Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Jezus stapte in een boot en stak over naar Kapernaüm, waar Hij woonde.
2 Daar brachten enkele mannen een verlamde op een draagbaar bij Hem. Jezus zag dat zij er niet aan twijfelden of Hij hun vriend zou kunnen genezen. "Geef de moed niet op", zei Hij tegen de verlamde. "Uw zonden zijn vergeven."
3 "Moet je nu eens horen! Die man doet of Hij God Zelf is!" zeiden enkele godsdienstleraars.
4 Jezus wist wel wat er in hen omging en zei: "Waarom bent u kwaad op Mij?
5 Wat is moeilijker: Zijn zonden vergeven of hem genezen?
6 Ik zal u laten zien dat Ik de mensen hier op aarde inderdaad hun zonden mag vergeven." Hij keerde zich om en zei tegen de verlamde man: "Sta op, pak uw draagbaar en ga naar huis."
7 De man stond op en liep naar huis.
8 Er ging een huivering van ontzag door de omstanders, die dit vlak voor hun ogen zagen gebeuren. Zij prezen God dat Hij deze macht aan een mens had gegeven.
9 Jezus liep verder. Onderweg kwam Hij langs een tolhuis en zag daar een man zitten. Het was Mattheüs. "Kom", zei Jezus tegen hem. "Ga met mij mee." Mattheüs stond op en ging met Hem mee.
10 Later gingen Jezus en Zijn discipelen bij Mattheüs thuis eten. Er waren ook verscheidene tolontvangers te gast en andere mannen met een slechte naam.
11 De Farizeeërs zagen dat. "Waarom gaat uw meester met dat soort mensen om?" vroegen zij aan Zijn discipelen.
12 "Omdat gezonde mensen geen dokter nodig hebben, maar zieke wel!" antwoordde Jezus.
13 "Ga weg. Houd voortaan rekening met wat de profeet Hosea heeft gezegd: 'God wil uw offers en geschenken niet! Waar het Hem om gaat, is dat u met andere mensen meeleeft.' Ik ben naar de aarde gekomen om slechte mensen bij God terug te brengen en niet om Mij bezig te houden met mensen die het zo goed met zichzelf hebben getroffen."
14 Op een dag kwamen de discipelen van Johannes de Doper naar Jezus toe. Zij vroegen Hem: "Waarom vasten Uw discipelen niet, zoals wij en de Farizeeërs?"
15 "Waarom zouden de vrienden van de bruidegom treuren en hun eten laten staan, zolang hij nog bij hen is?" antwoordde Jezus. "Maar eens zal hij uit hun midden worden weggenomen. Dan hebben zij alle reden om niet te eten.
16 Wie verstelt nu een oude jas met een lap nieuwe stof? Die lap zou immers krimpen en de jas stuktrekken. De scheur zou er alleen maar groter door worden!
17 En wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is daar immers veel te stug voor. Het zou barsten door het gisten van de jonge wijn. De wijn zou weglopen en de zakken zouden onbruikbaar worden. Voor jonge wijn moet u nieuwe, soepele zakken gebruiken. Dan houdt u de wijn èn de zakken goed."
18 Terwijl Hij dit zei, kwam de leider van een synagoge naar Hem toe en viel voor Hem op de knieën. "Mijn dochtertje is net gestorven", snikte hij. "Maar als U meegaat en haar aanraakt, zal zij weer levend worden."
19 Jezus stond op en ging met de man mee en Zijn discipelen ook.
20 Onderweg naderde Hem van achteren een vrouw, die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Zij boog zich voorover en raakte de kwast van Zijn mantel aan.
21 Zij dacht: "Ik hoef alleen maar Zijn mantel aan te raken, dan ben ik genezen."
22 Jezus keerde Zich om en zag dat zij Hem had aangeraakt. Hij zei: "Wees gerust. U bent genezen door uw geloof in Mij." Sinds dat moment was de vrouw gezond.
23 Zij kwamen in het huis van de leider van de synagoge. Toen Jezus daar alle mensen zag en het gejammer en de begrafenismuziek hoorde, zei Hij:
24 "Wat doet u hier? Ga naar buiten! Het meisje is niet dood. Zij slaapt alleen maar." Maar zij lachten Hem in Zijn gezicht uit.
25 Nadat iedereen het huis uit was, ging Hij naar de kamer waar het meisje lag en nam haar bij de hand. Zij werd wakker en stond op.
26 Het nieuws over dit geweldige wonder ging als een lopend vuurtje door heel de streek.
27 Op de terugweg naar Kapernaüm liepen twee blinde mannen achter Hem aan. "Zoon van David!" schreeuwden zij. "Heb toch medelijden met ons!"
28 Toen Jezus het huis inging, liepen de blinden gewoon met Hem mee naar binnen. "Gelooft u dat Ik uw ogen kan genezen?" vroeg Hij. "Ja, Here", antwoordden zij.
29-30  Hij raakte hun ogen aan en zei: "Wat u gelooft, zal gebeuren." En zij konden zien!
31 Jezus zei dat zij er beslist met niemand over mochten praten. Maar zij konden het niet voor zich houden en vertelden overal in de omgeving wat Jezus voor hen had gedaan.
32 Hij stond op het punt weer te vertrekken, toen er een stomme man bij Hem werd gebracht. De man kon niet spreken, omdat er een boze geest in hem zat, die dat verhinderde.
33 Jezus joeg die geest uit de man weg en toen kon hij weer spreken. De mensen stonden versteld. "Zoiets hebben wij nog nooit gezien!" riepen zij uit.
34 Maar de Farizeeërs zeiden: "Geen wonder dat Hij de boze geesten kan wegsturen. De duivel zelf helpt Hem daarbij!"
35 Jezus ging alle steden en dorpen van dat gebied langs en sprak in de synagogen. Overal vertelde Hij de blijde boodschap van het Koninkrijk. Waar Hij ook kwam, genas Hij alle ziekten en kwalen.
36 Hij was diep geroerd toen Hij zag hoe de mensen afgemat waren en zich geen raad wisten. Zij leken op een kudde schapen zonder herder.
37 "Wat is de oogst toch groot!" zei Hij tegen Zijn discipelen. "En wat zijn er weinig arbeiders!
38 Vraag de Landheer of Hij meer arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen."
© 2016 ERF Medien