Schließen
BibleServer is a donation based project by ERF Medien. 25 € will help us to secure next years funding.
Help

Het Boek

1 Bevrijd u van alle gevoelens van haat en bedrog. Het moet afgelopen zijn met schijnheiligheid, jaloezie en roddel!
2 Als het goed is, moet u als pasgeboren kinderen verlangen naar zuivere, geestelijke melk, dat wil zeggen naar het zuivere woord van het goede nieuws.
3 Dan zult u groeien en in leven blijven. U hebt reeds ervaren hoe goed de Here is.
4 Ga dus naar Christus toe. Hij is de levende steen waarop God Zijn bouwwerk neerzet. Hoewel de mensen Hem hebben afgewezen, is Hij voor God zc kostbaar dat Hij Hem uit alle anderen heeft uitgekozen.
5 U moet zich door God laten gebruiken als levende stenen, waarmee Hij Zijn geestelijk huis bouwt. En dat niet alleen, u bent ook de heilige priesters die door Jezus Christus zo veranderd werden, dat zij God geestelijke offers kunnen brengen, die voor Hem aanvaardbaar zijn.
6 In de Boeken staat het zo: "Ik heb een kostbare steen uitgekozen, die Ik in Sion neerleg en waarop mijn huis gebouwd zal worden. Wie vol vertrouwen op hem bouwt, zal niet bedrogen uitkomen." (A)
7 Voor u die op Hem vertrouwt, is Hij kostbaar; voor mensen die niets van Hem willen weten, geldt wat in de Boeken staat: "De steen die door de bouwlieden afgekeurd werd, is de belangrijkste geworden, een echte hoeksteen." (B) Zo is Christus niet alleen de onmisbare hoeksteen geworden, Hij is ook de steen waarover men struikelt en waaraan men zich stoot. (C)
8 Dat laatste geldt alleen voor de mensen die niet naar Hem willen luisteren, die weigeren Hem te gehoorzamen. Het ligt dus voor de hand dat zij zullen struikelen.
9 Maar zo bent u niet. U bent door God uitgekozen om koninklijke priesters te zijn; mensen die voor God zijn afgezonderd om overal te vertellen hoe goed en groot Hij is, Die u geroepen heeft om vanuit de duisternis naar Zijn heerlijk licht te komen.
10 Vroeger hoorde u bij een volk dat niet bij Hem hoorde; nu bent u zelf het volk van God! Vroeger wist u niet hoe goed en vriendelijk God is; nu hebt u Zijn goedheid zelf ervaren.
11 Broeders, wij blijven hier op aarde zwervers en vreemdelingen. Omdat ons werkelijke thuis bij de Here is, dring ik er bij u op aan niet toe te geven aan de slechte begeerten van deze wereld, die uw leven in gevaar brengen.
12 Laten de ongelovigen niets op uw gedrag kunnen aanmerken. Ook al mogen zij u niet en belasteren zij u, als zij zien hoe voorbeeldig uw leven is, zullen zij God wel moeten eren en prijzen op de dag dat Christus terugkomt.
13-14  Gehoorzaam, terwille van de Here, de wetten van het land waar u woont. Zowel de wetten van de keizer, die het staatshoofd is, als de wetten van de stadhouders, die door de koning zijn aangesteld om de misdaad te bestraffen en goede daden te belonen.
15 God wil dat door uw goede leven de mensen de mond wordt gesnoerd, die zo dwaas zijn het goede nieuws naast zich neer te leggen, hoewel zij nauwelijks weten wat het precies inhoudt.
16 Wij zijn vrije mensen, maar die vrijheid geeft ons niet het recht om kwaad te doen, want wij zijn slaven van God.
17 Laat ieder in zijn waarde. Houd van allen die werkelijk christen zijn. Heb ontzag voor God en respect voor de keizer.
18 Knechten, heb ontzag voor uw meester en doe wat hij zegt; niet alleen als hij goed en redelijk is, maar ook als hij lastig is.
19 Een gelovige mag blij zijn als hij ten onrechte een slechte behandeling moet ondergaan, omdat hij voor God een zuiver geweten wil houden.
20 Als u geduldig de straf voor uw misdaden ondergaat, is dat natuurlijk geen verdienste. Maar als u goed doet en dan geduldig het onrecht verdraagt dat u wordt aangedaan, zult u daardoor de genade van God ervaren.
21 Al dit lijden hoort bij het leven waartoe God ons geroepen heeft. Christus, Die voor u geleden heeft, is het voorbeeld dat u moet volgen; en in Zijn voetstappen moet u treden.
22 Hij deed geen kwaad en zei nooit iets wat niet waar was.
23 Als Hij beledigd werd, zei Hij niets lelijks terug. Als de mensen Hem pijn deden, dreigde Hij niet het hun betaald te zetten. Hij liet het allemaal over aan God, Die rechtvaardig oordeelt.
24 Hij heeft onze zonden gedragen in Zijn eigen lichaam, toen Hij stierf aan het kruis. Daardoor zijn wij nu dood voor de zonde en kunnen wij voortaan leven zoals God het wil; want de wonden in Zijn lichaam hebben ons genezen.
25 Vroeger zwierven wij allemaal rond als verdwaalde schapen. Maar nu bent u teruggekeerd naar de herder, naar Hem Die ons onder Zijn hoede neemt.
© 2016 ERF Medien