Het Boek
(71 Treffer)
2Kön 19,2
Daarna beval hij Eljakim, Sebna en enkele van de oudere priesters ook rouwkleding aan te trekken en met de volgende boodschap naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos, te gaan:
2Kön 19,5
De dienaren van koning Hizkia brachten deze boodschap aan Jesaja over. Jesaja antwoordde: ‘De HERE zegt: “Maak u geen zorgen over de woorden waarmee deze Assyriërs Mij hebben beledigd.
2Kön 19,20
Toen stuurde Jesaja, de zoon van Amos, de volgende boodschap aan Hizkia: ‘De HERE, de God van Israël zegt: “Ik heb uw gebed om hulp tegen koning Sanherib van Assyrië gehoord.
2Kön 19,29
En aan Hizkia liet God Jesaja het volgende zeggen: ‘Dit is het bewijs dat Ik zal doen wat Ik heb gezegd: mijn volk zal dit jaar eten van wat in het wild groeit en ook het jaar daarop. En in het derde jaar zult u weer zaaien, oogsten, wijngaarden planten en de vruchten daarvan eten.
2Kön 20,1De ziekte van Hizkia
In diezelfde tijd werd Hizkia ernstig ziek en de profeet Jesaja ging hem opzoeken. ‘Regel uw zaken en bereid u voor op de dood,’ zei Jesaja tegen hem. ‘De HERE zegt dat u niet meer beter zult worden.’
2Kön 20,4
Nog voordat Jesaja het binnenplein van het paleis had verlaten, sprak de HERE hem alweer toe.
2Kön 20,7Jesaja gaf Hizkia het advies enkele vijgen op de zweer te leggen. Op die manier werd hij genezen.
2Kön 20,8
In de tussentijd had koning Hizkia aan Jesaja gevraagd: ‘Met welk teken kunt u bewijzen dat de HERE mij zal genezen en dat ik over drie dagen weer naar de tempel zal kunnen gaan?’
2Kön 20,9
‘De HERE zal u een bewijs geven,’ vertelde Jesaja hem. ‘Wilt u dat de schaduw van de zonnewijzer tien graden naar voren of naar achteren gaat?’
2Kön 20,11Jesaja vroeg de HERE dit te doen en Hij zorgde ervoor dat de schaduw tien graden terugging op de zonnewijzer van Achaz.
2Kön 20,14
Daarop ging Jesaja naar koning Hizkia en vroeg hem: ‘Wat willen deze mannen? Waar komen zij vandaan?’ ‘Uit het verre Babel,’ antwoordde Hizkia.
2Kön 20,15
‘Wat hebben zij allemaal gezien in uw paleis?’ wilde Jesaja verder weten. En Hizkia antwoordde: ‘Alles. Ik heb hun al mijn schatten laten zien.’
2Kön 20,16
Toen zei Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar de woorden van de HERE:
1Chr 3,21
Chananjaʼs zoon was Pelatja, Pelatjaʼs zoon was Jesaja,
1Chr 25,3
Onder Jedutun, die leiding gaf bij het danken en prijzen van de HERE en daarbij de citer bespeelde, stonden zijn zes zonen Gedalja, Zeri, Jesaja, Simi, Chasabja en Mattitja.
1Chr 25,9
Het eerste lot viel op Jozef van de familie van Asaf, het tweede op Gedalja, samen met elf van zijn zonen en broers, het derde op Zakkur en elf van zijn zonen en broers, het vierde op Jizri en elf van zijn zonen en broers, het vijfde op Netanja en elf van zijn zonen en broers, zesde was Bukkiahu met elf van zijn zonen en broers, zevende was Jesarela met elf van zijn zonen en broers, achtste was Jesaja met elf van zijn zonen en broers, negende was Mattanja met elf van zijn zonen en broers, tiende was Simi met elf van zijn zonen en broers, elfde was Azarel met elf van zijn zonen en broers, twaalfde was Chasabja met elf van zijn zonen en broers, dertiende was Subaël met elf van zijn zonen en broers, veertiende was Mattitja met elf van zijn zonen en broers, vijftiende was Jeremot met elf van zijn zonen en broers, zestiende was Chananja met elf van zijn zonen en broers, zeventiende was Josbekasa met elf van zijn zonen en broers, achttiende was Chanani met elf van zijn zonen en broers, negentiende was Malloti met elf van zijn zonen en broers, twintigste was Eliata met elf van zijn zonen en broers, eenentwintigste was Hotir met elf van zijn zonen en broers, tweeëntwintigste was Giddalti met elf van zijn zonen en broers, drieëntwintigste was Machaziot met elf van zijn zonen en broers, vierentwintigste was Romamti-Ezer met elf van zijn zonen en broers.
