Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 De ark bleef zeven maanden in het land van de Filistijnen.
2 Toen riepen de Filistijnen hun priesters en waarzeggers erbij en vroegen: "Wat moeten wij doen met de ark van God? Welk soort geschenk moeten wij meesturen als wij hem naar Israël terugbrengen?"
3 "U moet hem inderdaad terugsturen met een geschenk", werd hun gezegd. "Stuur een schuldoffer mee, zodat de plaag ophoudt. Als deze inderdaad ophoudt, weet u in elk geval waarom God die plaag heeft veroorzaakt."
4 "Wat voor schuldoffer moeten wij meesturen?" vroegen zij.
5 De priesters en waarzeggers antwoordden: "Stuur vijf gouden beeldjes van het gezwel, dat door de plaag ontstond en vijf gouden beeldjes van de muizen die in het hele land hebben huisgehouden. Als u deze geschenken meestuurt en de God van Israël de verschuldigde eer bewijst, zal Hij misschien ophouden u en uw god te achtervolgen.
6 Wees niet zo koppig en opstandig als Farao en zijn Egyptenaren waren. Zij wilden Israël niet eerder laten gaan dan nadat God hen met vreselijke plagen had vernietigd.
7 Maak een nieuwe wagen en span er twee koeien voor die net hebben gekalfd (koeien die nog nooit eerder met een juk hebben gelopen) en sluit hun kalveren op in een schuur.
8 Zet de ark van God op de kar met daarnaast een kist met de gouden beeldjes van de gezwellen en de muizen. Laat de koeien dan maar gewoon lopen waarheen zij willen.
9 Als zij de grens over gaan en naar Beth-Semes gaan, zal het u duidelijk zijn dat God dit grote onheil over ons bracht. Als dat niet het geval is en zij keren terug naar hun kalveren, weten wij dat de plaag gewoon een toeval was en helemaal niet door God werd gestuurd."
10 Deze aanwijzingen werden uitgevoerd. Twee jonge koeien die pas hadden gekalfd, werden voor de wagen gespannen. Hun kalveren werden in een schuur opgesloten.
11 Daarna werden de ark van de HERE en de kist met de gouden muizen en gezwellen op de wagen geplaatst.
12 Zonder enige aarzeling sloegen de koeien, al loeiend, de weg naar Beth-Semes in. De Filistijnse koningen volgden de wagen op een afstand tot deze bij de grens van Beth-Semes was.
13 Op dat moment waren de inwoners van Beth-Semes in het dal de tarwe aan het oogsten. Toen zij de ark zagen, werden zij wild van vreugde!
14 De wagen reed het veld op van een zekere Jozua en kwam tot stilstand naast een groot rotsblok. De inwoners sloopten de wagen en maakten met het hout daarvan een vuur, waarop zij de twee koeien die de wagen hadden getrokken, aan de HERE offerden als brandoffer.
15 Enkele Levieten hadden de ark en de kist met de gouden muizen en gezwellen van de wagen getild en op het rotsblok gezet. De inwoners van Beth-Semes offerden die dag nog meer brandoffers en geschenken aan de HERE.
16 De vijf Filistijnse koningen bleven nog een poosje toekijken naar wat met de wagen en de ark gebeurde en gingen die dag weer terug naar Ekron.
17 De vijf gouden beeldjes van de gezwellen, die de Filistijnen als een schuldoffer aan de HERE hadden gestuurd, waren het geschenk van de vijf belangrijkste steden Asdod, Gaza, Askelon, Gath en Ekron.
18 Van de gouden muizen waren er net zoveel als het aantal Filistijnse steden, zowel de versterkte steden als de plattelandsdorpen, die door de vijf koningen werden geregeerd. Het grote rotsblok bij Beth-Semes, waarop de ark was neergezet, is nog steeds te zien op het veld van Jozua.
19 De HERE doodde echter zeventig inwoners van Beth-Semes, omdat zij in de ark hadden gekeken. Alle inwoners rouwden daarna om de vele slachtoffers die de HERE onder hen had gemaakt.
20 "Wie is in staat voor de HERE, deze heilige God, te verschijnen?" riepen zij uit. "Waar kunnen wij de ark nu heen sturen?"
21 Zij besloten boodschappers te sturen naar de bewoners van Kirjath-Jearim om hun te vertellen dat de Filistijnen de ark van de HERE hadden teruggebracht. "Kom hem hier alstublieft weghalen!" smeekten zij.
© 2016 ERF Medien