Help

Het Boek

1-2  Opnieuw kwam er een boodschap van de HERE. Hij zei: "Mensenzoon, kijk in de richting van de berg Seïr en profeteer tegen dat volk met de woorden:
3 De Oppermachtige HERE zegt: Ik ben tegen u en zal u met mijn vuist neerslaan en volledig vernietigen.
4-5  Omdat u mijn volk Israël haat, zal Ik uw steden verwoesten en u tot een onbewoonbaar gebied maken. Dan zult u weten dat Ik de HERE ben. U slachtte mijn volk af toen het machteloos was als gevolg van mijn straf op hun zonden.
6 Zowaar Ik leef, zegt de Oppermachtige HERE, omdat u zo graag bloed ziet vloeien, zal Ik u een bloedbad geven maar dan wel van uw eigen bloed!
7 Ik zal de bewoners van de berg Seïr totaal uitroeien. En allen die proberen te ontsnappen of die terugkeren, zullen ook omkomen.
8 Ik zal uw bergen vullen met doden; uw heuvels en dalen zullen zijn gevuld met de slachtoffers van het zwaard.
9 U zult nooit meer herleven. Voor altijd zult u verlaten liggen; uw steden zullen nooit meer worden herbouwd. Dan zult u weten dat Ik de HERE ben.
10 Want u zei: 'Ik zal zowel Israël als Juda in handen krijgen. Wij zullen ze veroveren. Wat kan het ons schelen dat God daar is!'
11 Daarom zegt de Oppermachtige HERE: Zowaar Ik leef, Ik zal mijn toorn tegenover uw boze daden stellen; Ik zal u al uw jaloezie en haat betaald zetten. En Ik zal mijn naam in Israël eer aandoen door wat Ik met u doe.
12-13  En u zult erachter komen dat Ik elk kwaad woord dat u tegen het bergland van Israël uitte, heb gehoord. 'Zijn volk is hulpeloos; we kunnen het nu zonder gevaar opslokken', zei u in uw grootspraak tegen de HERE. En Ik heb alles gehoord!
14 De hele wereld zal blij zijn als Ik u in een wildernis verander.
15 U had plezier om Israëls angstaanjagende lot. Maar nu zal Ik Mij verheugen over het uwe! Uw land zal een woestijn worden. U zult worden weggevaagd, volk van de berg Seïr en alle inwoners van Edom! Dan zult u moeten erkennen dat Ik de HERE ben!"
© 2018 ERF Medien