Help

Het Boek

1 Een lied van David voor de koordirigent. Te zingen bij snarenspel.
2  Hoort U mijn smeken wel, o God? Luister toch naar mijn gebed.
3  Vanuit de verste uithoek van het land roep ik U; ik kan niet meer! Wilt U mij naar een plaats brengen waar ik zelf niet kan komen? Een plaats waar ik veilig ben?
4  U hebt mij immers altijd beschermd; bij U schuilde ik altijd tegen de vijand.
5  Laat mij toch altijd in Uw huis mogen blijven. Laat mij bij U mogen schuilen, veilig onder Uw vleugels.
6  O God, U hebt mijn geloften gehoord; al Uw volgelingen ontvangen Uw erfenis.
7  Geef de koning een lang leven en laat zijn nageslacht altijd regeren.
8  Geef dat hij U ook altijd trouw zal volgen; laten Uw goedheid, liefde en trouw hem altijd beschermen.
9  Dan zal ik voortdurend Uw lof zingen en elke dag mijn geloften nakomen.
© 2017 ERF Medien