1Chr 26,25
De geslachtslijn vanaf Eliëzer liep via Rechabja, Jesaja, Joram, Zichri en Selomit.
2Chr 26,22
Alle regeringsdaden van Uzzia zijn van begin tot eind beschreven door de profeet Jesaja, de zoon van Amos.
2Chr 32,20
Koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, riepen toen in gebed tot God in de hemel.
2Chr 32,32
De rest van de levensgeschiedenis van koning Jechizkia en al zijn goede daden zijn beschreven in het boek van de profeet Jesaja, de zoon van Amos, en in het Boek van de Koningen van Juda en Israël.
Esr 8,2
Van de familie Pinechas: Gersom; van de familie Itamar: Daniël; van de familie David: Chattus, de zoon van Sechanja; van de familie Paros: Zecharja en 150 andere mannen; van de familie Pachat-Moab: Eljoenai, de zoon van Zerachja, en 200 andere mannen; van de familie Zattu: Sechanja, de zoon van Jachaziël, en 300 andere mannen; van de familie Adin: Ebed, de zoon van Jonatan, en vijftig andere mannen; van de familie Elam: Jesaja, de zoon van Atalja, en zeventig andere mannen; van de familie Sefatja: Zebadja, de zoon van Michaël, en tachtig andere mannen; van de familie Joab: Obadja, de zoon van Jechiël, en 218 andere mannen; van de familie Bani: Selomit, de zoon van Josifja, en 160 andere mannen; van de familie Bebai: Zecharja, de zoon van Bebai, en 28 andere mannen; van de familie Azgad: Jochanan, de zoon van Hakkatan, en 110 andere mannen; de laatsten van de familie Adonikam: Elifelet, Jeïel, Semaja en zestig andere mannen; van de familie Bigwai: Utai, Zakkur en zeventig andere mannen.
Esr 8,19
Verder kwamen Chasabja en Jesaja, de zoon van Merari, met zijn twintig broers en zonen en tweehonderdtwintig tempelknechten.
Neh 11,7
De leiders van de stam Benjamin waren Sallu, de zoon van Mesullam, de zoon van Joëd, de zoon van Pedaja, de zoon van Kolaja, de zoon van Maäseja, de zoon van Itiël, de zoon van Jesaja, de negenhonderdachtentwintig nakomelingen van Gabbai en Sallai. Hun leider heette Joël, de zoon van Zichri. Hij werd bijgestaan door Juda, de zoon van Hassenua.
Jes 1,1Een opstandig volk
Dit zijn de boodschappen die Jesaja, de zoon van Amos, kreeg in visioenen tijdens de regeringsperioden van de Judese koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. In deze boodschappen liet God Jesaja zien wat er zou gebeuren met Juda en Jeruzalem.
Jes 2,1Wandelen in het licht van de Here
Dit is een andere boodschap van de HERE aan Jesaja over Juda en Jeruzalem:
Jes 7,3
Toen zei de HERE tegen Jesaja: ‘Zoek koning Achaz op, samen met uw zoon Sear-Jasub.’ Sear-Jasub betekent: een rest zal terugkeren. ‘U kunt hem vinden aan het einde van het aquaduct dat de bron Gichon met het bovenste reservoir verbindt, dicht bij de weg die naar het bleekveld loopt.
Jes 7,13
Toen zei Jesaja: ‘O huis van David, u vindt het niet genoeg het geduld van mensen op de proef te stellen, u stelt het geduld van de HERE ook nog op de proef!
