Het Boek
(76 Treffer)
1Mo 12,2
Dan zal Ik u de vader van een groot volk maken. Ik zal u zegenen en uw naam overal beroemd maken. U zult vele anderen tot een zegen zijn.
1Mo 12,3
Als iemand u zegent, zal Ik hem zegenen en als iemand u vervloekt, zal Ik hem vervloeken. U zult voor alle volken een zegen zijn.’
1Mo 18,18
‘Want uit Abraham zal een groot volk voortkomen en hij zal voor alle volken een zegen zijn.
1Mo 22,18
Zij zullen hun vijanden overwinnen en een zegen zijn voor alle volken van de wereld, en dat alles omdat u Mij hebt gehoorzaamd.’
1Mo 26,4
Uw nageslacht zal ontelbaar zijn als de sterren! Ik zal hun al deze landen geven en zij zullen een zegen zijn voor alle volken van de wereld.
1Mo 27,27
Jakob kuste hem en Isaak rook de geur van zijn kleren en was toen helemaal overtuigd. En hij gaf Jakob zijn zegen met de woorden: ‘De geur van mijn zoon is de goede geur van de aarde en het open veld, dat de HERE heeft gezegend.
1Mo 27,30
Na die zegen, toen Jakob nog maar net de tent van zijn vader had verlaten, kwam Esau terug van de jacht.
1Mo 27,34
Esau begon te klagen: ‘Och vader, zegen mij, zegen mij ook!’
1Mo 27,35
Maar Isaaks antwoord was onverbiddelijk. ‘Je broer was hier en heeft mij bedrogen. Hij heeft jouw zegen weggenomen.’
1Mo 27,36
Esau reageerde verbitterd. ‘Geen wonder dat ze hem de Bedrieger noemen. Eerst nam hij mij mijn eerstgeboorterecht af en nu heeft hij mijn zegen ook nog gestolen. Och, hebt u geen enkele zegen meer over voor mij?’ smeekte hij zijn vader.
1Mo 27,38
Maar Esau bleef vragen: ‘Och vader, heeft u dan geen enkele zegen meer voor mij?’ en begon te huilen.
4Mo 6,24
De HERE geve u zijn zegen en bescherming, de HERE geve u zijn nabijheid en inzicht, de HERE geve u zijn genade, laat de HERE zijn oog op u gericht houden en u vrede geven.
4Mo 10,36
En wanneer de ark werd neergezet, zei hij: ‘Keer terug, HERE, en zegen de stammen van Israël.’
4Mo 22,5
Daarom stuurde koning Balak boodschappers naar Bileam (de zoon van Beor) die in zijn vaderland Petor dicht bij de Eufraat woonde. Hij smeekte Bileam hem te komen helpen met de woorden: ‘Er is hier een volk uit Egypte aangekomen dat het hele land in beslag neemt. Ze hebben hun kamp recht tegenover mij opgeslagen! Kom alstublieft hierheen en vervloek hen voor mij, zodat ik hen uit mijn land kan verdrijven. Want ze zijn mij te sterk. U staat erom bekend dat uw zegen ook werkelijk een zegen is en dat ieder die door u wordt vervloekt, ook werkelijk ís vervloekt.’
4Mo 23,25
‘Als u het volk niet wilt vervloeken, goed. Maar zegen het dan in elk geval niet!’ riep de koning naar Bileam.
5Mo 11,26
Ik geef u vandaag de keus tussen Gods zegen en Gods vloek!
5Mo 11,27
Er zal een zegen op u rusten als u de geboden van de HERE, uw God gehoorzaamt.
5Mo 11,29
Wanneer de HERE, uw God, u het land binnenbrengt om het in bezit te nemen, zult u de zegen uitspreken vanaf de berg Gerizim en de vloek vanaf de berg Ebal! (Gerizim en Ebal zijn bergen die ten westen van de Jordaan liggen, waar de Kanaänieten leven in het vlakke land bij Gilgal, waar de eikenbossen van Moré liggen.)
5Mo 12,15
Het vlees dat u eet, mag wel overal worden geslacht, net zoals u nu doet met de gazellen en herten. Eet zoveel van dit vlees als u lust, want de HERE heeft u zijn zegen gegeven. Ook zij die onrein zijn, mogen hiervan eten.
