Psalm 61

Het Boek

Een lied van David voor de koordirigent. Te zingen bij snarenspel. Hoort U mijn smeken wel, o God? Luister toch naar mijn gebed. Vanuit de verste uithoek van het land roep ik U; ik kan niet meer! Wilt U mij naar een plaats brengen waar ik zelf niet kan komen? Een plaats waar ik veilig ben? U hebt mij immers altijd beschermd; bij U schuilde ik altijd tegen de vijand. Laat mij toch altijd in Uw huis mogen blijven. Laat mij bij U mogen schuilen, veilig onder Uw vleugels. O God, U hebt mijn geloften gehoord; al Uw volgelingen ontvangen Uw erfenis. Geef de koning een lang leven en laat zijn nageslacht altijd regeren. Geef dat hij U ook altijd trouw zal volgen; laten Uw goedheid, liefde en trouw hem altijd beschermen. Dan zal ik voortdurend Uw lof zingen en elke dag mijn geloften nakomen.