Suche nach "licht" | Het Boek

Het Boek (205 Treffer)
1Mo 1,3 Toen zei God: ‘Laat er licht zijn.’ En toen was er licht. 1Mo 1,4 Het beviel God en Hij maakte een duidelijke scheiding tussen het licht en het donker. 1Mo 1,5 Het licht noemde Hij ‘dag’ en het donker ‘nacht’. Het werd avond en het werd weer morgen: de eerste dag. 1Mo 1,16 God maakte twee grote lichten, de zon en de maan, die de aarde moesten verlichten. Het grootste licht, de zon, beheerste de dag en het kleinere, de maan, beheerste de nacht. Tegelijkertijd maakte God de sterren. 1Mo 1,18 dag en nacht aan te geven en het donker van het licht te scheiden. God zag dat het goed was. 2Mo 10,23 Gedurende die tijd kon niemand een hand voor ogen zien en zelfs niet opstaan om iets te doen. Maar bij de Israëlieten was het volop licht. 2Mo 14,20 Zo kwam de wolk tussen de Israëlieten en het Egyptische leger te staan. Deze zorgde aan de Egyptische kant voor een diepe duisternis, maar verschafte de Israëlieten tegelijkertijd licht, zodat zij verder konden trekken. Zo kregen de Egyptenaren geen kans de Israëlieten te naderen! 2Mo 25,37 Maak ook zeven lampen voor de kandelaar en plaats deze zo dat hun licht naar voren valt. 4Mo 5,15 hij haar bij de priester brengt met een offer voor haar van 2,2 liter gerstemeel, zonder olie of wierook erdoor, want het is een spijsoffer van jaloersheid. Dit offer dient om de waarheid aan het licht te brengen of zij wel of niet schuldig is. 4Mo 8,2 ‘Zeg tegen Aäron dat hij, als hij de zeven lampen van de kandelaar aansteekt, hij deze zó moet richten dat zij hun licht naar voren werpen.’ 5Mo 33,2 ‘De HERE is bij de berg Sinaï naar ons toe gekomen. Hij liet zijn licht over ons opgaan vanaf de berg Seïr. Hij scheen op ons vanaf de berg Paran, omgeven door tienduizenden heilige engelen en met een brandend vuur aan zijn rechterzijde. Jos 6,12 Toen het de volgende morgen licht werd, maakten zij weer een rondgang. Daarna keerde iedereen terug naar het kamp. Dit deden zij zes dagen lang. Jos 9,16 Drie dagen later kwam echter de waarheid aan het licht, deze mannen waren hun naaste buren. Ri 19,26 Zij viel neer voor de deur van het huis waar haar echtgenoot logeerde en bleef daar liggen tot het licht werd. Rut 3,14 Zo bleef zij aan zijn voeteneinde liggen. Nog voor het licht werd, stond ze op, zodat niemand haar kon herkennen, want hij had haar gezegd: ‘Niemand mag weten dat jij op de dorsvloer bent geweest.’ 1Sam 29,10 Sta morgen maar vroeg op en vertrek zodra het licht wordt.’ 2Sam 14,20 Hij deed dat om de zaak voor u in een ander licht te stellen. Maar u bent zo wijs als een engel van God en weet precies wat overal gebeurt!’ 2Sam 21,17 Abisaï, de zoon van Seruja, zag echter wat er gebeurde. Hij schoot eropaf en doodde de Filistijn. Daarna zwoeren Davids mannen: ‘U gaat niet meer mee als er moet worden gevochten! We mogen niet het risico lopen dat het licht van Israël wordt gedoofd!’ 2Sam 22,29 O HERE, U bent mijn licht! U verlicht mijn duisternis. 1Kön 3,21 Toen ik ʼs morgens mijn baby wilde voeden, was hij dood. Maar toen het buiten licht werd, zag ik dat het mijn zoon helemaal niet was.’ 2Kön 17,4 Koning Hosea smeedde echter een complot tegen de koning van Assyrië, door koning So van Egypte te vragen hem te helpen bij het afschudden van de Assyrische overheersing. Deze samenzwering kwam echter aan het licht toen hij weigerde de jaarlijkse belasting aan Assyrië te betalen. De koning van Assyrië nam hem toen gevangen en sloot hem in de boeien. Hi 3,5 Ja, laat de duisternis hem maar opslokken, hem overschaduwen met een donkere wolk en laat