Help

Het Boek

1 Een psalm van David voor de koordirigent.
2  Gelukkig is de man die voor de kleinen zorgt; als hemzelf eens onheil treft, zal de HERE hem helpen.
3  De HERE zal hem beschermen en in leven laten. Anderen zullen hem prijzen. Zijn vijanden krijgen hem er niet onder.
4  Als hij ziek wordt, zal de HERE hem steunen; tijdens zijn ziekte wordt hij door U veranderd.
5  Ik zei: "HERE, geef mij Uw genade. Genees mij, want ik ben U niet gehoorzaam geweest.
6  Mijn tegenstanders roddelen over mij en zeggen: "Wanneer denk je dat hij sterft? Eindelijk is hij dan verdwenen."
7  Wanneer iemand mij opzoekt, spreekt hij met gladde tong. In zijn hart haat hij mij en zodra hij weer weg is, vertelt hij links en rechts leugens.
8  Zij die mij haten, steken hun hoofden bij elkaar en fluisteren over mij:
9  "Heb je het al gehoord? Hij heeft een dodelijke ziekte. Hij zal nooit meer van zijn ziekbed afkomen."
10  Zelfs mijn beste vriend, die ik volledig vertrouwde en die regelmatig bij mij at, heeft zich tegen mij gekeerd.
11  HERE, wilt U mij genade schenken en mij beter maken? Dan zal ik het hun vergelden!
12  Wanneer mijn tegenstander geen plezier meer over mij heeft, is dat voor mij de bevestiging dat U met liefde voor mij zorgt.
13  U geeft mij echter kracht, omdat ik niet tegen U gezondigd heb. U houdt mij voor altijd heel dicht bij U.
14  Geprezen zij de HERE, de God van Israël! Tot in alle eeuwigheid. Amen.
© 2017 ERF Medien