Suche nach "vrede" | Het Boek

Het Boek (241 Treffer)
1Mo 26,29 Beloof ons dat u zich niet tegen ons zult keren. Wij hebben u tenslotte ook niet slecht behandeld; integendeel, wij hebben u goed behandeld en in vrede weggestuurd. U bent immers de door de HERE gezegende.’ 1Mo 44,17 ‘Nee,’ zei Jozef, ‘alleen de man die de beker heeft gestolen, zal mijn slaaf zijn. De anderen kunnen in vrede teruggaan naar hun vader.’ 2Mo 4,18 Mozes ging terug naar huis en besprak de zaak met zijn schoonvader Jetro. ‘Als u het goedvindt,’ zei Mozes, ‘ga ik terug naar Egypte om mijn familie te bezoeken. Ik weet niet eens of ze nog wel leven.’ ‘Ga in vrede,’ antwoordde Jetro. 2Mo 18,23 Als je deze raad opvolgt en het is naar de wil van God, zul je niet meer zo zwaar worden belast en zullen vrede en een goede verstandhouding onder het volk heersen.’ 3Mo 26,6 want Ik zal u vrede geven en u zult kunnen slapen zonder angst. Ik zal de wilde dieren wegjagen en uw land zal niet door het zwaard worden geteisterd. 4Mo 6,24 De HERE geve u zijn zegen en bescherming, de HERE geve u zijn nabijheid en inzicht, de HERE geve u zijn genade, laat de HERE zijn oog op u gericht houden en u vrede geven. 5Mo 20,10 Wanneer u de stad waartegen u gaat vechten, nadert, stuur dan eerst boodschappers vooruit om de inwoners vrede aan te bieden. 5Mo 20,12 Maar als zij de vrede weigeren, moet u de stad belegeren. 5Mo 25,19 Wanneer de HERE, uw God, ervoor heeft gezorgd dat u in vrede leeft in het beloofde land en dat al uw vijanden u met rust laten, moet u de Amalekieten zo totaal vernietigen dat het lijkt alsof hun naam nooit op aarde heeft bestaan. Vergeet niet dat te doen!’ Jos 9,11 Daarom gaven onze leiders en ons volk ons de opdracht: “Maak u klaar voor een verre reis, ga naar de Israëlieten en verklaar dat ons volk hun dienaar wil zijn. Vraag hun om vrede.” Jos 10,1 En de zon stond stil… Koning Adonisedek van Jeruzalem hoorde hoe Jozua de stad Ai had ingenomen en verwoest. De koning van Ai was, net als die van Jericho, omgebracht. Ook vernam hij dat de inwoners van Gibeon vrede hadden gesloten met Israël en nu hun bondgenoten waren. Jos 10,4 ‘Kom mij helpen om Gibeon te vernietigen,’ vroeg hij hun dringend, ‘want zij hebben vrede gesloten met Jozua en het volk van Israël.’ Jos 11,19 Geen enkele stad kreeg de kans met Israël vrede te sluiten, uitgezonderd de Chiwwieten uit Gibeon, alle andere werden met geweld veroverd. Jos 11,20 Want de HERE zorgde ervoor dat de vijandelijke koningen de strijd aanbonden met de Israëlieten in plaats van om vrede te vragen, zo werden zij genadeloos gedood, zoals de HERE Mozes had opgedragen. Jos 21,44 De HERE gaf hun vrede, zoals Hij had beloofd. Niemand kon het tegen hen opnemen, de HERE hielp hen al hun vijanden te verslaan. Jos 23,1 Jozuaʼs opdracht aan de leiders van Israël Nadat de HERE Israël vele jaren vrede had gegeven en Jozua erg oud was geworden, Ri 3,11 Daarna heersten er rust en vrede in het land, in de veertig jaar onder Otniëls leiding. Maar na Otniëls dood begon het volk Israël opnieuw tegen de HERE te zondigen. Daarom zette de HERE koning Eglon van Moab aan om een deel van Israël te overwinnen. Ri 3,30 Zo werd Moab die dag door Israël overwonnen en heersten rust en vrede in het land gedurende de volgende tachtig jaar. Ri 5,31 Och HERE, laten al uw vijanden net als Sisera omkomen! Maar zij die U liefhebben, zullen krachtig stralen als de opgaande zon.’ Daarna heersten er veertig jaar rust en vrede in het land. Ri 6,23 ‘Ik zegen u met vrede,’ antwoordde de HERE, ‘wees niet bang, u zult niet sterven.’ Ri 6,24 Gideon bouwde op die plaats een altaar voor de HERE en gaf het de naam Het Altaar van de vrede met de HERE. Dit altaar staat nog steeds in Ofra in het gebied van de Abiëzrieten. Ri 8,28 Midjan werd definitief aan Israël onderworpen. Toen leefde het land veertig jaar lang in vrede, zolang Gideon leefde. Ri 11,13 De koning van de Ammonieten antwoordde dat het land toebehoorde aan de Ammonieten! Hij beweerde dat het van hen gestolen was toen de Israëlieten uit Egypte kwamen en dat het hele gebied vanaf de rivier de Arnon tot de Jabbok en de Jordaan van hem was. ‘Geef mij het land in vrede terug,’ luidde de eis van de koning. Ri 18,7 Daarop gingen de vijf mannen naar de stad Laïs en het viel hun op hoe veilig iedereen zich daar voelde. De mensen leefden zoals de Sidoniërs in rust en vrede. Ook was er geen leider die om welke reden dan ook de mensen onderdrukte. Bovendien woonden zij ver van hun familie in Sidon en hadden weinig of geen contact met de mensen uit het omringende gebied. Ri 19,20 ‘Mijn vrede zij met u, ik zal voor u zorgen,’ antwoordde de oude man. ‘U bent mijn gasten, want u moet niet hier op het plein blijven.’ Ri 21,13 Toen stuurde Israël een delegatie naar het groepje overgebleven mannen van Benjamin op de rots Rimmon, om hun vrede aan te bieden. 1Sam 7,14 De Israëlitische steden tussen Ekron en Gat waren veroverd door de Filistijnen, maar werden weer bevrijd door het Israëlitische leger. En ook met de Amorieten was er in die tijd vrede. 1Sam 11,1 De Ammonieten door Saul verslagen Rond die tijd trok de Ammoniet Nachas met zijn leger naar de Israëlitische stad Jabes in Gilead en sloot de stad in. De inwoners van Jabes vroegen echter om vrede. ‘Als u ons met rust laat, zullen wij voortaan uw dienaars zijn,’ drongen zij aan. 1Sam 12,11 Daarop stuurde de HERE Gideon, Barak, Jefta en Samuël om hen te redden en vanaf dat moment leefde u in rust en vrede. 2Sam 7,1 De belofte van God aan David Toen de HERE eindelijk vrede gaf en Israël niet langer in oorlog was met de omringende volken, 2Sam 14,17 Ja, de koning zal ons onze vrede teruggeven. Ik weet dat u als een engel van God bent en dat u het goede van het kwade kunt onderscheiden. Moge God met u zijn.’ 2Sam 17,2 ‘Ik zal hem overvallen wanneer hij uitgeput en moedeloos is. Hij en zijn troepen zullen in paniek raken en op de vlucht slaan, ik zal alleen de koning doden. Alle anderen laat ik in leven, zodat zij uw kant kunnen kiezen en de vrede terugkeert in het land.’ 1Kön 2,5 Luister nu naar mijn aanwijzingen. Je weet dat Joab mijn twee opperbevelhebbers heeft vermoord, Abner en Amasa. Hij beweerde dat dat in tijd van oorlog gebeurde, maar dat is niet waar, het was vrede toen het gebeurde. Er kleeft dus bloed aan zijn handen. 1Kön 2,6 Je bent een wijs man en weet wat je te doen staat. Laat hem niet in vrede sterven. 1Kön 4,24 Zijn grondgebied strekte zich uit over alle koninkrijken ten westen van de Eufraat, van Tifsach tot Gaza. En in dat hele gebied heerste vrede. 