de zwartheid zijn licht overheersen. Hi 3,20 Waarom geeft God ongelukkigen licht en bedroefden leven, terwijl zij verlangen naar een dood die maar niet komen wil? Zij zoeken die dood meer dan verborgen schatten. Hi 7,4 Bij het naar bed gaan denk ik steeds: was het maar weer ochtend en dan lig ik te woelen tot het weer licht wordt. Hi 10,22 een land dat zo donker is als de diepste duisternis van de nacht, een land van de schaduw van de dood, waar verwarring heerst en waar het helderste licht nog zo donker is als de nacht.” ’ Hi 12,22 Hij legt de geheimen van de diepe duisternis bloot en verjaagt het licht met donkere schaduwen. Hi 17,12 Zij maken van de nacht een dag en zeggen wanneer het donker is: “Het wordt zo weer licht.” Zo verdraaien zij de waarheid. Hi 18,5 Toch blijft het waar dat de goddelozen snel aan hun einde komen en dat hun licht wordt gedoofd en hun vlam geblust. Hi 18,18 Hij zal vanuit het licht de duisternis in worden gedreven en uit de wereld worden weggejaagd. Hi 19,8 God heeft mij de weg versperd en mijn licht veranderd in duisternis. Hi 21,17 Hoe vaak gaat het licht van de goddelozen niet plotseling uit en treft God hen met rampen en verdriet! Hi 22,28 Wat je ook maar wenst, zal gebeuren! En hemels licht zal schijnen op de weg die voor je ligt. Hi 24,13 De goddelozen komen in opstand tegen het licht en begrijpen niets van oprechtheid en goedheid. Hi 25,3 Wie kan zijn legers tellen? Er is geen plek waar zijn licht niet schijnt. Hi 26,10 Hij trekt een cirkel over het wateroppervlak, als een grens tussen licht en donker. Hi 28,3 De mens weet hoe hij licht moet maken in het donker, zodat hij onder de grond kan werken, de aarde kan onderzoeken en haar grondstoffen kan ontdekken. Diep onder de zwarte rotsen graaft hij schachten en bungelt hij aan touwen naar beneden, ver van de bewoonde wereld. Hi 28,11 Hij damt onderaardse stromen af en brengt aan het licht wat verborgen is. Hi 30,26 Maar toen ik verwachtte dat het goede zou komen, kwam in plaats daarvan het kwade. Er kwam duisternis in plaats van licht. Hi 30,28 Ik loop treurend rond, zonder hoop op licht. Ik sta in het midden van de gemeente en roep om hulp. Maar ik kan net zo goed niet roepen, want in hun ogen ben ik een broer van de jakhalzen en een metgezel van de struisvogels. Hi 33,28 Hij liet mij niet sterven. Ik zal voortaan leven en veel meer van het licht genieten.” Hi 36,30 Kijk eens hoe Hij het licht om Zich heen verspreidt en hoe Hij een deken legt over de diepten van de oceanen. Hi 38,19 Waar komt het licht vandaan en hoe kunt u daar komen? Of vertel Mij iets over de duisternis. Waar komt die vandaan? Hi 38,24 Waar loopt de weg naar het punt waar het licht zich verdeelt? En waar ligt de oorsprong van de oostenwind? Ps 4,7 Veel mensen zeggen dat God niet zal helpen. HERE, toont U hun dat zij het mis hebben door uw licht op ons te laten schijnen! Ps 13,4 Kijk toch naar mij om, HERE, en laat mij eens iets van U mogen merken. U bent toch mijn God? Geef mij uw licht en kracht, zodat ik niet zal sterven. Ps 18,29 U zorgt ervoor dat mijn lamp blijft branden. U, HERE, mijn God, bent het Licht in de duisternis. Ps 27,1 Een lied van David. De HERE is mijn licht en mijn redder. Voor wie zou ik dan bang zijn? De HERE is mijn levenskracht. Zou ik dan nog angst voor iemand hebben? Ps 31,17 Laat uw licht over mij, uw dienaar, schijnen en bevrijd mij door uw goedheid en trouw. Ps 36,3 De goddeloze denkt heel wat van zichzelf, totdat het zover is dat zijn zonden aan het licht komen. Dan wordt hij een gehaat man. Ps 36,10 Want U bent de bron van al het