werd de moeder van Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach.Gen 17:24Abraham was toen negenennegentig jaar,Gen 24:9De dienaar zwoer dat hij Abrahams opdracht zou uitvoeren.Luk 1:73Hij heeft zijn plechtige belofte aan Abraham niet vergeten.Gen 20:1Abraham trok in zuidelijke richting naar de Negev en vestigde zich tussen Kades en Sur.Heb 7:6Maar hoewel Melchisedek niet tot hen behoorde, gaf Abraham hem toch een tiende van de buit. Melchisedek zegende de machtige Abraham,1 Kron 1:34Abrahams zoon Isaak had twee zonen: Esau en Israël.Jes 51:2Ja, denk aan uw voorouders Abraham en Sara van wie u afstamt. U maakt zich zorgen omdat u met zo weinigen bent, maar Abraham was helemaal alleen toen Ik hem riep. En toen Ik hem zegende, groeide hij uit tot een machtig volk.Gen 21:27Toen schonk Abraham de koning schapen en ossen en zij sloten een verbond.Gen 18:33Na dit gesprek ging de HERE bij Abraham weg. En Abraham ging terug naar zijn tent.Gal 3:6Kijk naar wat er over Abraham is gezegd: ‘Abraham geloofde God en daarom beschouwde God hem als een rechtvaardig mens.’Gen 25:7-8Toen stierf Abraham, hij was honderdvijfenzeventig jaar oud geworden.Gal 3:9Ieder die net als Abraham op God vertrouwt, zal net als hij worden gezegend.2 Cor 11:22Zijn zij Hebreeërs? Ik ook. Zijn zij Israëlieten? Ik ook. Stammen zij van Abraham af? Ik ook.Luk 3:34de vader van Peres was Juda; de vader van Juda was Jakob; de vader van Jakob was Isaak; de vader van Isaak was Abraham; de vader van Abraham was Terach; de vader van Terach was Nachor;Gen 23:7Na die woorden stond Abraham op, boog voor de mannen en zei:Gen 21:33Abraham plantte een tamarisk bij de put en aanbad daar de HERE, de eeuwige God.Joh 8:39‘Abraham is onze vader,’ zeiden zij. ‘Als u kinderen van Abraham bent,’ antwoordde Jezus, ‘volg dan zijn goede voorbeeld.Rom 9:8Dus zijn Abrahams natuurlijke- kinderen niet vanzelf kinderen van God. Nee, dat zijn alleen zij die, net als Abraham, op de belofte van God vertrouwen.Gen 24:34‘Ik ben de dienaar van Abraham,’ begon de man zijn verhaal,Gen 21:11Deze eis bracht Abraham in moeilijkheden, want Ismaël was tenslotte zijn zoon.1 Kron 16:16zijn overeenkomst met Abraham, zijn eed aan Isaak en zijn bevestiging daarvan aan Jakob.Gen 49:32Het is de grot die Abraham van de Hethieten kocht.’Luk 3:8Laat eerst maar eens in uw leven zien dat u zich bekeerd heeft en denk niet dat u vrijuit gaat omdat u van Abraham afstamt. Want Ik verzeker u dat God zelfs deze stenen in kinderen van Abraham kan veranderen.Gen 18:18‘Want uit Abraham zal een groot volk voortkomen en hij zal voor alle volken een zegen zijn.Gal 3:7De echte kinderen van Abraham zijn dus de mensen die, net als hij, op God vertrouwen.Rom 9:7Al stammen zij van Abraham af, daarom zijn zij nog niet allemaal ware kinderen van Abraham. Want God heeft gezegd: ‘Isaak is degene met wie Ik mijn verbond heb gesloten.’Mat 1:2Abraham was de vader van Isaak, Isaak de vader van Jakob, Jakob de vader van Juda en zijn broers,Gen 24:2Op een dag zei Abraham tegen zijn oudste dienaar, die zijn bezit beheerde:Gen 24:52Bij dat antwoord viel Abrahams dienaar op de knieën voor de HERE.Gen 21:24Abraham antwoordde: ‘Goed, ik zweer het.’Gen 21:34Abraham bleef nog lange tijd in het land van de Filistijnen wonen.Gen 17:22Zo eindigde het gesprek en God verliet Abraham.Gal 4:23Dat Hagar een kind van Abraham kreeg, was een natuurlijke zaak. Maar Sara kreeg pas een kind nadat God het aan Abraham had beloofd.Rom 4:13God beloofde dat Hij de wereld aan Abraham en zijn nakomelingen zou geven, niet omdat Abraham zich zo goed aan Gods wet had gehouden, maar omdat hij God geloofde en daardoor met God in het