Suche nach "satan" | Het Boek

Het Boek (37 Treffer)
1Chr 21,1 De volkstelling van David Toen ontketende Satan een ramp over Israël, want hij verleidde David tot een volkstelling. Hi 1,6 Op een dag, toen de engelen zoals gewoonlijk voor de HERE verschenen, kwam ook Satan, Gods tegenstander, met hen mee. Hi 1,7 ‘Waar komt u vandaan?’ vroeg de HERE aan Satan. Deze antwoordde: ‘Ik heb een tocht gemaakt over de aarde.’ Hi 1,9 ‘Waarom zou hij ook, nu U hem zo goed beloont?’ antwoordde Satan. Hi 1,12 De HERE ging op die uitdaging in en zei tegen Satan: ‘U mag met zijn rijkdom doen wat u wilt, maar denk eraan, raak hem met geen vinger aan.’ Satan ging weg en niet lang daarna, terwijl Jobs zonen en dochters met elkaar de maaltijd gebruikten in het huis van hun oudste broer, sloeg het onheil toe. Hi 2,1 De ziekte van Job De engelen verschenen opnieuw voor de HERE en Satan was er ook weer bij. Hi 2,2 ‘Waar komt u nu vandaan?’ wilde de HERE van Satan weten. ‘Ik heb een tocht over de aarde gemaakt,’ was Satans antwoord. Hi 2,4 ‘Zijn eigen huid is hem het meeste waard,’ vond Satan. ‘Een mens zal alles doen om zijn leven te redden. Laat hem maar eens goed ziek worden, dan vervloekt hij U midden in uw gezicht!’ Hi 2,7 Satan verliet de HERE en trof Job met vreselijke zweren. Van top tot teen zat hij onder. Sach 3,1 Feestkleren voor Jozua Daarna liet de engel mij de hogepriester Jozua zien. Hij stond vóór de engel van de HERE en Satan was ook aanwezig. Satan stond rechts van de engel en bracht vele beschuldigingen tegen Jozua in. Sach 3,2 Maar de HERE zei tegen Satan: ‘Ik verwerp uw beschuldigingen, Satan. Want Ik, de HERE, heb besloten genadig te zijn voor Jeruzalem. Daarom bestraf Ik u. Ik heb Jozua en dit volk genade geschonken. Zij zijn als een stuk brandend hout dat uit het vuur is gerukt.’ Mt 4,10 ‘Ga weg, Satan,’ zei Jezus. ‘Er staat immers in de Boeken: “Aanbid de Here, uw God, en geef niemand anders eer.” ’ Mt 16,23 Jezus keerde hem de rug toe en zei: ‘Maak dat je wegkomt, Satan! Je bent een valstrik voor Mij. Jij bent niet gericht op wat God wil, maar op wat mensen willen.’ Mk 1,13 Daar werd Hij veertig dagen lang door Satan op de proef gesteld. Hij was er alleen met de wilde dieren en de engelen zorgden voor Hem. Mk 3,26 Als Satan, de duivel, tegen zichzelf vecht, blijft er niets van hem over. Mk 8,33 Jezus keerde Zich om. Met zijn gezicht naar de andere leerlingen vermaande Hij Petrus: ‘Satan, maak dat je wegkomt! Jij bekijkt de zaak van de menselijke kant en niet van Gods kant!’ Lk 10,18 Hij antwoordde: ‘Ik zag Satan als een bliksemschicht uit de hemel vallen. Lk 13,16 Mocht Ik deze gelovige vrouw dan niet verlossen uit de greep van Satan, die haar achttien jaar gevangen heeft gehouden? Enkel en alleen omdat het sabbat is?’ Lk 22,3 Satan kwam in Judas Iskariot, een van de groep van twaalf. Lk 22,31 Simon, Simon, let op. Satan heeft gesmeekt of hij jullie door elkaar mag schudden als tarwe in een zeef. Apg 26,18 U zult hen de ogen openen voor de toestand waarin zij verkeren, opdat zij zich van het duister naar het licht zullen keren en zich door God zullen laten regeren in plaats van door Satan. Door hun geloof in Mij zullen zij vergeving van hun zonden krijgen en zullen zij deel krijgen aan mijn Koninkrijk, samen met de mensen die bij Mij horen.” 1Kor 5,5 uit onze gemeenschap stoten en aan Satan overleveren. Daardoor zal zijn menselijke natuur worden verwoest, maar kan zijn geest op de grote dag van de Here gered worden. 1Kor 7,5 Weiger elkaar de seksuele omgang niet, behalve als u samen afspreekt tijdelijk geen gemeenschap te hebben, omdat u de tijd wilt gebruiken om te bidden. Maar daarna moet u weer gewoon gemeenschap met elkaar hebben. Anders zou Satan u, door uw gebrek aan zelfbeheersing, in verleiding kunnen brengen. 2Kor 2,11 Anders zou Satan wel eens voordeel op ons kunnen behalen, wij kennen zijn streken maar al te goed. 2Kor 11,14 Maar denk nu niet dat het mij verbaast. Satan zelf kan zich voordoen als een engel van het licht. 2Kor 12,7 De openbaringen die God mij heeft gegeven, zijn werkelijk buitengewoon. Maar omdat Hij niet wilde dat ik mij daardoor iets zou gaan verbeelden, heeft Hij mij pijnlijk laten vernederen door een handlanger van Satan, die mij als met vuisten slaat. Dat kun je een doorn in mijn vlees noemen. Nee, God zal niet toelaten dat ik mij wat ga verbeelden. 1Thess 2,18 Ik, Paulus, heb het keer op keer geprobeerd, maar Satan hield ons tegen. 2Thess 2,9 De ‘mens van zeer grote zonde’ zal komen en optreden als Satan zelf, vol duivelse list en kracht. Hij zal iedereen een rad voor ogen draaien, door allerlei opzienbarende, bedrieglijke wonderen te doen. 1Tim 1,20 Hymeneüs en Alexander zijn daar een voorbeeld van. Ik moest hen aan Satan overleveren om hun te leren dat zij niet ongestraft met Christus kunnen spotten. 1Tim 5,15 Enkelen van hen hebben zich al van de gemeente afgekeerd en zijn Satan gevolgd. Offb 2,9 Ik weet hoe u omwille van Mij vervolgd wordt en in wat voor armoede u leeft, hoewel u rijk bent. Ik weet ook welke lelijke dingen er over u gezegd worden door mensen die zich Joden noemen, maar in feite dienaren van Satan zijn. Offb 2,13 Ik weet dat u in de stad woont waar Satan regeert. Toch bent u Mij trouw gebleven. U hebt het geloof in Mij niet herroepen, ook niet toen mijn trouwe getuige Antipas vermoord werd in uw stad, waar Satan woont. Offb 2,24 Maar gelukkig zijn er in Thyatira nog mensen die deze verderfelijke leer niet volgen, die niet de zogenaamde diepten van Satan hebben leren kennen. Van u vraag Ik niets meer Offb 3,9 Ik zal mensen naar u toe sturen die bij Satan horen. Zij doen zich voor als Joden, als kinderen van God, maar het zijn leugenaars. Ik zal hen aan uw voeten laten neerknielen, zij zullen niet anders kunnen dan erkennen dat Ik u liefheb. Offb 12,9 De grote draak, de oude slang, ook wel duivel of Satan genoemd, die alle mensen ter wereld verleidt, werd met zijn engelen op de aarde gegooid. Offb 20,2 Hij pakte de draak—de oude slang, Satan, de duivel—en boeide hem voor duizend jaar. Offb 20,7 Als die duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.