Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Op een dag in de vijfde maand van datzelfde jaar (het vierde regeringsjaar van koning Zedekia van Juda) richtte Hananja, de zoon van Azzur, uit Gibeon ten aanhoren van de priesters en alle aanwezigen in de tempel het woord tot mij. Hij zei:
2 "De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, verklaart: Ik heb het juk van de koning van Babel van uw nek afgenomen.
3 Binnen twee jaar zal Ik alle tempelschatten die Nebukadnezar naar Babel heeft weggevoerd hier terugbrengen,
4 evenals koning Jechonja (A) van Juda, de zoon van Jojakim, en alle andere gevangenen die naar Babel zijn verbannen. Ik zal het juk, dat de koning van Babel op uw nek heeft gelegd, in stukken breken."
5 Toen zei Jeremia tegen Hananja, waar de priesters en alle mensen bij waren:
6 "Amen! Mogen uw profetieën werkelijkheid worden! Ik hoop dat de HERE alles doet wat u hebt gezegd en de tempelschatten en de ballingen uit Babel zal terugbrengen.
7 Maar luister nu naar wat ik te zeggen heb in de aanwezigheid van al deze mensen.
8-9  De oude profeten, die vccr u en mij leefden, spraken tegen vele volken en waarschuwden voortdurend voor oorlog, rampen en plagen. Daarom heeft een profeet die vrede aankondigt, de plicht te bewijzen dat God hem werkelijk heeft gestuurd. Alleen als zijn voorspelling uitkomt, kan worden aangenomen dat hij werkelijk door God is gezonden."
10 Toen nam de valse profeet Hananja het juk van Jeremia's nek en brak het in tweeën.
11 En Hananja herhaalde tegen de mensen, die toegestroomd waren: "De HERE heeft beloofd dat Hij op dezelfde manier binnen twee jaar alle volken die nu zijn onderworpen aan de koning van Babel, zal bevrijden." Na die woorden liep Jeremia weg.
12 Kort daarna gaf de HERE Jeremia de volgende boodschap:
13 "Ga naar Hananja en vertel hem dat de HERE zegt: 'U hebt een houten juk gebroken, maar er tevens voor gezorgd dat deze mensen een ijzeren juk op hun nek dragen.'
14 De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, zegt: 'Ik zal een ijzeren juk op de nekken van al deze volken leggen en hen slaven maken van koning Nebukadnezar van Babel. En niets kan deze beslissing veranderen, want Ik heb hem zelfs macht over de wilde dieren gegeven."
15 Toen zei Jeremia tegen Hananja: "Luister, Hananja, de HERE heeft u niet gestuurd, maar het volk gelooft uw leugens.
16 Daarom zegt de HERE dat u gauw zult sterven. Nog dit jaar zal er een einde aan uw leven komen, omdat u het volk hebt opgeroepen in opstand te komen tegen de HERE."
17 En zo gebeurde het. Twee maanden later stierf Hananja.
© 2016 ERF Medien