reine was.1 Kron 1:27de zoon van Nachor was Terach, de zoon van Terach was Abram, die later Abraham werd genoemd.Ps 105:6U bent het nageslacht van zijn dienaar Abraham en kinderen van Jakob. Hij heeft u uitgekozen.Gen 21:3Abraham noemde de zoon die Sara hem geschonken had, Isaak (dat ‘Gelach’ betekent)Gen 25:11Na Abrahams dood zegende God Isaak rijkelijk. Hij woonde bij de bron Lachai-Roï in de Negev.Gen 28:4Hij geve jou en je nakomelingen de zegeningen die Hij Abraham heeft beloofd. Hij geve je het land waarin wij nu als vreemdelingen wonen en dat Hij Abraham al heeft beloofd.’Ps 105:42En dat deed Hij allemaal omdat Hij zijn dienaar Abraham een belofte had gedaan.Gen 21:28-30Abraham hield echter zeven lammeren apart. ‘Waarom doet u dat?’ vroeg de koning verwonderd. ‘Deze lammeren zijn ook voor u,’ zei Abraham, ‘en zij zijn het teken dat ik de put gegraven heb.’Gal 3:20Maar toen Hij zijn belofte aan Abraham gaf, deed Hij dat zonder tussenpersoon.Gen 22:9Toen zij aankwamen op de plaats die God Abraham had aangewezen, bouwde Abraham een altaar en stapelde het hout erop. Toen bond hij Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout.Rom 4:23Dat ‘rechtvaardig verklaard worden’ heeft niet alleen betrekking op Abraham.Gen 22:4Na drie dagen reizen zag Abraham in de verte de plaats die God hem had gezegd.Gen 23:16Maar Abraham betaalde Efron vierhonderd zilverstukken, in gangbare munt.Gen 18:11Abraham en Sara waren allebei erg oud en Sara was te oud om nog kinderen te kunnen krijgen.Gen 22:15Toen sprak de Engel van de HERE opnieuw tegen Abraham vanuit de hemel.Heb 6:15Abraham bleef geduldig wachten tot God hem een zoon gaf, zoals Hij had beloofd.Gen 24:6‘Nee,’ waarschuwde Abraham, ‘dat mag je onder geen beding doen,Rom 4:12Zij zijn pas echt kinderen van Abraham, als zij net zo op God vertrouwen als hij, toen hij nog niet besneden was.Gen 26:5Dat doe Ik allemaal omdat Abraham mijn bepalingen en wetten gehoorzaamde.’Rom 4:16Wat God ons door zijn genade wil geven, wordt alleen ons eigendom als wij in Hem geloven. En Gods belofte aan al Abrahams nakomelingen is vast en zeker. Zij geldt niet alleen voor hen die volgens Gods wet leven, maar ook voor hen die, net als Abraham, alleen op God vertrouwen. Want als het om geloof gaat, is Abraham de vader van ons allemaal.Gen 28:9Machalat, de zuster van Nebajot en dochter van Abrahams zoon Ismaël.Gen 18:22Terwijl die mannen doorliepen naar Sodom, bleef Abraham nog voor de HERE staan.Rom 11:16Omdat Abraham en de profeten het volk van God waren, zullen hun kinderen het ook zijn. Als de wortel van God is, zijn de takken ook van Hem.Gal 4:28En u bent, net als Isaak, kinderen die God aan Abraham heeft beloofd.Ps 105:9Evenmin vergeet Hij ooit zijn verbond met Abraham en de belofte aan Isaak.Gen 24:1Abraham was een oud man geworden en de HERE had hem in alle opzichten gezegend.Jes 41:8Maar wat u betreft, Israël, u bent van Mij, Ik heb u uitgekozen. Want u bent nakomelingen van Abraham en hij was mijn vriend.Gen 19:27Diezelfde ochtend stond Abraham op en hij haastte zich naar de plaats, waar hij voor de HERE had gestaan.Gen 23:12Abraham boog opnieuw voor de mannen en antwoordde Efron: ‘Nee, ik wil het stuk grond van u kopen.Gen 20:17Toen bad Abraham en vroeg God om de koning, de koningin en de andere vrouwen van de hofhouding te genezen.Lev 26:42zal Ik Mij mijn beloften aan Abraham, Isaak en Jakob herinneren en Ik zal hen terugbrengen naar het land dat Ik hun beloofde.Gen 49:31Daar begroeven ze Abraham en zijn vrouw Sara, daar begroeven ze Isaak en zijn vrouw Rebekka en daar begroef ik Lea.Rom 4:18Hoewel alle hoop vervlogen was, bleef Abraham verwachten en geloven