Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien.
25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Toen het volk zag dat Mozes niet direct terugkeerde van de berg, ging het naar A"ron. "Vooruit", zeiden zij, "maak een god voor ons die ons kan leiden, want Mozes die ons vanuit Egypte hier heeft gebracht, is verdwenen; er moet iets met hem zijn gebeurd."
2-3  "Goed", zei A"ron, "geef mij jullie gouden ringen maar." Iedereen leverde zijn gouden ringen in: mannen, vrouwen, jongens en meisjes.
4 A"ron smolt het goud en goot het in de vorm van een kalf. De Israëlieten riepen: "O Israël, dit is de god die ons uit Egypte heeft bevrijd!"
5 Toen A"ron zag hoe blij de mensen met hun god waren, bouwde hij een altaar voor het kalf en kondigde aan: "Morgen vieren we een groot feest voor de HERE!"
6 De volgende morgen waren de mensen al vroeg op en brachten brand en vredeoffers aan het kalf. Daarna werd er gegeten en gedronken en vierden zij een groot offerfeest.
7 De HERE zei tegen Mozes: "Ga snel naar beneden! Het volk dat u uit Egypte hebt geleid, heeft zichzelf in het verderf gestort.
8 Ze hebben mijn wetten nu al de rug toegekeerd. Ze hebben zelf een kalf gemaakt en daarvoor geknield en geofferd. 'Dit is de god die ons uit Egypte heeft bevrijd, Israël', hebben zij geroepen!"
9 Toen zei de HERE: "Ik heb nu gezien wat een koppig en ongehoorzaam volk dit is!
10 Laat Mij mijn gang gaan, dan zal Ik mijn toorn op hen koelen en ze allemaal vernietigen en Ik zal u, Mozes, in plaats van hen tot een groot volk laten worden."
11 Maar Mozes smeekte God dat niet te doen. "HERE", drong hij aan, "waarom zou U Uw toorn koelen op Uw eigen volk, dat U uit Egypte hebt bevrijd met veel machtsvertoon en grote wonderen?
12 Wilt U dat de Egyptenaren later zeggen: 'Hij heeft het volk naar de bergen gebracht om het te kunnen vernietigen en van de aardbodem weg te vagen?' Vergeet Uw toorn toch en straf het volk niet!
13 Denk aan Uw belofte aan Uw dienaren Abraham, Isa"k en Israël. Want U hebt hun Zelf gezworen: 'Ik zal uw nakomelingen zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en Ik zal hun dit hele land, waarover Ik heb gesproken en wat Ik aan uw nakomelingen heb beloofd, tot een eeuwig bezit geven."
14 Tenslotte veranderde de HERE van gedachten en spaarde hen.
15 Mozes ging de berg af met in zijn handen de Tien Geboden, geschreven op de beide kanten van twee stenen plaquettes.
16 God had deze plaquettes Zelf beschreven.
17 Toen Jozua het lawaai van de feestende Israëlieten in het kamp hoorde, riep hij naar Mozes: "Het lijkt wel of er wordt gevochten in het kamp!"
18 "Nee", antwoordde Mozes, "het is geen geluid van een overwinning of een nederlaag. Zij zingen."
19 Toen de beide mannen bij het kamp kwamen, zag Mozes het kalf en de dansende menigte. Woedend smeet hij de twee stenen plaquettes op de grond. Daar lagen ze in stukken aan de voet van de berg.
20 Hij greep het kalf en smolt het in het vuur. Toen het goud was afgekoeld, vermaalde hij het tot poeder. Het goudpoeder gooide hij in het water en hij dwong de Israëlieten dit water te drinken.
21 Toen riep Mozes A"ron ter verantwoording. "Wat hebben deze mensen jou misdaan, dat je zo'n zware zonde over hun hoofden brengt?" vroeg hij.
22 "Word alsjeblieft niet kwaad", verdedigde A"ron zich. "Je weet toch dat dit volk snel tot zonde vervalt?
23 Zij zeiden tegen mij: 'Maak een god voor ons die ons kan leiden, want het lijkt erop dat Mozes die ons uit Egypte bracht, iets is overkomen'.
24 Toen zei ik: 'Geef me jullie gouden ringen dan maar'. Die brachten ze allemaal bij me en ik gooide ze in het vuur en toen kwam dit kalf eruit!"
25 Toen Mozes zag dat het volk zichzelf en zijn God kwijt was door de aanbidding van het kalf (op aanmoediging van A"ron en tot leedvermaak van hun vijanden)
26 ging hij bij de ingang van het kamp staan en riep luid: "Laten zij die vccr de HERE zijn, bij mij komen!" Toen kwamen alle Levieten bij hem staan.
27 Hij zei tegen hen: "De HERE, de God van Israël, zegt: 'Ga het kamp door en dood jullie broers, vrienden en buren."
28 De Levieten gaven gehoor aan die opdracht. Die dag stierven ongeveer 3000 man.
29 Daarna zei Mozes tegen de Levieten: "Vandaag zijn jullie aan de HERE gewijd, want jullie hebben Hem gehoorzaamd, ook al betekende dat het doden van jullie broers, vrienden en buren. De HERE zal jullie rijk zegenen."
30 De volgende dag sprak Mozes het volk toe en zei: "Jullie hebben een grote zonde begaan, maar ik zal de berg weer beklimmen om de HERE te vragen of Hij jullie wil vergeven."
31 Daarna ging Mozes terug naar de HERE en zei: "Het volk heeft een grote zonde begaan, want het heeft voor zichzelf een gouden god gemaakt.
32 Alstublieft, vergeeft U hun hun zonde en zo niet, verwijder mijn naam dan uit het boek dat U hebt geschreven."
33 "Iemand die tegen Mij heeft gezondigd, verwijder Ik uit mijn boek", antwoordde de HERE.
34 "Maar ga hier nu weg en breng het volk naar de plaats waarover Ik heb gesproken. Ik beloof je dat mijn Engel voor jullie uit zal gaan. Maar als Ik dit volk weer bezoek, zal Ik hen zeker straffen voor hun zonde."
35 Zo strafte de HERE het volk, omdat het A"rons kalf had aanbeden.
© 2016 ERF Medien