Suche nach "angst" | Het Boek

Het Boek (187 Treffer)
1Mo 42,21 Onderling praatten ze opgewonden: ‘Dit hebben we allemaal te danken aan wat we Jozef vroeger hebben aangedaan. Wij zagen zijn angst en hoorden hem smeken, maar we wilden niet luisteren.’ 2Mo 2,14 ‘Waar bemoeit u zich mee,’ zei de man minachtend. ‘U denkt zeker dat u onze leider en rechter bent! Wilt u me soms doodslaan net zoals gisteren die Egyptenaar?’ Toen Mozes merkte dat zijn daad bekend was geworden, sloeg de angst hem om het hart. 2Mo 15,14 Andere volken hoorden het en zij beefden van schrik, de angst sloeg de bewoners van Filistea om het hart. 2Mo 19,16 Op de morgen van de derde dag kraakten donderslagen en flitste de bliksem rond de berg, terwijl een zware wolk op de top van de berg neerdaalde. Een enorm bazuingeschal klonk van de berg en de Israëlieten in het kamp beefden van angst. 2Mo 20,18 Het hele volk hoorde de donderslagen, zag de bliksemstralen en hoorde het bazuingeschal op de rokende berg. Iedereen stond op een eerbiedige afstand en trilde van angst. 3Mo 26,6 want Ik zal u vrede geven en u zult kunnen slapen zonder angst. Ik zal de wilde dieren wegjagen en uw land zal niet door het zwaard worden geteisterd. 3Mo 26,16 dan zal Ik het volgende tegen u doen: Ik zal u straffen met plotselinge angst en paniek, met tuberculose en slopende koorts, die de ogen blind maken en u langzaam laten wegkwijnen. U zult uw oogsten tevergeefs binnenhalen, want de vijand zal ervan eten. 3Mo 26,36 En zij die mijn straffen hebben overleefd, zullen als krijgsgevangenen en slaven naar verre landen worden gesleept. Daar zullen zij in voortdurende angst leven. Het geluid van een blad dat opwaait, zal hen doen opvliegen alsof een man met een zwaard achter hen aan zit. Zij zullen vallen, zonder dat er een achtervolger is. 5Mo 2,25 Vanaf vandaag zullen de volken over de hele aarde beven van schrik wanneer over u wordt gesproken. Zij zullen angst hebben voor uw komst.” 5Mo 4,34 Waar vindt u een god die een volk uit de slavernij bevrijdt met vreselijke plagen, machtige wonderen, oorlog en angst? Dat deed de HERE, uw God, voor u in Egypte waar u zelf bij stond. Hij deed dit zodat u goed zou weten dat de HERE God is en dat er niemand is zoals Hij. 5Mo 11,25 Niemand zal tegen u kunnen standhouden, want de HERE, uw God, zal schrik en angst voor u uit sturen, waar u ook gaat, precies zoals Hij heeft beloofd. 5Mo 28,67 ʼs Morgens zult u zeggen: “Was het maar nacht!” En ʼs avonds zult u zeggen: “Was het maar ochtend!” Die vreselijke angst zal u geen moment loslaten. 5Mo 31,6 Wees sterk! Wees moedig! U hoeft geen angst voor hen te hebben! Want de HERE, uw God, zal bij u zijn. Hij zal niet tekortschieten en u niet in de steek laten.’ 5Mo 32,25 Buitenshuis zaait de oorlog verwoesting en binnenshuis heerst de angst voor de dood. Niemand wordt ontzien, man noch vrouw, jong noch oud. Jos 1,9 Ja, wees moedig en sterk! Ban angst en twijfel uit uw hart. Onthoud dat de HERE, uw God, u overal zal helpen.’ Jos 2,9 Zij zei: ‘Ik weet heel goed dat uw God mijn land aan u gaat geven. Wij leven in grote angst voor u. Alle inwoners van dit land zijn verlamd door angst en radeloos. Jos 5,1 De besnijdenis De volken ten westen van de Jordaan—de Amorieten en Kanaänieten, die langs de kust van de Middellandse Zee woonden—hoorden dat de HERE de Jordaan had laten opdrogen zodat het volk Israël kon oversteken. De moed zakte hen in de schoenen en zij werden verlamd door angst. Jos 10,2 De angst sloeg hem om het hart, want Gibeon was een belangrijke stad, net zo groot als de koninklijke steden en veel groter dan Ai. En haar mannen stonden bekend als dappere soldaten. Ri 6,2 Uit angst voor de Midjanieten hadden de Israëlieten schuilplaatsen in de bergen ingericht, in holen en bergvestingen. Ri 6,27 Gideon nam tien knechten mee en deed wat de HERE hem had opgedragen. Maar uit angst voor zijn familieleden en de mensen uit de stad deed hij het niet overdag, maar ʼs nachts. Want hij wist wat er zou gebeuren als men erachter kwam wie de dader was. Ri 9,21 Toen vluchtte Jotam naar Beër, waar hij uit angst voor zijn halfbroer Abimelech bleef wonen. 