leven: als wij in uw licht staan, zien wij de dingen duidelijk. Ps 37,6 Hij zal u openlijk recht verschaffen en uw oprechtheid aan het licht brengen. Ps 43,3 Stuur uw licht en uw waarheid om mij te begeleiden. Laten zij mij naar uw heiligdom en naar uw woningen brengen. Ps 49,20 toch zal hij sterven zoals zijn voorouders, die het licht nooit meer zullen zien. Ps 56,14 Want U hebt mij bevrijd van de dood, mij het leven teruggegeven. U hebt mij weer in ere hersteld. Nu mag ik weer leven voor Gods aangezicht in zijn licht, dat leven geeft. Ps 57,4 Hij zal mij hulp sturen vanuit de hemel en mij verlossen. Hij zal de man die mij naar het leven staat, tot een mikpunt van spot maken. God zal de waarheid aan het licht brengen en zijn goedheid en liefde tonen. Ps 72,17 De naam van de koning zal niet worden vergeten. Zolang de zon haar licht op aarde geeft, zal men zijn naam kennen. Laten alle volken elkaar het beste wensen met zijn naam en hem eren. Ps 74,16 De dag is van U en ook de nacht is uw bezit. U hebt het licht en de zon geschapen. Ps 78,14 Overdag leidde Hij hen door een wolk die hen voorging, en ʼs nachts door een helder licht. Ps 80,4 O God, maak ons volk weer tot een eenheid. Laat uw licht schijnen, want dan zullen wij worden bevrijd. Ps 80,8 O God van de hemelse legers, maak ons volk weer tot een eenheid. Laat uw licht over ons schijnen, dan zullen wij bevrijd worden. Ps 80,20 HERE, God van de hemelse legers, maak ons volk weer tot een eenheid. Laat uw licht over ons schijnen, dan zullen wij bevrijd worden. Ps 84,12 God de HERE is het licht in mijn leven. Hij beschermt mij altijd. Hij schenkt vergeving en herstelt ons in ere. Mensen die volkomen naar zijn wil leven, worden rijk door Hem gezegend. Ps 89,16 Gelukkig is het volk dat U eert, HERE, zij gaan hun weg met U, in uw licht. Ps 90,8 U ziet onze zonden scherp voor U. Onze meest verborgen zonden komen bij U aan het licht. Ps 94,1 HERE, U bent de enige die het recht heeft wraak te nemen. Kom met uw licht naar ons toe. Ps 97,11 Gods volgelingen mogen in het licht leven en Hij geeft vreugde in het hart van allen die Hem oprecht volgen. Ps 104,2 God kleedt Zich in het licht alsof het een mantel is. De hemel wordt door Hem als een tent opgezet. Ps 104,22 Wanneer het ʼs morgens licht wordt, gaan zij slapen in hun hol. Ps 112,4 God laat zijn licht schijnen voor de gelovigen, ondanks de duisternis waarin zij soms leven. Hij geeft hun genade en recht en ook zijn liefdevolle meeleven. Ps 118,27 De HERE is onze God. Hij zorgt ervoor dat wij in het licht kunnen leven. Zet de lofoffers maar vast klaar naast het altaar. Bind ze eraan vast. Ps 119,105 Uw woord is een stralend licht, dat mij de weg door het leven wijst. Ps 119,130 Door te luisteren naar uw woord, komt er licht en duidelijkheid in mijn leven. Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht. Ps 119,135 Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen en leer mij alles wat ik van U moet weten. Ps 132,17 In Jeruzalem zal Ik David sterk maken. Door hem die Ik uitkies, zal het licht schijnen. Ps 136,7 Ook het licht maakte Hij. Want zijn goedheid en liefde zijn eeuwig. Ps 139,11 Stel dat ik zei dat de duisternis op mij kon vallen, dan zou het nog licht om mij heen zijn. Ps 139,12 Ook de duisternis kan niets voor U verbergen. Voor U is de nacht net zo licht als de dag en duisternis betekent niets voor U. Ps 148,3 Prijs Hem, zon en maan! Prijs Hem, alle sterren, die zoveel licht geven! Spr 4,18 Maar het gedrag van oprechte mensen werpt een helder licht om zich heen, zelfs bij klaarlichte dag. Spr 6,23 