Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Toen kreeg ik deze boodschap van de HERE:
2-3  "Mensenzoon, profeteer tegen de valse profeten van Israël, die hun eigen visioenen bedenken en beweren dat zij boodschappen van Mij hebben ontvangen, terwijl Ik nooit iets tegen hen heb gezegd.
4 Och Israël, deze 'profeten' van u zijn voor het herstellen van uw muren net zo waardeloos als vossen die in ruïnes wonen!
5 Profeten, hebt u ooit iets gedaan voor het versterken van Israëls muren, die haar moeten beschermen tegen vijanden; hebt u ooit iets gedaan om Israël te sterken in de HERE?
6 In plaats daarvan loog u toen u zei: 'Mijn boodschap komt van God!' God heeft u niet gezonden. En toch verwacht u van Hem dat Hij uw profetieën in vervulling doet gaan.
7 Kunt u ontkennen dat u hebt beweerd 'visioenen' te hebben gezien die u nooit zag en dat u hebt gezegd: 'Deze boodschap is van de HERE', hoewel Ik nooit tegen u heb gesproken?
8 Daarom zegt de Oppermachtige HERE: Omdat u deze 'visioenen' en leugens hebt verteld, zult u Mij tegenover u vinden.
9 Mijn hand zal zich tegen u keren en u zult uit het midden van het volk Israël worden verwijderd. Ik zal uw namen uitwissen en u zult uw eigen land nooit meer terugzien. Dan zult u moeten erkennen dat Ik de Oppermachtige HERE ben.
10 Want deze goddeloze mannen misleiden mijn volk door te zeggen: 'God zal vrede sturen', terwijl Ik dat helemaal niet van plan ben! Mijn volk bouwt een wankele muur en deze profeten prijzen hen daarvoor en schilderen hem met witkalk!
11 Vertel hun daarom dat hun muur zal omvallen. Stromende regen zal hem ondermijnen; grote hagelstenen en rukwinden zullen hem omverwerpen.
12 En wanneer de muur omverligt, zullen de mensen uitroepen: 'Waarom hebt u niet gezegd dat hij niet sterk genoeg was? Waarom hebt u zijn gebreken bedekt met witkalk?'
13 Omvallen zal hij zeker. De Oppermachtige HERE zegt: Ik zal hem wegvagen met een storm van verontwaardiging, met een vloed van toorn en met de vernietigende kracht van regen en hagelstenen.
14 Ik zal deze witgekalkte muur helemaal afbreken en hij zal op u neerkomen en u verpletteren. Dan zult u erkennen dat Ik de HERE ben.
15 Ik zal mijn toorn op die muur koelen en op hen die hem zo mooi hebben geschilderd. Ik zal tegen hen zeggen: De muur en de schilders zijn verdwenen.
16 Want deze profeten logen, toen zij beweerden dat er in Jeruzalem vrede zou zijn, terwijl er geen vrede is, zegt de Oppermachtige HERE.
17 Mensenzoon, spreek u ook uit tegen de vrouwelijke profeten die beweren dat de HERE hun boodschappen heeft gegeven.
18 Vertel hun dat de Oppermachtige HERE zegt: Wee deze vrouwen die de zielen van mijn volk, van jong en oud, misleiden. Zij doen magische banden om hun polsen, hullen zich in sluiers en proberen zielen te winnen. De zielen van mijn volk vangt u om uw eigen ziel in leven te houden.
19 In ruil voor enkele handenvol gerst of een stuk brood wilt u mijn volk van Mij weglokken? U hebt hen, die helemaal niet moesten sterven, de dood ingejaagd! En door tegen mijn volk te liegen, hebt u hen in leven gehouden, die niet zouden moeten leven. En mijn volk luistert er ook nog naar!
20 Daarom zegt de HERE: Ik zal u verpletteren omdat u op de zielen van mijn volk jaagt met al uw magische voorwerpen. Ik zal die magische banden van uw armen rukken en mijn volk de vrijheid geven, als vogels die in een kooi zitten opgesloten.
21 Ik zal uw sluiers afrukken en mijn volk uit uw hand redden; het zal niet langer uw slachtoffer zijn en u zult moeten erkennen dat Ik de HERE ben.
22 Uw leugens hebben de rechtvaardigen ontmoedigd, hoewel Ik dat niet wilde. En de goddelozen hebt u aangemoedigd zodat zij zich niet bekeerden en verlossing vonden.
23 Maar het is nu afgelopen met uw bedrog! U zult niet langer spreken over het zien van 'visioenen' die u nooit zag en ook uw magische praktijken zult u niet meer uitoefenen, want Ik zal mijn volk uit uw handen bevrijden. U zult dan moeten erkennen dat Ik de HERE ben."
© 2016 ERF Medien