1Sam 7,7 Toen de Filistijnse leiders hoorden dat Israël massaal bij Mispa was bijeengekomen, mobiliseerden zij hun leger en trokken eropaf. Het nieuws dat de Filistijnen in aantocht waren, zorgde voor grote angst onder de Israëlieten. 1Sam 13,7 Enkelen staken de Jordaan over en ontkwamen naar het land van Gad en Gilead. Ondertussen bleef Saul in Gilgal en de mannen die bij hem waren, beefden van angst voor wat hun te wachten stond. 1Sam 14,15 Er brak plotseling paniek uit in het hele Filistijnse leger en eveneens onder de plunderaars. Toen ook nog de aarde begon te beven, werd hun angst voor God nog groter. 1Sam 17,24 Zodra zij hem zagen, begonnen de Israëlitische strijders zich uit angst terug te trekken. 1Sam 18,29 werd hij nog banger voor hem. Deze angst groeide uit tot een levenslange vijandschap. 1Sam 28,20 Na die woorden viel Saul languit op de grond, verstijfd van angst door wat Samuël had gezegd. Hij voelde zich ook slap door de honger, want hij had die hele dag nog niets gegeten. 2Sam 4,1 De dood van Isboset Het nieuws van Abners dood in Hebron bracht koning Isboset in grote verwarring. Hij en zijn onderdanen waren verlamd door angst. 2Sam 17,10 Dan zullen zelfs de moedigsten onder hen, met harten als leeuwen, verlamd raken door angst, want heel Israël kent de reputatie van uw vader en weet hoe dapper zijn soldaten zijn. 2Sam 22,7 Maar in mijn angst riep ik de HERE en vanuit zijn tempel hoorde Hij mij. Mijn hulpgeroep bereikte Hem. 1Chr 13,12 David voelde die dag echter angst voor God en vroeg: ‘Waar ben ik aan begonnen door de ark van God naar huis te halen?’ 2Chr 12,5 De profeet Semaja belegde toen een bijeenkomst met Rechabeam en de Judese leiders uit alle delen van het land die uit angst voor Sisak naar het veilige Jeruzalem waren gevlucht. Hij zei tegen hen: ‘De HERE zegt: “U hebt Mij de rug toegekeerd, daarom heb Ik u de rug toegekeerd en u aan Sisak overgeleverd.” ’ 2Chr 14,14 Bij Gerar vielen ze de steden in de omtrek aan en de plaatselijke bevolking beefde van angst voor de HERE. Ook uit deze steden werden grote hoeveelheden buit gehaald. 2Chr 17,10 De angst voor de HERE kreeg alle omringende koninkrijken in zijn greep, zodat niemand het in zijn hoofd haalde koning Josafat de oorlog te verklaren. 2Chr 20,15 ‘Luister naar mij, mensen van Juda en Jeruzalem, en u ook, koning Josafat,’ riep hij. ‘De HERE zegt: “Wees niet bang! Laat de angst voor dit grote leger u niet verlammen. Want dit is niet uw strijd, maar de strijd van God. Esr 3,3 Ondanks hun angst voor de bevolking werd het altaar op zijn vroegere fundamenten herbouwd en brachten ze er meteen brandoffers op, zowel die voor de ochtend als voor de avond. Esr 9,4 Er verzamelde zich een grote groep mensen bij mij. Allen beefden van angst voor de God van Israël om deze zonde van de eerder teruggekeerde ballingen. Zo bleven wij verbijsterd zitten tot de tijd van het avondoffer. Neh 6,14 ‘O God,’ bad ik. ‘Vergeet niet de slechte daden van Tobia, Sanballat, de profetes Noadja en de andere profeten die probeerden mij angst aan te jagen.’ Est 7,6 ‘Daar zit de schurk,’ antwoordde Esther, ‘Haman is de vijand die ons bedreigt!’ Haman werd bleek van angst toen hij hun gezichten zag. Est 8,17 In elke stad en elk gewest waar het koninklijk besluit werd bekendgemaakt, juichten de Joden van blijdschap. Zij gaven een feestmaal en riepen die dag tot feestdag uit. Talloze mensen deden alsof zij Joden waren, uit angst dat de Joden hun iets zouden aandoen. Est 9,3 Alle gewestelijke regeringsvertegenwoordigers, de gouverneurs en andere ambtenaren, kozen de kant van de Joden uit angst voor Mordechai, Hi 4,13 Tussen onrustige dromen in de nacht, toen de mensen sliepen, vloog plotseling de angst mij naar de keel en ik beefde over mijn hele lichaam. Hi 9,34 Laat Hij toch ophouden mij te slaan, zodat ik niet langer in angst voor zijn straf hoef te leven! Hi 11,19 Zonder angst kun je gaan liggen en velen zullen van jouw kant hulp verwachten. Hi 13,21 Trek uw hand van mij terug en jaag mij geen angst aan voor uw oordeel. Hi 15,22 Hij gelooft niet dat hij nog ooit de duisternis kan ontvluchten en leeft voortdurend met de angst dat hij wordt vermoord. Hi 15,23 Hij dwaalt rond, bedelend om voedsel. Zijn leven wordt beheerst door voortdurende angst, spanningen en vertwijfeling. Zijn vijanden overwinnen hem als een koning die klaarstaat voor de strijd. Hi 18,20 Uit alle streken zullen zij beven van angst als zij zien welk lot hem treft. Hi 21,9 In hun huizen is vrede, angst is voor hen een onbekend gevoel en God straft hen niet. Hi 23,15 Geen wonder dat ik zo bang ben als ik voor Hem verschijn. Als ik eraan denk, slaat de angst mij om het hart. Hi 23,16 God heeft mijn hart verzwakt, de Almachtige heeft mij vreselijke angst aangejaagd. Maar ik ga niet ten onder in de diepe duisternis die om mij heen is.’ Hi 27,20 De angst overvalt hem en de nachtelijke stormen voeren hem weg. Hi 31,34 uit angst voor de minachting van het publiek en ik mijn mond heb gehouden en mezelf heb opgesloten, dan ben ik het waard te worden gestraft. Hi 39,24 Hij woelt vrolijk met zijn hoeven de grond om en is trots op zijn kracht. En wanneer hij ten strijde trekt, toont hij geen angst voor het zwaard en gaat hij er niet vandoor als de pijlkoker klettert en speren en lansen blinken. Hi 41,16 Als hij opstaat, slaat zelfs de sterkste mannen de angst om het hart. Zij vluchten weg voordat ze door hem worden verpletterd. Hi 41,24 Nergens anders op aarde is een dier te vinden dat zo weinig angst hoeft te hebben. Ps 2,5 Hij zal hen in zijn toorn aanspreken. Zij zullen van angst voor Hem ineenkrimpen. Ps 9,21 Laat hen maar beven van angst, zet ze maar op hun plaats, zodat zij beseffen dat zij mensen zijn! Ps 18,46 Vreemden verloren zo hun sterke positie en verlieten vol angst hun versterkte kastelen. Ps 27,1 Een lied van David. De HERE is mijn licht en mijn redder. Voor wie zou ik dan bang zijn? De HERE is mijn levenskracht. Zou ik dan nog angst voor iemand hebben? Ps 31,8 Ik zing het uit en verblijd mij over uw goedheid en liefde. Want U hebt naar mij omgezien in mijn ellendige toestand, U kende mijn angst en spanningen. Ps 31,23 Terwijl ik in mijn angst dacht dat U mij vergeten was, hebt U juist mijn luide smeekbeden gehoord. U hoorde mij om hulp roepen. Ps 46,3 Daarom kennen wij ook geen angst, al nam de aarde een andere positie in en al scheurden de bergen die op de zeebodem staan. Ps 54,9 God heeft mij bevrijd uit alle angst en gevaar en nu kan ik met vreugde naar mijn vijanden kijken. Ps 55,6 Angst en beven zijn mijn deel en de schrik verlamt mij. Ps 56,4 Juist als alles mij angst aanjaagt, stel ik op U mijn vertrouwen. Ps 56,5 Op U, mijn God. Ik prijs uw woord. Ik vertrouw op God en ken geen angst, wat zouden mensen mij kunnen aandoen? Ps 56,12 Ik vertrouw op God en ken geen angst. Wat zou een mens mij kunnen aandoen? Ps 78,53 Hij bracht de Israëlieten veilig verder en zij kenden geen angst, want God had al hun vijanden laten verdrinken. Ps 92,12 Als mensen het op mij voorzien hebben, ken ik geen angst. Inderdaad hoor ik verhalen over zondaars die uit zijn op mijn ondergang. Ps 105,38 In Egypte was men blij dat zij gingen, want de Israëlieten hadden de Egyptenaren grote angst aangejaagd. Ps 107,6 Toen riepen zij in hun ellende tot de HERE