Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien.
25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Hizkia was 25 jaar toen hij koning van Juda werd en regeerde 29 jaar vanuit Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia en was de dochter van Zacharia.
2 Hij was een goede koning in de ogen van de HERE en volgde in alles het voorbeeld van zijn voorvader David.
3 Al in de eerste maand van zijn eerste regeringsjaar opende hij de deuren van de tempel weer en bracht ze in hun oude staat terug.
4-5  Op het plein ten oosten van de tempel liet hij de priesters en Levieten bij zich komen en zei tegen hen: "Luister naar mij, Levieten. Heilig uzelf en heilig de tempel van de HERE, de God van onze voorouders. Verwijder alle onreinheid.
6 Onze vaders hebben immers zwaar gezondigd tegen de HERE, onze God. Zij hebben de HERE en Zijn tempel links laten liggen en zelfs de rug toegekeerd.
7 Zij hebben de deuren gesloten, de lampen gedoofd en er is lange tijd geen reukwerk meer verbrand en geen brandoffer meer gebracht.
8 Daarom hebben Juda en Jeruzalem kennis gemaakt met de toorn van de HERE. Hij heeft ons tot voorwerp van angst, afschuw en belediging gemaakt. U kunt dat zelf zien.
9 Om al die dingen zijn onze vaders door het zwaard omgekomen en heeft men onze zonen, dochters en vrouwen gevangen genomen.
10 Maar ik wil nu een verbond sluiten met de HERE, de God van Israël, zodat Zijn vreselijke toorn van ons wordt afgewend.
11 Mijn kinderen, verwaarloos uw plichten niet langer, want de HERE heeft u uitgekozen om Hem te dienen en voor Hem reukwerk te verbranden."
12-14  Toen kwamen de volgende Levieten in aktie. Van de familie van Kehath: Mahath, de zoon van Amasai, en Joël, de zoon van Azarja; van de familie van Merari: Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehallelel; van de familie van Gersom: Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah; van de familie van Elizafan: Simri en Jeïël, van de familie van Asaf: Zacharia en Mattanja; van de familie van Heman: Jehiël en Simeï; van de familie van Jeduthun: Semaja en Uzziël.
15 Zij haalden hun mede-Levieten bij elkaar en heiligden zichzelf, waarna zij de tempel begonnen schoon te maken en te heiligen, zoals de koning, die namens de HERE sprak, hun had bevolen.
16 De priesters reinigden de binnenste vertrekken van de tempel en brachten al het vuil en alle onreine voorwerpen die zij daar vonden, naar het voorplein. Met wagens brachten de Levieten dat weg naar de rivier Kidron.
17 Daarna begonnen zij op de eerste dag van de eerste maand de tempel opnieuw in te wijden en acht dagen later waren zij daarmee tot bij het voorportaal gevorderd. Ze gingen daarmee nog eens acht dagen door, zodat de hele inwijding zestien dagen in beslag nam.
18 Zij gingen terug naar het paleis en meldden koning Hizkia: "Wij zijn klaar met de reiniging van de tempel, het brandofferaltaar en het toebehoren en de tafel voor de toonbroden en de bijbehorende zaken.
19 Wij hebben bovendien alle voorwerpen die koning Achaz weggooide toen hij de tempel afsloot, teruggevonden en gereinigd. Zij liggen op hun plaats bij het altaar van de HERE."
20 De volgende morgen ging koning Hizkia met de leiders van de stad naar de tempel.
21 Zij hadden zeven jonge stieren, zeven rammen, zeven lammeren en zeven bokken bij zich als zondoffer voor het koningschap, voor de tempel en voor Juda. Hij gaf de priesters, de zonen van A"ron, opdracht de dieren te offeren op het altaar van de HERE.
22 Zij slachtten de jonge stieren, waarna de priesters het bloed opvingen en op het altaar sprenkelden. Hetzelfde deden zij bij de rammen en de lammeren.
23 Daarna werden de bokken voor het zondoffer bij de koning en de rest van het gezelschap gebracht en zij legden hun handen op de dieren.
24 De priesters slachtten de bokken en goten het bloed als een zondoffer op het altaar om verzoening te doen voor heel Israël. De koning had uitdrukkelijk gezegd dat het brand en het zondoffer voor het hele volk Israël moesten worden gebracht.
25-26  Hij haalde Levieten in de tempel bijeen en liet hen een begeleidingsgroep vormen met cymbalen, harpen en citers. Dat was in overeenstemming met de aanwijzingen van koning David en van de profeten Gad en Nathan die hun instructies weer van de HERE hadden ontvangen. De priesters bespeelden de trompetten.
27 Hizkia beval dat het brandoffer op het altaar moest worden gelegd en toen het offeren begon, werd het lied voor de HERE ingezet, begeleid door de trompetten en de instrumenten van koning David.
28 Gedurende de hele ceremonie van het brandoffer boog iedereen voor de HERE en zong een lied, begeleid door de trompetten.
29 Nadat het brandoffer was gebracht, bogen de koning en allen die erbij waren zich diep.
30 Daarna beval koning Hizkia de Levieten enkele psalmen van David en van de profeet Asaf voor de HERE te zingen. Zij deden dat met vreugde, bogen hun hoofden en aanbaden de HERE.
31 "Dit is het einde van de ceremonie; u hebt nu uzelf aan de HERE toegewijd", zei Hizkia. "Breng nu uw geschenken en dankoffers." Mensen uit alle delen van het land brachten daarop hun geschenken en dankoffers en zij die dat wilden, namen ook brandoffers mee.
32-33  In totaal werden zeventig jonge stieren, honderd rammen en 200 lammeren als brandoffers gebracht. Daarbij kwamen nog eens 600 ossen en 3000 schapen als heilige geschenken.
34 Er waren echter niet genoeg priesters om alle dieren van hun huid te ontdoen en daarom hielpen de Levieten hen tot het werk klaar was en meer priesters zich hadden geheiligd voor het werk, want de Levieten hadden meer werk gemaakt van hun heiliging dan de priesters.
35 Er was een overvloed aan brandoffers, bijbehorende drankoffers en vrede-offers. Op die manier werd de tempel weer in gebruik genomen.
36 Hizkia en zijn onderdanen waren erg blij over alles wat God voor Zijn volk had gedaan; want alles was in heel korte tijd gebeurd.
© 2016 ERF Medien