Suche nach "ezra" | Het Boek

Het Boek (23 Treffer)
Esr 7,1 Ezra krijgt toestemming terug te keren naar Jeruzalem Hier volgt de stamboom van Ezra, de man die van Babel naar Jeruzalem trok tijdens de regering van koning Artaxerxes van Perzië: Ezra was de zoon van Seraja, Seraja was de zoon van Azarja, Azarja was de zoon van Chilkia, Chilkia was de zoon van Sallum, Sallum was de zoon van Sadok, Sadok was de zoon van Achitub, Achitub was de zoon van Amarja, Amarja was de zoon van Azarja, Azarja was de zoon van Merajot, Merajot was de zoon van Uzzi, Uzzi was de zoon van Bukki, Bukki was de zoon van Abisua, Abisua was de zoon van Pinechas, Pinechas was de zoon van Eleazar en Eleazar was de zoon van de hogepriester Aäron. Esr 7,6 Als geestelijk leider wist Ezra bijzonder veel van de wet die Mozes had ontvangen van de HERE, de God van Israël. Op zekere dag vroeg hij koning Artaxerxes of hij naar Jeruzalem mocht terugkeren. De koning gaf hem toestemming, want God was Ezra goedgezind. Esr 7,10 Ezra was namelijk vastbesloten de wet van de HERE te bestuderen en te gehoorzamen. En hij wilde deze wet ook onderwijzen aan het volk Israël. Esr 7,11 Koning Artaxerxes gaf Ezra de volgende brief mee: Esr 7,12 ‘Van: koning Artaxerxes. Aan: Ezra, de priester en leraar van de wet van de God van de hemel. Esr 7,21 Ik, koning Artaxerxes, stuur het volgende bevel aan alle schatbewaarders in het gebied ten westen van de Eufraat: “U moet Ezra, de priester en leraar van de wet van de God van de hemel, alles geven wat hij vraagt, Esr 7,25 U, Ezra, moet de wijsheid die uw God u heeft gegeven, gebruiken om bestuursambtenaren en rechters uit te kiezen en aan te stellen. Zij moeten het volk ten westen van de Eufraat besturen. En ik draag u op, de wetten van uw God te onderwijzen aan iedereen die ze nog niet kent. Esr 10,1 Het volk belijdt schuld Terwijl Ezra geknield op de grond voor de tempel lag en onder tranen bad en schuld bekende, verzamelde zich een grote menigte mannen, vrouwen en kinderen. Iedereen was in tranen uitgebarsten. Esr 10,2 Toen zei Sechanja, de zoon van Jechiël, van de familie Elam tegen Ezra: ‘Wij zijn onze God ontrouw geweest door zijn gebod te overtreden. Want wij zijn getrouwd met heidense vrouwen. Toch is er nog hoop voor Israël. Esr 10,5 Ezra stond op en liet de leiders van de priesters en van de Levieten en van het volk Israël zweren dat zij zouden doen wat Sechanja had voorgesteld. Esr 10,10 Toen stond de priester Ezra op en sprak hen toe: ‘U hebt gezondigd door met heidense vrouwen te trouwen. Nu zijn wij nog schuldiger dan eerst. Esr 10,16 Maar de teruggekeerde ballingen hielden zich aan dit besluit. Enkele familiehoofden werden door Ezra als rechters aangesteld. Op de eerste dag van de tiende maand begonnen zij rechtszittingen te houden. Neh 8,1 Ezra leest voor uit de wet van God Aan het begin van de zevende maand verzamelden alle Israëlieten zich op het plein voor de Waterpoort. Zij vroegen de priester Ezra voor te lezen uit de wet die de HERE door Mozes aan Israël had gegeven. Neh 8,2 Ezra haalde de boekrol waarin de wet van Mozes was opgeschreven. Hij ging staan op een houten verhoging die speciaal voor deze gelegenheid was gemaakt. Zo kon iedereen hem zien, terwijl hij las. Hij stond aan het begin van het plein voor de Waterpoort en las voor van zonsopgang tot in de namiddag. Ieder die oud genoeg was om het te begrijpen, luisterde aandachtig. Rechts van hem stonden Mattitja, Sema, Anaja, Uria, Chilkia en Maäseja. Links van hem Pedaja, Misaël, Malkia, Chasum, Chasbaddana, Zecharja en Mesullam. Neh 8,5 Toen de mensen zagen dat Ezra de boekrol opende, stond iedereen op. Neh 8,6 Ezra loofde de HERE, de grote God, en het hele volk zei ‘Amen, amen!’ en hief de handen omhoog. Toen knielden zij, bogen diep en aanbaden de HERE. Neh 8,9 Alle aanwezigen barstten in tranen uit bij het horen van de geboden uit de wet. Maar Ezra, die Gods wet kende, en ik als gouverneur en de Levieten die de uitleg gaven, zeiden tegen hen: ‘Huil niet op een dag als vandaag! Want vandaag is het een heilige dag voor de HERE, uw God. Het is een feestdag, waarbij een feestmaal hoort! Neh 8,13 De volgende dag kwamen de familiehoofden, de priesters en de Levieten bij Ezra om de wet nader te bestuderen. Neh 12,2 Ezra, Amarja, Malluch, Chattus, Sechanja, Rechum, Meremot, Iddo, Ginnetoi, Abia, Miamin, Maädja, Bilga, Semaja, Jojarib, Jedaja, Sallu, Amok, Chilkia en Jedaja. Neh 12,12 Dit zijn de namen van de familiehoofden van de priesters die dienstdeden onder de hogepriester Jojakim: Meraja, leider van de familie Seraja; Chananja, leider van de familie Jirmeja; Mesullam, leider van de familie Ezra; Jochanan, leider van de familie Amarja; Jonatan, leider van de familie Melichu; Jozef, leider van de familie Sebanja; Adna, leider van de familie Charim; Chelkai, leider van de familie Merajot; Zecharja, leider van de familie Iddo; Mesullam, leider van de familie Ginneton; Zichri, leider van de familie Abia; Piltai, leider van de families Minjamin en Moadja; Sammua, leider van de familie Bilga; Jonatan, leider van de familie Semaja; Mattenai, leider van de familie Jojarib; Uzzi, leider van de familie Jedaja; Kallai, leider van de familie Sallai; Eber, leider van de familie Amok; Chasabja, leider van de familie Chilkia; Netanel, leider van de familie Jedaja. Neh 12,26 Deze mensen waren tijdgenoten van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Josadak, en van mij, gouverneur Nehemia, en van de priester en geestelijk leider Ezra. Neh 12,32 Deze groep bestond uit de helft van de leiders van Juda plus Hosaja, Azarja, Ezra, Mesullam, Jehuda, Benjamin, Semaja en Jirmeja. Neh 12,35 De priesters die op de trompetten bliezen, heetten Zecharja, de zoon van Jonatan, de zoon van Semaja, de zoon van Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zakkur, de zoon van Asaf, Semaja, Azarel, Milalai, Gilalai, Maäi, Netanel, Jehuda en Chanani. Zij gebruikten de muziekinstrumenten van koning David. De geestelijk leider Ezra liep aan het hoofd van deze stoet.