5Mo 15,4
Niemand zal hierdoor arm worden, want als u dit gebod gehoorzaamt, zal de HERE u rijk zegenen in het land dat Hij u geeft. De enige voorwaarde die de HERE stelt voor zijn zegen, is dat u zorgvuldig leeft naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u vandaag geef.
5Mo 16,10
zal een ander feest worden gevierd ter ere van de HERE, uw God: het Wekenfeest. Breng Hem dan een vrijwillig offer dat in verhouding staat tot de zegen die de HERE u heeft gegeven.
5Mo 23,5
Maar de HERE, uw God, heeft niet naar Bileam geluisterd; integendeel, Hij veranderde de vloek voor u in een zegen omdat de HERE, uw God, van u houdt.
5Mo 26,15
Kijk neer vanuit uw heilig huis in de hemelen en zegen uw volk Israël en het land dat U ons hebt gegeven, zoals U onze voorouders hebt beloofd, een land dat overvloeit van melk en honing!”
5Mo 27,12
‘Als u oversteekt naar het beloofde land, zullen de stammen van Simeon, Levi, Juda, Issachar, Jozef en Benjamin op de berg Gerizim staan om vanaf dat punt een zegen uit te spreken.
5Mo 30,19
Hemel en aarde zijn mijn getuigen dat ik u vandaag de keus heb gegeven tussen leven en dood, zegen en vloek. Kies dan toch het leven, zodat u en uw kinderen mogen leven!
5Mo 33,1De zegen van Mozes voor het volk
Dit is de zegen die Mozes, de man van God, het volk Israël voor zijn dood gaf:
Jos 8,33
Het hele volk van Israël, inclusief de leiders, legeraanvoerders, rechters en de buitenlanders die bij hen waren, verdeelde zich daarop in twee groepen. De ene groep aan de voet van de berg Gerizim, de andere aan de voet van de berg Ebal. Daartussenin stonden de priesters met de ark, klaar om hun zegen uit te spreken. Dit alles werd precies gedaan volgens de aanwijzingen die Mozes vroeger had gegeven.
Ri 6,23
‘Ik zegen u met vrede,’ antwoordde de HERE, ‘wees niet bang, u zult niet sterven.’
Ri 13,24
Toen hun zoon werd geboren, noemden zij hem Simson. De jongen groeide op onder de zegen van de HERE.
2Sam 7,29
doe daarom wat U mij hebt toegezegd! Zegen mijn familie voor eeuwig! Moge ons nageslacht altijd voor uw ogen blijven voortbestaan, want U, HERE God, hebt het beloofd.’
1Kön 8,54
Salomo zat geknield met zijn handen uitgestrekt naar de hemel. Na zijn gebed stond hij op uit zijn geknielde houding voor het altaar van de HERE en sprak luid de volgende zegen uit over het volk van Israël:
1Chr 14,2
David besefte nu waarom de HERE hem koning had gemaakt en waarom Hij het koninkrijk zo groot had gemaakt: om Gods volk tot een zegen te zijn.
1Chr 17,27
Moge deze zegen voor altijd op mijn kinderen rusten, want als U iemand uw zegen toezegt, HERE, dan is dat een eeuwige zegen.’
1Chr 23,13
Amram was de vader van Aäron en Mozes. Aäron en zijn zonen kregen de heilige taak toebedeeld voor altijd de offers van het volk aan de HERE te offeren, de HERE onafgebroken te dienen en altijd in zijn naam de zegen uit te spreken.
Neh 5,19
O mijn God, vergeet niet wat ik allemaal voor dit volk heb gedaan en zegen mij ervoor.
Neh 13,2
De reden van dit verbod was dat zij destijds het volk Israël geen gastvrijheid hadden betoond. Zij hadden zelfs iets veel ergers gedaan: zij hadden Bileam gehuurd om Israël te vervloeken, maar onze God had de vervloeking in een zegen veranderd.
Ps 7,10
Zorg toch dat er een einde komt aan al die slechtheid, HERE. Zegen allen die U oprecht liefhebben. U, de rechtvaardige God, bent de Enige die alles doorziet in elk mensenhart. U beoordeelt motieven en gedachten.