dat hij de stamvader van vele volken zou worden, want God had het gezegd!Gen 22:19Abraham keerde terug naar zijn twee dienaren en samen gingen ze terug naar Berseba, hun woonplaats.Heb 7:10Levi was toen nog niet geboren, maar het zaad waaruit hij is voortgekomen, was al in Abraham aanwezig toen Melchisedek hem ontmoette.Heb 11:10Abraham vertrouwde erop dat God hem zou brengen in de stad met de vaste fundering waarvan God Zelf de architect en bouwer is.Joh 8:56Abraham keek met blijdschap uit naar mijn komst. Hij zag Mij komen en was erg blij.’Gen 26:24ʼs Nachts verscheen de HERE aan hem en zei: ‘Ik ben de God van uw vader Abraham. Wees niet bang, want Ik ben bij u en zal u zegenen. Ik zal u zoveel nakomelingen geven dat ze een groot volk vormen, omdat Ik dat heb beloofd aan Abraham, die Mij heeft gehoorzaamd.’Gen 18:17‘Moet Ik mijn plannen eigenlijk wel voor Abraham verbergen?’ dacht de HERE.Gen 17:5U zult niet langer Abram heten, maar voortaan is uw naam Abraham (Vader van velen), want dat zult u zijn. Zo heb Ik het bepaald.Rom 4:11Dat was het teken waarmee bezegeld werd dat hij rechtvaardig was verklaard. Dus is Abraham de voorvader van allen die op God vertrouwen, ook van hen die niet besneden zijn.Joh 8:53U denkt toch zeker niet dat U meer bent dan onze stamvader Abraham? Hij en de profeten zijn gestorven. Wat verbeeldt U Zich wel?’Gen 23:10Efron zat tussen de andere mannen en stond nu op om Abraham te antwoorden. Iedereen luisterde aandachtig.Gal 4:22Er staat namelijk in dat Abraham twee zonen had, een van zijn jonge slavin Hagar en een van zijn eigen, vrije vrouw Sara.Gen 35:12Ik zal u het land geven dat Ik ook aan Abraham en Isaak heb gegeven. Ja, Ik zal het aan u en uw nakomelingen geven.’Gen 22:6Abraham liet Isaak het hout voor het offervuur dragen en nam zelf het mes en het vuur. Zo liepen zij samen verder.Gal 3:29Als u een deel van Christus bent, bent u ook kinderen van Abraham en dan is wat God hem beloofde, ook voor u.Gal 3:16Wel, God deed Abraham en zijn nakomeling een belofte. Er staat in de Boeken niet dat die belofte aan Abrahams ‘nakomelingen’ werd gedaan, alsof het om velen zou gaan. Maar er staat ‘nakomeling’ en daarmee wordt Christus bedoeld.Heb 6:14‘Abraham,’ zei Hij, ‘Ik zal u telkens weer zegenen en Ik zal u veel nakomelingen geven.’Joz 24:3Ik haalde uw voorvader Abraham weg uit dat land aan de overkant van de rivier, leidde hem naar het land Kanaän en gaf hem door zijn zoon Isaak vele nakomelingen.Heb 11:17Omdat Abraham op God vertrouwde, heeft hij, toen God hem op de proef stelde, zijn zoon Isaak op het altaar gelegd om hem te offeren. Hij was bereid zijn enige zoon aan God te offeren,Mat 1:1Stamboom van Jezus Christus, een afstammeling van David, die een afstammeling van Abraham was.Jak 2:21Weet u niet meer dat God onze voorvader Abraham rechtvaardigde om wat hij deed? Hij gehoorzaamde, zelfs al hield dat in dat hij zijn eigen zoon op een altaar moest offeren.Jes 63:16U bent immers nog steeds onze Vader! Abraham en Jakob kennen ons niet, maar U blijft onze vader, onze verlosser van oudsher.Gen 22:13Abraham keek rond en zag vlakbij een ram, die met zijn horens in de struiken vastzat. In plaats van zijn zoon offerde hij die ram als een brandoffer op het altaar.Joh 8:37Ik weet heel goed dat u van Abraham afstamt. Toch probeert u Mij te doden, omdat mijn boodschap niet tot uw hart doordringt.Gen 23:19-20Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op het veld van Machpela, die hij als begraafplaats had gekocht van de Hethieten.Gen 20:2Net als in Egypte deed Abraham alsof Sara zijn zuster was. En inderdaad, koning Abimelech van Gerar liet haar bij zich brengen.