Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Ren, volk van Benjamin, ren voor uw leven! Vlucht weg uit Jeruzalem! Sla alarm in Tekoa en geef een rooksignaal vanaf Beth-Kerem! Waarschuw iedereen dat een sterk leger vanuit het noorden onderweg is om dit land te verwoesten!
2 Jeruzalem, u bent mooi en kwetsbaar, hulpeloos als een meisje; maar u bent ten dode opgeschreven.
3 Als herders zullen de legers u omringen. Zij zullen hun kamp rond uw stad opslaan en uw weiden verdelen voor hun kuddes.
4 Kijk eens hoe zij zich klaarmaken voor de strijd rond het middaguur. De schaduwen van de avond overvallen hen echter al gauw en het wordt te laat voor de strijd.
5 "Vooruit", zeggen zij, "laten we dan maar vannacht aanvallen en haar paleizen verwoesten!"
6 Want de HERE van de hemelse legers heeft tegen hen gezegd: Hak haar bomen om en gebruik die om een wal op te werpen tegen de muren van Jeruzalem. Dit is de stad die moet worden gestraft, want zij is door en door slecht.
7 Het kwaad spuit uit haar op als water uit een fontein! In haar straten weerklinken de geluiden van het geweld; haar ziekte en wonden staan Mij dag en nacht voor ogen.
8 U bent gewaarschuwd, Jeruzalem. Als u niet luistert, zal Ik u in de steek laten en uw land tot een onbewoonbaar gebied maken.
9 "Want zoals een druivenplukker elke wijnstok nog eens goed bekijkt of hij nog druiven heeft laten zitten, zo moet u het restant van mijn volk gaan onderzoeken", zegt de HERE van de hemelse legers tegen Jeremia.
10 Daarop antwoordt Jeremia: "Maar wie zal luisteren als ik hen waarschuw? Hun oren zijn verstopt; zij kunnen niet luisteren. Aan het woord van de HERE hebben zij een hekel; zij willen er niets mee te maken hebben.
11 Vanwege dit alles ben ik vol van de toorn van de HERE tegen hen. Ik ben te moe om het nog langer in te houden. Ik zal het uitgieten over Jeruzalem, zelfs over de spelende kinderen in de straten, over de bijeenkomsten van jonge mannen, over echtparen en bejaarden.
12 Hun vijanden zullen in hun huizen wonen en hun velden en vrouwen in bezit nemen. Want Ik zal het volk van dit land straffen, heeft de HERE gezegd.
13 Allemaal zijn ze uit op hun eigen voordeel, van de laagste tot de hoogste! Ja, zelfs mijn profeten en priesters zijn bedriegers!
14 U kunt een wond niet genezen door te doen alsof hij er niet is! Toch verzekeren de priesters en profeten de mensen dat het vrede is.
15 Schaamde mijn volk zich toen het afgoden aanbad? Nee, helemaal niet; het bloosde niet eens. Daarom zal mijn volk tussen de gesneuvelden komen te liggen en sterven onder mijn toorn.
16 Toch blijft de HERE tegen u zeggen: Vraag waar de goede weg is, de vertrouwde paden, die u lang geleden bewandelde. Als u die volgt, zult u rust vinden voor uw ziel. Maar u antwoordt: "Nee, die weg willen wij niet!"
17 Ik stelde wachtposten over u aan, die u waarschuwden: "Luister naar het trompetgeschal. Dat is het teken dat er moeilijkheden op komst zijn." Maar u zei: "Nee! Wij willen er niet op letten!"
18-19  Dan is dit mijn besluit tegen mijn volk: Luister er naar, verre landen; luister, heel de aarde, naar wat er met mijn volk gaat gebeuren! Ik zal rampen over de mensen brengen; het zal de vrucht zijn van hun eigen zonde, omdat zij niet naar Mij willen luisteren. Zij wijzen mijn wet af.
20 Wat heb Ik eraan dat u zoet reukwerk uit Scheba voor Mij verbrandt! Houd uw exotische parfums maar! Ik kan uw offers niet aannemen; de geur ervan kan Ik niet waarderen!
21 Ik zal daarom hindernissen op de weg van mijn volk leggen. Vaders en zonen zullen erover struikelen; buren en vrienden zullen gezamenlijk ten val komen.
22 De HERE God zegt: Kijk hoe de legers uit het noorden komen aanmarcheren; een groot volk van het einde van de aarde trekt tegen u ten strijde.
23 Het is een wreed en genadeloos volk, zwaar bewapend en klaar voor de oorlog. Het lawaai van dat leger klinkt als de brullende zee. Als één man vallen zij u aan, Jeruzalem.
24 Wij kennen de faam van hun legers en de angst voor hen maakt ons zwak. Angst en pijn hebben ons gegrepen, als vrouwen die gaan bevallen.
25 Ga niet naar buiten, het veld in! Reis niet over de wegen! Want de vijand is overal, klaar om toe te slaan. Wij zijn omringd door terreur.
26 Och Jeruzalem, trots van mijn volk, trek rouwkleding aan en ga zitten in de as. Huil bittere tranen alsof u uw enige zoon had verloren. Want de verwoestende legers zullen u plotseling overvallen.
27 Jeremia, Ik heb u tot een keurmeester van metalen gemaakt, zodat u het erts (dat is mijn volk) kunt testen en de waarde ervan kunt bepalen. Luister naar wat het zegt en kijk wat het doet.
28 Zijn zij niet de grootste opstandelingen en loopt hun mond niet over van roddel? Zij zijn zo onbuigzaam als koper en hard en wreed als ijzer.
29 De blaasbalgen blazen zo hard mogelijk en het zuiverende vuur wordt heter, maar het kan hen nooit reinigen, want er is niets puurs in hen wat naar buiten kan worden gebracht. Waarom nog langer hiermee doorgaan? Het is allemaal waardeloos materiaal, wat komt bovendrijven. Hoe heet het vuur ook is, zij blijven hun slechte wegen bewandelen.
30 Ik noem hen 'onzuiver, afgekeurd zilver' omdat de HERE hen heeft verworpen.
© 2016 ERF Medien