Ps 23,5
U bereidt een feestmaal voor mij, waar mijn vijanden bij zijn. U zalft mijn hoofd, als bij een persoonlijke gast, mijn beker vloeit over van uw zegen!
Ps 24,5
Zij zullen als een zegen van God zijn goedheid in hun leven ervaren. Die reikt Hij, hun verlosser, hun Zelf toe.
Ps 25,13
Hij mag leven onder Gods zegen en zijn kinderen zullen het land in bezit nemen.
Ps 28,9
Maak uw volk vrij en zegen wie van U zijn. Zorg voor hen als een herder voor zijn schapen en bescherm hen tot in eeuwigheid.
Ps 90,17
HERE, onze God, stort uw liefdevolle vriendelijkheid over ons uit. Zegen het werk dat wij doen. Ja, wij bidden U om uw zegen over alles wat wij ondernemen.
Ps 109,17
Laten de vloeken die hij zo graag uitsprak maar over hemzelf komen. Hij wilde niet over de zegen praten: laat die nu dan ook maar ver van hem blijven.
Ps 115,12
De HERE denkt aan ons, Hij geeft de zegen. Hij geeft zegeningen aan het volk van Israël, aan het nageslacht van Aäron
Ps 133,3
Het is net zo kostbaar als de dauw van de berg Hermon die de bergen van Jeruzalem bevloeit. Dat is de plaats waaraan de HERE zijn zegen verbindt en het leven tot in eeuwigheid.
Ps 134,3
De HERE geve u zijn zegen vanuit Jeruzalem. Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.
Spr 10,7
De nagedachtenis van een rechtvaardige brengt zegen voort, maar van de naam van de goddeloze blijft niets over.
Spr 10,22
Alleen de zegen van de HERE maakt een mens rijk, niet zijn eigen zwoegen.
Spr 11,11
Oprechte mensen zijn een zegen voor een stad en doen die groeien en bloeien, de invloed van goddelozen is echter vernietigend.
Spr 11,25
Een weldoener is een zegen en wordt daarvoor rijk beloond, en iemand die zijn gaven over anderen uitgiet, zal van het goede worden voorzien.
Spr 13,17
Een onbetrouwbare bode zal het slecht vergaan, maar een trouw gezant is een zegen.
Jes 19,24
Israël zal hun bondgenoot zijn. Zij zullen zich gedrieën aaneensluiten en Israël zal hun tot zegen zijn.
Jes 54,17
Maar in die tijd zal geen enkel wapen dat tegen u wordt opgeheven, succes hebben en elke leugen die in de rechtszaal tegen u wordt ingebracht, zult u kunnen weerleggen. Dat is de erfenis van de dienaars van de HERE. Dit is de zegen die Ik u heb gegeven,’ zegt de HERE.
Jes 65,16
Dan zal een tijd aanbreken dat ieder die een zegen uitspreekt of een eed zweert, dat zal doen bij de God van de waarheid, want Ik zal mijn toorn opzijzetten en het kwaad dat u deed, vergeten.
Hes 34,26
Ik zal mijn volk en zijn woningen rond mijn heuvel zegenen. Er zullen stromen van zegen neerkomen, want Ik zal de regens niet tegenhouden, maar ze in de normale jaargetijden laten vallen.
Hos 12,5
Ja, hij worstelde met de Engel en won. Onder tranen smeekte hij Hem om zijn zegen. Daar in Betel heeft hij God ontmoet. En God sprak met hem.
Mi 6,5
Mijn volk, bent u dan vergeten hoe koning Balak van Moab probeerde u te vernietigen door u door Bileam, de zoon van Beor, te laten vervloeken? Weet u niet meer dat Ik hem toen in plaats van een vloek een zegen liet uitspreken? Keer op keer heb Ik voor u het beste gezocht. Herinnert u zich niet meer wat gebeurde vanaf Sittim tot Gilgal, bij de oversteek van de Jordaan, en hoe Ik u toen heb gezegend?’
Sach 8,13
Want zoals u een vervloekte bent geweest onder de volken die u omringden, volk van Juda en Israël, zo zult u nu een zegen zijn, want Ik zal u heil en verlossing geven. Wees daarom niet bang en laat de moed niet zakken. Ga door met de herbouw van de tempel.
