Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Daarna werd Jezus door de Heilige Geest naar de woestijn geleid om door de duivel op de proef te worden gesteld.
2 Hij bleef daar veertig dagen en veertig nachten. Al die tijd at Hij niet en tenslotte kreeg Hij honger.
3 De duivel kwam naar Hem toe en zei: "Verander deze stenen toch in brood. Dan is dat het bewijs dat U de Zoon van God bent."
4 "Nee", antwoordde Jezus, "want in de Boeken staat dat eten niet het belangrijkste is, maar dat echt leven bestaat uit het gehoorzamen van elk gebod van God."
5 Toen nam de duivel Hem mee naar het dak van de tempel in Jeruzalem
6 "Laat nu eens zien dat U de Zoon van God bent", zei hij. "Spring naar beneden! Er staat immers in de Boeken dat God Zijn engelen zal sturen om U te beschermen. Die zullen er wel voor zorgen dat U niet te pletter valt."
7 Jezus antwoordde: "Er staat ook dat wij de Here, onze God, niet mogen uitdagen."
8 De duivel gaf het niet op en nam Hem mee naar een heel hoge berg. Hij liet Hem alle landen van de wereld zien, met al hun pracht en praal.
9 "Dat zal ik U allemaal geven", zei hij, "als U voor mij neerknielt en mij eert."
10 "Ga weg, satan", zei Jezus. "Er staat immers in de Boeken: 'Geef niemand anders eer dan de Here, uw God. Doe alleen wat Hij zegt."
11 De duivel liet Jezus met rust en ging weg. Toen wamen er engelen om voor Jezus te zorgen.
12 Toen Jezus hoorde dat Johannes de Doper was gevangen genomen, ging Hij terug naar Nazareth in Galilea.
13 Niet lang daarna verhuisde Hij naar Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali.
14 Dat was in overeenstemming met wat de profeet Jesaja had gezegd:
15 "Zoals Hij aanvankelijk smaad heeft gebracht over het land Zebulon en het land Naftali, brengt Hij later glorie naar de weg van de zee aan de andere zijde van de Jordaan, het woongebied van de heidenen.
16 Het volk dat in de duisternis voortgaat, zal een groot Licht zien; een Licht, dat straalt over hen die in een land van dichte duisternis wonen."
17 Van toen af begon Jezus de mensen in het openbaar toe te spreken. "U moet zich bekeren", zei Hij, "want het Koninkrijk van de hemelen is dichtbij."
18 Op een dag liep Hij langs het meer van Galilea en zag twee vissers hun net in het water gooien. Het waren twee broers: Simon (ook wel Petrus genoemd) en zijn broer Andreas.
19 Jezus zei tegen hen: "Ga met mij mee. Dan zal ik een ander soort vissers van jullie maken. Vissers die mensen voor Mij vangen."
20 Zij lieten meteen hun netten liggen en gingen met Hem mee.
21 Iets verderop zag Jezus nog twee broers: Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs. Zij zaten bij hun vader in de boot netten te repareren. Hij riep hen ook.
22 Zij stapten uit de boot, lieten hun vader alleen achter en gingen met Jezus mee.
23 Jezus trok door heel Galilea. Hij sprak in de synagogen en vertelde overal de blijde boodschap van het Koninkrijk. Hij genas de mensen van alle ziekten en kwalen.
24 Het nieuws over Zijn daden ging door het hele land en bereikte zelfs heel Syrië. Van alle kanten werden ernstig zieke mensen bij Hem gebracht. Sommigen hadden boze geesten. Anderen leden aan vallende ziekte. Weer anderen waren verlamd. Maar wat zij ook hadden, Hij genas hen allemaal.
25 Hij werd gevolgd door een menigte mensen. Zij kwamen uit Galilea, Dekapolis, Jeruzalem, Judea en het Overjordaanse.
© 2016 ERF Medien