Suche nach "genade" | Het Boek

Het Boek (179 Treffer)
2Mo 33,12 Toen zei Mozes tegen de HERE: ‘U hebt tegen mij gezegd: “Breng deze mensen naar het Beloofde Land,” maar U hebt niet gezegd wie U met mij mee wilt laten gaan. U hebt mij verteld dat ik uw vriend ben en dat ik genade heb gevonden in uw ogen. 2Mo 33,13 HERE, als ik dan genade heb gevonden in uw ogen, laat mij dan duidelijk zien welke weg U met dit volk wilt gaan, zodat ik U beter leer kennen en begrijpen. Denk er toch aan dat dit volk uw volk is.’ 2Mo 33,16 Want als U niet meegaat, zal niemand ooit weten dat ik en mijn volk genade hebben gevonden in uw ogen en verschillend zijn van andere volken op aarde.’ 2Mo 33,17 Daarop zei de HERE tegen Mozes: ‘Ik zal doen wat u Mij hebt gevraagd, want het is een feit dat u genade hebt gevonden in mijn ogen en dat Ik u als mijn vriend beschouw.’ 2Mo 34,9 en zei: ‘Als het waar is dat ik genade heb gevonden in uw ogen, Here, gaat U dan alstublieft met ons mee naar het Beloofde Land. Het is waar, wij zijn een koppig en ongehoorzaam volk, maar vergeef ons onze zonden en neem ons aan als uw eigendom.’ 4Mo 6,24 De HERE geve u zijn zegen en bescherming, de HERE geve u zijn nabijheid en inzicht, de HERE geve u zijn genade, laat de HERE zijn oog op u gericht houden en u vrede geven. 5Mo 30,3 dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden. Hij zal u genade schenken, naar u toe komen en u bijeenbrengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid. 2Sam 12,22 David antwoordde: ‘Ik heb gevast en gehuild toen het kind nog leefde, want ik zei tegen mijzelf: “Misschien zal de HERE toch nog genade tonen en hem laten leven.” 2Sam 24,14 David werd vreselijk bang en zei: ‘Het is beter in de handen van God te vallen, want zijn genade is groot, dan in de handen van mensen.’ 2Kön 13,23 De HERE toonde echter genade voor de Israëlieten, zodat zij niet volledig werden vernietigd. God had medelijden met hen en hield Zich ook nog steeds aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob. En dat is tot nu toe nog steeds zo. 1Chr 16,41 David wees bovendien Heman, Jedutun en enkele anderen met name aan om de HERE te loven voor zijn eeuwigdurende liefde en genade. 1Chr 17,13 Ik zal hem tot een Vader en hij zal Mij tot een zoon zijn. Ik zal mijn genade nooit van hem afwenden, zoals Ik bij uw voorganger deed. 1Chr 21,13 ‘Dit is een vreselijk moeilijke beslissing,’ vond David, ‘maar ik val liever in handen van de HERE dan in de macht van mensen, want Gods genade is erg groot.’ Neh 9,17 Zij wilden niet gehoorzamen en vergaten de wonderen die U voor hen had gedaan. Het werd nog erger: koppig als ze waren, stelden zij een nieuwe leider aan, die hen moest terugbrengen naar de slavernij in Egypte! Maar U bent een God die vergeeft, die genade schenkt en medelijden toont. U wordt niet snel toornig; integendeel, U bent vol liefde en genade. Daarom hebt U hen niet in de steek gelaten. Est 4,8 Ook gaf hij Hatach een afschrift van het koninklijk besluit om de Joden uit te roeien. ‘Laat dit aan Esther zien,’ zei hij. ‘Leg haar uit wat er is gebeurd. Laat haar naar de koning gaan en hem om genade smeken voor haar volk.’ Hi 8,5 Maar als je God oprecht zoekt en de Almachtige om genade smeekt, Hi 9,15 Ook al was ik zonder zonden, dan nog zou ik geen woord kunnen zeggen, maar alleen smeken om genade bij de grote Rechter. Ps 5,8 Ikzelf mag dankzij uw genade en liefde uw tempel binnengaan. Met diep ontzag zal ik U eren. Ps 9,11 Ieder die uw liefde en genade kent, HERE, zal zich voor hulp tot U richten. U laat iemand die zijn vertrouwen op U stelt niet in de steek. Ps 25,6 Wilt U naar mij kijken met ogen vol genade en vergeving, met eeuwige liefde en vriendelijkheid? Ps 25,16 Kom toch, HERE, en toon mij uw genade, want ik ben eenzaam en diep wanhopig. Ps 26,11 Niets van deze dingen heb ik gedaan, verlos mij en toon mij uw genade. Ps 27,7 Luister, HERE, hoe ik hardop naar U roep! Wees zo goed mij te antwoorden en geef mij genade. Ps 30,9 Ik riep U, HERE, en ik smeekte U om genade: Ps 30,11 Luister toch, HERE, geef mij genade. Och HERE, wilt U mij helpen?’ Ps 31,10 Help mij met uw genade, HERE, ik heb het zó moeilijk! Alles in mij kwijnt weg van narigheid. Het verdriet overmant mij! Ps 41,5 Ik zei: ‘HERE, geef mij uw genade. Genees mij, want ik ben U niet gehoorzaam geweest.’ Ps 41,11 HERE, wilt U mij genade schenken en mij beter maken? Dan zal ik het hun vergelden! Ps 51,3 Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend. Laat toch blijken hoe groot uw liefde en goedheid is. Wilt U door uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen? Ps 56,2 Wees mij nabij, o God, en geef mij uw genade, want de mensen trappen mij tegen de grond. De hele dag brengen mijn tegenstanders mij in het nauw. Ps 57,2 Wees mij nabij, o God, en geef mij uw genade, mijn ziel vindt alleen maar bescherming bij U. Ik schuil in de schaduw van uw vleugels, tot het gevaar is geweken. Ps 59,6 HERE, U bent de God van de hemelse legers, de God van mijn volk Israël. Kom en straf alle ongelovigen. Schenk uw genade niet aan verraderlijke zondaars. Ps 67,2 Ik bid dat God ons zijn genade zal geven en ons zal zegenen. Dat Hij Zichzelf aan ons zal openbaren. Ps 77,8 Heeft de z mij dan voor altijd afgewezen? Zal Hij mij geen genade geven? Ps 77,10 Vergeet God ons zijn genade te geven? Heeft Hij de liefde en het medeleven uit zijn hart gebannen? Ps 86,3 Mijn God, geef mij uw genade. De hele dag door roep ik naar U. Ps 86,15 Here, U bent een God die genade geeft en vol medelijden en liefde naar mij omziet. Ook bent U heel geduldig en toont mij uw liefde, goedheid en trouw. Ps 86,16 Kom naar mij toe en geef mij uw genade. Geef uw dienaar kracht en bevrijd de zoon van uw dienares. Ps 89,2 Ik wil alleen nog maar zingen van de goedheid en genade van de HERE, van alles wat Hij voor mij heeft gedaan. Van generatie op generatie zal ik getuigen van uw trouw. Ps 89,50 Waar zijn nu de blijken van uw genade, Here? U hebt die eens aan ons toegezegd, zelfs met een eed aan David gezworen. Ps 102,14 Eens zult U Zich over Jeruzalem komen ontfermen. De tijd is aangebroken om uw stad genade te geven. Ps 103,8 De HERE is vol medelijden, vergeving en genade. Hij heeft geduld en zijn goedheid en trouw zijn overvloedig. Ps 111,4 Hij wil ook dat wij altijd zijn wonderen in herinnering houden. De HERE is vol genade en liefdevol meeleven. Ps 112,4 God laat zijn licht schijnen voor de gelovigen, ondanks de duisternis waarin zij soms leven. Hij geeft hun genade en recht en ook zijn liefdevolle meeleven. Ps 116,5 De HERE is rechtvaardig en geeft genade voor recht. God buigt Zich met liefde en medelijden over tot de mens. Ps 119,29 Wilt U mij op het rechte pad houden? Geef mij in uw genade uw wetten. Ps 119,58 Ik verlang er met mijn hele hart naar dat U mij goedgezind bent, geef mij uw genade zoals U hebt beloofd. Ps 119,132 Kom bij mij en geef mij uw genade. Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen? Ps 123,2 Zoals knechten wachten op het bevel van hun meester en een dienstmeisje wacht op het teken van haar meesteres, richten wij onze ogen op de HERE, onze God, en verwachten van Hem genade. Ps 123,3 Geeft U ons genade, HERE, en helpt U ons. Want wij hebben al te veel minachting ontmoet. Ps 145,8 De HERE geeft genade en ontfermt Zich liefdevol. Hij heeft een onmetelijk geduld en is groot in zijn goedheid en liefde. Spr 11,20 De HERE verafschuwt slechte mensen, maar wie oprecht leeft, vindt genade in zijn ogen. Spr 12,2 Een goed mens vindt genade in de ogen van de HERE, maar een boosdoener beschouwt Hij als een goddeloze, die zijn straf verdient. Spr 12,22 De HERE verafschuwt leugens, maar wie waarachtig leeft, vindt genade in Gods ogen. Spr 28,13 Wie niet voor zijn zonden uitkomt, kent geen voorspoed, maar wie ze belijdt en zijn leven betert, kan rekenen op liefde en genade. Jes 47,3 U zult beschaamd zijn als u ontbloot door rivieren zult waden. Ik zal wraak op u nemen en geen genade kennen.’ Jes 47,6 Want Ik was boos op mijn volk Israël en strafte het door het in uw macht te geven. Maar u kende geen genade. Zelfs grijsaards liet u zware vrachten dragen. Jes 61,2 Hij heeft mij gestuurd om aan mensen in de rouw te vertellen dat de tijd van Gods genade voor hen is gekomen, maar ook de dag van zijn toorn tegen hun vijanden. Jes 63,7 Ik zal vertellen over de ontfermende liefde van God. Ik zal Hem loven voor alles wat Hij heeft gedaan, ik zal mij verheugen over zijn goedheid tegenover Israël die Hij haar betoonde in zijn genade en liefde. Jes 63,15 Kijk vanuit de hemel neer en zie ons vanuit uw heilige, glorieuze verblijfplaats. Waar is uw liefde voor ons die U altijd liet zien? Waar zijn nu uw kracht, uw genade en uw medelijden? Jes 64,7 Toch roept niemand uw naam aan of smeekt U om genade. Daarom hebt U ons de rug toegekeerd en ons aan onze zonden uitgeleverd. Jer 11,11 Daarom,’ zegt de HERE, ‘zal Ik rampen over hen brengen waaraan zij niet zullen kunnen ontsnappen. Ook al kermen zij om genade, Ik zal niet naar hun smeekbeden luisteren. Jer 13,14 Ik zal vaders en zonen tegen elkaar aan stukken slaan,’ zegt de HERE. ‘Ik zal niet toelaten dat medelijden of genade hen van de totale verwoesting redden. Jer 16,5 Ga niet naar hun begrafenissen. Treur of huil niet om hen en ga ook niet condoleren, want Ik heb mijn bescherming en vrede van hen weggenomen, mijn liefdevolle zorg en genade teruggetrokken. Jer 16,13 Daarom zal Ik u uit dit land verdrijven en u naar een vreemd land jagen waar uw voorouders noch u ooit zijn geweest. Daar kunt u doen wat u wilt en alle afgoden aanbidden die er maar zijn, maar Ik zal u dan geen voorrechten en genade meer verlenen! Jer 18,7 Als Ik aankondig dat een land of koninkrijk moet worden vernietigd en dat volk keert terug van zijn zondige wegen, dan