Jes 8,18
Ik en de kinderen die God mij gegeven heeft, hebben symbolische namen die de plannen van de HERE van de hemelse legers met zijn volk onthullen: Jesaja betekent ‘De HERE zal zijn volk redden’, Sear-Jasub betekent ‘Een restant zal terugkeren’ en Maher-Schalal Chaz-Baz betekent ‘Uw vijanden zullen spoedig zijn vernietigd.’
Jes 13,1De dagen van Babel zijn geteld
Dit is de profetie die God aan Jesaja, de zoon van Amos, over Babel gaf.
Jes 20,2
gaf de HERE Jesaja, de zoon van Amos, de opdracht: ‘Trek uw profetenmantel en uw sandalen uit en blijf zo rondlopen.’ Jesaja deed wat de HERE hem opdroeg en liep op blote voeten ongekleed rond.
Jes 20,3
Toen zei de HERE: ‘Mijn dienaar Jesaja, die nu drie jaar lang naakt en op blote voeten heeft rondgelopen, is het symbool van de vreselijke rampen, die Ik over Egypte en Ethiopië zal brengen.
Jes 28,9
‘Wie denkt Jesaja wel dat hij is,’ zeggen de mensen, ‘om op zoʼn toon tegen ons te spreken! Zijn wij soms kleine kinderen, net oud genoeg om te praten?
Jes 37,2
Tegelijkertijd stuurde hij zijn hofmaarschalk Eljakim en zijn secretaris Sebna met de oudere priesters, allen gehuld in rouwgewaden, naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos.
Jes 37,5
Die boodschap brachten zij aan Jesaja over.
Jes 37,6
En Jesaja gaf als antwoord: ‘Vertel koning Hizkia dat de HERE zegt: “Laat u niet van de wijs brengen door de woorden van de dienaar van de koning van Assur, noch door zijn godslastering.
Jes 37,21
Toen stuurde Jesaja deze boodschap naar koning Hizkia: ‘De HERE, de God van Israël zegt: “Dit is mijn antwoord op uw gebed tegen koning Sanherib van Assur.”
Jes 38,1Hizkiaʼs ziekte
In de tijd dat deze gebeurtenissen plaatshadden, werd Hizkia ernstig ziek. De profeet Jesaja zocht hem op en gaf hem de boodschap van de HERE: ‘Regel uw zaken, want uw einde nadert, u zult niet herstellen van deze ziekte.’
Jes 38,4
Daarom stuurde de HERE een andere boodschap naar Jesaja:
Jes 38,21Jesaja had tegen Hizkiaʼs dienaren gezegd: ‘Neem een plak gedroogde vijgen en wrijf daar de ontstoken plek mee in, dan zal hij weer beter worden.’
Jes 39,3
Toen kwam de profeet Jesaja bij de koning en vroeg: ‘Wat hebben die mannen gezegd? Waar komen zij vandaan?’ ‘Zij komen uit het verre Babel,’ gaf Hizkia als antwoord.
Jes 39,4
‘Wat hebben zij in uw paleis gezien?’ vroeg Jesaja. Hizkia antwoordde: ‘Ik heb hun al mijn bezittingen laten zien, al mijn kostbare schatten.’
Jes 39,5
Toen zei Jesaja tegen hem: ‘Luister naar deze boodschap van de HERE van de hemelse legers:
Mt 1,22
Daardoor zal in vervulling gaan wat God door de profeet Jesaja heeft gezegd:
Mt 3,3
De profeet Jesaja doelde op deze man, toen hij zei: ‘Luister! Ik hoor de stem van iemand die roept in de woestijn: “Baan een weg voor de Here, maak zijn wegen recht.” ’
Mt 4,14
Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd:
Mt 8,17
Daarmee werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja had gezegd: ‘Hij heeft onze kwalen op zich genomen en onze ziekten gedragen.’
Mt 12,17
Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd:
Mt 13,14
De profeet Jesaja sprak over hen toen hij zei: “U hoort wel, maar begrijpt niet. U kijkt wel, maar ziet niet.
Mt 15,7
Huichelaars! Jesaja had gelijk toen hij over u zei:
Mk 1,2
Het is precies zoals geschreven staat in het boek van de profeet Jesaja: ‘Luister, Ik stuur mijn boodschapper voor u uit om voor u een weg te banen.’
