Het Boek
(45 Treffer)
1Mo 5,28
Lamech was honderdtweeëntachtig jaar oud toen zijn zoon Noach (Troost) werd geboren. ‘Want,’ zei Lamech, ‘deze zoon zal troost brengen voor het harde werk dat wij moeten doen op deze door God vervloekte grond.’ Na Noachs geboorte leefde Lamech nog vijfhonderdvijfennegentig jaar en kreeg nog meer zonen en dochters. Hij werd zevenhonderdzevenenzeventig jaar oud. Toen stierf hij.
1Mo 5,32Noach was vijfhonderd jaar oud en had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.
1Mo 6,8
Maar aan Noach had de HERE welgevallen.
1Mo 6,9
Hier volgt de geschiedenis van Noach, de enige rechtvaardige en oprechte man op aarde. Hij leefde in nauwe verbondenheid met God.
1Mo 6,12
Met al die slechtheid en verdorvenheid voor ogen zei Hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten de hele mensheid uit te roeien, want zij is de schuld van alle geweld en slechtheid. Ja, Ik zal de bewoners van de aarde vernietigen.
1Mo 6,22Noach volgde alle aanwijzingen van God op.
1Mo 7,1De zondvloed
De dag brak aan waarop de HERE tegen Noach zei: ‘Ga met uw familie aan boord van de ark, want u bent de enige rechtvaardige tussen al die anderen die de aarde bewonen.
1Mo 7,5Noach volgde al de bevelen van de HERE op.
1Mo 7,8
Alle dieren die bestemd waren om te offeren of om op te eten, en de andere soorten, kwamen in paren naar de ark: mannetjes en vrouwtjes, precies zoals God het Noach had gezegd.
1Mo 7,10
Een week later, toen Noach zeshonderd jaar oud was, op de zeventiende dag van de tweede maand, stroomde de regen uit de hemel neer en braken de ondergrondse watermassaʼs open.
1Mo 7,13
Maar Noach was die dag met zijn vrouw, hun zonen Sem, Cham en Jafet en hun vrouwen aan boord van de ark gegaan.
1Mo 7,23
God vernietigde alles, uitgezonderd Noach en zijn familie die in de ark waren.
1Mo 8,1Het water zakt
Maar God had Noach en de dieren in de ark niet vergeten. Hij stuurde de wind over het water en langzaam begon het water te zakken.
1Mo 8,6
Na nog eens veertig dagen opende Noach het venster dat hij in de ark had gemaakt,
1Mo 8,8
Daarna liet Noach een duif los om te kijken of de aarde al droog was,
1Mo 8,9
maar de duif vond nergens een plek om neer te strijken en vloog terug naar de ark. Het water stond nog te hoog. Noach stak zijn hand uit en zette de duif weer terug in de ark.
1Mo 8,10
Een week later probeerde Noach het nog eens.
1Mo 8,11
De duif vloog weg om tegen de avond terug te keren met een olijfblad in haar snavel. Zo wist Noach dat het water bijna weg was.
1Mo 8,13
Op de eerste dag van de eerste maand in het jaar dat Noach zeshonderdeen werd, opende Noach de deur van de ark en zag dat het water zich had teruggetrokken.
1Mo 8,15
Toen zei God tegen Noach:
1Mo 8,18Noach, alle andere mensen en alle grote en kleine dieren en de vogels gingen van boord.
1Mo 8,20
Toen bouwde Noach een altaar en offerde een aantal dieren en vogels die de HERE had aangewezen als offerdieren.
1Mo 9,1Gods eeuwige belofte aan Noach
God zegende Noach en zijn zonen en zei hun dat zij veel kinderen zouden voortbrengen, zodat de aarde weer werd bevolkt.
1Mo 9,2
‘Alle wilde dieren, de vogels en de vissen zullen bang voor u zijn,’ vertelde God Noach, ‘want Ik heb ze in uw macht gegeven. Voortaan zullen zij een deel van uw voedsel zijn, net zoals het koren en de groenten.