wil Ik mijn genade tonen en zal Ik het niet vernietigen, zoals was aangekondigd. Jer 21,7 En uiteindelijk zal Ik koning Sedekia, zijn hofhouding en alle in de stad overgebleven inwoners overgeven aan koning Nebukadnessar van Babel. Hij zal hen zonder genade afslachten.” Jer 31,2 Ik zal voor hen zorgen, zoals Ik zorgde voor de Israëlieten die uit Egypte kwamen en aan wie Ik mijn genade toonde in de woestijn. Ik leidde hen en gaf hun rust. Kla 2,1 Jeremia pleit voor het volk Met een wolk van toorn heeft de Here Jeruzalem overschaduwd. De prachtigste stad van Israël ligt in het stof van de aarde en is op zijn bevel uit de hemelse hoogten neergeworpen. Op de dag van zijn vreselijke toorn kende Hij zelfs geen genade voor zijn tempel. Hes 8,18 Daarom zal Ik hun in mijn toorn meedogenloos straffen zonder iemand te sparen. En ook al schreeuwen zij om genade, Ik zal niet luisteren.’ Am 5,15 Haat het kwaad en houd van het goede, verander uw gerechtsgebouwen in echte bolwerken van rechtvaardigheid. Misschien zal de Oppermachtige HERE, de God van de hemelse legers, dan nog genade voor recht laten gelden voor zijn onderdanen die overblijven. Jon 2,8 Wie afgoden vereren, keren de genade van de HERE de rug toe! Sach 3,2 Maar de HERE zei tegen Satan: ‘Ik verwerp uw beschuldigingen, Satan. Want Ik, de HERE, heb besloten genadig te zijn voor Jeruzalem. Daarom bestraf Ik u. Ik heb Jozua en dit volk genade geschonken. Zij zijn als een stuk brandend hout dat uit het vuur is gerukt.’ Sach 4,7 ‘Wie denkt u wel dat u bent, hoge berg? Voor Zerubbabel zult u met de grond gelijk worden gemaakt! Zerubbabel zal de tempelbouw voltooien. Hij zal de gevelsteen aanbrengen. Alle mensen zullen luid juichen en roepen: “Prijs God! Door zijn genade is de tempel tot stand gekomen!” ’ Sach 12,10 Dan zal Ik de Geest van genade en van gebeden uitstorten over Davids vorstenhuis en de bevolking van Jeruzalem. En zij zullen kijken naar Hem die zij hebben doorstoken, en over Hem rouwen als over een enig kind. Zij zullen bitter bedroefd zijn en over Hem rouwen als over hun oudste zoon. Mal 3,6 ‘Want Ik, de HERE, ben niet veranderd. En daarom bent u nog niet tot de laatste man uitgeroeid, want Ik blijf altijd genade bewijzen. Lk 2,40 Jezus groeit op Daar groeide het kind op tot een flinke, sterke jongen. Hij bleek een bijzondere wijsheid te hebben. De genade van God was op Hem. Lk 4,19 dat de tijd van Gods genade is aangebroken.’ Lk 18,13 Maar de tolontvanger stond helemaal achter in de tempel. Hij durfde niet eens omhoog te kijken, terwijl hij aan het bidden was. Hij sloeg zich van berouw en verdriet op de borst en zei: “God, ik ben een zondaar. Wilt U mij in genade aannemen?” Joh 1,14 Het Woord werd een mens en leefde een tijdlang onder ons. Hij was vol genade en waarheid en wij hebben gezien hoe groot Hij is, de enige Zoon van de hemelse Vader. Joh 1,16 Uit de overvloed die Hij heeft, hebben wij allen genade op genade ontvangen. Joh 1,17 Want Mozes heeft ons ooit de wet gegeven, maar Jezus Christus bracht ons genade en waarheid. Apg 13,43 Na de bijeenkomst liepen veel Joden en andere vereerders van God met hen mee. Paulus en Barnabas spoorden hen aan te blijven vertrouwen op de genade van God. Apg 15,11 Wij geloven immers op dezelfde wijze als zij gered te worden, door de genade van de Here Jezus!’ Apg 15,40 Maar Paulus koos Silas uit om met hem mee te gaan. Nadat zij door de christenen aan de genade van de Here waren toevertrouwd, gingen zij op reis. Apg 20,24 Maar ik geef niets om mijn eigen leven. Ik hoop alleen dat ik mijn doel mag bereiken en de opdracht die de Here Jezus mij heeft gegeven tot een goed einde mag brengen. Ik moet andere mensen het goede nieuws vertellen van de genade van God. Röm 1,5 Jezus Christus heeft mij de genade gegeven en tot apostel gemaakt om mensen van alle volken op te roepen God te gehoorzamen en in Jezus Christus te geloven. Röm 1,7 Beste vrienden van God in Rome, die geroepen zijn om bij God te horen: het is mijn diepe verlangen dat u de genade en de vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus zult ervaren. Röm 4,16 Wat God ons door zijn genade wil geven, wordt alleen ons eigendom als wij in Hem geloven. En Gods belofte aan al Abrahams nakomelingen is vast en zeker. Zij geldt niet alleen voor hen die volgens Gods wet leven, maar ook voor hen die, net als Abraham, alleen op God vertrouwen. Want als het om geloof gaat, is Abraham de vader van ons allemaal. Röm 5,15 Maar wat een verschil is er tussen de zonde van de mens en de genade van God! Door de schuld van één mens, Adam, zijn de mensen gestorven. Maar boven alles uit gaat de genade van God die Hij aan alle mensen schenkt, door die ene mens Jezus Christus. Röm 5,16 Met dat geschenk is het anders dan met de zonde van Adam. Door die ene zonde zijn velen veroordeeld. Maar door dat ene geschenk van genade in Christus zijn velen vrijgesproken, hoewel zij het niet hadden verdiend. Röm 5,17 Door de overtreding van die ene mens regeerde de dood in de wereld. Hoeveel meer is er door die andere mens, Jezus Christus, gebeurd! Door zijn overvloedige genade is vrijspraak mogelijk geworden. Wie dat grote geschenk van Hem aannemen, zullen samen met Hem regeren in het eeuwige leven. Röm 5,20 Toen de wet van God erbij kwam om aan te tonen dat geen mens zich aan Gods geboden zou houden, namen de overtredingen toe. Maar hoe de zonde ook toenam, Gods genade nam nog veel meer toe. Röm 5,21 Eerst regeerde de zonde door de dood. Nu regeert de genade en worden mensen vrijgesproken, nu geeft onze Here Jezus Christus ons eeuwig leven. Röm 6,1 De zonde heeft geen macht meer over ons Wat betekent dat nu in de praktijk? Zullen wij doorgaan met zondigen om daardoor meer genade van God te krijgen? Röm 6,14 Laat God dan ieder deel van uw lichaam kunnen gebruiken om goed te doen. Het is uit met de macht van de zonde over uw leven. U valt niet meer onder de wet die gehoorzaamheid eist, maar onder de genade van God. Röm 6,15 Hoe zit het dan? Mogen wij dus zondigen, omdat wij niet meer onder de wet vallen maar op de genade van God vertrouwen? U weet wel beter. Röm 6,23 De zonde betaalt een hard loon: de dood! Maar de genade van God geeft wat niemand verdient: eeuwig leven met Christus Jezus, onze Here. Röm 9,18 Hieruit blijkt dat God doet wat Hij wil. Of Hij bewijst zijn genade of Hij verhardt, zoals dat bij de farao het geval was. Röm 11,5 Ook in deze tijd zijn er Israëlieten die bij God horen. Hij heeft in zijn genade een aantal van hen uitgekozen.
Weitere Ergebnisse laden ...