1Kön 4,25 Gedurende het leven van Salomo heersten vrede en veiligheid in Israël en Juda en iedereen genoot van de opbrengsten van het land. 1Kön 5,2 Salomo antwoordde met een voorstel over de tempel van de HERE die hij wilde bouwen. ‘Mijn vader David,’ zo legde Salomo koning Chiram uit, ‘was niet in staat zoʼn tempel te bouwen wegens de talloze oorlogen die hij moest voeren en omdat hij wachtte tot de HERE hem vrede gaf.’ 1Kön 5,4 ‘Maar nu,’ zo deelde Salomo Chiram mee, ‘heeft de HERE, mijn God, mij aan alle kanten vrede gegeven, ik heb geen last van buitenlandse vijanden of binnenlandse opstanden. 1Kön 22,26 Toen gaf koning Achab bevel Micha gevangen te nemen. ‘Breng hem naar Amon, de bestuurder van de stad, en naar mijn zoon Joas en zeg tegen hen: “De koning zegt dat deze man moet worden opgesloten. Geef hem alleen water en brood—net genoeg om hem in leven te houden—tot ik in vrede terugkeer!” ’ 1Kön 22,28 ‘Als u in vrede terugkeert,’ merkte Micha op, ‘zal blijken dat de HERE niet door mij heeft gesproken.’ Hij draaide zich om naar al de mensen die daar stonden te luisteren en zei: ‘Onthoud goed wat ik heb gezegd.’ 1Kön 22,45 Bovendien sloot hij vrede met koning Achab van Israël. 2Kön 5,19 ‘Ga in vrede,’ zei Elisa. Zo ging Naäman terug naar huis. 2Kön 9,18 Zo ging een soldaat te paard Jehu tegemoet. ‘De koning wil weten of u een vriend of een vijand bent,’ zei hij. ‘Komt u in vrede?’ Jehu antwoordde: ‘Wat weet u van vrede? Volg mij!’ De wachter meldde de koning dat de boodschapper hen had ontmoet, maar niet was teruggekeerd. 2Kön 9,22 en koning Joram vroeg: ‘Komt u hier als een vriend, Jehu?’ Waarop Jehu antwoordde met: ‘Hoe kan vrede bestaan zolang goddeloosheden als hoererij en toverij van uw moeder Izebel rondom ons zijn?’ 2Kön 18,14 Koning Hizkia smeekte om vrede en stuurde deze boodschap naar Lachis, waar de koning van Assyrië zich bevond: ‘Ik heb verkeerd gehandeld. Ik zal elke belasting betalen die u vraagt. Maar gaat u dan alstublieft weg.’ De koning van Assyrië eiste een bedrag van negenduizend kilo zilver en negenhonderd kilo goud. 2Kön 18,31 Luister niet naar koning Hizkia! Geef u over. U kunt in rust en vrede in dit land blijven wonen tot ik u naar een land breng dat er net zo uitziet als dit, met grote oogsten, koren, wijn, olijfbomen en honing. Dat alles bied ik u aan in plaats van de dood. Luister niet naar koning Hizkia als hij u ervan probeert te overtuigen dat de HERE u zal redden. 2Kön 20,19 ‘Goed,’ vond Hizkia, ‘als dit is wat de HERE wil, dan heb ik daar vrede mee.’ Bovendien dacht hij: ‘Er zal tenminste vrede en veiligheid heersen gedurende de rest van mijn leven.’ 1Chr 12,18 Toen kwam de Heilige Geest over Amasai, de leider van de groep van dertig, die antwoordde: ‘Wij zijn de uwen, David. Wij staan aan uw kant, zoon van Isaï. Vrede, vrede zij u en vrede voor allen die u helpen, want uw God is bij u.’ David nam deze hulp aan en benoemde hen tot commandanten in zijn leger. 1Chr 22,9 Maar Ik zal u een zoon geven die een man van vrede zal zijn. Ik zal hem namelijk vrede geven met zijn vijanden in de omringende landen. Zijn naam zal Salomo zijn (wat ‘vredig’ betekent) en Ik zal Israël rust en vrede geven tijdens zijn bewind. 1Chr 22,18 ‘De HERE, uw God, is zeer goed voor u,’ verklaarde hij. ‘Hij heeft u vrede gegeven met de omringende landen die ik heb veroverd voor de HERE en zijn volk. 1Chr 23,25 Want David zei: ‘De Oppermachtige HERE van Israël heeft ons vrede gegeven en zal voor altijd in Jeruzalem blijven wonen. 