Sach 8,22
Ja, talloze volken, waaronder ook machtige naties, zullen naar de HERE van de hemelse legers in Jeruzalem komen om te vragen om zijn zegen en hulp.’
Mal 2,1De ontrouw van Gods volk
Laat de priesters luisteren naar deze waarschuwing van de HERE van de hemelse legers: ‘Als uw gedrag niet verandert en u Mij niet eert, zal Ik u treffen met een vreselijke straf. In plaats van u te zegenen, zal Ik u bedelven onder vervloekingen. Ja, Ik heb mijn zegen al in vervloeking veranderd, omdat de dingen die voor Mij erg belangrijk zijn, niet serieus worden genomen.
Mal 2,13
En dan is er nog iets: het altaar van de HERE wordt overstelpt met tranen, omdat Hij niet langer aandacht schenkt aan uw offers en u geen zegen van Hem meer ontvangt.
Mal 3,10
Breng het hele tiende deel naar de voorraadkamer, zodat er voldoende voedsel zal zijn in mijn tempel. Probeer het toch eens,’ moedigt de HERE van de hemelse legers aan, ‘dan zult u zien dat Ik de vensters van de hemel zal openen en een stroom van zegen over u zal uitstorten.
Lk 1,42
Zij jubelde het uit en zei tegen Maria: ‘Jij bent de meest gezegende vrouw van de hele wereld en jouw kind draagt Gods zegen.
Apg 3,25
U bent nakomelingen van de profeten. En wat God uw voorouders heeft beloofd, geldt ook voor u. God heeft immers tegen Abraham gezegd dat zijn nageslacht alle volken van de wereld tot zegen zal zijn?
Apg 4,33
De apostelen verkondigden met grote overtuigingskracht dat de Here Jezus uit de dood was opgestaan, en Gods zegen rustte op hen allen.
1Kor 9,23
Ik doe het allemaal ter wille van het goede nieuws, ik wil samen met vele anderen de zegen ervan hebben.
1Kor 10,16
Als wij aan de tafel van de Here drinken uit de beker, Hem danken en zijn zegen vragen, hebben wij toch samen deel aan het bloed van Christus? En als wij het brood breken, hebben wij toch samen deel aan zijn lichaam?
2Kor 1,15
Omdat ik zo zeker was van uw begrip en vertrouwen, had ik besloten op weg naar Macedonië bij u langs te komen en op de terugweg nog eens. Dan kon ik u twee keer tot zegen zijn
Gal 3,8
In de Boeken is voorzegd dat het tussen God en niet-Joodse volken in orde zou komen, wanneer zij op Hem zouden vertrouwen. God zei ooit tegen Abraham: ‘U zult voor alle volken een zegen zijn.’ Dat was goed nieuws!
Gal 3,14
Op die manier is door Christus Jezus de zegen van Abraham tot de andere volken gekomen en nu kunnen wij de Heilige Geest ontvangen door in God te geloven.
Gal 6,9
Laten wij nooit ophouden met goed doen, want na verloop van tijd zullen wij de zegen ervan oogsten, als wij het tenminste niet opgeven.
Eph 1,3
Aan God, de Vader van onze Here Jezus Christus, komt alle dank en eer toe. Hij heeft ons, nu wij één zijn met Jezus Christus, alle geestelijke zegen gegeven die er in de hemel is.
2Tim 1,18
Ik bid dat de Here hem een bijzondere zegen geeft op de grote dag waarop Christus terugkeert. En jij, Timotheüs, weet maar al te goed hoe hij mij in Efeze heeft geholpen.
Hebr 7,7
het is duidelijk dat een zegen alleen gegeven wordt door iemand die groter is dan degene die gezegend wordt.
Hebr 11,20
Omdat Isaak op God vertrouwde, kon hij zijn twee zonen, Jakob en Esau, zegen voor de toekomst beloven.
1Petr 3,9
Wees vriendelijk en nederig. Vergeld geen kwaad met kwaad. Als iemand u beledigt, zeg dan niets lelijks terug, maar zegen hem juist. Want dan zal God ons zegenen, daartoe heeft Hij ons geroepen.
Diese Website verwendet Cookies, um Ihnen die bestmögliche Nutzererfahrung bieten zu können.