1Mo 9,8
Toen zei God tegen Noach en zijn zonen:
1Mo 9,18
De drie zonen van Noach heetten Sem, Cham en Jafet (Cham is de voorvader van de Kanaänieten).
1Mo 9,19
Uit deze drie zonen van Noach zijn alle volken op aarde ontstaan.
1Mo 9,20Noach werd boer, plantte een wijngaard en maakte wijn. Op een dag was hij dronken en lag naakt in zijn tent.
1Mo 9,24
Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en hoorde wat er was gebeurd en wat Cham had verteld, vervloekte hij alle nakomelingen van Cham: ‘Er zal voortaan een vloek op de Kanaanieten rusten, zij zullen de slaven zijn van de nakomelingen van Sem en Jafet!’
1Mo 9,28
Na de grote watervloed leefde Noach nog driehonderdvijftig jaar.
1Mo 10,1De nakomelingen van Noach
Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de drie zonen van Noach, want na de watervloed werden hun zonen geboren.
1Mo 10,32
Dit was het geslachtsregister van Noach en zijn zonen. Door de geslachten heen verspreidden hun afstammelingen zich over de aarde en vormden zo de volken.
1Chr 1,4
Lamech, Noach, Sem, Cham en Jafet.
Jes 54,9
‘Net als in de tijd van Noach, toen Ik zwoer dat Ik de aarde nooit meer door een grote watervloed zou laten overstromen, zweer Ik nu dat Ik mijn toorn nooit meer zo over u zal uitgieten als nu het geval is.
Hes 14,14
Als Noach, Daniël en Job nu in dit land zouden wonen, zouden zij alleen zichzelf kunnen redden door hun rechtvaardigheid,’ zegt de Oppermachtige HERE.
Hes 14,20
dan zouden alleen Noach, Daniël en Job worden gered als zij hier verbleven en wel om hun rechtvaardigheid,’ stelt de HERE.
Mt 24,37
Als Ik, de Mensenzoon, terugkom, zal het net zo zijn als in de tijd van Noach.
Mt 24,38
In die tijd voor de grote vloed ging alles gewoon door. Men at, dronk en trouwde tot het moment dat Noach de ark inging.
Lk 3,36
de vader van Selach was Kenan; de vader van Kenan was Arpachsad; de vader van Arpachsad was Sem; de vader van Sem was Noach;
Lk 3,37
de vader van Noach was Lamech; de vader van Lamech was Metuselach; de vader van Metuselach was Henoch; de vader van Henoch was Jered; de vader van Jered was Mahalalel;
Lk 17,26
Tegen de tijd dat Ik, de Mensenzoon, terugkom, zal men net zo onverschillig tegenover God staan als de mensen in de tijd van Noach.
Lk 17,27
Die aten en dronken en trouwden. Alles ging zʼn gewone gang tot op de dag dat Noach in de ark stapte en de grote overstroming de aarde teisterde. Iedereen kwam daarbij om het leven, behalve de mensen die in de ark waren.
Hebr 11,7Noach vertrouwde op God. Toen God hem voor de toekomst waarschuwde, geloofde Noach Hem, hoewel niets erop wees dat er een grote overstroming zou komen. Hij deed wat God hem opdroeg en bouwde een ark om zijn gezin te redden. Zijn vertrouwen maakte het ongeloof van de wereld zichtbaar en door dat vertrouwen werd hij een van hen die voor God rechtvaardig zijn.
1Petr 3,20
Dat betreft hen die in de tijd van Noach weigerden te luisteren, hoewel God geduldig op hen wachtte, terwijl Noach de ark bouwde. Toen werden acht mensen gered, terwijl de anderen verdronken. Die acht mensen werden gered ondanks al het water.
2Petr 2,5
Hij spaarde ook de mensen niet die vlak voor de grote overstroming leefden, behalve Noach, die de mensen opriep voor God te gaan leven, en zijn zeven familieleden. Maar God liet alle andere mensen, die niets van Hem wilden weten, door de grote overstroming verdrinken.
Diese Website verwendet Cookies, um Ihnen die bestmögliche Nutzererfahrung bieten zu können.