2Chr 14,1 Koning Asa, gehoorzaam aan God Koning Abia stierf en werd in Jeruzalem begraven. Zijn zoon Asa werd de nieuwe koning van Juda en gedurende de eerste tien jaren van zijn regering heerste er vrede in het land, 2Chr 14,5 Tevens verwijderde hij de tempels van de heuvels en haalde hij de wierookaltaren uit alle Judese steden weg. Daarom gaf de HERE vrede in zijn koninkrijk. 2Chr 14,7 ‘Dit is het juiste moment om dat te doen, nu de HERE, onze God, ons zegent met rust en vrede, omdat wij Hem gehoorzamen,’ zo hield hij zijn onderdanen voor. ‘Laten wij nu steden bouwen en ze versterken met muren, torens, poorten en zware grendels.’ Daarom gingen de Judeeërs aan het werk en de bouwprojecten verliepen zeer voorspoedig. 2Chr 15,15 Iedereen was blij met deze eed tegenover God die ze uit de grond van hun hart hadden afgelegd. Zij wilden de HERE boven alles zoeken en zij vonden Hem ook. En Hij gaf vrede door het hele land. 2Chr 34,28 Ik zal u in vrede laten sterven en begraven laten worden. U zult niet met uw eigen ogen de rampen hoeven te zien die Ik over deze plaats en haar inwoners zal brengen.” ’ Neh 9,28 Maar zodra ze weer in rust en vrede leefden, begonnen zij opnieuw te zondigen. Weer liet U hen in handen van hun vijanden vallen. Weer moesten zij leven onder vreemde overheersing. En toch, telkens wanneer zij om hulp riepen, hoorde U hen in de hemel. U toonde opnieuw medelijden en bevrijdde hen! Dit gebeurde keer op keer. Hi 3,14 en zou ik in vrede liggen naast koningen en machthebbers die paleizen bouwden die nu in puin liggen, en naast vorsten die ooit schatkamers vol zilver en goud bezaten. Hi 3,26 Ik vind geen vrede en geen stilte, rust ken ik niet, alleen ellende.’ Hi 5,23 Ook zul je geen last hebben van stenen bij het ploegen van je akkers. Er zal vrede zijn tussen jou en de gevaarlijke wilde dieren. Hi 21,9 In hun huizen is vrede, angst is voor hen een onbekend gevoel en God straft hen niet. Hi 21,10 Hun vee is gezond en vruchtbaar, zij hebben veel kinderen die een gelukkig leven leiden en hun kleinkinderen vullen hun tijd met zingen en dansen en musiceren op trommel, citer en fluit. Zij zijn welgesteld en hoeven zichzelf niets te ontzeggen. Zelfs wanneer ze sterven, gebeurt dat in alle rust en vrede. Hi 25,2 ‘God is machtig en ontzagwekkend. Hij handhaaft de vrede in de hemel. Ps 3,9 Want de ware redding komt alleen van de HERE. Hij zegent zijn volgelingen en geeft hun vrede. Ps 29,11 De HERE zal zijn volk kracht geven en zegenen door het vrede te geven. Ps 34,15 Keer het kwaad de rug toe en doe wat goed is. Probeer in vrede te leven, streef daarnaar met heel uw hart. Ps 35,20 Zij zijn niet op vrede uit. Zij maken slechte plannen, gericht tegen hen die in rust en stilte leven. Ps 37,11 Maar wie nederig van hart is, zal in het land mogen wonen en genieten van een overvloedige vrede. Ps 55,19 Hij bevrijdt mijn ziel en geeft mij vrede, ondanks de strijd die om mij heen woedt. Velen keren zich tegen mij. Ps 55,21 De tegenstander valt de mensen aan met wie hij eerder vrede sloot, hij komt zijn afspraken niet na. Ps 72,3 Laten de bergen de vrede voor het volk aandragen en de heuvels spreken over de zuivere rechtspraak. Ps 72,7 Laat onder zijn regering de oprechte mens tot bloei komen en laat er altijd vrede zijn. Ps 85,9 Ik wil luisteren naar wat de HERE God zegt. Hij spreekt over vrede tot de Israëlieten en tot allen die bij hen horen. Maar zijn oordeel wacht hun, als zij