Mk 7,6
Hij antwoordde: ‘Huichelaars! De profeet Jesaja had gelijk toen hij zei: “Deze mensen eren God met de mond, maar in hun hart moeten zij niets van Hem hebben.
Mk 11,17
‘Luister goed, allemaal,’ zei Hij. ‘Heeft de profeet Jesaja niet geschreven dat Gods huis een huis van gebed moet zijn voor alle volken? Maar wat hebben jullie ervan gemaakt? Een rovershol!’
Lk 3,4
Het was met Johannes als wat de profeet Jesaja zei: ‘Luister! Ik hoor de stem van iemand die roept in de woestijn: baan een weg voor de Here, maak zijn wegen recht.
Joh 1,23
Hij zei: ‘Ik ben de stem van iemand die in de woestijn roept: “Maak de weg vrij voor de Here!” De profeet Jesaja heeft dit gezegd.’
Joh 6,45
De profeet Jesaja heeft geschreven: “Zij zullen allemaal door God onderwezen worden.” Ieder die de stem van God hoort en naar Hem luistert, komt bij Mij.
Joh 12,38
Op hen waren de woorden van de profeet Jesaja van toepassing: ‘Here, wie heeft geloofd wat wij vertelden? Aan wie heeft U uw macht geopenbaard?’
Joh 12,39Jesaja heeft geschreven dat zij niet konden geloven.
Joh 12,41Jesaja schreef hier over Jezus, want hij had zijn schitterende heerlijkheid gezien.
Apg 7,48
maar de Allerhoogste God woont niet in een gebouw dat door mensen gemaakt is. Door de profeet Jesaja zei Hij:
Apg 8,28
keerde nu naar zijn land terug. Onderweg zat hij hardop te lezen uit het boek van de profeet Jesaja.
Apg 8,30
Filippus zette de pas erin en toen hij bij de wagen kwam, hoorde hij iemand hardop lezen. Het was uit het boek Jesaja.
Apg 8,32
In het gedeelte dat de Ethiopiër aan het lezen was, zei de profeet Jesaja: ‘Hij was als een schaap dat voor de slacht weggebracht werd. Hij deed zijn mond niet open, zoals een lam stil is terwijl het geschoren wordt.
Apg 8,34
De Ethiopiër vroeg aan Filippus: ‘Heeft Jesaja het hier over zichzelf of over iemand anders?’
Apg 8,35
Filippus antwoordde dat Jesaja over de Christus sprak. Hij vertelde hem dat Jezus de Christus is, waarbij hij uitging van wat zij zojuist hadden gelezen.
Apg 28,25
Zij vertrokken, zonder dat ze het met Paulus eens waren geworden. Voor hun vertrek zei Paulus nog dit: ‘Wat de Heilige Geest door de profeet Jesaja tegen onze voorouders heeft gezegd, is maar al te waar!
Röm 9,27
Maar over de Israëlieten riep de profeet Jesaja uit: ‘Al was hun aantal zo talrijk als het zand aan het strand van de zee, toch zal er maar een klein deel van hen overblijven.
Röm 9,29Jesaja had al eerder gezegd: ‘Als de Here van de hemelse legers niet enkelen van ons in leven had gelaten, waren wij vernietigd, net als de inwoners van Sodom en Gomorra.’
Röm 10,16
Maar niet iedereen heeft geluisterd naar het goede nieuws van God. De profeet Jesaja zei al: ‘Here, wie gelooft wat wij vertellen?’
Röm 10,20Jesaja zei het nog sterker: ‘God zal worden gevonden door mensen die Hem niet zochten. Hij zal Zich bekendmaken aan mensen die geen belangstelling voor Hem hadden.’
Röm 15,12
De profeet Jesaja zei: ‘Een nakomeling- van Isaï zal opstaan om over de volken te regeren. Hun hoop zal op Hem gevestigd zijn.’
Gal 4,27
Dat bedoelde de profeet Jesaja ook toen hij zei: ‘Kinderloze vrouw, wees blij! Jubel het uit van vreugde, al bent u nooit moeder geworden. Want de verlaten vrouw heeft meer kinderen dan de vrouw die een man heeft.’
Diese Website verwendet Cookies, um Ihnen die bestmögliche Nutzererfahrung bieten zu können.