Want het gebod is een lamp en de wet een licht, en om de weg naar het leven te vinden, zijn wijze waarschuwingen nodig. Spr 18,17 De eerste pleiter in een rechtszaak schijnt gelijk te hebben, maar de woorden van de wederpartij werpen pas volledig licht op de zaak. Spr 20,27 De HERE heeft de mens het vermogen gegeven zelf een licht te werpen op zijn diepste gedachten en beweegredenen. Spr 26,26 Ook al tracht iemand zijn haatgevoelens te maskeren, zijn kwade voornemens zullen aan het licht komen. Spr 29,13 De overeenkomst tussen een arm mens en een machthebber is dat beiden van God het licht in de ogen hebben gekregen. Pred 2,13 Wel heb ik gezien dat wijsheid waardevoller is dan dwaasheid, net zoals het licht beter is dan de duisternis, Pred 11,7 Het licht is heerlijk, het is een weldaad voor de ogen om de zon te zien schijnen. Pred 12,2 Dan is het te laat om aan Hem te denken, als u de zon, het licht, de maan en de sterren nauwelijks meer kunt zien met uw oude ogen en u geen zilveren randje meer om de donkere wolken zult kunnen ontdekken. Jes 2,5 Och Israël, laten wij wandelen in het licht van de HERE en zijn wetten gehoorzamen! Jes 5,20 Wee hun die zeggen dat goed slecht is en dat slecht goed is, dat duisternis licht is en licht duisternis, dat bitter zoet is en zoet bitter. Jes 5,30 Zij storten zich als een onheilspellende golf over hun slachtoffers. Er ligt een sluier van duisternis en angst over heel Israël. Het licht is verduisterd door donkere wolken. Jes 8,20 ‘Vergelijk de woorden van deze waarzeggers met het woord van God!’ zegt Hij. ‘Als hun boodschappen van de mijne verschillen, komt dat doordat Ik hen niet heb gestuurd, want er is geen licht of waarheid in hun binnenste. Jes 9,1 De Messias voorspeld ‘Het volk dat in de duisternis leeft, zal een groot Licht zien, en over hen die wonen in het land waar de dood heerst, zal een Licht opgaan. Jes 10,17 God, het Licht en de Heilige van Israël, zal het vuur en de vlam zijn die hen zal vernietigen. In een enkele nacht zal Hij de Assyriërs die het land Israël hebben verwoest, verbranden als dorens en distels. Jes 13,10 De hemelen boven hen zullen donker zijn. De sterren, de zon en de maan zullen geen licht geven. Jes 27,7 Heeft God Israël net zo zwaar gestraft als Hij haar vijanden strafte? Nee, want Hij heeft haar vijanden vernietigd, terwijl Hij Israël slechts licht strafte door haar ver van het eigen land in ballingschap te sturen, als werd zij weggeblazen als kaf door een storm. Jes 30,26 De maan zal net zo helder schijnen als de zon en het licht van de zon zal zo fel zijn als het licht van zeven dagen bij elkaar! Zo zal het zijn als de HERE zijn volk geneest en de wonden die Hij heeft geslagen, verzorgt. Jes 42,6 ‘Ik, de HERE, heb U geroepen om mijn rechtvaardigheid te tonen. Ik bescherm en steun U, want Ik heb U aan mijn volk gegeven als een persoonlijke bevestiging van mijn verbond met hen. U zult ook een licht zijn dat de volken naar Mij toeleidt. Jes 45,7 Ik formeer het licht en schep de duisternis. Ik zorg voor vrede en doe het onheil komen. Ik, de HERE, doe deze dingen. Jes 47,14 Maar zij zijn net zo nutteloos als gedroogd gras dat verbrand wordt. Zij kunnen zichzelf niet eens verlossen! Van hen zult u echt geen hulp krijgen. Zij zijn een kolenvuur waaraan u zich niet kunt warmen en dat geen licht geeft om bij te zitten. Jes 49,6 De HERE zei: ‘U zult meer doen dan alleen Israël bij Mij terugbrengen. Ik zal u maken tot een licht voor alle volken van de wereld, om redding te brengen tot in de verste uithoeken van de aarde.’
Weitere Ergebnisse laden ...