zich weer van Hem afkeren. Ps 85,10 Het is werkelijk waar dat Hij mensen bevrijdt die ontzag voor Hem hebben. Waar zij wonen, heerst vrede en geluk. Ps 85,11 Daar komt men goedheid, liefde en trouw tegen. Er heerst vrede omdat er rechtvaardig wordt geregeerd. Ps 112,7 Hij is niet bang voor kwaadsprekers. In zijn hart is rust en vrede, hij vertrouwt volledig op de HERE. Ps 119,165 Mensen die van uw wet houden, ervaren een diepe vrede in het hart. Er staat hun niets in de weg. Ps 120,6 Ik woon al veel te lang tussen deze mensen die zelfs vrede haten. Ps 120,7 Zelf ben ik altijd op vrede uit, maar als ik daarover spreek, worden zij opstandig en willen zij vechten. Ps 122,6 Bid voor de vrede van Jeruzalem, dat ieder die van de stad houdt, rust mag ervaren. Ps 122,7 Laat er vrede heersen binnen de muren en rust in elke stadswijk. Ps 122,8 Ter wille van mijn broers en vrienden zeg ik tot de stad: ‘Laat er vrede in u zijn.’ Ps 125,5 Als iemand echter van de rechte weg afdwaalt, zal hij, samen met de ongelovigen, door de HERE worden vernietigd. Laat er vrede zijn in Israël! Ps 128,6 En u zult zien hoe goed het is met uw kleinkinderen. Laat er vrede zijn in Israël! Ps 133,1 Een bedevaartslied van David. Kijk eens hoe goed en waardevol het is als broeders in vrede met elkaar omgaan. Ps 144,14 Laat ons vee gezonde jongen werpen. Laat er vrede in het land zijn en geen aanleiding tot paniek of vluchten. Ps 147,14 Hij geeft vrede in het land en zorgt voor rijke oogsten. Spr 3,17 Want wijsheid brengt liefde voort en is een voedingsbodem voor vrede en welzijn. Pred 3,8 een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede. Jes 9,4 Op die glorieuze dag van vrede zal het oorlogstuig niet meer worden gebruikt, de met bloed doordrenkte mantels en de dreunende laars zullen worden verbrand. Jes 9,6 Aan zijn vredevolle bewind zal nooit een einde komen. Vanaf de troon van zijn vader David zal Hij rechtvaardig regeren. Hij zal alle volken van de wereld rechtvaardigheid en vrede brengen. En dit alles zal gebeuren omdat de brandende liefde van de HERE van de hemelse legers zich heeft voorgenomen dit te doen! Jes 11,6 Dan zullen de wolf en het lam bij elkaar liggen en er zal vrede heersen tussen panter en geit. Kalveren en mestvee zullen veilig tussen de leeuwen kunnen lopen en een klein kind zal hen hoeden. Jes 14,7 Maar nu is er vrede en rust in de hele wereld! Overal heerst uitbundige vreugde! Jes 14,30 Ik zal de armen van mijn volk veilig hoeden en zij zullen in mijn weide grazen! De behoeftigen zullen in vrede kunnen gaan liggen. Maar wat u betreft, u zal Ik met de honger en het zwaard uitroeien. Jes 26,3 Degenen die op Hem blijven vertrouwen, die vaak hun gedachten aan de HERE wijden, zal Hij in volkomen vrede laten leven! Jes 26,12 HERE, geef ons uw vrede, want alles wat wij bezitten en zijn, is van U afkomstig. Jes 27,5 tenzij deze vijanden vrede met Mij sluiten en mijn bescherming zoeken. Jes 32,16 In de woestijn zal het recht wonen en daardoor zal er vrede zijn. Rust en vertrouwen zullen dan voor eeuwig regeren. Jes 39,8 ‘Het woord van de HERE dat u hebt gesproken, is goed,’ zei Hizkia, want hij dacht bij zichzelf: ‘Gedurende mijn leven zal er in elk geval vrede heersen!’ Jes 45,7 Ik formeer het licht en schep de duisternis. Ik zorg voor vrede en doe het onheil komen. Ik, de HERE, doe deze dingen.
Weitere Ergebnisse laden ...