en Hij redde hen uit al hun angst. Ps 107,13 Toen riepen zij in hun ellende tot de HERE en Hij redde hen uit al hun angst. Ps 107,19 Toen riepen zij in hun ellende tot de HERE en Hij redde hen uit al hun angst. Ps 107,28 Toen riepen zij in hun ellende tot de HERE en Hij redde hen uit al hun angst. Ps 112,8 Zijn hele houding is onwankelbaar en angst kent hij niet. Zijn tegenstanders bekijkt hij met blijdschap. Ps 116,3 Toen de dood mij omknelde en de angst voor de dood mij aangreep, was ik wanhopig en vreselijk benauwd. Ps 119,39 Ik ben bang voor schande. Neemt U die angst toch weg, want uw geboden zijn zo goed. Ps 119,120 Ik ben bang voor uw oordeel, mijn hele lichaam trilt van angst. Spr 1,27 Mijn spotgelach zal u in de oren klinken, wanneer uw leven snel en meedogenloos wordt verwoest en u niets anders overblijft dan angst en uitzichtloosheid. Spr 14,16 De wijze koestert ontzag en laat het kwaad links liggen, de zot is zorgeloos en kent geen angst. Spr 28,12 Wanneer het de rechtvaardigen goed gaat, gaat het het hele land goed, maar bij de opkomst van de goddelozen verbergen de mensen zich uit angst. Spr 28,28 Wanneer de goddelozen aan de macht komen, verbergen de mensen zich uit angst, maar wanneer die goddelozen omkomen, gaat het de rechtvaardigen weer goed. Spr 29,25 Angst voor mensen is een valstrik, maar wie op God vertrouwt, is onaantastbaar. Jes 2,19 Als de HERE van zijn troon opstaat om de aarde te bestraffen, zullen zijn vijanden een goed heenkomen zoeken in rotsspleten en grotten, uit angst voor zijn indrukwekkende glorie en majesteit. Jes 5,30 Zij storten zich als een onheilspellende golf over hun slachtoffers. Er ligt een sluier van duisternis en angst over heel Israël. Het licht is verduisterd door donkere wolken. Jes 10,28 Kijk, de machtige legers van Assur zijn in aantocht! Nu zijn zij bij Ajjat en nu bij Migron. Zij slaan voorraden op bij Michmas en trekken de pas over, zij overnachten in Geba. De angst houdt Rama in zijn greep, alle inwoners van Gibea—de stad van Saul—rennen voor hun leven. Jes 10,30 Schreeuw van angst, inwoners van Bat-Gallim! Geef de waarschuwing door aan Laïs, want het machtige leger is in aantocht. Arm Anatot, wat een wreed lot staat u te wachten! Jes 13,7 Uw armen zijn verlamd door angst. De moedigste harten smelten en zijn bang. Jes 13,8 De angst grijpt u met pijnlijke scheuten, zoals de weeën een zwangere vrouw overvallen. U kijkt elkaar radeloos aan, de schrik staat op uw gezicht te lezen. Jes 14,3 Op die prachtige dag dat de HERE zijn volk bevrijdt van zorgen en angst, van slavernij en ketens, Jes 14,6 U vervolgde mijn volk met uw schrikbewind en hield de volken in de greep van de angst. U ontketende een meedogenloze vervolging.’ Jes 15,4 De kreten vanuit Chesbon en Elale worden tot in Jahas vernomen. De moedigste strijders van Moab schreeuwen het uit van angst. Jes 19,1 Gods profetie over Egypte Dit is Gods profetie over Egypte. Kijk, de HERE komt naar Egypte, rijdend op een snelle wolk, de afgoden van Egypte beven en de harten van de Egyptenaren smelten van angst. Jes 19,16 In die tijd zullen de Egyptenaren zijn als vrouwen, zij zullen sidderen van angst onder de opgeheven vuist van God. Jes 21,3 Mijn maag komt in opstand en brandt van pijn, pijn als van een barende vrouw. Mijn benen worden slap als ik hoor wat God van plan is, ik krimp ineen, verblind door angst. Jes 23,5 Als dit nieuws Egypte bereikt, zal het veel angst veroorzaken. Jes 24,17 Angst, valkuilen en valstrikken zijn nog steeds uw lot, o bewoners van de aarde. Jes 25,3 Daarom zullen sterke naties beven van angst voor U, meedogenloze volken gehoorzamen U en prijzen uw naam. Jes 26,18 Ook wij zijn ineengekrompen van vreselijke angst, maar het baatte niet. Al onze pogingen konden ons niet verlossen.
Weitere Ergebnisse laden ...